CHAKRI-DYNASTIE | MODERNE GESCHIEDENIS

INTRODUKTIE GESCHIEDENIS & MONARCHIE

 

Vroege Geschiedenis

Oorspronkelijk waren de Tai een animistisch volk in Zuidwest-China dat niet tot het ras van Chinezen behoorde en dat vanaf de negende eeuw druppelsgewijs in zuidwaartse richting naar delen van Zuidoost-Azië en de vruchtbare Chao Phraya-vallei begon te migreren. Ze vestigden zich in een gebied dat tegenwoordig Birma, Laos en Thailand omvat en kwamen hier in aanraking met al aanwezige beschavingen van onder andere Mon, Khmer en Lawa.

Van de 7de tot de 14de eeuw AD vestigden de Khmer een machtig koninkrijk met basis in Angkor, van waaruit zij hun rijk uitbreiden en heersten over vrijwel geheel Indochina. Ze waren al tijdens de Dvaravati-periode aanwezig in Thailand's belangrijkste stroomgebied, waar ze zich mengden met de lokale Mon-bevolking. Hun 7de tot 11de eeuwse veroveringstochten brachten culturele invloeden met zich mee in de vorm van kunst, taal en religie, en hun politieke dominantie bracht uiteindelijk de Dvaravati-cultuur ten val. Zij maakten Lopburi tot hun centrale voorpost en het werd al spoedig een religieus centrum. Verschillende rijkjes werden gesticht maar bleven onderworpen aan de reeds gevestigde macht van ...voor meer bestel onze CDrom...

In 1238 stichtten zij het eerste onafhankelijke Thaise koninkrijk van Sukhothai (geboorteland van het geluk) dat zij in het noorden van de streek onder hun legeraanvoerder Sri Intaratitya op de Khmer hadden veroverd. In 1281 werd het meer noordelijke Haripunchai door het leger van koning Mengrai (fig.) op de Mon veroverd en onder zijn bewind gebracht als onderdeel van het noordelijk rijk Lan Na (een miljoen rijstvelden). Dit koninkrijk floreerde tussen de 13de en 14de eeuw AD en had Chiang Mai als centrum. Het consolideerde zijn macht in de noordelijke regionen door een verbond te sluiten (fig.) met twee naburige koninkrijken (fig.), nl. Sukhothai en Phayao, met de heersers Ramkamhaeng (fig.) en Ngam Meuang (fig.). In de 13de eeuw werd eveneens de heerschappij over Lopburi van het Khmer-rijk losgewrikt door de steeds meer toenemende macht van het ten noorden gelegen Sukhothai.

Zo ontstonden er verschillende stadstaten en werden de Thai geleidelijk aan de leiders van multiraciale districten en vazalstaatjes. De onderdanen waren schatplichtig, moesten werken voor de staat en vechten in de oorlogen van hun vorst. In ruil hiervoor kregen ze gebruik van land, rechtspleging en de voordelen van een gemeenschap groter dan de familie of het dorp. Sukhothai ontwikkelde zich temidden van een aantal rivaliserende Thaise rijkjes tot het belangrijkste machtscentrum van het Noorden. Tijdens het bewind van koning Ramkamhaeng (1279-1298) nam de absolute monarchie een aanvang, werd het Theravada boeddhisme dat door Indiase missionarissen en monniken uit Sri Lanka werd geïntroduceerd, als officiële godsdienst aangenomen, en verscheen het eerste Thaise alfabet, gebaseerd op het Khmer-schrift en door de koning zelf ontworpen.

Sukhothai wordt mede hierdoor nog steeds als het eerste echte koninkrijk en de wieg van Thailand's beschaving beschouwd. Het zou ongeveer een eeuw lang deze regionale machtspositie behouden totdat de stad Ayutthaya, in 1350 als hoofdstad van een nieuwe zuidthaise staat, door prins Phra Ramathibodi op een eiland in de Chao Phraya gesticht, aanzienlijk aan macht en invloed won. Na verscheidene incidentele conflicten werd het steeds meer kwijnende Sukhothai-rijk overschaduwd door deze machtige rivaal uit het zuiden die de stad al spoedig tot vazalstaat maakte en ze tenslotte onder haar heerschappij plaatste.

Ook Ayutthaya kende een periode van overheersing door Birma en de Khmer. Koning Naresuan (fig.), die in 1555 geboren werd als zoon van koning Maha Thammaracha en diens voornaamste vrouw en dochter van koning Chakkraphat (cfr. Chakrapad), bracht tijdelijke bevrijding voor Ayutthaya. Hij werd als kind naar Birma gevoerd als gijzelaar, zodat zijn vader trouw zou blijven als vazal aan Birma, dat Ayutthaya had veroverd in 1569 en diens vader op de troon had geplaatst. In 1571 mocht hij van de Birmaanse koning Bayinnaung huiswaarts keren in ruil voor zijn zuster. Ondanks de toen nog jeugdige leeftijd van 16 jaar, stuurde zijn vader hem naar het noordelijke Phitsanulok om de regio te besturen, en werd gelijkertijd aangewezen als troonopvolger voor Ayutthaya. Hij besteeg de troon in 1590, na de dood van zijn vader, en in 1593 bevrijdde hij Ayutthaya van het juk van Birma in een duel gevochten op de rug van een olifant tegen ...voor meer bestel onze CDrom...

Tijdens de Ayutthaya-periode werd het boeddhisme, mede onder invloed van de resterende Khmer-cultuur, vermengd met talloze aspecten uit het animisme en brahmanisme en werd zo tot op heden een allegaartje van verschillende goden en geesten. De Thaise monarchen werden meer absolutistische heersers en gingen zich naar Indisch-brahmaans voorbeeld als incarnatie van een goddelijk wezen profileren. Hierdoor werd de god-koning, in tegenstelling tot de monarchen uit de Sukhothai-periode, een afstandelijk, niet te benaderen wezen dat onbeperkte heerschappij uitoefende over zijn volk. Als Chao Chiwit (Heerser over Leven) kon de soeverein ...voor meer bestel onze CDrom...

De eerste contacten met Europa werden gelegd in het begin van de 16de eeuw met Portugal en later ook met Engeland en Frankrijk. Hoewel de bevolking zichzelf gewoon Thai bleef noemen had het land intussen bekendheid gekregen onder de naam Siam, wat afgeleid uit het Sanskriet 'donker' betekent, een benaming door de Khmer gegeven op grond van de donkere huidkleur van de Thai. Het zou tot 1939 de officiële naam van het land blijven.  

Nadat de Birmanen Ayutthaya in 1767 na een twee jaar durende strijd weer veroverden en de stad volledig verwoestten, stichtte generaal Taksin een nieuwe hoofdstad in Thonburi, toen een uitgestrekte moerassige delta met de bijnaam 'zee van modder'. Gevlucht naar Chanthaburi in het zuidoosten bracht hij een groot leger op de been en nog in hetzelfde jaar wist Taksin een aanzienlijk deel van Centraal-Siam te heroveren. De Birmanen werden verdreven, de wederopbouw gestart en de generaal kroonde zichzelf tot koning. De koning van Chiang Mai wist met steun van Siam de Birmanen uit het grootste deel van Noord-Thailand te verdrijven, en de noordelijke stadstaten werden vazallen van Siam, dat nu zijn macht begon te consolideren. De controle over het land werd herwonnen en talrijke noordelijke staten werden tot een eenheid gemaakt en bij Centraal-Siam gevoegd.

Koning Taksin benoemde generaal Yotfa (Chakri - fig.) in 1772 tot opperbevelhebber van de Siamese legers en nadat deze de Laotiaanse stad Vientiane had veroverd bracht hij de Smaragden Boeddha mee terug naar Thonburi waar het beeldje voorlopig in Wat Arun werd geplaatst. Nadat koning Taksin tekenen van megalomanie vertoonde werd hij in 1782 na een sluimerende machtsstrijd op last van generaal Chakri uit zijn ambt ontzet en volgens het toen gangbare protocol terechtgesteld door doodknuppeling met een sandelhouten knuppel onder een rood ...voor meer bestel onze CDrom...

Chakri-dynastie

Generaal Chao Phraya Chakri regeerde onder de naam Yotfa -later Rama I- de eerste koning (fig.) van de Chakri-dynastie (fig.), en maakte de Garoeda tot het nationaal embleem van de nieuwe monarchie. Het is het mythologisch rijdier van de Indische god Vishnoe, de beschermer, en tweede god uit de hindoeïstische theologie, waarvan Rama een incarnatie is. Dit weerspiegelt tevens de functie van de monarch als beschermer van de natie.

In 1809 besteeg de zoon van koning Chakri de troon en regeerde tot 1824, gevolgd door Phra Nang Klao, de derde koning van de Chakri-dynastie (fig.). Hij introduceerde het gebruik van de kroontitels gebruikt voor de koningen van de Chakri-dynastie en nam zelf de kroontitel Rama III aan, terwijl hij de titels Rama I en Rama II postuum verleende aan zijn voorgangers. De titels Rama en Chakri, afgeleid van een incarnatie van de hindoegod Vishnoe, wijzen erop dat de idee van goddelijke afstamming nog in zekere mate voortleefde.

Met het bewind van Rama I begon naast de Chakri-dynastie ook de Bangkok- of Rattanakosin-periode. De hoofdstad werd verplaatst van Thonburi naar de oostelijke oever van de Chao Phraya, waar ze beter te verdedigen was tegen mogelijke aanvallen vanuit Birma. De Chakri-dynastie gaat nog onafgebroken voort tot op de dag van vandaag met koning Bhumipon Adunyadet die sinds 1946 als Rama IX op de troon zit.

Koning Mongkut (fig.), door de Thai Phra Chom Klao genoemd, leefde 27 jaar als boeddhistisch monnik voordat hij in 1851 als Rama IV (fig.) en halfbroer van Rama III de troon besteeg. Tijdens zijn monnikenschap studeerde hij Sanskriet, Pali, Latijn en Engels en verschillende westerse wetenschappen waaronder astronomie en geschiedenis. Bepaald door westerse ideeën moderniseerde hij zijn rijk en knoopte diplomatieke betrekkingen aan met de grote mogendheden. Om kolonisatie te voorkomen werden handelsverdragen ondertekend, telkens echter met uiterst gunstige voorwaarden voor het Westen.

Door zichzelf niet als vijand maar als vriend te profileren, en de grootmachten tegemoet te treden met giften in plaats van met wapens slaagde koning Mongkut erin een dreigende kolonisatie af te wenden, althans tijdelijk. Door de gecreëerde vriendschappen durfde namelijk geen van de grote mogendheden Siam nog aan te vallen uit angst voor een conflict met elkaar. De monarchie kreeg weer een humaner gezicht: de wet die bepaalde dat een onderdaan de koning niet in het gezicht mocht zien en het systeem van gedwongen arbeid voor de staat werden afgeschaft. In 1868 stierf Mongkut aan malaria. Hij had 82 kinderen en ...voor meer bestel onze CDrom...

Zijn oudste zoon Chulachomklao, in het Westen bekend als Chulalongkorn, zette het beleid van zijn vader voort. Geschoold door Europese privé-leraren ging hij als Rama V door met de hervormingen naar westers model. Openbare scholen werden opgericht en vergaande moderniseringen, waaronder de aanleg van een spoorwegnet, werden doorgevoerd. Onder zijn bewind kwam ook de afschaffing van de slavernij en een modernisering van het gerecht en het gevangeniswezen tot stand. De koning werd hierin bijgestaan door zijn Generaal-Adviseur Gustave Rolin-Jaequesmyns (fig.), een diplomaat van Belgische afkomst wiens verdienstelijkheid hem in 1898 de titel van Chao Phraya Aphai Raja opleverde, de hoogste adellijke titel ooit aan een vreemdeling toegekend. De gewoonte om ook aan gewone burgers een rang van adel toe te kennen werd na het bewind van Chulalongkorn's opvolger Rama VI niet meer voortgezet.

Tijdens de expantie van de koloniale grootmachten werd Chulalongkorn onder druk van een eventuele militaire interventie gedwongen om steeds meer concessies te doen en aanzienlijke delen van Siamees grondgebied -ten oosten van de Mae Khong- aan het imperialistische Frankrijk af te staan. In het zuiden maakten de Britten intussen aanspraak op delen van de vazalstaten rond Penang. De reden dat Siam uiteindelijk nooit gekoloniseerd werd is te danken aan de terughoudende diplomatie van Siam en het feit dat de Britten en Fransen -om een onderling conflict te vermijden- tenslotte genoegen moesten nemen met Siam als neutrale bufferstaat tussen hun kolonies in Birma en Indo-China. De koloniale dreiging bracht met zich mee dat Rama V genoopt was de grenzen van zijn rijk nauwkeurig vast te leggen. Hierdoor werd hij gedwongen het bestuur te centraliseren en de resterende vazalstaatjes onder Siamese controle te brengen.

Toen kroonprins Wajirunhit (fig.) in 1895 op zeventienjarige leeftijd voortijdig stierf, werd zijn halfbroer prins Wachirawut, oudste zoon bij koningin Saowapha, op dertienjarige leeftijd door koning Chulalongkorn tot de nieuwe kroonprins benoemd. Na de dood van Rama V, die in totaal 77 kinderen had, besteeg hij in 1910 de troon (fig.). Als Rama VI voerde hij nog meer hervormingen door, voornamelijk op het gebied van onderwijs en administratie. Uitgebreid geschoold in het westen introduceerde hij het gebruik van achternamen bij zijn onderdanen en spoorde hen aan om meer westerse gewoonten, zoals kleding en haardracht, over te nemen. Hij wakkerde gevoelens van vaderlandsliefde aan en begon het nationalisme op grote schaal te bevorderen. In 1917 veranderde hij de Siamese vlag  (een witte olifant op een rood veld) door het huidige rood-wit-blauw-wit-rood, horizontaal gestreepte vaandel, kleuren die symbool zouden staan voor de natie (rood), de monarchie (blauw) en de religie (wit). Zijn regime was ...voor meer bestel onze CDrom...

Tijdens het bewind van zijn opvolger Prajadhipok kwam een einde aan de absolute monarchie. Door de enorme bres die zijn voorganger in de schatkist had geslagen raakte de economie steeds verder in het slop. Deze impasse in combinatie met het bestaan van een oligarchisch systeem dat zelf de meest briljante burger uitsloot van hoge posities leidde uiteindelijk tot de staatsgreep van 1932. Een groep anti-monarchistische militairen rond de in het Westen gestudeerde intellectueel Pridi Phanomyong greep de macht en introduceerde de constitutionele monarchie. Ten tijde van de coup d'état (ratphrahahn) was Rama VII ijverig in de weer geweest met de voorbereiding van een constitutie die wellicht beter gefunctioneerd zou hebben dan het in naam democratische systeem dat door de leiders van de samenzwering werd opgelegd. Maar ondanks ondertekende Rama VII op 10 december 1932 de grondwet die een eind maakte aan meer dan zevenhonderd jaar van absolute monarchie.

Volgens sommigen vervulde dit gebeuren een vloek die door koning Taksin vóór zijn terechtstelling werd uitgesproken, namelijk dat er een einde zou komen aan de macht van Chakri indien Thonburi, de oude hoofdstad onder het Taksin bewind, met Rattanakosin, het stadsgedeelte waar koning Chakri zijn macht vestigde, met elkaar verbonden zou worden. In 1932 werd voor de gelegenheid van het 150 jarige bestaan van de dynastie een speciale brug geslagen, de zgn. Memorial Bridge, en in datzelfde jaar kwan een einde aan de absolute monarchie.

Moderne Geschiedenis

Met de installatie van de grondwet in 1932 lag de weg naar de democratie in principe open, maar er volgden nog regelmatig staatsgrepen waarbij het land soms langdurig werd geregeerd door militaire leiders en zelf dictators. De coups volgden elkaar op en teleurgesteld deed koning Prajadhipok in 1935 afstand van de troon. Koning Ananda, zoon van de broer van de kinderloze koning Prajadhipok, volgde de abdicerende Rama VII op. Hij zat echter nog als tienjarige jongen op school in Zwitserland en zou pas na de Tweede Wereldoorlog definitief als Rama VIII naar Siam terugkeren.

In 1946, enkele maanden na zijn terugkeer, werd de jonge koning evenwel doodgeschoten in zijn bed aangetroffen, een mysterie dat nooit officieel werd opgehelderd. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer, de huidige koning Bhumipon Adunyadet, die niettemin pas na zijn huwelijk met Sirikit Kitthiyagon, op 5 mei 1950, formeel tot koning werd gekroond. Tot dusver is hij de koning die het land reeds het langst regeert en heeft de ...voor meer bestel onze CDrom...

Gedurende het interregnum werd het koninkrijk bestuurd door een regeringsraad maar leefde het ook geregeld in de greep van militaire despoten waaronder Phibun Songkram (fig.), die zijn inspiratie vond bij leiders als Mussolini en Hitler, en na een machtsstrijd met dr. Pridi Phanomyong aan de vooravond van WO II, regeringsleider werd. Terwijl maarschalk Phibun de bevolking met ijzeren hand regeerde, veranderde hij in 1939 de naam van Siam in 'Phrathet Thai', oftewel Thailand (Land van Vrije Mensen), toen allicht een contradictio in terminis. In 1944 werd hij gedwongen om af te treden nadat hij in WO II de zijde van Japan had gekozen.

Even zag het ernaar uit dat er een democratisch burgerbewind zou komen, maar door de ontstane verwarring na de mysterieuze dood van Rama VIII, wisten de militairen via een staatsgreep opnieuw de macht te grijpen. In 1948 maakte ook Phibun een politieke comeback. Zijn populariteit was echter gedaald en in 1957 werd hij via een coup uit het zadel gewipt. In mei 1950 was er reeds een poging tot een coup ondernomen, op de kaden langs Phra Rachawang (fig.), het koninklijk Paleis. De premier werd toen gegijzeld en weggevoerd naar een oorlogsschip dat op de Chao Phraya voor anker lag. Nadat hij door de opstandelingen werd vrijgelaten zwom hij aan wal en werd ...voor meer bestel onze CDrom...

Vanaf 1957 werd generaal Sarit de nieuwe leider. Deze charismatische dictator voerde vele hervormingen door en consolideerde het centrale bestuur. In 1963 stierf hij aan een leverkwaal. De hoge militairen Thanom, Praphat en Narong namen de macht over en vestigden een dictatoriaal bewind dat tien jaar zou duren. De infrastructuur van het land ontwikkelde zich, maar de werkloosheid op het platteland nam dramatische vormen aan, waardoor velen naar de hoofdstad vluchtten. Toen in 1973 bij studentendemonstraties tegen de militaire regering enorme slachtingen onder de bevolking werden aangericht, koos koning Bhumipon de zijde van het rebellerende volk, en maande in een televisietoespraak aan tot kalmte. Thanom en Praphat ontvluchtten het land en een democratische coalitieregering werd geïnstalleerd.

De drie volgende jaren werden een periode van hervorming dat het 'Democratisch Experiment' werd genoemd. Vakbonden en nieuwe politieke partijen werden opgericht, corruptie werd openlijk aan de kaak gesteld. In oktober 1976 protesteerden studenten tegen de terugkeer van Thanom en Praphat. Rechtse groeperingen drongen de Thammasat Universiteit binnen en richtten er een bloedbad aan. Aanleiding was de woede geweest over een pop die studenten hadden opgehangen en die gelijkenis vertoonde met kroonprins Wachiralongkorn. Zesenveertig studenten stierven en bijna tweehonderd raakten gewond. De staat van beleg werd afgekondigd en een militaire junta nam het bewind in handen. Duizenden studenten ontvluchtten na 6 oktober 1976 de hoofdstad en sloten zich in de jungle aan bij de subversieve CPT, de Communistische Partij van Thailand. Er volgden nog twee staatsgrepen, waarna onder het bewind van generaal Kriangsak Chomanan weer wat ruimte ontstond voor democratie. In 1980 werd hij gedwongen af te treden en werd opgevolgd door Prem Tinasulanonda, toenmalig opperbevelhebber van het leger. Onder zijn bewind kwam ...voor meer bestel onze CDrom...

In 1988 werd het roer overgenomen door Chatichai Choonhavan, de eerste democratisch verkozen premier. De economie bleef groeien, maar de invloed van de militairen in de politiek ging achteruit en in februari 1991 volgde de zoveelste coup, ditmaal onder leiding van generaal Suchinda Kraprayoon. De militairen installeerden een regering met Ananda Panyarachun als nieuwe premier. Op 22 maart 1992 leverden nieuwe verkiezingen een overwinning op voor de pro-legerpartijen en Narong Wongwan werd de nieuwe premier. Maar te midden van  beschuldigingen dat Narong betrokken zou zijn bij de Thaise drugshandel, gebruikten de militairen hun grondwettelijk prerogatief om Narong te vervangen. Op vijf mei begon de populaire oppositieleider Chamlong Srimuang van de Palang Dharma Partij een hongerstaking als protest tegen generaal Suchinda Kraprayoon, die ondanks alle beloften dat het niet zou gebeuren, in april toch premier werd. Hoewel Chamlong zijn actie enkele dagen later staakte, bleven de protesten tegen Suchinda doorgaan. Toen demonstranten massaal op de regeringsgebouwen afmarcheerden greep het leger in en opende het vuur op de menigte. Een vijftigtal mensen verloren het leven en honderden oppositieleiders, waaronder Chamlong, werden opgepakt. Een dag later kwam het opnieuw tot hevige botsingen toen de militairen op de naar schatting 35.000 demonstranten schoten. Zo'n tweeduizend betogers die zich in het Hotel Royal hadden verschanst werden op hardhandige wijze gearresteerd en ...voor meer bestel onze CDrom...

Grote doorbraak kwam er door bemoeienis van koning Bhumipon. Alle betogers, onder wie Chamlong, werden vrijgelaten en Suchinda en Chamlong werden gezamenlijk door de koning ontvangen, die hen opdroeg een uitweg te vinden uit de politieke crisis. Generaal Suchinda werd berispt omdat hij gefaald had politieke problemen vreedzaam op te lossen. Nadat koning Bhumipon amnestie beloofde aan alle betrokken partijen, nam Suchinda op 24 mei ontslag als premier en op 10 juni benoemde de koning Ananda Panyarachun opnieuw tot premier, ditmaal ad interim. Vier maanden later, op 13 september, vonden nieuwe parlementsverkiezingen plaats waarbij deze keer de anti-militaristische partijen grote winst boekten. Zij legden in totaal beslag op 185 van de 360 zetels, voldoende om een regering te vormen.