|
abacus
1. Latijn-Grieks-Hebreeuws. Een apparaat gebruikt om, voornamelijk in het verleden, wiskundige berekeningen te maken. Toestel bestaande uit een meestal houten raam met staafjes waarlangs kralen worden geschoven ter berekening, een telraam (fig.). In het Latijn wordt zulk een kraal 'calculus' genoemd, wat 'kleine steen' betekent en ethymologisch aan de oorsprong ligt van het woord 'calculator' (rekenmachine). Zie ook Chinees telraam.
2. Latijn-Grieks-Hebreeuws. Term uit de architectuur die verwijst naar de dekplaat op het kapiteel van een zuil.
abat (อาบัติ)
Thais-Rajasap. Het overtreden van een minder belangrijk voorschrift door een boeddhistische monnik. Zie ook sa-mie en Boeddhistische voorschriften.
abayamuk (อบายมุข)
Thais. De weg naar de hel en verwoesting. Tevens een term voor verleiding en ondeugd, waaronder algemeen verstaan wordt dronkenschap, laat uitgaan, spelen kijken, gokken, bevriend zijn met slechte mensen en luiheid.
abhaya
Sanskriet. Een moedra die 'bedaren', 'geruststellen' en 'geen angst' symboliseert en verwijst naar de episode waar de Boeddha wil voorkomen dat vijanden bloed vergieten over een twist om water. Deze positie komt regelmatig voor bij de voorstelling van een staande of wandelende Boeddha. De linker- (paang haam prakaen jan) of rechterhand (paang haam yaat - fig.) is hierbij opgeheven met de palm naar voren, zoals bij het maken van een stopteken. In Thailand bestaat een variant waarbij de Boeddha twee handen voor zich uit houdt met de palm naar voren (fig.), de positie van het 'kalmeren van de wateren', gekend als paang haam samut. Soms worden ze naast elkaar uitgestald (fig.). Zie ook
Abhaya.

Abhaya
Sanskriet. 'Onbevreesd'. Een godheid die tevens de patroonheilige was van de
Sakya-clan, en waaraan de pas geboren
Siddhartha volgens het gebruik in de gelijknamige tempel werd voorgedragen.
Zie ook
abhaya.
Abhidhamma
Pali. Boeddhistische filosofie.
Abhimanyu
Sanskriet. Zoon van Arjuna en Subhadra, en een uitstekend krijger die al strijdend sneuvelde. Kort na zijn dood had zijn vrouw Uttara een misval, maar het kind, Parikshit genaamd, werd door Krishna weer tot leven gewekt en volgde tenslotte Yudhishthira op als koning van Hastianpura.
Abhinavagupta
Sanskriet. Filosoof uit de 10de eeuw AD en schrijver over de esthetiek. Eén van de meest gezaghebbende filosofen uit de Kasjmierse school van het
Shiwaïsme.
abhisheka
1. Sanskriet. 'Heiliging' of 'zegening' door sprenkeling met water, alsook het ceremoniële besprenkelen van beelden met water, melk, saffraan, bloemblaadjes of andere zaken, om eer te betuigen. Vergelijk met de Thaise term rod naam mon.
2. Sanskriet. Een rituele zalving of bad zoals in de abhisheka van Sri.
abhisheka van Sri
Representatie van de godin Sri gezeten op een lotus-sokkel (fig.) en met een lotus (fig.) in elke hand (fig.), terwijl ze door twee olifanten met water wordt overgoten als abhisheka. Het symboliseert voorspoed, zowel in de iconografie van het boeddhisme als die van het
hindoeïsme, aangezien Sri de godin van schoonheid, voorspoed, en weelde is. Haar naam wordt soms ook Shri gespeld. De lotusbloem is
één van haar attributen.
achara
Sanskriet. De regels van rituele praktijken van religies, ordes en kasten; ceremoniële riten.
acharya
Sanskriet. Een klasse van Vaishnava-leraars die hun onderwijs baseren op geschriften van zowel de Tamils als in het Sanskriet. Ze aanbidden de alvars waarvan men gelooft dat het incarnaties zijn van de attributen van Vishnoe.
Acht Onsterfelijken
De Acht Onsterfelijken uit de Chinese mythologie die door de meeste Chinese worden vereerd. Ze worden gewoonlijk samen afgebeeld op een vlot terwijl ze de oceaan oversteken van hun woonst in het taoïsische paradijs, op weg naar de moeder van de oppergod om deze te vereren na het bereiken van hun Verlichting. Ze zijn gekend onder de namen:
Chung-li Chuan,
Li Tieh-kuai,
Lu Tong-pin, Chang Kuo Lao,
Ho Hsien-ku,
Lan Tsai-ho,
Han Hsiang Tzu
en Tsao Kuo-chiu. In het Chinees Ba Xian en in
het Thais Paet Sian genoemd.

Achtvoudige Pad
De laatste van de Vier Edele Waarheden van de Boeddha's leerstelling, die de acht stappen schetst die men dient te volgen om het lijden uit te schakelen en alzo Verlichting of nirvana te bereiken. Deze acht stappen zijn: juist begrip, juiste gedachte, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning en prestatie, juiste opmerkzaamheid, en juiste concentratie. In de iconografie vaak uitgebeeld door een wiel met acht spaken. Zie ook dhammachakka.
acupressuur
Therapie door druk en massage van exact bepaalde punten van het lichaam, o.a. toegepast bij Thaise traditionele massage.
acupunctuur
Een in China ontstane geneeswijze waarbij lange naalden van staal, zilver of goud in exact bepaalde delen van het lichaam in het onderhuids bindweefsel worden gestoken.
adi
Sanskriet. 'Eerste' of 'begin', zoals in Adi-Boeddha.
Adi-Boeddha
Sanskriet. De opperste, oorspronkelijke Boeddha in de Vajrayana sekte van het Mahayana boeddhisme, die zichzelf uit het originele niets heeft gecreëerd. In ware zin is deze Boeddha abstract, illusionair en onvoorstelbaar, en kan dus ook in de kunst niet worden uitgebeeld, tenzij in zijn gereveleerde en meer aardse gedaanten, zoals de verschillende bodhisatvas, en Vajradhara en Vajrasattva, in de Khmer kunst. Vairochana is de Javaanse Adi-Boeddha. Meestal uitgebeeld in koninklijk tooi of in de hermafrodiete eenheid met een gemalin, een element in het Vajrayana Boeddhisme, gekend als yabyum.
Adi-Granth
Sanskriet. Heilig boek dat meer dan vijfhonderd hymnen gecomposeerd door vijf goeroes en heiligen bevat en geschreven en samengesteld werd door Arjan Dev (1581-1606) in 1604. Het wordt bewaard in de Gouden Tempel te Amritsar.
Aditi
Sanskriet. 'Ongebonden, vrij'. De vedische godin van de ruimte, en moeder van alle schepsels en goden. Haar eerste kinderen waren de Aditya's. Van
één van hen, Daksha, is ze zowel de dochter als de moeder. In de latere mythologie komt ze voor als de vrouw van de ziener Kashyapa, bij wie ze de moeder van Vishnoe werd in zijn avatar als Vamana, en van Indra.
Aditya
1. Sanskriet. 'Zon'. Hiervan is het Thaise woord 'ahtit' (zon) afgeleid.
2. Sanskriet. Zonen van Aditi, die elk een natuulijk fenomeen vertegenwoordigen. In de geschriften komen ze voor in verschillende aantallen; oorspronkelijk slechts met zes, later met zeven, waarvan Varuna de eerste, dan met acht, en ten slotte met twaalf, als personificaties van de zon in de twaalf maanden van het jaar. Ze hebben verschillende namen, velen die een epitheton zijn van de zon. Ze vertegenwoordigen eigenschappen die met licht te maken hebben en worden gezamelijk geïdentificeerd met Aditya, de zon.
Adsadongkot (อัสดงคต)
Thais. Een andere benaming voor Prajim.
Agastya
Sanskriet. Naam van een Indische kluizenaar of rishi van wie aangenomen wordt dat hij het
hindoeïsme naar Zuid-India heeft gebracht. Hij komt eveneens voor in de Ramayana en is een geleerde in literatuur en wetenschap. In Java, waar hij verschijnt als de Bhattara-Goeroe, wordt hij geassociëerd met de verering van Shiwa.
Agni
Sanskriet. Eén van de drie vooraanstaande Vedische goden, samen met Indra en Surya. Hij heeft de leiding over de aarde en staat gekend als de god van het vuur, terwijl Indra de leiding heeft over de lucht en Surya over de zon en de hemel. Hij is de bemiddelaar tussen de mensen en de goden, en zodoende de grondlegger van de offeranderiten. Hij wordt vaak afgebeeld met een ram. Agni is tevens
één van de acht lokapala's die de windrichtingen beschermen met de leiding over het zuidoosten.

ahimsa
Sanskriet. Het beginsel van geweldloosheid en een leerstelling uit het jainisme, vaak vertaald als 'het niet-beschadigen van alle levende dingen', de eerbied voor en het niet-kwaaddoen aan al wat leeft.
Ahkney (อาคเนย์)
1. Thais. 'Zuidoost' of 'zuidoostelijk'. De windstreek die beschermd wordt door de lokapala Phra Ahkney (in het Sanskriet gekend als Agni). Zie ook Udon, Isaan, Burapah, Taksin, Horadih, Prajim en Phayap.
2. Thais naam voor Agni.
Ai-ma
Moeder-godin der aarde bij de Lahu. MEER HIEROVER.
Airavata
Sanskriet. De meer-koppige, witte, goddelijke olifant van de hindoe-boeddhistische religie, in Thailand gekend als Erawan, en voortgebracht tijdens het opkloppen van de Oceaan van Melk. Hij is het symbool van de wolken en de vahana of het rijdier van de god Indra, de Vedische god van de hemelen, het weer en de oorlog, en tevens
één van de olifanten die de vier gewesten van de wereld ondersteunen. Over het algemeen met drie koppen, hoewel soms beschreven met 33 koppen, die de verschillende hemels vertegenwoordigen. Een bepaalde tekst spreekt zelf van Erawan als een 100-koppige witte olifant, die dienst doet als het rijdier van Phra Narai, en de tweede versie van de Ramakien, geschreven door Rama II, geeft verslag van Erawan toen Indrachit, een van de demonen-personages er in slaagt vermomd als Indra, de apen-generaal Hanuman te misleiden. Soms voorgesteld met Ganesha als berijder (fig.).

Aisawan Thipphaya Asana (ไอศวรรย์ทิพยอาสน์)
Thais. 'Goddelijke troon van persoonlijke vrijheid'. Paviljoen in Thaise stijl in het Bang Pa-in zomerpaleis te Ayutthaya. Het werd in 1876 gebouwd in opdracht van koning Rama V, naar model van het Aphon Phimok Prasat paviljoen in het koninklijk paleis te Bangkok, dat door koning Mongkut werd gebouwd en gebruikt werd om het wisselen van de kakoettapan (de Thaise koninklijke regalia) vooraleer hij in zijn palankijn stapte. Het paviljoen huisvest heden een standbeeld van Rama V in het uniform van veldmaarschalk, wat opgericht werd door zijn zoon Rama VI.

ajaan (อาจารย์)
Thais. 'Leraar' of 'meester', en vaak gebruikt in verband met de Boeddha. Soms getranscribeerd als achaan of ajarn en etymologisch verwant aan de term acharya uit het Sanskriet, een respectvolle titel voor leraar of geestelijke leider. Het gebruikelijke Thaise woord voor leraar is kroe (groe) en is afgeleid van het woord goeroe.
Ajanta
World Heritage lokatie van boeddhistische grotten, gevonden in West-India en daterend van ongeveer 200 VC tot 650 AD. De 29 grotten, zijn uit vulkanische gesteente gehouwen en bevatten beeldhouwwerken en muurschilderingen van het leven van de Boeddha.
Akha
Bergvolk in o.a. Noord-Thailand. De Akha behoren tot de armste onder de bergvolkeren en worden door de Thai Igor (fig.) genoemd. Ze leven meestal hoog in de bergen, waar ze zich voordien bezig hielden met opiumteelt. Kenmerkend zijn de gewijde geestenpoorten (fig.) aan iedere zijde van hun dorp (fig.), copulerende beeldjes om kwade geesten af te wenden (fig.), huizen gebouwd rechtsreeks op de grond (fig.) met een vloer van platgetrede aarde, een nieuwejaars-schommel (fig.), en het typische helmachtige hoofdtooi van de vrouwen (fig.). Deze bevolkingsgroep heeft verschillende subgroepen, waaronder de Loimi Akha (fig.) en de U Lo Akha (fig.). MEER HIEROVER.

Akha-shommel
Schommel in Akha-dorpen, enkel gebruikt tijdens hun jaarlijks nieuwjaarsfestival (fig.).

Akkarajaya (อัครชายา)
Thais. Eén van de voornaamste gemalinnen van een koning, soms vertaald als 'partner-koningin'.
Alexander de Grote
Macedonische koning en veroveraar die in 326 VC India binnenviel en Griekse kunstenaars met zich meebracht, van wie wordt aangenomen dat ze het ontwerp van de eerste 'vermenselijkte' boeddhabeelden beïnvloed hebben, die zich later verder ontwikkelden in de Gandhara stijl van boeddhistische kunst.
alvar
Sanskriet. 'Verdiept'. Vaishnava heilige dichters uit de 6de tot 9de eeuw. Men neemt aan dat ze met 10 of twaalf waren en dat ze incarnaties zijn van de attributen van de hindoegod Vishnoe. Ze worden aanbeden als ondergeschikte, minder belangrijke goden.
amalaka
Sanskriet. Een rond, decoratief geribd ornament, enigszins gelijkend op een pompoen, op de top van een hindoe-tempel in noord-Indische stijl, gewoonlijk boven een platte ronde steen, beki genaamd.

Amaravati
1. De hoofdstad van Indra's Tavatimsa hemel, gesitueerd nabij de mythologische berg Meru en vermaard om zijn pracht en praal.
2. Een plaats in Zuid-India waar van de tweede tot de vierde eeuw AD een boeddhistische kunstrichting ontstond.
Amareswara
Sanskriet. 'Vorst van de onsterfelijken'. Een titel voor zowel Vishnoe, Indra en Shiwa.
amarit (อมฤต)
Thais voor amrita. Ook nahm amarit.
amdaeng (อำแดง)
Thais. Een algemene benaming voor een vrouw, gelijk aan nang. Vroeger gebruikt in officiële documenten maar nu enkel nog schertsend of minachtend gebruikt.
Amida
Zie Amithaba.
Amitabha
1. Pali-Sanskriet. Eén van de vijf transcendentale of dhyani boeddha's van het Mahayana boeddhisme die regeert over het westelijk paradijs en de personificatie is van het Oneindige Licht, en het Eeuwige Leven. Men gelooft dat men door deze boeddha aan te roepen wedergeboren kan worden in het paradijs en vervolgens Verlichting kan bereiken en zelf een boeddha worden in het volgende leven. Dit maakt hem tot de een van de meest populaire jina's. In China en Japan heeft hij in belangrijkheid zelf de plaats van de Shakyamuni Boeddha ingenomen. In de kunst wordt hij gewoonlijk afgebeeld als zittend in meditatie. De mannelijke god Avalokitesvara die een uitvloeisel van Amitabha is, draagt steeds een figuur van Amitabha in zijn hoofdtooi. Ook Amida. In het Thais Phra Amitaap Phoettachao.

2. Pali-Sanskriet. De historische Boeddha.
Amnat Charoen (อำนาจเจริญ)
Thais. 'Macht der voorspoed'. Naam van een
3.161 km² jangwat (kaart) in Isaan en van haar kleine provinciale hoofdstad, gelegen nabij de Mae Khong-rivier op zo'n 585 km noordoostelijk van Bangkok. De provincie grenst aan Mukdahan in het Noorden, de Democratische Republiek van Laos in het Oosten, Ubon Ratchathani in het Zuiden, Sri Saket in het Zuidwesten en Yasothon in het Noordwesten. Het was ooit zelf een amphur van de provincie Ubon Ratchathani. Onder de bezienswaardigheden is een natuurlijke rotsformatie die gelijkt op een nagaraja, en het Uthayahn-boeddhabeeld. De provincie heeft vele 'takhian hin'-bomen van het geslacht hopea en haar belangrijkste rivieren zijn de Mae Khong en de Huay Sebok. De voornaamste bedrijvigheid bestaat uit rijst-en groentekwekerij, veefokkerij, visvangst, zijdeproductie en weverij. De lokale bevolking viert haar festivals volgens het seizoen of het Hit Sip Song Khong Sip Sih-principe, een verzamelnaam voor allerlei jaarlijks wederkerende evenementen waarbij voornamelijk aan tamboen wordt gedaan, zoals de kathin-ceremonie, het raketfestival, het gebakken rijstballenfeest, het Loi Krathong-festival, etc. De provincie heeft zes amphur en
één king amphur. Ook Amnat Charun gespeld en uitspraak Amnaat Chareun.

ampheu (อำเภอ)
Thais. Zie amphur.
amphur (อำเภอ)
Thais.
'District'. Een adimistratieve onderverdeling van een jangwat of provincie.
Thailand heeft in het totaal 795 amphur. Uitspraak ampheu.
amrit
Sanskriet. De 'wateren der onsterfelijkheid' die de Gouden Tempel van de Sikhs te Amritsar, in de Indische Punjab, omringen.
amrita
Sanskriet. Het elixir van onsterfelijkheid dat ontstond toen de goden en demonen de Oceaan van Melk schudden, in het Indische epos de Ramayana. De legende komt ook voor in de Mahabharata, een heldendicht van het
hindoeïsme. Vaak geïdentificeerd met soma, een levensnectar. In het Thais amarit en nahm amarit.
Amritsar
Hindi-Sanskriet. Gouden Tempel van de Sikhs gesitueerd in de Indische Punjab, die zijn naam ontleent aan de amrit, het heilige 'water der onsterfelijkheid' dat de tempel omringt.
amulet
Een afweermiddel waarvan verondersteld wordt dat het de drager beschermt tegen ongelukken. Vaak verward met zijn tegenhanger de talisman, een object waarvan men gelooft dat het geluk brengt, eerder dan bescherming. In het Thais is de benaming voor beiden echter dezelfde, nl. kreuang rahng. MEER HIEROVER.

ananas
Vrucht van de ananas comosus, een plant die goed gedijt in droge grond en in Thailand vnl. gekweekt wordt in de streken van Chonburi en Rayong, Chiang Rai, Prachuap Khirikhan, en Phuket. De vrucht groeit in het midden van een stekelige plant, die tot drie keer vrucht kan dragen. Nadien moet de plant vervangen worden door nieuwe scheuten. In het Thais sapparot.

Ananda
1. Pali-Sanskriet. Neef van Siddhartha Gautama en voornaamste discipel van de Boeddha. In de kunst vaak voorgesteld als een jonge monnik vergezeld door de oudere Kassapa.
2. Thais. Naam van de Thaise koning Rama VIII, Ananda Mahidol (Anantha Mahidon in Thaise uitspraak). Hij regeerde van 1935 tot 1946.
Ananda Mahidol
Thaise naam
voor
Rama VIII, de zesde monarch van de
Chakri-dynastie.

Ananta
Sanskriet. 'Grenzeloos', 'eeuwig' en 'oneindig'. Mythische slang met duizend koppen waarop de god Vishnoe rust gedurende de nachten die twee kosmische tijdspannes van elkaar scheiden. Dit thema, gekend als Anantasayin, is populair in Zuidoost-Aziatische, architecturale decoraties. Hij is de koning der slangen en het symbool van de kosmische wateren. Toen de goden en demonen de Oceaan van Melk opschudden om de nectar der onsterfelijkheid te bekomen, gebruikten zij Ananta als touw om te roeren
(fig.). Ook gekend onder de naam Shesha of Sesha, en Vasuki.

Anantasayin
Sanskriet. Een epitheton gebruikt voor de hindoeïstische god Vishnoe wanneer hij gelegen is op de rug van de slang Ananta tijdens zijn kosmische slaap, wanneer hij rust gedurende de nachten die twee kosmische tijdspannes van elkaar scheiden. In het Thais Narai banthom sin genoemd.

Anantayot
Tweelingsbroer van Mahantayot en zoon van de legendarische Chamadevi van Lopburi, koningin van het Dvaravati-rijk in de 7de eeuw AD. Zie ook Wat Phra Kaew Don Tao.
Anantha Mahidon (อานันท มหิดล)
Thais. Naam van koning Rama VIII.
anatman
Sanskriet. 'Non-ego', 'non-ziel' of 'egoloosheid'. In het Pali anatta.
anatta
Pali. 'Non-ego', 'non-ziel' of 'egoloosheid'. Eén van de drie eigenschappen van het bestaan volgens boeddhistische doctrine, samen met dukha (lijden) en anicca (de voorbijgaande aard van al het existentiele). Het is
één van de meest fundamentele punten in het boeddhisme, dat stelt dat alle bestaan en alle fenomenen in deze wereld, uiteindelijk geen substantiële realiteit hebben. Het is vanzelfsprekend in het boeddhisme, dat de impermanentie van alle dingen bepleit, om te benadrukken dat in zulk een niet-duurzaam bestaan, zich dusdoende ook geen enkele blijvende substantie bevindt. Anatman in het Sanskriet .
Anavatapta
Sanskriet. Mythologisch meer in de boeddhistische kosmologie. Het is gelegen in de Himalaya en wordt beschouwd als de bron van de vier rivieren die stromen door de vier gebieden bewoond door leeuwen, stieren, paarden en olifanten. Wanneer de wereld ooit aan haar einde komt is het het laatste meer dat zal verdwijnen, en het eerste dat terug zal verschijnen wanneer de wereld herschapen wordt.
Anawrahta
Birmaanse koning die regeerde van 1044 tot 1077 AD, als de 42ste heerser van de Pagan-dynastie, en die het land verenigde. Als ijverig bekeerling tot het Theravada boeddhisme, was hij verantwoordelijk voor de bouw van vele van de talloze pagodes van Pagan. Zijn meest beroemde monument is de Shwezigon pagode. Hij was eveneens verantwoordelijk voor de executie van de twee Taungbyon broers Shwe Hpyin Gyi en Shwe Hpyin Ngedie, omdat ze geen stenen bij een pagode hadden geplaatst zoals hen was opgedragen, en die later werden opgenomen in het pantheon van 37 nats.
anchern jut (อัญเชิญจุติ)
Thais. 'Uitnodigen' (anchern) 'om geboren te worden
én te sterven (jut)', in rajasap of koninklijke taal. Een scene vaak afgebeeld in boeddhistische muurschilderingen in Thailand, die verwijst naar het uitnodigen van de bodhisattva die later de Boeddha zou worden om als boeddha te incarneren op aarde. De scene speelt zich af in de Dusit hemel, waar de boddhisattva's verblijven in afwachting van hun laatste incaranatie, en na de sawankot van koning Wetsandorn, de tiende Totsachat en laatste Jataka van de Boeddha.
Anek Kusala Sala (อเนกกุศลศาลา)
Thais. 'Vele-goede-daden-paviljoen'. Chinees-Thais museum op het grondgebied van Wat Yahn Sangwarahrahm Woramahawihaan in het district Huay Yai van de provincie Chonburi. De naam wordt Anek Kuson Sala uitgesproken en wordt tevens Wihaan Sian, of in het Chinees Ta Pu Yie genoemd, wat 'woonplaats der goden' betekent, terwijl Sian de naam is van onsterfelijke wezens uit de Chinese mythologie. De bouw werd gestart in 1988 door Sanga Kulkobkiat, die hiervoor 7 rai land kreeg toegewezen bij de Wat Yahn tempel. De bedoeling is om een mengeling van voorwerpen uit de Chinese en Thaise cultuur tentoon te stellen, door kunst- en andere waardevolle voorwerpen te exposeren, waaronder grote bronze beelden uit de verschillende Chinese dynastieën, een schaalmodel van de Grote Chinese Muur en de Terracotta Krijgers, een enorm bronzen beeld van de 'Acht Onsterfelijken die de Oceaan Oversteken' (fig.), Thaise Kunsttentoonstellingsruimtes, verschillende Chinese en Thaise stijlen van boeddhabeelden, naast vele andere beeldhouwwerken en bronzen beelden. De officiele opening geschiedde op 24 december 1993 in aanwezigheid van de koning. Op dat ogenblik was reeds 220 miljoen baht geïnvesteerd aan de bouw en inrichting van het museum, het merendeel ingezameld door giften. De Chinese overheid schonk 328 waardevolle voorwerpen om permanent te worden tentoongesteld en het museum voegt regelmatig nieuwe voorwerpen aan haar verzameling toe.

Angada
Sanskriet. Apen-krijger, zoon van Valin.
Angkor
Khmer. 'Stad' of 'hoofdstad', en nu een oude hoofdstad van Cambodja. Het was het centrum van het Khmer-rijk van 802 tot 1431 AD.
Angkoriaanse periode
Periode in Cambodja van de 9de tot de 15de eeuw AD, waarin de unificatie van het oude Funan en Chenla tot stand kwam en die het begin markeert van de civilisatie van Angkor. Tijdens deze periode heersten er 28 koningen en ontstond er een verschuiving van de maritieme handel naar een landelijke economie, ten nadele van Funan, en de kunst vertoont een afname van de Indische invloed. De periode wordt vooraf gegaan door de pre-Angkoriaanse periode, die liep van de 1ste eeuw tot de 8ste eeuw AD.
Angkor Thom
Khmer. 'Grote
Angkor'. Naam van een
grote
Khmer-stad
met een oppervlakte van drie vierkante kilometer en
omringd door een vestinggracht en -muur. Deze
koninklijke stad werd gebouwd in de 12de eeuw, tijdens het bewind van koning Jayavarman VII, die
regeerde van vermoedelijk 1181 tot 1219 AD. Nadat koning Jayavarman VII
in 1181 de Angkoriaanse hoofdstad van de
indringende
Cham heroverde, begon
hij een massale bouwcampagne doorheen zijn rijk, waarbij hij Angkor Thom
als nieuwe hoofdstad stichtte en er een walgracht en vestingsmuur liet omheem
bouwen. De stad kreeg vijf toegangspoorten, één voor elke windstreek en de
Overwinningspoort die naar de omgeving van het koninklijk paleis leidde. Elke
poort is gedecoreerd met vier grote gezichten en met beelden van de
god
Indra en zijn
rijdier
Erawan op elke hoek van iedere poort.
Vóór elke poort is een
naga-brug
over de walgracht. Haar balustraden, die de toegangsweg naar de stad flankeren,
beelden het schudden van de
Oceaan van Melk
door de goden en de
asuras
uit. Angkor
Thom was de laatste hoofdstad van het Angkoriaanse Rijk en is gevestigd ten noorden van Angkor Wat, rond de machtige tempel van Bayon
(fig.). In het Thais Nakhon Thom.

Angkor Vat
Zie Angkor Wat.
Angkor Wat
De grootste van de Khmer tempels (fig.)
en één van de zeven Wereldwonderen. Hij werd gebouwd in de vroege 12de eeuw AD
tijdens het bewind van koning Suryavarman II en is gewijd aan de hindoeïstische god Vishnoe. Oude geschriften
vermelden echter dat de tempel eertijds Phra
Phitsanulok
werd genoemd, de 'Wereld van Vishnoe'. Angkor Wat
werd pas veel later de gangbare benaming. Het is de enige Angkoriaanse
tempel die werd gebouwd met zijn toegang naar het Westen gericht, wat ongebruikelijk
is.
Hij heeft een rechthoekige vorm en is omringd door een vestingmuur van 1.300 bij
1.500 meter en een walgracht die 190 meter breed is en aan elke zijde van
de tempel een lengte heeft van 1.900
meter. De tempel is een indrukwekkende drie-verdiepingen tellende constructie
die gekroond is met vijf torens die
prang
worden genoemd en waarvan de hoogste in het
midden staat en 65 meter hoog is. De buitenmuren van de eerste verdieping zijn
bedekt met bas-reliëfs en steengravures, in aantal de grootste ter wereld.
Met uitzondering van de historische optocht van koning Suryavarman
II en het thema
van hemel en hel, vinden de bas-reliëfs
hun oorsprong in het hindoeïsme, voornamelijk in de epen van de
Ramayana
en
Mahabharata.
De noordelijke sectie van de westelijke galerij toont de Slag van
Langka en het
paviljoen in de noordwestelijke hoek toont Vishoe's
avatars; de
zuidelijke sectie van de westelijke galerij toont the Slag van Kurukshetra
en
het paviljoen in de zuidwestelijke hoek toont
Ravana
die de berg
Kailasa schudt;
de westelijke sectie van de noordelijke galerij toont de oorlog tussen de goden
en de
asuras,
en de oostelijke sectie van de noordelijke galerij beschrijft
Krishna's zege over de asura
Bana;
de westelijke sectie van de zuidelijke galerij is een historisch gedeelte
die de voortgang van koning Suryavarman
II beschrijft, terwijl de oostelijke sectie van de zuidelijke galerij het
Oordeel over de zielen toont en hun verwijzing naar de hemel of hel; de
noordelijke sectie van de oostelijke galerij illustreert
Vishnoe's zege over de asuras en de zuidelijke sectie van de oostelijke
galerij toont het Schudden van de
Oceaan van Melk.
De tweede verdieping heeft een weelde aan reliëfs
van
apsara's, waarvan het aantal tussen de 1.500
en 1900 beelden wordt geschat, de meesten getooid met een kroonachtig hoofdtooi.
Daarnaast heeft de tweede
verdieping een hal die gekend staat als de Hal van de Duizend Boeddha's
alsook vier
gopura's,
gebouwd in de vier windrichtingen. Op de derde en bovenste
verdieping die bestaat uit de voornaamste
prang of toren treft men aan elke zijde een boeddhabeeld in staande
houding. Angkor Wat is een stenen quincunx replica van de Khmer kosmologie: de vijf torens symbolizeren de vijf pieken van de berg Meru; de omringende wallen, de bergen aan het einde van de wereld; en de omliggende walgracht, de achterliggende zeeën. Ook Angkor Vat getranscribeerd. In het Thais Nakhon Wat.

angsa (อังสะ)
Thais. Een onderhemd dat over
één schouder wordt gedragen door boeddistische monniken en novicen. Het wordt ofwel gedragen onder de jiewon of als een vervanging ervan wanneer men werkzaamheden uitvoert of rust binnen het tempelcomplex.

Angthong (อ่างทอง)
Naam van een provincie (kaart) en van haar gelijknamige kleine hoofdstad in Centraal-Thailand. De provincie beslaat een gebied van 968,3 km² en de stad heeft zo'n 10.000 inwoners en ligt aan de oevers van de Chao Phrya-rivier, op zo'n 108 km van Bangkok. De provincie grenst aan Singburi in het Noorden, Lopburi in het Oosten, Ayutthaya in het Zuidoosten en Suphanburi in het Westen en heeft zeven amphur. Eertijds heette de stad Meaung Wiset Chai Chahn en Meuang Bang Kaew. De voornaamste bedrijvigheid van haar inwoners is rijst-en groentekwekerij, visvangst, veefokkerij, mandenvlechterij, trommakerij, handel en industrie. De provincie heeft vele dadelpruim-bomen en haar voornaamste rivieren zijn de Noi en de Chao Phraya. Onder de bezienswaardigheden bevindt zich Wat Chaiyo Worawihaan en Wat Pah Mohk Worawihaan.

Angulimala
Sanskrit. 'Slinger van vingers'. De misdadige zoon van een brahmaan die in dienst trad van een kwaadaardig meester. Hij was een rover die een halsketting van afgehakte vingers droeg, maar die in het Parileyyaka-bos door de Boeddha werd bekeerd, in het elfde jaar na diens Verlichting.

angusa
Sanskriet. 'Olifantenhaak'. Een attribuut van o.a. Ganesha (fig.) dat controle, of de mogelijkheid om iemand in de juiste richting te sturen, symboliseert. In het Thais kho of kho chang.
anicca
Pali. 'Tijdelijkheid', 'vergankelijkheid' of 'de voorbijgaande aard van al het existentiele'.
Eén van de drie eigenschappen van het bestaan volgens boeddhistische doctrine, samen met dukha (lijden) en anatta (non-ego). Het stelt dat alle bestaan en alle fenomenen in deze wereld gedurig veranderen en zelf niet voor
één ogenblik hetzelfde blijven. Alles is voorbestemd om ergens in de toekomst te sterven, en zulk een vooruitzicht is de alleroorzaak van het lijden. Dit concept moet echter niet enkel worden begrepen vanuit een pessimistische of nihilistische opvatting, omdat ook vooruitgang zowel als reproduktie manifestaties zijn van deze gedurige verandering.
aniconisch
Niet gemaakt in menselijke of dierlijke vorm. Gedurende verschillende jaren na de Boeddha's dood werden enkel aniconische symbolen gebruikt om zijn volgelingen aan zijn leer te doen herinneren, zoals een voetafdruk of boeddhapada, wiel of dhammachakka, bodhiboom, stoepa, etc.
animisme
Bij natuurvolken aanwezig geloof dat alle levende dingen zowel als levensloze voorwerpen een ziel bezitten.
anitya
Sanskriet. 'Tijdelijkheid', 'vergankelijkheid' of 'de voorbijgaande aard van al het existentiele'. Zie ook anicca.
Anna Leonowens
Engelse dame die door koning Mongkut werd ingehuurd om als gouvernante les te geven aan het prinselijke hof. Ze tekende haar verhaal op in het boek 'Anna and the King of Siam' (Anna en de Koning van Siam), dat later werd verfilmd als 'The King and I' (De Koning en Ik).
An Nam
Zie Annam.
Annam
Boeddhistische staat in noordelijk Vietnam die in ongeveer 214 VC door de Chinezen werd veroverd en onder Chinees protectoraat werd gebracht. Het had toen een florerende bronscultuur en de Chinezen noemde het An Nam, 'vreedzaam zuiden'. Het werd kort bedreigd door de kuststaat Champa, die in het begin van de 9de eeuw in het defensief was tegen zijn opdringende, machtige buren. Tussen 846 en 866 AD doorstond het regelmatige krijgstochten uit Nanchao, toen een belangrijke macht inzake de verhoudingen van noordelijk Zuidoost-Azië en zuidelijk China. Het werd onafhankelijk in 1428 AD en werd in 1946 gefuseerd in Vietnam, als centraal Vietnam. Ook An Nam. In het Thais Yuan.
Annapurna
Sanskriet. 'De verleenster van goede daden'. Eén van de gedaantes van Devi, de shakti of gemalin van Shiwa, en een godin met vele gedaantes, zowel goede als slechte.
Anohdaad (อโนดาด)
Thais-Sanskriet. Eén van de zeven meren in het hindoeparadijs.
antarala
1. Wandelgang die de garbhagrha, de binnenkamer van een Khmer-heiligdom, verbindt met de mandapa, het paviljoen vóór het voornaamste sanctuarium.
2. Kleine inkomhal of kamer vóór een hindoeïstisch schrijn.
antefix
1. Een opwaarts gericht ornament aan de gevellijst, bij het onderste uiteinde van een dak, meestal als verlengstuk van een bai raka. Bij Thaise tempels gewoonlijk in de vorm van een naga-kop (fig.), sierstaart of een vlam-achtig ornament (fig.), zwanenstaart genoemd. In het Thais wordt de antefix klieb kanoen genoemd, en bij traditionele huizen soms ook ngao (haak).

2. Opwaarts gericht ornament bij sommige prangs (fig.) en gopura's (fig.) in Khmer-stijl die in het Thais klieb kanoen prang (fig.) wordt genoemd. Deze staat gewoonlijk naar voren gericht en zijn meestal versierd met een bas-reliëf.

antichambre
Voorkamer of wachtkamer.
antilope
Rijdier van de god Vayu.
Anusawarie Chai Samora Phum (อนุสาวรีย์ชัยสมรภูมิ)
Thais. Het 'Victorie Monument' of het 'Monument van de Overwinning' in Bangkok, gebouwd om de 59 slachtoffers te herdenken van de veldtocht tegen de Franse koloniale troepen in Indochina, begin '39 tijdens het premierschap van veldmaarschalk Phibun Songkram. Het monument is versierd met beelden die de oorlogshelden voorstellen uit de verschillende machten van het leger (d.i. de lucht-, land- en zeemacht), de politie en de burgerbevolking, en waarvan de namen van de slachtoffers gegraveerd zijn op een bronzen gedenkplaat. Het monument is gekenmerkt door een vijftig meter hoge obelisk (fig.) en werd voltooid op 24 juni 1940.

Anusawarie Prachathipatai (อนุสาวรีย์ประชาธิปไตย)
Thais voor het
Monument van de Democratie.
Anuson Satahn Chong Khao Khahd (อนุสรณ์สถานช่องเขาขาด)
Thais voor de Hellevuur Pas Herdenkingsmonument.
Aphinetsakrom (อภิเนษกรมณ์)
Thaise term voor de Grote Zelfverloochening van de Boeddha.
Aphitam (อภิธรรม)
Pali-Thais.
Eén van de drie boeken van de Tripitaka. Ook Aphidhamma. Zie ook Boeddhistische voorschriften.
apsara's
Sanskriet. De vrouwelijke nymfen en hemelse danseressen van de Tavatimsa hemel.
Ze ontstonden tijdens het schudden van de
Oceaan van Melk. Uit het Sanskriet
vertaald betekent ap 'vocht of vloeistof' en sara 'bewegen of tevoorschijn komen
uit'. Apsara kan dus vertaald worden als 'zij die uit het vocht tevoorschijn
komen'. In de hindoeïstische mythologie zijn ze de metgezellen van de gandharvas, de mannelijke muzikanten van de hemel, maar in de Khmer-mythologie komen ze alleen voor, voornamelijk in tempeldecoraties (fig.). Het zijn de bedienden van Kama, de god van liefde, en kunnen hun vorm veranderen naar wens. Ze worden soms aangewend door de goden om asceten te verleiden en
ze zijn de sensuele beloning voor koningen en moedigen die een heldendood sterven. In de kunst vaak afgebeeld in muurschilderingen en lintels,
zwevend in de lucht (fig.). In het Thais apson (apsorn).

apson (อัปสร)
Thais-Sanskriet. Vrouwelijke nymfen en hemelse danseressen van de Tavatimsa hemel. Ook apsorn getranscribeerd. Zie ook apsara.
Apsonsi
Thais. Wezen uit de Thaise mytholgie met een samengesteld lichaam, half-vrouw en half-leeuw. Zie ook Thepnorasi.

apsorn
Thais-Sanskriet. Vrouwelijke nymfen en hemelse danseressen van de Tavatimsa hemel. Ook apson getranscribeerd. Zie ook apsara.
araam (อาราม)
Thais. Een andere benaming voor wat, een tempel of klooster.
Arada Kalapa
Sanskriet. Brahmaanse meester wiens leer het essentiële niet-bestaan van alle dingen onderwees, en waarbij Siddhartha na het Grote Vertek eerst in leer ging op zijn zoektocht naar de verlossing van het lijden dat veroorzaakt wordt door de cirkel van eindeloze wedergeboortes.
arahan (อรหันต์)
Thais-Sanskriet. Een arahat of boeddhistische heilige.
Arahang (อรหัง)
Thais. Een titel van de Boeddha, gebruikt als een aanroeping door iemand bij een sterfbed.
arahat (อรหัต)
Pali-Sanskriet-Thais. Boeddhistische heiligen. In het Theravada boeddhisme iemand die het hoogste niveau van geestelijke perfektie heeft bereikt dat tot nirvana leidt, en die bevrijd is van de cyclus van wedergeboorten. Sommige vereerde boeddhistische monniken worden aanzien als arahats. Ook arhat en arahan.

arahatamak (อรหัตมรรค)
Thais-Sanskriet. De weg die tot de verlichting leidt.
arahatapon (อรหัตผล)
Thais-Sanskriet. De dhamma die de verlichting van een boeddhistische heilige of arahat teweegbrengt.
arahtanah (อาราธนา)
Thais. Het uitnodigen van boeddhistische monniken om een religieuze dienst te beginnen of een preek te geven.
aran (อรันย์)
Een Pali woord dat 'bos' of 'woud' betekent. Het duidt op een zekere 'afzondering' en in dat verband zijn woorden zoals arahan (heilige), aranyawahsih (bostempel), araam (tempel), etc. ervan afgeleid of linguïstisch aan verwant.
aranyawahsie (อรัญวาสี)
Thais-Sanskriet. Een bostempel. Een sekte van monniken die in de jungle leven. Met een populaire term ook wat pah genoemd.
Ardhanari
Sanskriet. Hermafrodiete afbeelding van de hindoeïstische god Shiwa en zijn gemalin Uma of Parvati, die een compositie weergeeft van mannelijke en vrouwelijke energie. De rechterzijde stelt de god Shiwa voor met de typisch gevlochten haarlokken, terwijl de linkerzijde zijn gemalin voorstelt, met haar kroon op het hoofd. Vergelijk deze
éénheid van mannelijke en vrouwelijke elementen met de term yabyam uit het Vajrayana boeddhisme.

arecapalm
De arecapalm is een sierboom waarvan de groen tot geeloranjekleurige steenvruchten het zaad leveren dat gebruikt wordt als ingrediënt voor het kauwen van de zurige betelnoot (fig.). Ook betelpalm en in het Thais ton mahk.
_small.jpg)
arhat
Pali. Zie arahat.
Aria (อริยะ)
Thais-Sanskriet. 'Ariër' en 'geciviliseerd', zoals in Sri Aria Metrai, een andere benaming voor Maitreya. Ook Ariaka.
Ariaka (อริยกะ)
Thais-Sanskriet. 'Ariër' en 'geciviliseerd'. Ook Aria.
Ariasat (อริยสัจ)
Thais-Pali-Sanskriet. De Vier Edele Waarheden van het boeddhisme.
Ariër
Een prehistorische groep van blanke volken die uit Centraal-Azië en Europa naar Perzië en India migreerde, gedurende het tweede millennium VC. Zij brachten hun eigen taal, cultuur en religie met zich mee, en hun rituelen en gedachtengoed waarop hun cultuur is gebasseerd staan opgetekend in de Veda's. In het Thais Ariyaka.
Arishta (อริษฏ)
Thais-Sanskriet. Demoon in de verschijning van een os, uitgezonden door Kansa om zijn neef Krishna te vermoorden.
Arjuna
Sanskriet. 'Wit'. Koning van de Haihaya's van de Pandava-stam, en de legendarische held van het Indische epos Mahabharata, de grote strijd der Bharata's. Pandu, zijn natuurlijke vader, koos Indra als zijn goddelijke vader. Krishna is zijn wagenmenner.
Arjan Dev
De vijfde goeroe volgens de chronologische tabel der Sikhs, die in totaal tien goeroes telt en begint met de goeroe Nanak Dev, de stichter van het Sikh geloof. Hij werd geboren in 1563 te Goendwal (Amritsar), en is de stichter van Har-Mandir Saheb, beter bekend als de Gouden Tempel in de Punjab. Hij is auteur en samensteller van de Adi-Granth in 1604. Hij was goeroe van 1581 tot 1606, toen hij op 43-jarige leeftijd als martelaar stierf. Hij wordt ook Arjan Dev Jee genoemd.
Arjan Dev Jee
Zie Arjan Dev.
artocarpus altilis
Latijn. Wetenschappelijke benaming voor de broodvruchtboom.
artocarpus heterophyllus
Latijn. Wetenschappelijke benaming voor
de
nangka, een boom van het geslacht artocarpus, waartoe ook de broodvruchtboom behoort, en met de
Engelse naam 'jackfruit', die enorme vruchten (fig.)
voortbrengt die een gemiddeld gewicht hebben van ongeveer zestien kilogram, maar
wat makkelijk kan oplopen tot wel veertig kilogram. Het vruchtvlees (fig.) is geel en erg zoet van smaak, en zit als kleine zakjes om de zaden
in een enorme bruingoene bolster met korte, zeshoekige, botte stekels. De Thaise benaming voor de vrucht is kanoen, en voor de boom ton kanoen. De boom draagt vrucht van januari tot mei.
_small.jpg)
Aruna
Sanskriet. Hindoegod van de dageraad.
Asaanha Bucha (อาสาฬหบูชา)
Thais. Nationale feestdag op volle maan in de maand juli. Op deze dag gedenkt men de allereerste preek door de Boeddha gegeven aan de vijf panjawakkie in Sarnath (fig.). Ook Wan Asaanha Bucha.
asana
Sanskriet. 'Troon', 'zetel', en 'gezeten positie'. De verschillende gezeten posities in yoga, en in de iconografie, de beenpositie van een god. Zie ook koninklijke ontspannings-positie (fig.), padmasana, simhasana, vajrasana (fig.), virasana, en lalitasana (fig.).
ASEAN
Afkorting-Engels. 'Association of
Zuideast Asian Nations'. Gesticht op 8 augustus 1967 in Bangkok door de vijf oorspronkelijke lidstaten, Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore, en Thailand. Brunei Darussalam sloot zich aan op 8 januari 1984, Vietnam op 28 juli 1995, Laos en Myanmar (Birma) op 23 juli 1997, en Cambodja op 30 april 1999. De ASEAN-regio heeft een bevolking van ongeveer 500 miljoen inwoners, een totaal gebied van 4,5 miljoen vierkante kilometers, een gezamelijk BNP van US$737 miljard, en een totale handelseconomie van US$ 720 miljard.
Ashoka
Zie Asoka.
ashram
Sanskriet. Een kluizenaarshut of toevluchtsoord voor vromen, in de Thaise traditie vaak een grot.
ashwamedha
Sanskriet. De 'offerande van een paard' uitgevoerd door koningen van de Vedische periode, teneinde dominatie over hun vijanden te winnen, overmacht te behouden, of een mannelijke nazaat voort te brengen.
Ashwapati
Sanskriet. 'Vorst van de paarden'.
Ashwini
Sanskriet. Een nymf die zichzelf als merrie vermomde, moeder van de twee ruiters, de Ashwins tweeling.
Ashwins
Sanskriet. 'Ruiters'. Vedische tweeling-goden, zonen van de hemel en de zon. Ze zijn de verpersoonlijking van het vroege ochtendgloren en de kinderen van de nymf Ashwini die zichzelf vermomde in de gedaante van een merrie.
Asita
Sanskriet. De kluizenaar die in de bergen leefde niet ver het paleis van Suddhodana, en voorspelde dat indien de pasgeboren Siddharta in het paleis zou opgroeien, het een groot koning zou worden die de hele wereld zou onderwerpen, maar indien hij het hofleven de rug zou toekeren om een religieus leven te leiden, hij een boeddha zou worden. Andere teksten spreken van een reusi met de naam Kaladevaila.
Asoka
1. Indische keizer die regeerde van 273 tot 232 VC en India verenigde. Gedurende zijn heerschappij werd het boeddhisme aanvaard als staatsreligie en bouwwerken gegraveerd met boeddhistische ethica werden doorheen het gehele rijk opgetrokken. Hij stuurde boeddhistische missionarisen naar verscheidene delen van Azië, inclusief Zuidoost-Azië en Ceylon. In het Thais Asook.
2. Boomsoort met de Latijnse naam saraca indica, de best gekende soort van het genus saraca, die in totaal 71 soorten altijdgroene bomen uit tropisch Zuidoost-Azië telt. Deze altijdgroene boom komt van nature voor van Indië tot het Maleisische schiereiland, en kan een hoogte bereiken tot negen meter. In het Thais asook.

Asook (อโศก)
Thais voor Asoka.
asplenium australasicum
Latijn. Plant van het genus asplenium, waarvan zo'n 700 soorten bestaan, van vnl. altijdgroene varens. De asplenium australasicum kreeg de bijnaam 'vogelnestvaren', doordat zijn uitgespreide bladeren een groot trechtervormig nest vormen. Deze varenbladeren kunnen tot 1,5 meter lang worden en 20 cm breed. Groeit in een vochtig en warm klimaat, op bomen en rotsen. De plant lijkt sterk op de asplenium nidus.

asplenium nidus
Latijn. Plant van het genus asplenium, een specie van vnl. altijdgroene varens. Het is een in de tropen algemeen voorkomende varen die als gastplant op bomen en rotsen het tropisch regenwoud koloniseert. De blinkend groene, tongachtige blaren zijn dun en hebben een ietwat golvende zijkant met een donkere, bijna zwarte, middelnerf. Hij groeit cirkelvormig uit een harige kroon, en heeft -net als zijn tegenhanger de asplenium australasicum- de bijnaam 'vogelnestvaren'. Hij groeit in vochtig en warm klimaat.
asura
Sanskriet. Een halfgod of demoon die de krachten van de duisternis en het kwaad vertegenwoordigt en die constant in oorlog is met de deva's of goden.
Asurindarahu
Naam van de reus die een audiëntie wilde bij de Boeddha maar fier op zijn gestalte niet wilde buigen voor de veel kleinere Boeddha. Op de hoogte van de gedachten van de reus manifesteerde de Boeddha zich al liggend met een enorme gestalte waarvan zijn voeten groter waren dan het lichaam van deze reus (fig.). Totaal onder de indruk werd Asurindarahu de les gespeld dat er mogelijk altijd nog grotere of belangrijkere wezens kunnen bestaan dan men vermoed, en dat men derhalve beter geen geruchten gelooft zonder voorafgaande overweging. Beelden van grote liggende Boeddha's (fig.) verwijzen vaak naar dit verhaal. Zie ook paang saiyaat.
at (อัฐ)
Thais. 'Eén-achtste'. Een oud Thais muntstuk met de waarde van
één-achtste van een feuang, ofwel een vier-en-zestigste deel van
één baht.
Atharva
Sanskriet. Eén van de vier Veda's.
Atlasmot
Benaming
van de grootste mot ter wereld (m.b.t. de vleugel-oppervlakte), met vleugels die een spanwijdte van zo'n 30
centimeters kunnen bereiken. Hij behoort tot de familie van saturniidae en
draagt de wetenschappelijke naam atlas attacus. Atlasmotten leven in de oosterse
tropen, in biotopen die gaande van laagland tot hoger gelegen bergbos. De bruine
tot robijnrode vleugels van de mot hebben een patroon dat betsaat uit grote,
witte, driehoekige vlekken, en een sterk gebogen uiteinde van de voorste
vleugels, vooral bij de mannetjes. Volwassen motten eten niet en leven slechts
een korte periode, waarin ze zich voortplanten. De wijfjes verspreiden een
sterke feromone geur die opgevangen kan worden door de gevoelige, veerachtige
voelsprieten van het mannetje, tot over een afstand van verscheidene kilometers.
Eens bij elkaar, paren ze, waarna het wijfje vele honderden eitjes legt. Beide
volwassen motten sterven enkele uren later. De eitjes hebben zo'n acht tot
veertien dagen nodig om uit te komen, afhankelijk van de temperatuur. De rupsjes
zijn blauwig groen met een tikkeltje roze op hun achterste. Ze voeden zich enkel
in het larve-stadium, aangezien de volwassen motten geen mond hebben.
Atlasmotten worden ook wel slangenkopmotten genoemd, vanwege het op een
slangenkop gelijkende motief op de uiteinden van hun voorste vleugels, wat
vermoedelijk dient om potentiële vijanden af te schrikken. In het Thais
phie seua
yak genoemd,
wat vertaald kan worden als
'reuzenvlinder'. Ook wel Reuzenmot genoemd.

atman
Sanskriet. Term die 'levensadem' en 'ziel' betekent. Het filosofische concept van een individuele, universele ziel of geest in het
hindoeïsme; het hogere goddelijke zelf van de mens.
atti (อัฐิ)
Thais. De beenderen of as van een overledene.
attribuut
Een bepaald object dat geassociëerd wordt met een
hindoeïstische godheid, in de kunst gewoonlijk duidelijk uitgebeeld om een god te kunnen identificeren. Zo zijn bijvoorbeeld de attributen van Vishnoe een lotus, chakra, schelp, en gada.
aum
Sanskriet. De allerheiligste mantra van de hindoeïsten, vaak ook om geschreven.

avadana
Sanskriet. Boeddhistische verhalen over de heilzame daden van vrome zielen.
Avalaka
Naam van een yaksha of mensenetende reus met immense krachten die een hele stad terroriseerde, maar zich in het zevende jaar na de Verlichting van de Boeddha tot het boeddhisme bekeerde.
Avalokitesuan (อวโลกิเตศวร)
Thais voor Avalokitesvara.
Avalokitesvara
Sanskriet. 'Heer van het medelijden' of 'heer die neerkijkt met medelijden'. Een mannelijke godheid en populaire bodhisatva uit het Mahayana boeddhisme en de personificatie van medelijden. Heeft reeds verlichting bereikt, maar stelt zijn boeddhaschap uit teneinde anderen te helpen dit doel te bereiken. Hij draagt de beeltenis van Amitabha in zijn hoofdtooi en zijn lichaam is soms bedekt met ontelbare kleine boeddhabeeldjes. Dit in kombinatie met meerdere armen waaiervormig als een stralenkrans uitgespreid rond zijn lichaam, is hij gekend als de Stralende Avalokitesvara (fig.). Soms afgebeeld met de huid van een antilope over zijn linkerschouder (fig.) of een tijgervel rond zijn middel. Kan tot 22 armen en 11 hoofden hebben. In Khmer kunst zijn zijn attributen een rozenkrans, boek, fles en een lotus, maar hij heeft vele vormen en verschillende namen, en wordt Lokesvara en Padmapani genoemd in Zuidoost-Azie. In China bestaat hij in een vrouwelijke vorm als Kuan Yin, de godin van genade, in Japan gekend als Kwannon, en in Tibet wordt de Daila Lama als een incarnatie van deze bodhisatva beschouwd.
_small.jpg)
avasa
Pali. 'Tempel'. Hiervan is het Thaise woord wat is afgeleid.
avasatha
Pali-Sanskriet. 'Verblijfplaats voor leerlingen en asceten'. Hiervan is het Thaise woord wat is afgeleid.
avatan (อวตาร)
Thais voor avatar. Ook awatan.
avatar
(अवतार)
Sanskriet. 'Afdaling'. De afdaling uit de hemel van een Vedische godheid die in een menselijke gedaante of als een dier incarneert op aarde. Gewoonlijk verwijst de term naar de god Vishnoe die incarneerde als een vis, een mannetjesvarken, een schildpad, een man-leeuw Narasingha, een dwerg of Vamana, Balarama, Ramachandra, Krishna en de Boeddha. Zijn tiende en toekomstige avatar is het witte paard Kalkin, en deze zal plaatsvinden op het einde van het huidige tijdperk Kali Yuga. In het Thais avatan uitgesproken. In het Pali avatara.
avatara
Pali voor avatar.
Avatarana
Sanskriet. De verblijfplaats van nachtelijke, kwaadaardige demonen, gekend als Rakshasa's.
awatan (อวตาร)
Thais voor avatan.
awejie (อเวจี)
Eén van de acht putten in de boeddhistische hel, die narok wordt genoemd. Het is de diepste afgrond waar de zwaarste zondaars hun straf ondergaan. Eveneens awiji of awiejie.
Ayodhaya
1. Sanskriet. De hoodstad van Kosala bestuurd door Dasharatha, de vader van Rama in het Indische epos, de Ramayana -in de Ramakien is dit koning Totsarot. Het is Sanskriet voor 'niet-veroverd' of 'onverslaagbaar'. Ook Ayodhya.
2. Een hedendaagse stad in Noord-India.
Ayodhya
Zie Ayodhaya< |