|
abacus
1. Latijn-Grieks-Hebreeuws. Een apparaat gebruikt om, voornamelijk in het
verleden, wiskundige berekeningen te maken. Toestel bestaande uit een meestal
houten raam met staafjes waarlangs kralen worden geschoven ter berekening, een
telraam (fig.).
In het Latijn wordt zulk een kraal 'calculus' genoemd, wat 'kleine steen'
betekent en ethymologisch aan de oorsprong ligt van het woord 'calculator'
(rekenmachine). Zie ook
Chinees telraam.
2. Latijn-Grieks-Hebreeuws. Term uit de architectuur die verwijst naar de
dekplaat op het
kapiteel van een zuil.
abat (ÍҺѵÔ)
Thais-Rajasap. Het overtreden van een minder belangrijk voorschrift door een
boeddhistische
monnik. Zie ook
sa-mie en
Boeddhistische voorschriften.
abayamuk (ͺÒÂÁØ¢)
Thais. De weg naar de hel en verwoesting. Tevens een term voor verleiding en
ondeugd, waaronder algemeen verstaan wordt dronkenschap, laat uitgaan, spelen
kijken, gokken, bevriend zijn met slechte mensen en luiheid.
abhaya
(आभा)
Sanskriet. 'Angstloos'. Een
moedra die 'bedaren', 'geruststellen' en 'geen angst'
symboliseert en verwijst naar de episode waar de
Boeddha wil voorkomen dat vijanden bloed vergieten over
een twist om water. Deze positie komt regelmatig voor bij de voorstelling van
een staande of
wandelende Boeddha. De linker- (paang
haam prakaen jan) of rechterhand (paang
haam yaat -
fig.) is hierbij opgeheven met de palm naar voren, zoals bij het maken van
een stopteken. In Thailand bestaat een variant waarbij de Boeddha twee handen
voor zich uit houdt met de palm naar voren (fig.), de positie van het 'kalmeren van de wateren',
gekend als
paang haam samut. Soms worden ze naast elkaar uitgestald (fig.). Zie ook
Abhaya.

Abhaya
(आभा)
Sanskriet. 'Onbevreesd, angstloos'. Een godheid die
tevens de patroonheilige was van de
Sakya-clan, en waaraan de pas geboren
Siddhartha volgens het gebruik in de gelijknamige
tempel werd voorgedragen. Zie ook
abhaya.
Abhidhamma
Pali. Boeddhistische filosofie.
Abhimanyu
(अभिमन्यु)
Sanskriet. 'Buitensporige woede'.
Zoon van
Arjuna en
Subhadra.
Hij was een uitstekend krijger die, toen hij nog in de
schoot van zijn moeder was, de kennis verwierf om de Chakravyuha binnen te
dringen, een defensieve spiraalformatie betsaande uit
zeven lagen, doordat hij Arjuna erover had horen vertellen tegen zijn moeder.
Doch, doordat zijn moeder in slaap viel terwijl zij hierover werd verteld,
vernam hij niet hoe hij er weer uit kon ontsnappen, waardoor hij later
al strijdend sneuvelde terwijl hij trachtte
uit de Chakravyuha te ontvluchten.
Kort na zijn dood had zijn vrouw Uttara een misval, maar het kind, Parikshit
genaamd, werd door
Krishna weer tot leven gewekt en
volgde tenslotte Yudhishthira op als koning van Hastianpura.
Abhinavagupta
(अभिनवगुप्त)
Sanskriet. Filosoof uit de 10de eeuw AD en schrijver over de esthetiek. Eén van
de meest gezaghebbende filosofen uit de Kasjmierse school van het
Shiwaïsme.
abhisheka
(अभिषेक)
1. Sanskriet.
'Heiliging' of 'zegening' door sprenkeling met water, alsook het ceremoniële
besprenkelen van beelden met water, melk,
saffraan, bloemblaadjes of andere zaken, om eer te betuigen.
Vergelijk met de Thaise term
rod naam mon.
2. Sanskriet.
Een rituele zalving of bad zoals in de
abhisheka van Sri.
abhisheka van Sri
Representatie
van de godin
Sri gezeten op een
lotus-sokkel (fig.)
en met een lotus (fig.)
in elke hand (fig.),
terwijl ze door twee olifanten met water wordt overgoten als
abhisheka. Het symboliseert voorspoed, zowel in de
iconografie van het
boeddhisme als die van het
hindoeïsme, aangezien Sri de godin van schoonheid, voorspoed, en
weelde is. Haar naam wordt soms ook Shri gespeld.
De lotusbloem is één van haar
attributen.
achara
(अचर)
Sanskriet. De
regels van rituele praktijken van religies, ordes en kasten; ceremoniële riten.
acharya
(आचार्य)
Sanskriet.
'Leraar' of 'goeroe'.
Vaak gebruikt voor een klasse van
Vaishnava-leraars die hun onderwijs baseren op
geschriften van zowel de Tamils als in het
Sanskriet. Ze aanbidden de
alvars waarvan men gelooft dat het
incarnaties zijn van de
attributen van
Vishnoe. Acharya is het basis-woord voor het Thaise
woord
ajaan, dat 'leraar'
betekent.
Acht Onsterfelijken
De Acht Onsterfelijken uit de Chinese mythologie die door de meeste Chinese
worden vereerd. Ze worden gewoonlijk samen afgebeeld op een vlot terwijl ze de
oceaan oversteken van hun woonst in het
taoïsische paradijs, op
weg naar
Xi Wangmu, Koningin-moeder van het Westen en moeder van de
Jadekeizer,
om deze te vereren na het bereiken van hun
Verlichting.
De moeder van de oppergod is tevens de
beschermster van de boom der
Perzikken der Onsterfelijkheid-boom,
een attribuut dat de Acht Onsterfelijken vaak vergezeld (fig.).
Ze zijn gekend onder de namen:
Chung-li Chuan,
Li Tieh-kuai,
Lu Tong-pin, Chang Kuo Lao (fig.),
Ho Hsien-ku,
Lan Tsai-ho
(fig.),
Han Hsiang Tzu
en Tsao Kuo-chiu. In de
iconografie
houden ze vaak een
attribuut
vast ter herkenning (fig.).
In het Chinees Ba
Xian en in het Thais Paet Sian genoemd.

Achtvoudige Pad
De laatste van
de
Vier Edele Waarheden van de
Boeddha's leerstelling, die de acht stappen schetst die
men dient te volgen om het lijden uit te schakelen en alzo
Verlichting of
nirvana te bereiken. Deze acht stappen zijn: juist begrip,
juiste gedachte, juiste spraak, juist handelen, juist
levensonderhoud, juiste inspanning en prestatie, juiste opmerkzaamheid, en
juiste concentratie. In de
iconografie vaak uitgebeeld door een wiel
met acht spaken. Zie ook
dhammachakka.
acupressuur
Therapie door
druk en massage van exact bepaalde punten van het lichaam, o.a. toegepast bij
Thaise
traditionele massage.
acupunctuur
Een in
China
ontstane geneeswijze waarbij lange naalden van staal, zilver of goud in exact
bepaalde delen van het lichaam in het onderhuids bindweefsel worden gestoken.
adi
(आदि)
Sanskriet.
'Eerste' of 'begin', zoals in
Adi-Boeddha.
Adi-Boeddha
(आदिबुद्ध)
Sanskriet. De opperste, oorspronkelijke
Boeddha in de
Vajrayana sekte van het
Mahayana
boeddhisme, die zichzelf uit het originele niets heeft
gecreëerd. In ware zin is deze Boeddha abstract, illusionair en onvoorstelbaar,
en kan dus ook in de kunst niet worden uitgebeeld, tenzij in zijn gereveleerde
en meer aardse gedaanten, zoals de verschillende
bodhisatvas, en
Vajradhara en
Vajrasattva, in de
Khmer kunst.
Vairochana is de Javaanse Adi-Boeddha. Meestal uitgebeeld
in koninklijk tooi of in de hermafrodiete eenheid met een gemalin, een element
in het Vajrayana Boeddhisme, gekend als
yabyum.
Adi-Granth
(आदिग्रंथ)
Sanskriet.
Heilig boek dat meer dan vijfhonderd hymnen gecomposeerd door vijf
goeroes en heiligen bevat en geschreven en samengesteld
werd door
Arjan Dev (1581-1606) in 1604. Het wordt bewaard in de
Gouden Tempel te
Amritsar.
Aditi
(अदिति)
Sanskriet.
'Ongebonden, vrij'. De vedische godin van de ruimte, en moeder van alle
schepsels en goden. Haar eerste kinderen waren de
Aditya's. Van één van hen,
Daksha, is ze zowel de dochter als de moeder. In de latere
mythologie komt ze voor als de vrouw van de ziener Kashyapa, bij wie ze de
moeder van
Vishnoe werd in zijn
avatar als
Vamana, en van
Indra. Daarnaast is ze de godin van de lucht,
bewustzijn, het verleden, de toekomst en vruchtbaarheid.
Het Thaise woord voor 'verleden' (adit) is afgeleid van
Aditi.
Aditya
(आदित्य)
1. Sanskriet.
'Zon'. Hiervan is het Thaise woord 'ahtit' (zon) afgeleid.
2. Sanskriet.
Zonen van
Aditi, die elk een natuulijk fenomeen
vertegenwoordigen. In de geschriften komen ze voor in verschillende aantallen;
oorspronkelijk slechts met zes, later met zeven, waarvan
Varuna de eerste, dan met acht, en ten slotte met
twaalf, als personificaties van de zon in de twaalf maanden van het jaar. Ze
hebben verschillende namen, velen die een epitheton zijn van de zon. Ze
vertegenwoordigen eigenschappen die met licht te maken hebben en worden
gezamelijk geïdentificeerd met Aditya, de zon.
Adsadongkot (ÍÑÊ´§¤µ)
Thais. Een
andere benaming voor
Prajim.
Agastya
(अगस्त्य)
Sanskriet.
Naam van een Indische kluizenaar of
rishi van wie aangenomen wordt dat hij het
hindoeïsme naar Zuid-India heeft gebracht. Hij komt eveneens voor in
de
Ramayana en is een geleerde in literatuur en
wetenschap. In Java, waar hij verschijnt als de
Bhattara-Goeroe, wordt hij geassociëerd met de verering
van
Shiwa.
Agni
(अग्नि)
Sanskriet.
'Vuur'. Eén van de drie vooraanstaande Vedische goden, samen met
Indra en
Surya. Hij heeft de leiding over de aarde en staat
gekend als de god van het vuur, terwijl Indra de leiding heeft over de lucht en
Surya over de zon en de hemel. Hij is de bemiddelaar tussen de mensen en de
goden, en zodoende de grondlegger van de offeranderiten. Hij wordt vaak
afgebeeld met een ram. Agni is tevens één van de acht
lokapala's die de windrichtingen beschermen met de
leiding over het zuidoosten.

ahimsa
(अहिंसा)
Sanskriet. Het
beginsel van geweldloosheid en een leerstelling uit het
jainisme, vaak vertaald als 'het niet-beschadigen van
alle levende dingen', de eerbied voor en het niet-kwaaddoen aan al wat leeft.
Ahkney (ÍÒ¤à¹Âì)
1. Thais.
'Zuidoost' of 'zuidoostelijk'. De windstreek die beschermd wordt door de
lokapala Phra Ahkney (in het Sanskriet gekend als
Agni). Zie ook
Udon,
Isaan,
Burapah,
Taksin,
Horadih,
Prajim en
Phayap.
2. Thais
naam voor
Agni.
Ai-ma
Moeder-godin
der aarde bij de
Lahu.
MEER HIEROVER.
Airavata
(ऐरावत)
Sanskriet.
'Kind van het water'. De meer-koppige, witte, goddelijke olifant van de
hindoe-boeddhistische religie, in Thailand gekend als
Erawan, en voortgebracht tijdens het opkloppen van de
Oceaan van Melk. Hij is het symbool van de wolken en de
vahana of het rijdier van de god
Indra, de Vedische god van de hemelen, het weer en de
oorlog, en tevens één van de olifanten die de vier gewesten van de wereld
ondersteunen. Over het algemeen met drie koppen, hoewel soms beschreven met 33
koppen, die de verschillende hemels vertegenwoordigen. Een bepaalde tekst
spreekt zelf van Erawan als een 100-koppige witte olifant, die dienst doet als
het rijdier van
Phra Narai, en de tweede versie van de
Ramakien, geschreven door
Rama II, geeft verslag van Erawan toen
Indrachit, een van de demonen-personages er in slaagt vermomd
als Indra, de apen-generaal
Hanuman te misleiden. Soms voorgesteld met
Ganesha als berijder (fig.).

Aisawan Thipphaya Asana (äÍÈÇÃÃÂì·Ô¾ÂÍÒʹì)
Thais.
'Goddelijke troon van persoonlijke vrijheid'. Paviljoen in Thaise stijl in het
Bang Pa-in zomerpaleis te
Ayutthaya. Het werd in 1876 gebouwd in opdracht van koning
Rama V, naar model van het Aphon Phimok Prasat paviljoen in
het koninklijk paleis te
Bangkok, dat door koning
Mongkut werd gebouwd en gebruikt werd om het wisselen van de
kakoettapan (de Thaise
koninklijke regalia) vooraleer hij in zijn
palankijn stapte. Het
paviljoen huisvest heden een standbeeld van Rama V in het uniform van
veldmaarschalk, wat opgericht werd door zijn zoon
Rama VI.

ajaan (ÍÒ¨ÒÃÂì)
Thais.
'Leraar' of 'meester', en vaak gebruikt in verband met de
Boeddha. Soms getranscribeerd als achaan of ajarn en
etymologisch verwant aan de term
acharya uit het
Sanskriet, een respectvolle titel voor leraar of
geestelijke leider. Het gebruikelijke Thaise woord voor leraar is
kroe (groe) en is afgeleid van het woord
goeroe.
Ajanta
World Heritage
lokatie van boeddhistische grotten, gevonden in West-India en daterend van
ongeveer 200 VC tot 650 AD. De 29 grotten, zijn uit vulkanische gesteente
gehouwen en bevatten beeldhouwwerken en muurschilderingen van het leven van de
Boeddha.
Akha
Bergvolk in
o.a. Noord-Thailand. De Akha behoren tot de armste onder de bergvolkeren en
worden door de Thai
Igor
(fig.)
genoemd. Ze leven meestal hoog in de bergen, waar ze zich voordien bezig hielden
met opiumteelt. Kenmerkend zijn de gewijde geestenpoorten
(fig.)
aan iedere zijde van hun dorp
(fig.),
copulerende beeldjes om kwade geesten af te wenden
(fig.),
huizen gebouwd rechtsreeks op de grond
(fig.)
met een vloer van platgetrede aarde, een nieuwejaars-schommel
(fig.),
en het typische helmachtige hoofdtooi van de vrouwen
(fig.).
Deze bevolkingsgroep heeft verschillende subgroepen, waaronder
de Loimi Akha (fig.)
en de U Lo Akha (fig.).
MEER HIEROVER.

Akha-shommel
Schommel in
Akha-dorpen,
enkel gebruikt tijdens hun jaarlijks nieuwjaarsfestival (fig.).

Akkarajaya (ÍѤêÒÂÒ)
Thais. Eén van
de voornaamste gemalinnen van een koning, soms vertaald als 'partner-koningin'.
Alexander de Grote
Macedonische
koning en veroveraar die in 326 VC India binnenviel en Griekse kunstenaars met
zich meebracht, van wie wordt aangenomen dat ze het ontwerp van de eerste
'vermenselijkte' boeddhabeelden beïnvloed hebben, die zich later verder
ontwikkelden in de
Gandhara stijl van boeddhistische kunst.
alvar
(ஆழ்வார்கள்)
Tamil.
'Verdiept' of 'ondergedompeld in god'.
Vaishnava heilige dichters uit de 6de tot 9de eeuw. Men
neemt aan dat ze met 10 of twaalf waren en dat ze
incarnaties zijn van de
attributen van de hindoegod
Vishnoe. Ze worden aanbeden als ondergeschikte, minder
belangrijke goden.
amalaka
(आमलक)
1. Sanskriet.
Een rond, decoratief geribd ornament, enigszins gelijkend op een pompoen of
sterkruisbes, op de top van een hindoe-tempel in noord-Indische stijl,
gewoonlijk boven een platte ronde steen,
beki genaamd. Zowel de naam als de vorm zijn verwant
aan de
mayom.

2. Sanskriet. Naam van
de Indische kruisbes (emblic myrobalan), een
boom en vrucht geassocieerd met de Thaise
mayom.
Amaravati
(अमरावती)
1. Sanskriet.
De hoofdstad van
Indra's
Tavatimsa hemel, gesitueerd nabij de mythologische berg
Meru en vermaard om zijn pracht en praal.
2. Sanskriet.
Een plaats in Zuid-India waar van de tweede tot de vierde eeuw AD een
boeddhistische kunstrichting ontstond.
Amareswara
(अमरेश्वर)
Sanskriet.
'Vorst der onsterfelijken'. Een titel voor zowel
Vishnoe,
Indra en
Shiwa.
amarit (ÍÁĵ)
Thais voor
amrita. Ook nahm amarit.
amdaeng (ÍÓá´§)
Thais. Een
algemene benaming voor een vrouw, gelijk aan
nang. Vroeger gebruikt in officiële documenten
maar nu enkel nog schertsend of minachtend gebruikt.
Amida
Zie
Amithaba.
Amitabha
(अमिताभ)
1.
Pali-Sanskriet. Eén van de vijf transcendentale of
dhyani boeddha's van het
Mahayana boeddhisme die regeert over het westelijk paradijs en de personificatie
is van het Oneindige Licht, en het Eeuwige Leven. Men gelooft dat men door deze
boeddha aan te roepen wedergeboren kan worden in het paradijs en vervolgens
Verlichting kan bereiken en zelf een
boeddha worden in het volgende leven. Dit maakt hem tot de een van de meest
populaire
jina's. In
China en Japan heeft hij in belangrijkheid zelf de plaats van de
Shakyamuni
Boeddha ingenomen. In de kunst wordt hij gewoonlijk afgebeeld als zittend in
meditatie. De mannelijke god
Avalokitesvara die een uitvloeisel van Amitabha is, draagt steeds een figuur van
Amitabha in zijn hoofdtooi. Ook Amida. In het Thais Phra Amitaap Phoettachao.

2. Pali-Sanskriet. De historische
Boeddha.
Amnat Charoen (ÍÓ¹Ò¨à¨ÃÔ)
Thais. 'Macht der voorspoed'. Naam van een
3.161 km²
jangwat (kaart)
in
Isaan en van haar kleine provinciale hoofdstad, gelegen
nabij de
Mae Khong-rivier op
zo'n 585 km noordoostelijk van
Bangkok. De provincie grenst aan
Mukdahan in het Noorden, de Democratische
Republiek van
Laos in het Oosten,
Ubon Ratchathani in het Zuiden en
Yasothon in het Westen. Het was ooit zelf
een
amphur van de provincie Ubon Ratchathani. Onder de
bezienswaardigheden is een natuurlijke rotsformatie die
gelijkt op een
nagaraja, en het Uthayahn-boeddhabeeld. De provincie heeft
vele 'takhian hin'-bomen van het geslacht hopea en haar belangrijkste rivieren
zijn de Mae Khong en de Huay Sebok. De voornaamste bedrijvigheid bestaat uit
rijst-en groentekwekerij, veefokkerij, visvangst, zijdeproductie en weverij. De
lokale bevolking viert haar festivals volgens het seizoen of het Hit Sip Song
Khong Sip Sih-principe, een verzamelnaam voor allerlei jaarlijks wederkerende
evenementen waarbij voornamelijk aan
tamboen wordt gedaan, zoals de
kathin-ceremonie, het raketfestival, het gebakken
rijstballenfeest, het
Loi Krathong-festival, etc. De provincie heeft zes amphur en
één
king amphur. Ook Amnat Charun gespeld en uitspraak Amnaat
Chareun.

ampheu (ÍÓàÀÍ)
Thais. Zie
amphur.
amphur (ÍÓàÀÍ)
Thais.
'District'. Een adimistratieve onderverdeling van
een
jangwat of provincie.
Thailand heeft in het totaal 795 amphur. Uitspraak
ampheu.
amrit
(अमृत)
Sanskriet. De
'wateren der onsterfelijkheid' die de
Gouden Tempel van de
Sikhs te
Amritsar, in de Indische Punjab, omringen.
amrita
(अमृता)
Sanskriet.
'Niet-dood'. Het
elixir van onsterfelijkheid dat ontstond toen de goden
en demonen de
Oceaan van Melk schudden, in het Indische
epos de
Ramayana. De legende komt ook voor in de
Mahabharata, een heldendicht van het
hindoeïsme. Vaak geïdentificeerd met
soma, een levensnectar. In het Thais
amarit en nahm amarit. Zie ook
mriti.
Amritsar
(अमृतसर)
Hindi-Sanskriet. 'Meer met
amrita'.
Gouden Tempel van de
Sikhs gesitueerd in de Indische Punjab, die zijn naam ontleent aan de
amrit, het heilige 'water der onsterfelijkheid' dat de tempel omringt.
amulet
Een
afweermiddel waarvan verondersteld wordt dat het de drager beschermt tegen
ongelukken. Vaak verward met zijn tegenhanger de
talisman, een object waarvan men gelooft dat het geluk
brengt, eerder dan bescherming. In het Thais is de benaming voor beiden echter
dezelfde, nl.
kreuang rahng.
MEER HIEROVER.

ananas
Vrucht van de
ananas comosus, een plant die goed gedijt in droge grond en in Thailand vnl.
gekweekt wordt in de streken van
Chonburi en
Rayong,
Chiang Rai,
Prachuap Khirikhan, en
Phuket. De vrucht groeit in het midden van
een stekelige plant, die tot drie keer vrucht kan dragen. Nadien moet de plant
vervangen worden door nieuwe scheuten. Ananassen of afbeeldingen ervan worden
ook vaak geofferd in tempels en schrijnen, vooral in Chinese
Mahayana tempels, aangezien het
patroon van hun schil gelijkt op dat van een
draak,
slang
of
naga, heilige dieren in het
boeddhisme.
In het Thais
sapparot.

Ananda
1.
Pali-Sanskriet. Neef van
Siddhartha
Gautama en voornaamste discipel van de
Boeddha. In de kunst vaak voorgesteld als een jonge
monnik vergezeld door de oudere
Kassapa.
2. Thais. Naam
van de Thaise koning
Rama VIII,
Ananda Mahidol (Anantha Mahidon in Thaise uitspraak). Hij
regeerde van 1935 tot 1946.
Ananda Mahidol
Thaise naam
voor
Rama VIII, de achtste monarch van de
Chakri-dynastie.

Ananta
(अनन्त)
1. Sanskriet.
'Grenzeloos', 'eeuwig' en 'oneindig'. Mythische slang met duizend koppen waarop
de god
Vishnoe rust
gedurende de nachten die twee kosmische tijdspannes van elkaar scheiden. Dit
thema, gekend als
Anantasayin, is
populair in Zuidoost-Aziatische, architecturale decoraties. Hij is de koning der
slangen en het symbool van de kosmische wateren. Toen de goden en demonen de
Oceaan van Melk
opschudden om de nectar der onsterfelijkheid te bekomen, gebruikten zij Ananta
als touw om te roeren
(fig.).
Ook gekend onder de naam
Shesha of
Sesha, en
Vasuki.

2. 1.
Sanskriet. 'Grenzeloos', 'eeuwig' en
'oneindig'.
Een bijnaam voor de hindoe-god
Vishnoe.
3.
Zie
Anantha Mahidon.
Anantasayin
(अनन्तशायिन्)
Sanskriet.
'Vishnu rustend'. Een epitheton gebruikt voor de hindoeïstische god
Vishnoe wanneer hij gelegen is op de rug van de slang
Ananta tijdens zijn kosmische slaap,
wanneer hij rust gedurende de nachten die twee kosmische tijdspannes van elkaar
scheiden. In het Thais
Narai banthom sin genoemd.

Anantayot
(͹ѹµÂÈ)
Tweelingsbroer
van
Mahantayot en zoon van de legendarische
Chamadevi van
Lopburi, koningin van het
Dvaravati-rijk in de 7de eeuw AD. Zie ook
Wat Phra Kaew Don Tao.
Anantha Mahidon (Íҹѹ· ÁËÔ´Å)
Thais. Naam
van koning
Rama VIII.
anatman
(अनात्मन्)
Sanskriet.
'Non-ego', 'non-ziel' of 'egoloosheid'. In het Pali
anatta.
anatta
Pali.
'Non-ego', 'non-ziel' of 'egoloosheid'. Eén van de drie eigenschappen van het
bestaan volgens boeddhistische doctrine, samen met
dukha (lijden) en
anicca (de voorbijgaande aard van al het existentiele).
Het is één van de meest fundamentele punten in het boeddhisme, dat stelt dat
alle bestaan en alle fenomenen in deze wereld, uiteindelijk geen substantiële
realiteit hebben. Het is vanzelfsprekend in het boeddhisme, dat de impermanentie
van alle dingen bepleit, om te benadrukken dat in zulk een niet-duurzaam
bestaan, zich dusdoende ook geen enkele blijvende substantie bevindt. Anatman in
het
Sanskriet.
Anavatapta
(अनवतप्त)
Sanskriet.
Mythologisch meer in de boeddhistische kosmologie. Het is gelegen in de Himalaya
en wordt beschouwd als de bron van de vier rivieren die stromen door de vier
gebieden bewoond door
leeuwen, stieren, paarden en olifanten. Wanneer de wereld ooit
aan haar einde komt is het het laatste meer dat zal verdwijnen, en het eerste
dat terug zal verschijnen wanneer de wereld herschapen wordt.
Anawrahta
Birmaanse
koning die regeerde van 1044 tot 1077 AD, als de 42ste heerser van de
Pagan-dynastie, en die het land verenigde. Als ijverig
bekeerling tot het
Theravada boeddhisme, was hij verantwoordelijk voor de bouw
van vele van de talloze
pagodes van Pagan. Zijn meest beroemde monument is de
Shwezigon pagode. Hij was eveneens verantwoordelijk voor de executie van de
twee Taungbyon broers Shwe Hpyin Gyi en Shwe Hpyin Ngedie, omdat ze geen
stenen bij een pagode hadden geplaatst zoals hen was opgedragen, en die later
werden opgenomen in het pantheon van 37
nats.
anchern jut (ÍÑàªÔ¨ØµÔ)
Thais.
'Uitnodigen' (anchern) 'om geboren te worden én te sterven (jut)', in
rajasap of koninklijke taal. Een scene vaak afgebeeld
in boeddhistische muurschilderingen in Thailand, die verwijst naar het
uitnodigen van de
bodhisattva die later de
Boeddha zou
worden om als
boeddha te incarneren op aarde.
De scene speelt zich af in de
Dusit hemel, waar de boddhisattva's verblijven in
afwachting van hun laatste incaranatie, en na de
sawankot van koning
Wetsandorn, de tiende
Totsachat en laatste
Jataka van de Boeddha.
Anek Kusala Sala (Í๡¡ØÈÅÈÒÅÒ)
Thais. 'Vele-goede-daden-paviljoen'. Chinees-Thais museum op het grondgebied van
Wat Yahn Sangwarahrahm Woramahawihaan
in het district
Huay Yai van de provincie
Chonburi.
De naam wordt Anek Kuson Sala uitgesproken en wordt tevens Wihaan Sian, of
in het Chinees Ta Pu Yie genoemd,
wat 'woonplaats der goden' betekent,
terwijl Sian de naam is van onsterfelijke wezens uit de Chinese mythologie.
De bouw werd gestart in 1988 door Sanga Kulkobkiat, die hiervoor 7
rai land kreeg
toegewezen bij de Wat Yahn tempel. De bedoeling is om een mengeling van
voorwerpen uit de Chinese en Thaise cultuur
tentoon te stellen, door kunst- en
andere waardevolle voorwerpen te exposeren, waaronder grote bronze beelden uit
de verschillende Chinese dynastieën, een schaalmodel van de Grote Chinese Muur
en de Terracotta Krijgers, een enorm bronzen beeld van de 'Acht Onsterfelijken
die de Oceaan Oversteken'
(fig.),
Thaise Kunsttentoonstellingsruimtes, verschillende Chinese en Thaise stijlen van
boeddhabeelden, naast vele andere beeldhouwwerken en bronzen beelden. De
officiele opening geschiedde op 24 december 1993 in aanwezigheid van de koning.
Op dat ogenblik was reeds 220 miljoen baht geïnvesteerd aan de bouw en
inrichting van het museum, het merendeel ingezameld door giften. De Chinese
overheid schonk 328 waardevolle voorwerpen om permanent te worden tentoongesteld
en het museum voegt regelmatig nieuwe voorwerpen aan haar verzameling toe.

Angada
(अंगद)
Sanskriet. Apen-krijger, zoon van
Vali.
Angkor
Khmer. 'Stad'
of 'hoofdstad', en nu een oude hoofdstad van Cambodja. Het was het centrum van
het
Khmer-rijk van 802 tot 1431 AD.
Angkoriaanse periode
Periode in
Cambodja van de 9de tot de 15de eeuw AD, waarin de unificatie van het oude
Funan en
Chenla tot stand kwam en die het begin markeert van de
civilisatie van
Angkor. Tijdens deze periode heersten er 28 koningen en
ontstond er een verschuiving van de maritieme handel naar een landelijke
economie, ten nadele van Funan, en de kunst vertoont een afname van de Indische
invloed. De periode wordt vooraf gegaan door de pre-Angkoriaanse periode, die
liep van de 1ste eeuw tot de 8ste eeuw AD.
Angkor Thom
Khmer. 'Grote
Angkor'. Naam van een
grote
Khmer-stad
met een oppervlakte van drie vierkante kilometer en
omringd door een vestinggracht en -muur. Deze
koninklijke stad werd gebouwd in de 12de eeuw, tijdens het bewind van
koning Jayavarman VII, die regeerde van vermoedelijk 1181 tot 1219 AD. Nadat
koning Jayavarman VII
in 1181 de Angkoriaanse hoofdstad van de
indringende
Cham heroverde,
begon hij een massale bouwcampagne doorheen zijn rijk, waarbij hij Angkor
Thom
als nieuwe hoofdstad stichtte en er een walgracht en vestingsmuur liet omheem
bouwen. De stad kreeg vijf toegangspoorten, één voor elke windstreek en de
Overwinningspoort die naar de omgeving van het koninklijk paleis leidde. Elke
poort is gedecoreerd met vier grote gezichten en met beelden van de god
Indra en zijn
rijdier
Erawan op elke hoek van iedere poort.
Vóór elke poort is een
naga-brug over de
walgracht. Haar balustraden, die de toegangsweg naar de stad flankeren, beelden
het schudden van de
Oceaan van Melk
door de goden en de
asuras
uit. Angkor Thom was de laatste hoofdstad van het
Angkoriaanse Rijk en is gevestigd ten noorden van
Angkor Wat, rond de machtige tempel van
Bayon
(fig.). In
het Thais
Nakhon Thom.

Angkor Vat
Zie
Angkor Wat.
Angkor Wat
De grootste van de
Khmer tempels (fig.)
en één van de zeven Wereldwonderen. Hij werd gebouwd in de vroege 12de eeuw AD
tijdens het bewind van koning Suryavarman II en is gewijd aan de hindoeïstische
god
Vishnoe. Oude geschriften
vermelden echter dat de tempel eertijds Phra
Phitsanulok
werd genoemd, de 'Wereld van Vishnoe'. Angkor Wat
werd pas veel later de gangbare benaming. Het is de enige Angkoriaanse tempel
die werd gebouwd met zijn toegang naar het Westen gericht, wat ongebruikelijk
is. Hij heeft een rechthoekige vorm en is omringd door een vestingmuur van 1.300
bij 1.500 meter en een walgracht die 190 meter breed is en aan elke zijde van de
tempel een lengte heeft van 1.900 meter. De tempel is een indrukwekkende
drie-verdiepingen tellende constructie die gekroond is met vijf torens die
prang
worden genoemd en waarvan de hoogste in het
midden staat en 65 meter hoog is. De buitenmuren van de eerste verdieping zijn
bedekt met bas-reliëfs en steengravures, in aantal de grootste ter wereld.
Met uitzondering van de historische optocht van koning
Suryavarman II en het thema
van hemel en hel, vinden de bas-reliëfs
hun oorsprong in het hindoeïsme, voornamelijk in de epen van de
Ramayana
en
Mahabharata.
De noordelijke sectie van de westelijke galerij toont de Slag van
Langka en het
paviljoen in de noordwestelijke hoek toont Vishoe's
avatars; de
zuidelijke sectie van de westelijke galerij toont the Slag van Kurukshetra
en
het paviljoen in de zuidwestelijke hoek toont
Ravana
die de berg
Kailasa schudt;
de westelijke sectie van de noordelijke galerij toont de oorlog tussen de
goden en de
asuras,
en de oostelijke sectie van de noordelijke galerij beschrijft
Krishna's
zege over de asura
Bana;
de westelijke sectie van de zuidelijke galerij is een historisch gedeelte
die de voortgang van koning
Suryavarman II beschrijft, terwijl de oostelijke sectie van de zuidelijke
galerij het Oordeel over de zielen toont en hun verwijzing naar de hemel of hel;
de noordelijke sectie van de oostelijke galerij illustreert Vishnoe's zege over
de asuras en de zuidelijke sectie van de oostelijke galerij toont het Schudden
van de
Oceaan van Melk.
De tweede verdieping heeft een weelde aan reliëfs
van
apsara's, waarvan het aantal tussen de
1.500 en 1900 beelden wordt geschat, de meesten getooid met een kroonachtig
hoofdtooi. Daarnaast heeft de
tweede verdieping een hal die gekend staat als de Hal van de Duizend
Boeddha's alsook vier
gopura's,
gebouwd in de vier windrichtingen. Op de derde en bovenste
verdieping die bestaat uit de voornaamste
prang of toren treft men aan elke zijde een boeddhabeeld in staande
houding. Angkor Wat is een stenen
quincunx replica van de Khmer kosmologie: de vijf torens symbolizeren de vijf
pieken van de berg
Meru; de omringende wallen, de bergen aan het einde van de wereld; en de
omliggende walgracht, de achterliggende zeeën. Ook Angkor Vat
getranscribeerd. In het Thais
Nakhon Wat.

angsa (ÍѧÊÐ)
Thais. Een
onderhemd dat over één schouder wordt gedragen door boeddistische monniken en
novicen. Het wordt ofwel gedragen onder de
jiewon of als een vervanging ervan wanneer men werkzaamheden uitvoert of
rust binnen het tempelcomplex.

Angthong (ÍèÒ§·Í§)
Naam van een
provincie (kaart)
en van haar gelijknamige kleine hoofdstad
in Centraal-Thailand. De provincie beslaat een gebied van 968,3 km² en de
stad heeft zo'n 10.000 inwoners en ligt aan de oevers van de
Chao Phrya-rivier, op zo'n 108 km van
Bangkok. De provincie grenst aan
Singburi in het Noorden,
Lopburi in het Oosten,
Ayutthaya in het Zuidoosten en
Suphanburi in het Westen en heeft zeven
amphur. Eertijds heette de stad Meaung Wiset Chai Chahn en
Meuang Bang Kaew. De voornaamste bedrijvigheid van haar inwoners is rijst-en
groentekwekerij, visvangst, veefokkerij, mandenvlechterij, trommakerij, handel
en industrie. De provincie heeft vele
dadelpruim-bomen en haar voornaamste rivieren zijn de Noi en
de Chao Phraya. Onder de
bezienswaardigheden bevindt zich Wat Chaiyo Worawihaan en Wat
Pah Mohk Worawihaan.

Angulimala
(अङ्गुलिमाला, ͧ¤ØÅÔÁÒÅ)
Sanskriet-Thai. 'Slinger van vingers'. De misdadige zoon van een
brahmaan die in dienst
trad van een kwaadaardig meester. Hij was een rover
die een halsketting van afgehakte vingers droeg, maar die in het
Parileyyaka-bos door de Boeddha werd bekeerd,
in het elfde jaar na diens
Verlichting.

angusa
(अंकुश)
Sanskriet.
'Olifantenhaak'. Een
attribuut van o.a.
Ganesha (fig.)
dat controle, of de mogelijkheid om iemand in de juiste richting te sturen,
symboliseert. In het Thais
kho of
kho chang. Ook ankusha en ankusa getranscribeerd. Soms
ankus of angus genoemd.
anicca (अनिच्चा)
Pali.
'Tijdelijkheid', 'vergankelijkheid' of 'de voorbijgaande aard van al het
existentiele'. Eén van de drie eigenschappen van het bestaan volgens
boeddhistische doctrine, samen met
dukha (lijden) en
anatta (non-ego). Het stelt dat alle
bestaan en alle fenomenen in deze wereld gedurig veranderen en zelf niet voor
één ogenblik hetzelfde blijven. Alles is voorbestemd om ergens in de toekomst te
sterven, en zulk een vooruitzicht is de alleroorzaak van het lijden. Dit concept
moet echter niet enkel worden begrepen vanuit een pessimistische of
nihilistische opvatting, omdat ook vooruitgang zowel als reproduktie
manifestaties zijn van deze gedurige verandering.
aniconisch
Niet gemaakt
in menselijke of dierlijke vorm. Gedurende verschillende jaren na de
Boeddha's dood werden enkel aniconische symbolen
gebruikt om zijn volgelingen aan zijn leer te doen herinneren, zoals een
voetafdruk of
boeddhapada, wiel of
dhammachakka,
bodhiboom,
stoepa, etc.
animisme
Bij
natuurvolken aanwezig geloof dat alle levende dingen zowel als levensloze
voorwerpen een ziel bezitten.
anitya
(अनित्य)
Sanskriet.
'Tijdelijkheid', 'vergankelijkheid' of 'de voorbijgaande aard van al het
existentiele'. Zie ook
anicca.
Anna Leonowens
Engelse dame
die door koning
Mongkut werd ingehuurd om als gouvernante les te geven
aan het prinselijke hof. Ze tekende haar verhaal op in het boek 'Anna and the
King of Siam' (Anna en de Koning van Siam), dat later werd verfilmd als 'The
King and I' (De Koning en Ik).
An Nam
Zie
Annam.
Annam
Boeddhistische staat in noordelijk Vietnam die in ongeveer 214 VC door de
Chinezen werd veroverd en onder Chinees protectoraat werd gebracht. Het had toen
een florerende bronscultuur en de Chinezen noemde het An Nam, 'vreedzaam
zuiden'. Het werd kort bedreigd door de kuststaat
Champa, die in
het begin van de 9de eeuw in het defensief was tegen zijn opdringende, machtige
buren. Tussen 846 en 866 AD doorstond het regelmatige krijgstochten uit Nanchao,
toen een belangrijke macht inzake de verhoudingen van noordelijk Zuidoost-Azië
en zuidelijk
China.
Het werd onafhankelijk in 1428 AD en werd in 1946 gefuseerd in Vietnam, als
centraal Vietnam. Ook An Nam.
In het Thais Yuan.
Annapurna
(अन्नपूर्णा)
Sanskriet. 'De
verleenster van goede daden' of 'vol voedsel'. Godin van de oogst. Eén van de
gedaantes van
Devi, de
shakti of gemalin van
Shiwa, en een godin met vele gedaantes, zowel goede als
slechte.
Anohdaad (Íâ¹´Ò´)
Thais-Sanskriet. Eén van de zeven meren in het hindoeparadijs.
antarala
1. Wandelgang
die de
garbhagrha, de binnenkamer van een
Khmer-heiligdom, verbindt met de
mandapa, het paviljoen vóór het voornaamste sanctuarium.
2. Kleine
inkomhal of kamer vóór een hindoeïstisch schrijn.
antefix
1. Een
opwaarts gericht ornament aan de gevellijst, bij het onderste uiteinde van een
dak, meestal als verlengstuk van een
bai raka. Bij Thaise tempels gewoonlijk in de vorm van een
naga-kop (fig.),
sierstaart of een vlam-achtig ornament (fig.),
zwanenstaart genoemd. In het Thais wordt de antefix
klieb kanoen genoemd, en bij traditionele huizen soms ook
ngao (haak).

2. Opwaarts
gericht ornament bij sommige
prangs (fig.)
en
gopura's (fig.)
in
Khmer-stijl die in het Thais
klieb kanoen prang (fig.)
wordt genoemd. Deze staat gewoonlijk naar voren gericht en zijn meestal versierd
met een
bas-reliëf.

antichambre
Voorkamer of
wachtkamer.
antilope
Rijdier van de
god
Vayu.
Anusawarie Chai Samora Phum (͹ØÊÒÇÃÕÂìªÑÂÊÁÃÀÙÁÔ)
Thais. Het
'Victorie Monument' of het 'Monument van de Overwinning' in
Bangkok, gebouwd om de 59 slachtoffers te herdenken van de veldtocht
tegen de Franse koloniale troepen in Indochina, begin '39 tijdens het
premierschap van veldmaarschalk
Phibun Songkram. Het monument is versierd met beelden die de
oorlogshelden voorstellen uit de verschillende machten van het leger (d.i. de
lucht-, land- en zeemacht), de politie en de burgerbevolking, en waarvan de
namen van de slachtoffers gegraveerd zijn op een bronzen gedenkplaat. Het
monument is gekenmerkt door een vijftig meter hoge
obelisk (fig.)
en werd voltooid op 24 juni 1940.

Anusawarie Prachathipatai (͹ØÊÒÇÃÕÂì»ÃЪҸԻäµÂ)
Thais voor het
Monument van de Democratie.
Anuson Satahn Chong Khao Khahd (͹ØÊóìʶҹªèͧà¢Ò¢Ò´)
Thais voor de
Hellevuur Pas Herdenkingsmonument.
Aphinetsakrom (ÍÀÔà¹É¡ÃÁ³ì)
Thaise term
voor de
Grote Zelfverloochening van de Boeddha.
Aphitam (ÍÀÔ¸ÃÃÁ)
Pali-Thais.
Eén van de drie boeken van de
Tripitaka. Ook Aphidhamma.
Zie ook
Boeddhistische voorschriften.
apsara's (अपसरा)
Sanskriet. De
vrouwelijke nymfen en hemelse danseressen van de
Tavatimsa hemel. Ze ontstonden tijdens het schudden van
de
Oceaan van Melk. Uit het Sanskriet
vertaald betekent ap 'vocht of vloeistof' en sara 'bewegen of tevoorschijn komen
uit'. Apsara kan dus vertaald worden als 'zij die uit het vocht tevoorschijn
komen'. In de hindoeïstische mythologie zijn ze de metgezellen van de
gandharvas, de mannelijke muzikanten van de hemel, maar
in de
Khmer-mythologie komen ze alleen voor, voornamelijk in
tempeldecoraties (fig.).
Het zijn de bedienden van
Kama, de god van liefde, en kunnen hun vorm veranderen
naar wens. Ze worden soms aangewend door de goden om asceten te verleiden en
ze zijn de sensuele beloning voor koningen en moedigen die een heldendood
sterven. In de kunst vaak
afgebeeld in muurschilderingen en lintels, zwevend in de lucht (fig.).
In het Thais
apson
(apsorn).

Apsarasingh (ÍÑ»ÊÃÊÔ§Ëì)
Zie
Apsonsi.
Apsarasingha
Zie
Apsonsi.
apson (ÍÑ»ÊÃ)
Thais-Sanskriet. Vrouwelijke nymfen en hemelse danseressen van de
Tavatimsa hemel. Ook apsorn getranscribeerd. Zie ook
apsara.
Apsonsi
Thais. Wezen
uit de Thaise mytholgie met een samengesteld lichaam, half-vrouw en half-leeuw.
Eveneens gekend als Apsonsingh, Apsonsingha, Apsarasingha of Apsarasingh, dat
een compositie is van een
apsara
(apson)
en een
singha (singh),
dat is een vrouwelijke nymf en een leeuw (fig.).
De samenstelling van een mannelijke engel en een leeuw wordt
Thepnorasi
(fig.)
genoemd.

Apsonsingh (ÍÑ»ÊÃÊÔ§Ëì)
Zie
Apsonsi.
Apsonsingha
Zie
Apsonsi.
apsorn
Thais-Sanskriet. Vrouwelijke nymfen en hemelse danseressen van de
Tavatimsa hemel. Ook apson getranscribeerd. Zie ook
apsara.
araam (ÍÒÃÒÁ)
Thais. Een
andere benaming voor
wat, een tempel of klooster.
Arada Kalapa
Sanskriet.
Brahmaanse meester wiens leer het essentiële niet-bestaan van alle dingen
onderwees, en waarbij
Siddhartha na het
Grote Vertek eerst in leer ging op zijn zoektocht naar
de verlossing van het lijden dat veroorzaakt wordt door de cirkel van eindeloze
wedergeboortes. In het Pali Alara Kalama genoemd.
arahan (ÍÃËѹµì)
Thais-Sanskriet. Een
arahat of boeddhistische heilige.
Arahang (ÍÃËѧ)
Thais. Een
titel van de Boeddha, gebruikt als een aanroeping door iemand bij een sterfbed.
arahat (ÍÃËѵ)
Pali-Sanskriet-Thais. Boeddhistische heiligen. In het
Theravada boeddhisme iemand die het hoogste niveau van geestelijke perfektie heeft
bereikt dat tot
nirvana leidt, en die bevrijd is van de cyclus van wedergeboorten. Sommige
vereerde boeddhistische monniken worden aanzien als arahats. Ook
arhat en
arahan. In het Chinees
luohan
of
xian
genoemd.

arahatamak (ÍÃËѵÁÃä)
Thais-Sanskriet. De weg die tot de verlichting leidt.
arahatapon (ÍÃËѵ¼Å)
Thais-Sanskriet. De
dhamma die de verlichting van een boeddhistische
heilige of
arahat teweegbrengt.
arahtanah (ÍÒÃÒ¸¹Ò)
Thais. Het
uitnodigen van boeddhistische monniken om een religieuze dienst te beginnen of
een preek te geven.
aran (ÍÃѹÂì)
Een Pali woord
dat 'bos' of 'woud' betekent. Het duidt op een zekere 'afzondering' en in dat
verband zijn woorden zoals
arahan (heilige),
aranyawahsih (bostempel),
araam (tempel), etc. ervan afgeleid of linguïstisch aan verwant.
aranyawahsie (ÍÃÑÇÒÊÕ)
Thais-Sanskriet. Een bostempel. Een sekte van monniken die in de jungle leven.
Met een populaire term ook
wat pah genoemd.
Ardhanari (अर्धनारी)
Sanskriet. Hermafrodiete afbeelding van de hindoeïstische god
Shiwa en zijn
gemalin
Uma of
Parvati, die een
compositie weergeeft van mannelijke en vrouwelijke energie. De rechterzijde
stelt de god Shiwa voor met de typisch gevlochten haarlokken,
terwijl de linkerzijde zijn gemalin voorstelt, met haar kroon op het hoofd.
Vergelijk deze éénheid van mannelijke en vrouwelijke elementen met de term
yabyam uit
het
Vajrayana
boeddhisme.

arecapalm
De
arecapalm is een sierboom waarvan
de groen
tot geeloranjekleurige
steenvruchten
het zaad leveren dat
gebruikt wordt als ingrediënt voor het kauwen van de zurige
betelnoot (fig.).
Door hun
associatie hiermee worden deze arecazeden soms onjuist betelnoten genoemd.
Ook betelpalm en in het Thais
ton mahk.
_small.jpg)
arhat
Pali. Zie
arahat.
Aria (ÍÃÔÂÐ, आर्य)
Thais-Sanskriet. 'Ariër'
en 'geciviliseerd', zoals in
Sri Aria
Metrai, een andere benaming voor
Maitreya. Ook Ariaka.
Ariaka (ÍÃÔ¡Ð)
Thais-Sanskriet. 'Ariër'
en 'geciviliseerd'. Ook Aria.
Ariasat (ÍÃÔÂÊѨ)
Thais-Pali-Sanskriet. De
Vier Edele Waarheden van het
boeddhisme.
Ariër
Een
prehistorische groep van blanke volken die uit Centraal-Azië en Europa naar
Perzië en India migreerde, gedurende het tweede millennium VC. Zij brachten hun
eigen taal, cultuur en religie met zich mee, en hun rituelen en gedachtengoed
waarop hun cultuur is gebasseerd staan opgetekend in de
Veda's. In het Thais Ariyaka.
Arishta (ÍÃÔɯ)
Thais-Sanskriet. Demoon in de verschijning van een os, uitgezonden door Kansa om
zijn neef
Krishna te vermoorden.
Arjuna (अर्जुन)
Sanskriet.
'Wit'. Koning van de Haihaya's van de
Pandava-stam, en de legendarische held van het Indische
epos
Mahabharata, de grote strijd der
Bharata's.
Pandu, zijn natuurlijke vader, koos
Indra als zijn goddelijke vader.
Krishna is zijn wagenmenner.
Arjan Dev
Zie
Arjan Dev Jee.
Arjan Dev Jee
(ਅਰਜੁਨਦੇਵ)
Punjabi. De
vijfde
goeroe volgens de chronologische tabel der
Sikhs, die in totaal tien goeroes telt en begint met de
goeroe
Nanak Dev, de stichter van het Sikh geloof. Hij werd geboren
in 1563 te Goendwal (Amritsar),
en is de stichter van
Har-Mandir Saheb, beter bekend als de
Gouden Tempel in de Punjab. Hij is auteur en samensteller van
de
Adi-Granth in 1604. Hij was goeroe van 1581 tot 1606, toen hij
op 43-jarige leeftijd als martelaar stierf. Hij wordt ook kortweg Arjan Dev
genoemd.
artocarpus altilis
Latijn.
Wetenschappelijke benaming voor de
broodvruchtboom.
artocarpus heterophyllus
Latijn.
Wetenschappelijke benaming voor de
nangka, een boom van het geslacht artocarpus, waartoe ook de
broodvruchtboom behoort, en met de Engelse naam 'jackfruit',
die enorme vruchten (fig.)
voortbrengt die een gemiddeld gewicht hebben van ongeveer zestien kilogram, maar
wat makkelijk kan oplopen tot wel veertig kilogram. Het vruchtvlees (fig.)
is geel en erg zoet van smaak, en zit als kleine zakjes om de zaden in een
enorme bruingoene bolster met korte, zeshoekige, botte stekels. De Thaise
benaming voor de vrucht is
kanoen, en voor de boom
ton kanoen. De boom draagt vrucht van januari tot mei.
_small.jpg)
arun (ÍÃØ³)
Thais.
'Rijzende zon', 'zonsopgang', 'ochtend' of 'dageraad'. Zie ook
Arun.
Arun (अरुण)
Sanskriet. Een
andere, meer moderne transcriptie van
Aruna.
Aruna
(अरुण)
Sanskriet.
'Roodbruin'. Hindoegod van de dageraad. Zijn naam verwijst naar de kleur van de
lucht tijdens zonsopgang. Hij is de wagenmenner die
Phra Ahtit, de god van de zon, door het gewelf
van de hemel en over de horizon heen rijdt (fig.),
alzo de dageraad creërend. Het Thaise woord
arun,
dat 'ochtend' of 'dageraad' betekent, is van zijn naam afgeleidt. Ook
Arun
getranscribeerd.
%20Hindu%20god%20of%20dawn_small.jpg)
Asaanha Bucha (ÍÒÊÒÌ˺٪Ò)
Thais. Nationale feestdag op volle maan in de maand juli. Op deze dag gedenkt
men de allereerste preek door de
Boeddha gegeven
aan de vijf
panjawakkie in Sarnath (fig.).
Ook Wan Asaanha Bucha.
asana
(आसन)
Sanskriet.
'Troon', 'zetel', en 'gezeten positie'. De verschillende gezeten posities in
yoga, en in de
iconografie, de beenpositie van een god. Zie ook
koninklijke ontspannings-positie
(fig.),
padmasana,
simhasana,
vajrasana (fig.),
virasana, en
lalitasana (fig.).
Het komt regelmatig voor in de namen van koninklijke paleizen, hallen en
residenties, bv. Chaleemongkon Asana (fig.),
Aisawan Thipphaya Asana
(fig.),
etc.
ASEAN
Afkorting-Engels. 'Association of Zuideast Asian Nations'. Gesticht op 8
augustus 1967 in
Bangkok door de vijf oorspronkelijke
lidstaten, Indonesië, Maleisië,
de Filippijnen, Singapore, en Thailand. Brunei Darussalam sloot zich aan op 8
januari 1984, Vietnam op 28 juli 1995, Laos en Myanmar (Birma) op 23
juli 1997, en Cambodja op 30 april 1999. De
ASEAN-regio heeft een bevolking van ongeveer 500 miljoen inwoners, een totaal
gebied van 4,5 miljoen vierkante kilometers, een gezamelijk BNP van US$737
miljard, en een totale handelseconomie van US$ 720 miljard.
Ashoka
Zie
Asoka.
ashram
(आश्रम)
Sanskriet. Een
kluizenaarshut of toevluchtsoord voor vromen, in de Thaise traditie vaak een
grot.
Het woord ashram is heeft
de stam shram, wat 'inspanningen
leveren' betekent.
ashwamedha
(अश्वमे)
Sanskriet. De
'offerande van een paard' uitgevoerd door koningen van de Vedische periode,
teneinde dominatie over hun vijanden te winnen, overmacht te behouden, of een
mannelijke nazaat voort te brengen.
Ashwapati (अश्वपति)
Sanskriet.
'Vorst van de paarden'.
Ashwin (अश्विन)
1. Sanskriet.
Vaak meervoud. 'Paardenman(nen)'. Naam van de Vedische tweeling-goden, zonen van
de hemel en de zon. Ze zijn de verpersoonlijking van het vroege ochtendgloren en
de kinderen van de nymf
Ashwini die
zichzelf vermomde in de gedaante van een merrie. Ook Ashvin getranscribeerd.
2. Sanskriet.
De twaalfde maand van de hindoe-kalendar.
Ashwini
(अश्विनि)
Sanskriet.
'Paardenvrouw' Een nymf die zichzelf als merrie vermomde, moeder van de twee
paardenmannen, de
Ashwins tweeling.
Asita
(असित)
Sanskriet. De kluizenaar die in de
bergen leefde niet ver het paleis van
Suddhodana,
en voorspelde dat indien de pasgeboren
Siddharta
in het paleis zou opgroeien, het een groot koning zou worden die de hele wereld
zou onderwerpen, maar indien hij het hofleven de rug zou toekeren om een
religieus leven te leiden, hij een
boeddha zou worden. Andere teksten spreken van
een
reusi met de naam
Kaladevaila.
Asoka
(अशोक)
1. Sanskriet. 'Zonder smart'. Indische keizer die regeerde van 273 tot
232 VC en India verenigde. Gedurende zijn heerschappij werd het
boeddhisme aanvaard als staatsreligie en bouwwerken
gegraveerd met boeddhistische ethica werden doorheen het gehele rijk
opgetrokken. Hij stuurde boeddhistische missionarisen naar verscheidene delen
van Azië, inclusief Zuidoost-Azië en
Ceylon. In het Thais
Asook.
2.
Sanskriet. 'Zonder smart'. Boomsoort met de Latijnse naam saraca indica,
de best gekende soort van het genus saraca, die in totaal 71 soorten
altijdgroene bomen uit tropisch Zuidoost-Azië telt. Deze altijdgroene boom komt
van nature voor van Indië tot het Maleisische schiereiland, en kan een hoogte
bereiken tot negen meter. In het Thais
asook.

Asook
(ÍâÈ¡)
Thais voor
Asoka.
asplenium australasicum
Latijn. Plant van het genus asplenium, waarvan zo'n 700 soorten bestaan, van
vnl. altijdgroene varens. De asplenium australasicum kreeg de bijnaam
'vogelnestvaren', doordat zijn uitgespreide bladeren een groot trechtervormig
nest vormen. Deze varenbladeren kunnen tot 1,5 meter lang worden en 20 cm breed.
Groeit in een vochtig en warm klimaat, op bomen en rotsen. De plant lijkt sterk
op de
asplenium nidus.

asplenium nidus
Latijn. Plant van het genus asplenium, een specie van vnl. altijdgroene varens.
Het is een in de tropen algemeen voorkomende varen die als gastplant op bomen en
rotsen het tropisch regenwoud koloniseert. De blinkend groene, tongachtige
blaren zijn dun en hebben een ietwat golvende zijkant met een donkere, bijna
zwarte, middelnerf. Hij groeit cirkelvormig uit een harige kroon, en heeft -net
als zijn tegenhanger de
asplenium australasicum- de bijnaam 'vogelnestvaren'.
Hij groeit in vochtig en warm klimaat.
asura (असुर)
Sanskriet. Een
halfgod of demoon die de krachten van de duisternis en het kwaad
vertegenwoordigt en die constant in oorlog is met de
deva's of goden.
Asurapaksi (ÍÊÙûѡÉÕ)
Thais. Een
mythisch half-dier half-hemels wezen van het
Himaphan Bos met het hoofd van
een
yak (reus) en het
lichaam van een vogel. Gelijkaardig aan de
Asurawayupak.
%201_small.jpg)
Asurawayupak (ÍÊÙÃÇÒÂØ¾Ñ¡·Ãì)
Thais. Een
mythisch half-dier half-hemels wezen van het
Himaphan Bos met het
bovenlichaam van een
asura en het onderlichaam van een vogel.
Gelijkaardig aan de
Asurapaksi.
%201_small.jpg)
Asurindarahu
(ÍÊØÃÍÔ¹´ÐÃÒËØ)
Naam van de reus die een audiëntie
wilde bij de Boeddha maar fier op zijn gestalte niet wilde buigen voor de veel
kleinere Boeddha. Op de hoogte van de gedachten van de reus manifesteerde de
Boeddha zich al liggend met een enorme gestalte waarvan zijn voeten groter waren
dan het lichaam van deze reus (fig.).
Totaal onder de indruk werd Asurindarahu de les gespeld dat er mogelijk altijd
nog grotere of belangrijkere wezens kunnen bestaan dan men vermoed, en dat men
derhalve beter geen geruchten gelooft zonder voorafgaande overweging. Beelden
van grote
liggende Boeddha's (fig.)
verwijzen vaak naar dit verhaal. Zie ook
paang saiyaat.
at (ꄡ)
Thais.
'Eén-achtste'. Een oud Thais muntstuk met de waarde van één-achtste van een
feuang, ofwel een vier-en-zestigste deel van één baht.
Atharva
(अथर्व)
Sanskriet. Eén
van de vier
Veda's. Ook
Atharvaveda.
Atharvaveda (अथर्ववेद)
Sanskriet. Zie
Atharva.
athitaan (͸Ôɰҹ, ͸Ԯ°Ò¹)
Thais. Term
voor een belofte of een schietgebedje waarin om een zegening gevraagd wordt bij
het brengen van een offer, vooral wanneer het gaat om brandoffers zoals papieren
gong de,
wierookstokjes,
kaarsen, etc. De persoon die offert zal hierbij met de offerande in de hand de
handen boven het hoofd bij elkaar brengen tot een
wai
vooraleer men overgaat tot de eigenlijke verbranding van het papier, de
wierookstokjes in een
kratahng
toeb
plaatst of de kaarsen op een
cheung thian zet.
Atlasmot
Benaming
van de grootste mot ter wereld (m.b.t. de vleugel-oppervlakte), met
vleugels die een spanwijdte van zo'n 30 centimeters kunnen bereiken. Hij behoort
tot de familie van saturniidae en draagt de wetenschappelijke naam atlas
attacus. Atlasmotten leven in de oosterse tropen, in biotopen die gaande van
laagland tot hoger gelegen bergbos. De bruine tot robijnrode vleugels van de mot
hebben een patroon dat betsaat uit grote, witte, driehoekige vlekken, en een
sterk gebogen uiteinde van de voorste vleugels, vooral bij de mannetjes.
Volwassen motten eten niet en leven slechts een korte periode, waarin ze zich
voortplanten. De wijfjes verspreiden een sterke feromone geur die opgevangen kan
worden door de gevoelige, veerachtige voelsprieten van het mannetje, tot over
een afstand van verscheidene kilometers. Eens bij elkaar, paren ze, waarna het
wijfje vele honderden eitjes legt. Beide volwassen motten sterven enkele uren
later. De eitjes hebben zo'n acht tot veertien dagen nodig om uit te komen,
afhankelijk van de temperatuur. De rupsjes zijn blauwig groen met een tikkeltje
roze op hun achterste. Ze voeden zich enkel in het larve-stadium, aangezien de
volwassen motten geen mond hebben. Atlasmotten worden ook wel slangenkopmotten
genoemd, vanwege het op een slangenkop gelijkende motief op de uiteinden van hun
voorste vleugels, wat vermoedelijk dient om potentiële vijanden af te schrikken.
In het Thais
phie seua
yak genoemd,
wat vertaald kan worden als
'reuzenvlinder'. Ook wel Reuzenmot genoemd.

atman
(आत्म)
Sanskriet.
Term die 'levensadem' en 'ziel' betekent. Het filosofische concept van een
individuele, universele ziel of geest in het
hindoeïsme; het hogere goddelijke zelf van de mens.
atti (ÍѰÔ)
Thais. De
beenderen of as van een overledene.
attribuut
Een bepaald
object dat geassociëerd wordt met een hindoeïstische godheid, in de kunst
gewoonlijk duidelijk uitgebeeld om een god te kunnen identificeren. Zo zijn
bijvoorbeeld de attributen van
Vishnoe een
lotus,
chakra,
schelp, en
gada.
aum
(ओम)
Sanskriet. De allerheiligste
mantra van de hindoeïsten, vaak ook
om geschreven.

avadana (अवदान)
Sanskriet.
Boeddhistische verhalen over de heilzame daden van vrome zielen.
Avalaka
Naam van een
yaksha of mensenetende reus met immense krachten die een hele
stad terroriseerde, maar zich in het zevende jaar na de
Verlichting van de Boeddha tot het boeddhisme bekeerde.
Avalokitesuan (ÍÇâÅ¡ÔàµÈÇÃ)
Thais voor
Avalokitesvara.
Avalokitesvara
(अवलोकितेश्वर)
Sanskriet.
'Heer van het medelijden' of 'heer die neerkijkt met medelijden'.
Een mannelijke godheid en populaire
bodhisatva uit
het
Mahayana boeddhisme en
de personificatie van medelijden. Heeft reeds verlichting bereikt, maar stelt
zijn boeddhaschap uit teneinde anderen te helpen dit doel te bereiken. Hij
draagt de beeltenis van
Amitabha in zijn
hoofdtooi en zijn lichaam is soms bedekt met ontelbare kleine boeddhabeeldjes.
Dit in kombinatie met meerdere armen waaiervormig als een stralenkrans
uitgespreid rond zijn lichaam, is hij gekend als de
Stralende Avalokitesvara
(fig.).
Soms afgebeeld met de huid van een antilope over zijn linkerschouder (fig.)
of een tijgervel rond zijn middel. Kan tot 22 armen en 11 hoofden hebben.
In
Khmer kunst zijn
zijn
attributen een
rozenkrans, boek, fles en een
lotus, maar hij heeft
vele vormen en verschillende namen, en wordt
Lokesvara en
Padmapani genoemd
in Zuidoost-Azie. In
China
bestaat hij in een vrouwelijke vorm als
Kuan Yin, de
godin van genade, in Japan gekend als
Kwannon, en
in Tibet wordt de
Daila Lama als een incarnatie van deze bodhisatva beschouwd.
_small.jpg)
avasa (अवस)
Pali. 'Tempel'. Hiervan is het Thaise woord
wat is afgeleid.
avasatha
(अवसथ)
Sanskriet.
'Verblijfplaats voor leerlingen en asceten'. Hiervan is het Thaise woord
wat is afgeleid.
avatan (ÍǵÒÃ)
Thais voor
avatar. Ook awatan.
avatar (अवतार)
Sanskriet.
'Afdaling'. De afdaling uit de hemel van een Vedische godheid die in een
menselijke gedaante of als een dier
incarneert op aarde. Gewoonlijk verwijst de term naar
de god
Vishnoe die incarneerde als een vis, een schildpad, een
mannetjesvarken, een man-leeuw
Narasingha, een dwerg of
Vamana,
Balarama,
Ramachandra,
Krishna en de
Boeddha. Zijn tiende en toekomstige avatar
is het witte paard
Kalkin, en deze zal plaatsvinden op het einde van het huidige
tijdperk
Kali Yuga. In het Thais
avatan uitgesproken. In het Pali
avatara.
avatara (अवतार)
Pali voor
avatar.
Avatarana (अवतारन)
Sanskriet.
'Afdalen'. De verblijfplaats van nachtelijke, kwaadaardige demonen, gekend als
Rakshasa's.
awatan
(ÍǵÒÃ)
Thais voor
avatan.
awejie (ÍàǨÕ)
Eén van de
acht putten in de boeddhistische hel, die
narok wordt genoemd. Het is de diepste afgrond
waar de zwaarste zondaars hun straf ondergaan. Eveneens awiji of awiejie.
Ayodhaya
(अयोध्या)
1. Sanskriet.
De hoodstad van
Kosala bestuurd door
Dasharatha, de vader van
Rama in het Indische
epos, de
Ramayana -in de
Ramakien
is dit koning
Totsarot. Het is
Sanskriet voor 'niet-veroverd' of 'onverslaagbaar'. Ook
Ayodhya.
2. Een
hedendaagse stad in Noord-India, in het land van Koshala.
Ayodhya
(अयोध्या)
Zie
Ayodhaya.
Ayurveda (आयुर्वेद)
Sanskriet.
'Kennis van het leven'. Een term samengesteld uit het woord ayur dat afgeleid is
van ayu en 'leven' betekent en
veda, wat 'kennis' betekent. Het is de
benaming voor een alternatief en oud systeem van gezondheidszorg uit het Indiase
subcontinent en Sri Lanka dat de hindoeïstische kunst van het genezen en het
verlengen van leven samenvat. Het werd naar verluidt geopenbaard door de
hindoegod
Brahma en
is gebaseerd op de principes van de Vedische metafysica.
De centrale gedachte is de theorie dat men gezond is wanneer er een evenwicht is
tussen de fysieke en mentale eigenschappen. Er worden verschillende
behandelingen gebruikt, waaronder massage, en Ayurvedische medicijnen worden
voornamelijk bereidt uit kruiden. Het wordt soms gezien als een vijfde Veda.
Ayutthaya (ÍÂØ¸ÂÒ)
Naam
van een hedendaagse
jangwat (kaart)
in Centraal-Thailand en van haar oude hoofdstad, gelegen op 76 km ten noorden
van
Bangkok, aan de samenloop van
drie rivieren, de
Chao Phya, de Pa Sak en
de
Lopburi. De huidige stad
telt ca. 60.000 inwoners. Het is genoemd naar
Ayodhaya en heeft officieel de volledige naam
Phra Nakhon Sri Ayutthaya. De provincie heeft 16
amphur. In de geschiedenis was het een koninkrijk dat floreerde
tussen 1350 en 1767, en wordt algemeen beschouwd als Thailand's tweede hoofdstad
(fig.),
na het verval van
Sukhothai. Tot aan haar vernietiging in 1767 werd het
koninkrijk Ayutthaya 417 jaren lang bestuurd door 34 koningen (35 regeringen)
van 5 verschillende dynastieёn en tijdens haar bloeiperiode was de stad zelfs
groter dan het London van die tijd. Vóór 1350, toen de hoofdstad vanuit
U-Thong naar haar huidige lokatie werd verplaatst, was het een
voorpost van het toenmalige
Khmer-rijk. Ná haar stichting in 1350 ontwikkelde de
stad zich snel en na enkele decennia was het een bloeiende handelsstad. Dank zij
haar goede ligging, een eiland omgeven en beschermd door de samenloop van drie
rivieren, en met de
Chao Phya-rivier die een
directe verbindingsroute vormt met de Golf van Siam, trok het zowel grote als
kleine handelsschepen uit het binnen- en buitenland aan. Hierdoor had de stad
een grote verscheidenheid aan nationaliteiten en werden er buitenlandse
handelsposten opgezet, waaronder een Nederlandse missie van de
V.O.C.
(fig.).
Het is tevens een Centraal-Thaise kunstvorm, die bestond tussen 1350 en 1767, en
wordt opgesplitst in drie tijdsvakken: een vroege periode van 1350 tot 1488, een
tussenperiode van 1488 tot 1630, en een slotfase van 1630 tot aan de verwoesting
van de stad in 1767. De stijl-kenmerken veranderen geleidelijk van
Khmer en reveil-Sukhothai
invloeden tot een meer eigen distinctieve Ayutthaya-stijl, die kronen en juwelen
aan boeddhabeelden vertoont. De stijl van de slotfase wordt beschouwd als
barok. De provincie zowel als de hoofdstad hebben vele historische sites en
bezienswaardigheden.
MEER HIEROVER.
.gif)
Aziatische olifant
De Aziatische olifant is in principe een bosbewoner maar zwerft door een
uitgestrekt gebied van uiteenlopende biotopen tot op 1.700 meter hoogte. Ze
leven in middelgrote kudden van voornamelijk wijfjes met hun kalveren.
De dracht van een olifant is 22 maanden. Mannetjes
verlaten de kudde rond hun puberteit en leven nadien solitair of in kleinere
tijdelijke groepen. Een volwassen
olifant consumeert zo’n 180 kg voedsel per dag en drinkt bijna dubbel zoveel
liter water. Voor het
menselijk gehoor kunnen olifanten vijf verschillende geluiden produceren, maar
daarnaast hebben ze nog enkele geluiden met zeer hoge tonen die niet door het
menseslijke gehoor kunnen worden waargenomen en waarmee ze kunnen communiceren
over afstanden van zo’n 10 km.
Zowel om voedsel tot zich te nemen
als om geluid te produceren gebruiken olifanten hun slurf, een sterk verlengde,
beweeglijke snuit geschikt om mee te grijpen en bestaande uit meer dan 150.000
afzonderlijke spieren.
Deze hoge tonen vangen ze op met hun grote oren waarmee ze onophoudelijk
flapperen om hun lichaamstemperatuur te controleren. Achter
de oren hebben
olifanten een aantal
gevoelige zenuwen die de
mahouts met hun
voeten aanporren om hun dier te besturen.
In de Thaise geschiedenis heeft de Aziatische olifant een grote rol gespeeld bij
de bouw van tempels en paleizen en bij de exploitatie van de teakbossen. In het
leger was het steeds een belangrijk transportmiddel en legendarische veldslagen
werden dikwijls van op de rug van een olifant beslist
(fig.).
Ze
kunnen een snelheid tot 23 km per uur behalen. Een groot aantal dieren
is
tegenwoordig tewerkgesteld in het
toerisme, waar ze toeristen een trektocht per olifant aanbieden
(fig.).
Tijdens het regenseizoen
worden ze echter vaak nog wel ingezet bij de houtkap, waarbij ze het hout uit
het oerwoud slepen en in de rivier trekken die dan door haar hoge waterstand als
transportmiddel wordt aangewend. Een
Thaise wet verplicht dat werkolifanten op éénenzestig jarige leeftijd op
pensioen worden gesteld en soms dat
ze in de vrije natuur
worden losgelaten, waar ze nog tot tachtig jaar oud kunnen worden.
Thailand heeft ongeveer 3.000 tamme olifanten, terwijl hun aantal in het wild
pijlsnel gezakt is van zo'n 4.000 twintig jaar geleden, tot 1.000 à 1.500
vandaag. In tegenstelling tot de Afrikaanse olifant, waar zowel de stier
als het wijfje slagtanden ontwikkelen, draagt bij de Aziatische olifant
gewoonlijk enkel de stier aanzienlijke slagtanden, terwijl het wijfje meestal
geen of heel kleine slagtanden heeft. Indien ze die wel heeft zijn ze gewoonlijk
zo klein dat ze enkel goed zichtbaar zijn wanneer ze haar mond opent.
Olifanten worden vaak gebruikt bij
beeldspraak en in
Thaise spreekwoorden. In
het Thais
chang (fig.)
en in het Sanskriet
karin.
Zie ook
phlaay en
phang.
 |