A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

LEXICON

 K          

 

kaan (คาน)

Zie mai kaan haab.

Kaanboen (การบุญ)

Zie Garnboon.

kaanhaam (คานหาม)

Thais. Benaming voor een draagstoel of draagkoets. 'Kaan' betekent iets dragen met beide handen en 'haam' betekent draagstoel. Ook saliang. Zie eveneens palankijn, yaanamaat en yaanoemaat.

kaan jad dokmai (การจัดดอกไม้)

Thais. 'Bloemschikken'. In Thailand is dit gebruik sterk traditioneel, vnl. in het maken van de zgn. puang malai, bloemenslingers met jasmijn en ander kleurrijke bloemen, waaronder orchideën. Deze worden aan een touwtje gerijgd d.m.v. een lange naald. Ook het schikken van bloemstukken met tropische bloemsoorten is erg geliefd (fig.). Zie ook fruitsculptuur.

kaan khaeng reua yao (การแข่งเรือยาว)

Thais voor langboot-wedstrijd.

kaebon (แก้บน)

Thais. Een belofte nakomen door een votiefoffer te brengen. Vaak in de vorm van een betaalde dansvoorstelling bij een belangrijk schrijn, waar men eerder om een goede uitkomst van een gebeurtenis heeft gebeden. Ook ...voor meer bestel onze CDrom...

kaen (แคน)

Thais. Een mondorgel. Een Thais riethouten blaasinstrument met een orgelklank vnl. bespeeld door de inwoners van Noordoost-Thailand (fig.).

kae salak pak (แกะสลักผัก)

Thais. Het graveren op traditionele Thaise wijze van groenten tot mooie sculpturen of reliëfs. Zie ook fruitsculptuur.

kae salak ponlamai (แกะสลักผลไม้)

Thais. Het graveren op traditionele Thaise wijze van fruit tot mooie sculpturen of reliëfs. Zie ook fruitsculptuur.

kaew mangkon (แก้วมังกร)

Thais. 'Drakenvrucht'. Tropische, knolachtige vrucht van een plant die behoort tot de familie der cactussen (fig.) en waarvan er verschillende genera bestaan, zoals de hylocereus, stenocereus en selenicereus. De vruchten van de verschillende soorten hebben of een roze schil met wit vruchtvlees (de Vietnamese drakenvrucht - fig.), een donkerroze tot rode schil met rood vruchtvlees (de rode drakenvrucht - fig.) of een gele schil met wit vruchtvlees (de gele drakenvrucht van het genus selenicereus megalanthus), terwijl de groene drakenvrucht een nieuwe soort is die gekweekt wordt. Welke kleur ze ook hebben, het vruchtvlees is steeds bezaaid met kleine zwarte pitjes. De vrucht groeit gewoonlijk tot een grootte van zo'n vijftien tot ...voor meer bestel onze CDrom...

kahsahwapad (กาสวพัสตร์)

Pali-Thai. Het gele gewaad van een boeddhistische monnik. Zie ook traijiewon en pah kahsahwapad.

Kailasa

Sanskriet. Een berg in de Himalaya, de verblijfplaats van Shiwa en Parvati. In het Thais Krailaat.

kakoettapan (กกุธภัณฑ์)

1. Thais. Koninklijke uitrusting in Thailand (fig.) bestaande uit de Kroon (fig.), het Zwaard der Staat (fig.), de Koninklijke Staf (fig.), de Waaier met Jakstaart (fig.), en de Gouden Sandaal (fig.).

2. Thais. Koninklijk insigne of embleem, alsook de regalia of uiterlijke tekens van koninklijk voorrecht.

kala

1. Sanskriet. Term gebruikt om tijd en energie, dood en creatie, én de vernietiging van het universum uit te drukken. Gepersonificeerd als Mahakala, een gedaante van Shiwa, en als Kali of Mahakali, een gedaante van zijn gemalin Devi. Beiden vertegenwoordigen de beangstigend vernietigende aspecten van tijd.

2. In Thailand, Cambodja en Indonesië, term voor kirtimukha.

kalachakra (กาลจักร)

Sanskriet-Thais. 'Wiel der Tijd'. Geassociëerd met de dans van tijd en eeuwigheid opgevoerd door Shiwa. Zie ook Nataraja.

Kaladevaila

Sanskriet naam voor Kalewin.

kalae (กาแล)

Thais. V- tot X-vormig, vaak vlamachtig ornament op de geveltop van traditionele puntdaken (fig.) in Noord-Thailand. 'Ka' betekent kruisen, en 'lae' betekent kijken of een blik werpen op iets. De herkomst wordt betwist, maar loopt mogelijk terug op het kruisen van de beide schuine zijden van een dak bij de nok (fig.), zoals nog te zien is bij sommige hutten (fig.). 'Ka' betekent echter ook 'kraai', wat mogelijk een verband legt naar de zogenaamde chofa, die volgens sommigen een sterk gestilleerde ...voor meer bestel onze CDrom...

kalagezicht

Zie kirtimukha.

kalan

Een heiligdom in de vorm van een toren, in Cham-architectuur.

kalasa

1. Een waterkruik waarvan geloofd wordt dat het de amrita bevat. Het is regelmatig één van de attributen van Padmapani, Kuan Yin, Maitreya, en Kuvera.

2. In hindoeïstische en boeddhistische architectuur de term gebruikt voor de spits die een stoepa kroont.

Kalasin (กาฬสินธุ์)

Thais-Pali. 'Zwarte rivier'. Naam van een jangwat (kaart) en haar homonieme provinciehoofdstad in Noordoost-Thailand, zo'n 519 km noordoostelijk van Bangkok. De provincie telt veertien amphur en vier king amphur.

Kalewin (กเลวิน)

De reusi die hulde bracht aan de pasgeboren prins Siddharta en waarbij de nieuwgeborene toen zijn eertse mirakel vertoonde door zich op de tulband van de wijsgeer te plaatsen. Andere teksten spreken echter van een kluizenaar met de naam Asita. In het Sanskriet Kaladevaila.

Kali (काली)

1. Sanskriet. In Vedische tijden betekende de term 'de zwarte' en werd geassociëerd met Agni, de god van vuur, die zeven tongen had waarmee hij de offers van boter oplikte. Van deze zeven tongen was Kali de zwarte, angstaanjagende tong.

2. Sanskriet. De verschrikkelijke gedaante van Devi, de gemalin van Shiwa. Soms afgebeeld met een afschuwelijk gezicht met slagtanden dat met bloed is besmeurd, en vier of meerdere armen waarvan er één een wapen vasthoudt en een andere soms het hoofd van een reus, druipend met bloed. Haar ornamenten bestaan o.a. uit slangen, schedels, en afbeeldingen van kinderen. Zie ook Mahakali (fig.).

3. Sanskriet. Vierde van de vier yuga's, en het huidige tijdperk volgens de Indische kosmologie. Zie ook Kali Yuga.

Kalidasa

Een eminent dichter in India (ca. 550 AD) en schrijver van de Sakuntala, een drama in het Sanskriet dat door koning Wachirawut in het Thais werd vertaald. Door sommigen de Shakespeare van India genoemd.

Kalitas (กาลิทัส)

Thaise benaming voor Kalikdasa.

Kaliya

Slangenkoning met vijf hoofden, getemperd door Krishna, toen hij nog slecht een kind was. De slang leefde in een draaikolk van de Yamuna-rivier, waar ze het water van de buurt vervuilde met haar gif, totdat ze door Krishna werd verjaagd. Deze scene wordt vaak uitgebeeld in de kunst, met de jonge Krishna dansend op het hoofd van de slang.

Kali Yuga (कली युग)

Sanskriet. De huidige periode en meest verderfelijke van de vier yuga's of cycli van scheppingen. De cyclus begon in 3.102 VC en zal, volgens brahmaans geloof, 432.000 jaren duren.

Kali Yuk (กลียุค)

Thaise benaming voor Kali Yuga.

Kalkin

De tiende, nog te komen avatara van Vishnoe in de gedaante van een wit paard. Dit paard berijdend zal hij op het einde van het huidige Kali-tijdperk al het kwaad vernietigen met een gloeiend zwaard en de onschuld in de wereld herstellen.

kalpa

Sanskriet. Een dag en nacht voor Brahma, gelijk aan 4.320 mensenjaren. De duur van een kosmische periode.

kalyanamandapa

Sanskriet. Een hypostyl hal gebruikt voor het symbolische huwelijk van de tempelgod.

kam (กรรม)

Thais voor karma.

kama

Sanskriet. 'Liefde' of 'verlangen'. In het hindoeïsme gepersonificeerd door Kama. In het boeddhisme verwijst kama zowel naar gevoelens als naar waarneembare fenomenen.

Kama

De god van liefde en verlangen, voorgesteld als de mooiste onder al de goden. Hij draagt een boog en pijlen, en is ook gekend als Manmatha. De apsara's zijn z'n bedienden. Zie ook kama.

Kambudja

De oude Khmer. De veronderstelde afstammelingen van Kambu Svayambhuva, hun naamgevende voorouder. De naam is nog steeds in gebruik in Cambodja.

kameleon

Benaming voor een kleine tropische hagedis die van kleur kan veranderen naar gelang zijn omgeving, als camouflage of indien bedreigd. Het woord kameleon is afgeleid van het Grieks en betekent grond-leeuw. Zijn wetenchappelijke naam is colotes en hij behoort tot de familie der agamidae. Hij heeft een lang lijf en lange staart, vier poten, en een ruwe, geschubde huid. In het verleden werd hij in ...voor meer bestel onze CDrom...

kammataan (กรรมฐาน)

Thais-Rajasap. Meditatie op de boeddhistische wijze die leidt tot de Verlichting en een rustige gemoedstoestand.

kamnan (กำนัน)

Thais. Een verkozen ambtenaar die toeziet op het algemeen welzijn van de mensen in een tambon.

kamphaeng kaew (กำแพงแก้ว)

Thais. 'Met edelstenen of juwelen bezette muur'. Een gedecoreerde muur gebouwd binnen het omheinde gebied van een tempel of paleis, om een speciaal heilige plaats af te bakenen. Zie ook mani.

Kamphaeng Phet (กำแพงเพชร)

Thais. 'Met edelstenen bezette muur'. Historische hoofdstad van een hedendaagse en homonieme jangwat (kaart) in Noord-Thailand. De stad heeft ca. 24.000 inwoners en is gelegen op 358 km noordelijk van Bangkok. De stad was ooit een belangrijke voorpost van Sukhothai, en een buffer tegen aanvallen uit Birma. Onder de bezienswaardigheden zijn er de overblijfselen van de oude stadsmuur (kampaeng), een historisch park en een nationaal museum. De streek is gekend vanwege de teelt van gluay khai, een banaan (gluay) met de vorm van een ei (khai). De provincie telt negen amphur en twee king amphur.

Kamphucha (กัมพูชา)

Thaise benaming voor Cambodja.

kampie (คัมภีร์)

Thais. Iets diepzinnigs, heilige teksten, de bijbel.

kampieweht (คัมภีร์เวท)

Thaise benaming voor de Veda's.

kampiewehttahng (คัมภีร์เวทางค์)

Thaise benaming voor Vedanga.

kan (กัณฑ์)

Thais. Classificerend woord dat gebruikt wordt om het 'aantal' aan te duiden m.b.t. een 'preek' (thet).

Kanchanaburi (กาญจนบุรี)

Thais. 'Stad van goud'. Een provinciehoofdstad van ca. 37.000 inwoners in West-Thailand, op zo'n 128 km van Bangkok, gelegen in een gelijknamige provincie (kaart) en oorspronkelijk gesticht door Rama I als een eerste defensieve buffer tegen aanvallen uit Birma. Bekend vanwege de brug over de rivier Kwae Yai (fig.) en de constructie van de spoorlijnverbinding Bangkok-Rangoon, gebouwd tijdens WO II door de Japanse bezetters met behulp van gedwongen arbeid door vnl. krijgsgevangenen. Door het hoge aantal slachtoffers dat viel bij de bouw hiervan -men spreekt van één leven voor elke dwarsbalk- kreeg de spoorlijn de beruchte bijnaam 'Death Railway' (Dodenspoorweg - fig.). Een aantal van de slachtoffers werden lokaal begraven op het kerkhof Don Rak (fig.) en Chong Kai. In deze jangwat (fig.) zijn vele bezienswaardigheden, waaronder de tempels Wat Tham Seua, Wat Tham Khao Noi, het Thailand-Birma Spoorwegmuseum (fig.), het Hellevuur Pas Herdenkingsmonument, het Khao Laem-stuwmeer (fig.), de stad Sangkhlaburi (fig.) met 's lands langste houten brug (fig.) en de Drie Pagoden-pas. Er zijn tevens verschillende Nationale Parken en watervallen waaronder die van het Erawan Nationaal Park, Sai Yok NP and Sri Nakharin NP, en verschillende historische plaatsen, zoals Prasat Meuang Singh en ...voor meer bestel onze CDrom...

kaneel

De gedroogde binnenbast van de kaneelboom, een boom van het geslacht cinnamomum. Kaneel wordt gebruikt als specerij. In het Thais obcheuy.

Kaneet (คเณศ)

De Thaise benaming voor Ganesha. Ook Phra Kaneet.

kang (กัง)

Een algemene Thaise benaming voor makaken.

Kan Khwan

Kayang. Naam van een traditionele religie, zoals gepracticeerd door de Kayang (Kayan) in Birma en Noord-Thailand. Haar doctrine stelt dat de wereld werd geschapen door de eeuwige schepper Phu Kabukathin, geassisteerd door twee andere godheden, met name Ti die de aarde schiep en La Taon die de mensen en dieren creëerde. Het Kan Khwan geloof verkondigt dat alle elementen van het Heelal met elkaar verbonden zijn door een groot spinnenweb, dat de aarde, de maan en al de sterren omvat. In het begin was het land van de aarde vloeibaar, zodat de god Phu Kabukathin een kleine paal in de grond plaatste. Terwijl deze paal groeide, groiede ook de aarde mee, in zeven binnen- en zeven buitenlagen, en werd hard. De paal werd Kan Thein Bo genoemd, wat 'het middel tot vorming ...voor meer bestel onze CDrom...

kanoen (ขนุน)

Thaise benaming voor de artocarpus heterophyllus (fig.), in het Nederlands ook wel gekend als de nangka, een naam uit het Kawi, Sundanees, Javaans, Malay, Balinees en Tagalog, en gebruikt voor een boom van het geslacht artocarpus, waartoe ook de broodvruchtboom behoort. In het Engels heeft zowel de boom als de vrucht de bijnaam 'jackfruit'. De boom produceert enorm grote vruchten (fig.) en elke vrucht bestaat uit een enorme bruingoene bolster met korte, zeshoekige, botte stekels ...voor meer bestel onze CDrom...

kanoen sampalo (ขนุนสำปะลอ)

Thais. Zie sake.

kanok (กนก)

1. Thais-Sanskriet. 'Goud' of 'gouden', zoals in kanok nakhon, 'gouden stad'.

2. Thais. Een vlamachtig dessin bestaande uit dubbele gebogen lijnen. Zie ook kranok.

kanom (ขนม)

Thais. Algemene benaming voor lekkernijen en snoepgoed. De term wordt zowel algemeen gebruikt, dan als een voorvoegsel met andere namen om de soort te bepalen. Thailand heeft een grote variëteit aan lekkernijen, velen gemaakt op basis van rijstebloem en suiker.

kanom jaa mongkoet (ขนมจ่ามงกุฏ)

Thais. 'Leiderskroon'. Naam van een kleine taartachtig snoepje gemaakt van gebak, een ei, een eierdooier, suiker, dikke kokosmelk en zaadjes van de watermeloen. Het snoepje bestaat uit een onderkant die gelijkt op een klein taartje dat gevuld is met een oranjekleurige pasta gemaakt van eierdooier, suiker en kokosmelk en geflankeerd door gepelde watermeloenzaadjes. Het geheel lijkt op een kleine kroon (mongkoet).

kanom jieb (ขนมจีบ)

Thais. Hartig hapje gemaakt van dunne velletjes rijst- of tarwedeeg waarin gehakt wordt verpakt en dat vervolgens wordt gestoomd in een rond bamboe mandje dat kheng (fig.) wordt genoemd. De kleur van het deeg is gewoonlijk lichtgroen of beige en de hapjes komen in een verscheidenheid aan smaken, waaronder pasteivulling van varkensgehakt, krab en garnaal. Op sommige soorten wordt als garnituur een klein stukje wortel gelegd.

kanom jien (ขนมจีน)

Thais. 'Chinese  deegwaren'. Noedels gemaakt van rijstmeel, verkregen door het deeg gemaakt van rijstebloem door een zeef heen, in kokend water te duwen. Kanom jien wordt opgediend gemend of overgoten met kerrie of smaakmakers. Wanneer de noedels gemend worden met een kerrie van bonen wordt het gerecht kanom jien nahm phrik (een pikant-zoete pindanoot-achtige saus) genoemd, indien gemengd met een kerrie op basis van katvis wordt het gerecht kanom jien kaeng plah doek (katviskerrie) genoemd, wanneer de noedels overgoten worden met een kerie met als ingrediënten vlees spreekt men van kanom jen kaeng neua (vleeskerrie), indien gemend met een vissoep wordt het kanom jien nahm yah (herbal sauce) genoemd, wanneer genuttigd met tot poeder vermalen garnalen en schijfjes ananas, kokosnoot en krathiam (look) wordt ...voor meer bestel onze CDrom...

kanom loek choeb (ขนมลูกชุบ)

Thais. Marsepeinachtige lekkernij bereid uit fijngemalen groene bonen gemengd met dikke kokosmelk, suiker en water. De verkregen paste wordt in de vorm van tropische fruit- en groentefiguren gemaakt en vervolgens bedekt met een dun laagje gelatine, aangebracht door onderdompeling (choeb). Deze gracieus gemaakte snoepjes (kanom) worden zowel aangetroffen op lokale voedingsmarkten als op buffets in hotels en restaurants, als nagerecht. De term loek is een classificatie voor o.a. fruit en groenten, gebruikt in de Thaise taal om ...voor meer bestel onze CDrom...

kanom thai (ขนมไทย)

Thais. Een soort oranjekleurig snoepgoed gemaakt van eierdooier, suiker en rijstemeel. Het wordt traditioneel gegeten tijdens speciale feesten en gelegenheden. Er bestaan verschillende soorten van, die elk hun eigen specifieke benaming hebben, d.i. kanom foi thong (donzig goudsnoepje), kanom thong yib (geselecteerd goudsnoepje), kanom met kanun (jackfruitzaad-snoepje), kanom thong yod (oilieachtig goudsnoepje) en kanom thong phlu (vuurpijl goudsnoepje). Thong betekent goud en verwijst naar de oranje kleur.

kanonbalboom

Bijnaam voor de salaboom, gegeven vanwege de grote kanonkogel-achtige zaaddozen.

Kanthaka

Het sneeuwwitte paard van prins Siddharta, geboren op dezelfde dag als zijn meester. Na de prins te hebben weggevoerd van het paleis tijdens het Grote Vertrek, stierf het paard van verdriet.

Kanthakumara

Zoon van Uma of Devi, de shakti of gemalin van Shiwa. Ook Subramaniam en in het Thais Phra Kanthakuman.

Kan Thein Bo

Kayang. 'Het middel tot vorming der aarde'. Benaming van een soort totempaal die vereerd wordt door het Kayang-volk in Birma en Noord-Thailand. Men beweert dat, na de schepping, het land der aarde vloeibaar was en dat Phu Kabukathin, de eeuwige schepper, derhalve een kleine paal in de grond plaatste waardoor de aard kon groeien en vaste vorm krijgen. Dit liet de Kayang toe om zich uiteindelijk te vestigen. Elk jaar tussen maart en april, richten de Kayang een nieuwe paal op, indien mogelijk, gemaakt van de eugenia, de eerste boom die naar verluidt ooit werd geschapen. De paal omvat de zon, op de piek; het heiligdom, een plaats waar de goden verblijven; en de wimpel, een ladder die de aarde met de hemel verbindt, met op de top een spinnenweb die ...voor meer bestel onze CDrom...

kanthet (กัณฑ์เทศน์)

Thais. Een hoofdstuk in de jataka. Zie ook kan en thet.

kan thuay (คันทวย)

Thais voor daksteun.

kanya (กัญญา)

Zie ganya.

kaolad (เกาลัด)

Thais. 'Kastanje'. Naam van een glanzende, harde, bruine en eetbare noot, het zaad van de boom die haar voortbrengt. Gepofte kastanjes of kaolad kua hebben een vettig zoete smaak en worden een ware delicatesse geacht. De boom heeft een Chinees karakter en gepofte kastanjes worden wijd en zijd verkocht in Yaowarat Road, in Samphantawong, Bangkok's Chinatown. Ook gaolad.

Kao Suriya

In de Ramakien de vrouw van de mythologische koning Totsarot van Ayutthaya, en moeder van Rama. MEER HIEROVER.

Kapilavasthu

Pali voor Kapilavatthu.

Kapilavatthu

Sanskriet. Het rijk in zuidelijk Nepal (voormalig India) waar koning Suddhodana, de vader van de historische Boeddha heerste, en zodoende de geboorteplaats van prins Siddhartha. Zie ook Lumbini. In Pali Kapilavasthu en in het Thais Kabinlaphad.

kapiteel

Architectonische term die verwijst naar het bovenstuk van een zuil.

kapok

Naam van een tropische boom van de orde malvales in de familie malvaceae. Zijn wetenschappelijke benaming is ceiba pentandra en hij werd voorheen apart ondergebracht in de familie van bombacaceae. Er bestaan verschillende soorten en hij is eveneens gekend onder de benamingen ceiba, zijdekapokboom, Java-katoen of Java-kapok. In Thailand is de boom van een middelmatige grootte en groeit tot zo'n 15 meter hoog, maar sommige soorten kunnen wel tot zo'n zeventig meter hoog worden en hebben dan een aanzienlijke stam die tot een doorsnede van wel drie meter kan groeien en plankwortels heeft. De stam en de meeste grotere takken staan vol met keiharde stekels. Volwassen bomen produceren honderden zaaddozen (fig.) die zwarte zaadjes bevatten die omgeven zijn door een licht, donzig, crème-kleurig pluis dat bestaat uit een megeling van lignine en celweefsel, en wat eveneens kapok wordt genoemd. Het zaadpluis oefent een uitzettende, opwaartse druk uit, is erg veerkrachtig en waterbestendig, maar kan niet worden gesponnen. In plaats daarvan wordt het gebruikt als vulmiddel in matrassen, kussens, knuffeldieren en voor isolatie. Het werd vroeger vaak gebruikt als vulling voor reddingsvesten en gelijkaardige toepassingen. Maar kapok is tevens erg ontvlambaar en dorpsbewoners gebruiken het vaak als aanmaakmateriaal om een 'taban fai'-aansteker te doen ontbranden. Wanneer ze nog jong zijn zijn de komkommer-achtige zaaddozen zacht en groen (fig.), en is hun vruchtvlees eetbaar, zowel vers dan als in een Thaise kerrie die kaeng of gaeng wordt genoemd, maar als ze rijpen worden deze hard en lichtbruin, en wordt het vruchtvlees omgezet in ...voor meer bestel onze CDrom...

karaoke

Japans. 'Leeg orkest'. Vorm van vermaak in nachtclubs, bars, salons, baancafé's, etc. Klanten zingen op een achtergrondmuziekje terwijl de tekst van het liedje verschijnt op een video- of computerscherm. In Thailand is deze vorm van amusement zo populair geworden dat ze de verspreiding van zogenaamde karaoke-cabines teweegbracht, besloten hokjes met een privé VCD-speler, microfoon en scherm, die functioneert als een automaat op munten en waar men een genoteerd liedje kiest door een corresponderende code in te tikken, jukebox-stijl (fig.). In Bangkok treft men zelfs karaoke-installaties ...voor meer bestel onze CDrom...

karawak

Sanskriet. Een mythisch wezen met de gekombineerde kenmerken van een mens en een vogel. Zie ook Garoeda.

karawak (การเวก)

Thais. De volksnaam voor de kradang nga ngaw. Ook karawek getranscribeerd.

karbouw

Oostindische tamme buffel of waterbuffel (fig.). In het Thais kwai en krabeua. Ook carabao.

Karen

Met zo'n 265,000 behoren de Karen tot het grootste bergvolk van Thailand en er zijn verschillende subgroepen, waarvan de meest talrijke in Thailand de Sakoh (Sgaw) en de Pwo zijn. Het woord Karen wordt algemeen door antropologen gebruikt voor een aantal groepen die nauw aan elkaar verwante talen spreken, en die niet zo nauw verwant zijn aan de talen van andere bergvolkeren. Ze worden als een aparte categorie in de Tibeto-Birmaanse familie van het Sino-Tibetaans geplaatst. Ook de Kayang (fig.) of Paduang, zgn. Langnek Karen (fig.) behoren tot deze groep. Zowel ...voor meer bestel onze CDrom...

Kariang (กะเหรี่ยง)

Thaise benaming voor Karen.

karma

De wet van oorzaak en gevolg, waarbij iemands huidige leven het resultaat is van acties uit het verleden, hetzij in dit leven of in vorige. Karma houdt op wanneer iemand nirvana bereikt en de cyclus van geboorte en dood wordt doorbroken. Karma wordt sterk in verband gebracht met samsara en transmigratie. In het Thais kam.

karrie (กะหรี่)

1. Thais voor kerrie of curry.

2. Thais jargon voor een prostituee.

Karttikeya

De oorlogsgod, leider van de troepen van Shiwa, en gewoonlijk veronderstelt de zoon van Shiwa en Parvati te zijn. Hij wordt vaak afgebeeld met zes hoofden en zes armen met een dubbele bliksemschicht, een zwaard, een drietand, en gezeten op een pauw (mayura). In kunst uit Champa is zijn rijdier een neushoorn. In Zuid-India is hij gekend als Subrahmanya. Als de zoon van Shiwa wordt ...voor meer bestel onze CDrom...

kasin (กสิณ)

Thais. Meditatie van de vier elementen, maar populair ook gebruikt als term voor elke vorm meditatie.

kasat (กษัตริย์)

Thais-rajasap dat vertaald 'koning', 'raja', 'heerser', 'potentaat' en 'monarch' betekent. Het is een afkorting van het Thaise woord kasatriya wat op zich afgeleid is van het Hindi woord Kshatriya.

kasatriya (กษัตริยา)

Thai-rajasap dat vertaald 'koning', 'raja', 'heerser', 'potentaat' en 'monarch' betekent. Het is afgeleid van het Hindi woord Kshatriya en wordt gewoonlijk afgekort (kasat) gebruikt, terwijl het volledige woord enkel in samengestelde woorden (kham samaht) voorkomt.

Kassapa

1. Een boeddha uit het verleden, en een voorloper van de historische Boeddha.

2. De monnik die de Boeddha opvolgde als leider van de Sangha. In muurschilderingen gewoonlijk afgebeeld  als een oude man in het gezelschap van de jonge monnik Ananda, de Boeddha's neef en zijn belangrijkste discipel. Ook Maha Kassapa.

kata (คาถา)

Thaise term voor een vers in Pali of de tekst van een thet of preek.

katha (คทา)

Thaise benaming voor gada.

Kathavarayan (กัตตะวรายัน)

Indische nat.

kathin (กฐิน)

Thais. De periode van één maand volgend op de het regenseizoen (pansa), wanneer gelovige leken geschenken en gewaden brengen aan al de monniken van een tempel, gewoonlijk in de maand november. Voor deze ceremonie verzamelen de mensen geld door rond te gaan met een kleine boom zonder balderen -of door deze in hun zaak of bij de tempel te plaatsen- waaraan eenieder die een donatie wil geven (tamboen) een geldbriefje kan hangen. Op een vooraf bepaalde dag wordt deze geldboom (fig.) vervolgens aan de monniken van een tempel geschonken, vaak samen met enkele gewaden. Deze traditie gaat terug op de opdracht die de Boeddha gaf aan zijn eerste discipelen om hun eigen gewaden te zoeken, eerder dan ze te kopen. Hij wees daarbij op de stukjes stof die aan de takken van bomen blijven hangen, afgescheurd van de kleding van voorbijgangers. Deze konden makkelijk verzameld worden en aan elkaar genaaid om een gewaad te maken, dat vervolgens kon worden geverfd. Om ...voor meer bestel onze CDrom...

kathin luang (กฐินหลวง)

Zie kathin phra racha thaan.

kathin phra racha thaan (กฐินพระราชทาน)

Thais. De kathin-ceremonie uitgevoerd door de koning, of een afgevaardigde staatsfunctionaris in naam van de koning. Ook kathin luang. Zie eveneens Koninklijke Pramen.

kathoey (กะเทย)

Thais. Tra(ns)vestiet. In Thailand verwijst de term gewoonlijk naar jongens die zich als meisje kleden of verwijfd gedragen. In de meeste grote steden treft men cabaretvoorstellingen aan van deze zgn. 'lady boys', die nieuwsgierige toeristen uit de hele wereld aantrekken. Ook wel het derde geslacht genoemd.

Kaurava's

Afstammelingen van de maanvorst Kuru, een koninklijke familie-tak in het Indische epos Mahabharata. Zie ook Pandava.

kaustubha

Een magisch juweel dat boven kwam drijven tijdens het schudden van de Oceaan van Melk en dat zowel Vishnoe als Krishna op de borst dragen.

Kawila

Heerser van Lampang en Chiang Mai in het begin van de Chakri-dynastie. Zie Chao Kawila.

Kayah (คะย้า)

Een subgroep van de Karen in Thailand.

Kayan

Naam van één van de subgroepen van de Langnek Karen, in het Thais Kayang genoemd.

Kayang (กะย้าง)

Eén van de subgroepen van de Langnek Karen in Thailand, afkomstig uit Birma. Ze leven voornamelijk in de provincies Mae Hong Son en Chiang Rai, nabij de grens met Myanmar. Hun religie is het Kan Khwan-geloof. Ook wel Kayan genoemd.

Kayaw (กะยาว)

Een subgroep van het Karen bergvolk waarvan de vrouwen gekenmerkt worden door hun lange oorlellen. MEER HIEROVER.

kendi

Een bolvormig drinkvat, gewoonlijk met een eveneens bolvormige tuit.

kerrie