A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

LEXICON

 M          

 

Maan (มาร)

Thaise benaming voor de demoon Mara.

maansikkel

Zie halvemaan.

maansteen

1. Architecturale term voor een halfronde siersteen bij de voet van een trap of bij de ingang van belangrijke gebouwen. Vaak gedecoreerd met dieren, bloemen en vogels.

2. Halfedelsteen.

Madchanoe (มัจฉานุ)

Sanskriet-Thais. De zoon van Hanuman en de zeemeermin-koningin Suphanamatcha in de Ramayana, aldus voorgesteld met het lichaam van een aap en de staart van een vis. Later hakte Rama deze staart af zodat hij niet langer gedeeltelijk vis was. Ook Matchanoe.

madeua (มะเดื่อ)

Thaise benaming voor de ficus racemosa of cluster-vijgenboom. Groeit gewoonlijk langs het water, waar deze boom goed gedijt. Haar vruchten groeien in trossen op de grotere, gewoonlijk dikkere takken en rechtstreeks op de stam zelf.

Madhava

Een naam van Krishna of Vishnoe.

Madhavi

Een naam van Lakshmi, een gemalin van Vishnoe.

Madira

Een naam van Varuni, godin van de wijn en vrouw van Varuna. Zie ook Sura.

mae ai (แม่อาย)

Thais. 'Verlegen moeder'. Bijnaam voor de maiyaraab.

mae chi (แม่ชี)

Thais. Boeddhistische non. Zij hebben een lekenstatus en behoren niet tot de Sangha. Zie ook bhikkoeni.

Mae Hong Son (แม่ฮ่องสอน)

Naam van een jangwat (kaart) en haar gelijknamige kleine hoofdstad (fig.) in Noord-Thailand, op 924 km noordelijk van Bangkok en langs de bergweg via Pai, 1.864 bochten en 245 km van Chiang Mai. De stad heeft een bevolkingsaantal van minder dan zevenduizend. De benaming Hong Son is waarschijnlijk afgeleid -hoewel met een verschillende Thaise schrijfwijze- van de naam van een ingesloten ruimte of 'kamer' (hong) tussen twee bergen, in een vlakte van een dal, enkele kilometers zuidelijk van de stad en waar eertijds wilde olifanten naartoe werden gedreven om te worden getemd en getraind (son), terwijl de benaming Mae (moeder) de algemene benaming is voor een dorp of kleine stad in Noord-Thailand en voorkomt in vele plaatsnamen, allicht met de allegorische verwijzing naar een plaats waar men zich thuis voelt. Mae Hong Son bestaat voor de helft uit Shan of Thai Yai. Er zijn verschillende bezienswaardigheden maar de voornaamste attracties zijn Wat Jong Kham en Wat Jong Klang, twee tempels in Birmese stijl nabij een meer in het centrum van de stad (fig.), de Tham Lod-grot (fig.) met de aparte Phi Maen-grot (fig.), en de Tham Pla visgrot (fig.). Wat Phra That Doi Kong Mu, is een tempel die op een hoge berg ...voor meer bestel onze CDrom...

Mae Khong (แม่โขง)

1. Thais. Populaire benaming van de 12ste langste rivier in de wereld die in de Himalaya ontspringt en bij de Gouden Driehoek de grens vormt tussen Thailand en Laos, en Laos en Myanmar. Ze wordt gevormd door smeltwater van de Himalaya aangevuld met het water van verscheidene andere rivieren, is 4.590 km lang en doorkruist 7 landen, namelijk Tibet, China, Myanmar (Birma), Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam, waar ze een delta vormt die ten slotte in de Zuid-China Zee uitmondt. Het is Thailand's ...voor meer bestel onze CDrom...

2. Naam van een Thais merk whisky op basis van rijst.

Mae Khongkha

Zie Khongkha.

Mae Nam Khong (แม่น้ำโขง)

Volledige Thaise benaming voor de Mae Khong-rivier.

maengda (แมงดา)

1. Thaise benaming voor een grote waterwants. Dezen worden door sommigen gegeten en kunnen zowel gefrituurd, dan als een ingrediënt in nahm prik noem, een pikant gerecht van fijngestampte geroosterde groene chili's, voorkomen.

2. Thais. Slang (jargon) voor pooier.

3. Afkorting voor maengda talae, de pijlstaartkreeft.

maengda talae (แมงดาทะเล)

Thaise benaming voor de pijlstaartkreeft.

Mae Phra Thoranie (แม่พระธรณี)

Thaise benaming voor Thoranie.

Maew (แม้ว)

1. Thaise benaming voor Hmong. Ook Miao. MEER HIEROVER.

2. Taal behorende tot de familie van de Miao-Yao-Pateng, een subgroep van de Sino-Tibetaanse talengroep, waartoe eveneens taalgroepen zoals het Chinees, Birmees en Tibetaans behoren. Ook Miao. MEER HIEROVER.

maew kwak (แมวกวัก)

Thais. 'Lonkende kat'. Thaise benaming voor de Japanese kat maneki-neko (fig.). Vergelijk met nang kwak. Zie ook kwak.

Mae Ya Nang (แม่ย่านาง)

Thais. Mascotte of geest die een schip of boot beschermt.

ma fai (มะไฟ)

Thaise benaming voor een boom van de familie euphorbiaceae, die van april tot mei kleine, geelachtige, op bessen gelijkende vruchten voortbrengt en voorkomt over geheel Thailand.

ma feuang (มะเฟือง)

Thaise benaming voor de boom met de Latijnse naam averrhoa carambola en haar vrucht, de stervrucht.

Magadha

Zie Makot.

Magadhi

Oude taal uit Magadha.

maha (มหา)

1. Sanskriet-Thais. 'Groot' of 'machtig'. Een benaming die vaak vóór de naam of titel van belangrijke figuren, zaken of plaatsen wordt gevoegd.

2. Een graduaat in de boeddhistische theologie, die ten minste geslaagd is in het examen voor de derde graad, uit een totaal van negen. Hij moet lid zijn van de clerus, hoewel hij de titel behoudt nadat hij het priesterschap verlaat.

Maha Bali

Een koning die zo machtig werd dat hij de drie werelden domineerde. Vishnoe, in zijn avatar als dwerg, onderwierp hem.

Mahabharata

Sanskriet. Groots episch gedicht uit India van rond de 4de eeuw VC dat de legenden uit de Vedische periode bevat. Het is samengesteld uit achttien boeken en opgebouwd uit honderd-en-tienduizend verzen, die de grote strijd der Bharata's, tussen de Kaurava's en de Pandava's beschrijven, twee verwante families van koninklijken bloede. De hindoegod Krishna speelt een prominente rol in het epos, waarin hij de Bhagavad Gita ...voor meer bestel onze CDrom...

Mahachaat (มหาชาติ)

Het verhaal van de laatste grote incarnatie van de Boeddha, bestaande uit verschillende lae.

Mahachai (มหาชัย)

1. Andere naam voor Samut Sakon.

2. Thais. 'Grote overwinning'. Een kanaal dat Samut Songkhram met Bangkok verbindt en dwars door de provincie Samut Sakon loopt waar het de Tachin-rivier doorkruist.

Mahadhammaracha Lithai (มหาธรรมราชาลิไท)

Koning van Sukhothai in de 14de eeuw AD, opdrachtgever tot het maken van het Phraphoet Chinnarat-beeld (fig.) uit Wat Phra Sri Rattanamahathat. Naast zijn koningschap doceerde hij eveneens boeddhistische cosmologie. Ook Mahadhammaracha Leuthai.

mahadhatu

Zie mahathat.

Mahakala

Sanskriet. 'Grote tijd'. De personificatie van kala in een verschrikkelijke gedaante, geassociëerd met het vernietigende aspect van Shiwa. In sommige teksten was Mahakala eerst een volgeling van Shiwa, en werd er volgens het tantrische boeddhisme in de 10de eeuw AD, een beschermgod van, alsook één van de acht beschermers van de wet. Zijn vrouwelijke tegenhanger is Mahakali. Zie ook Kali.

Mahakali

Sanskriet. 'Grote Kali'. De verschrikkelijke gedaante van Parvati met twee of meerdere armen en soms met meerdere hoofden met uitgestoken tong. Om haar middel draagt ze vaak een jurk van afgehakte armen, en om de hals een slinger ...voor meer bestel onze CDrom...

Maha Kassapa

De monnik die de Boeddha opvolgde als leider van de Sangha. Gewoonlijk afgebeeld in muurschilderingen als een oude man in het gezelschap van de jonge monnik Ananda, de Boeddha's neef en zijn belangrijkste discipel.

mahal

Een paleis of groots gebouw in India, zoals in Taj Mahal.

mahamandapa

Sanskriet. 'Groot paviljoen'. Een grote zuilenhal of portaal in een tempel, gewoonlijk vóór het belangrijkste shrijn. Zie ook mandapa.

Maha Maya

Sanskriet. 'Grote illusie'. Vrouw van koning Suddhodana en moeder van prins Siddhartha die later de Boeddha werd. In het Vajrayana boeddhisme een beschermende godheid.

Mahantayot

Thais. Tweelingsbroer van Anantayot en zoon van de legendarische Chamadevi van Lopburi, koningin van het Dvaravati rijk in de 7de eeuw AD.

Mahaparinippahn (มหาปรินิพพาน)

Zie Mahaparinirvana.

Mahaparinirvana

Sanskriet. De definitieve overgang van de Boeddha naar het uiteindelijke nirvana volgend op de dood, en waarbij alle lijden, verlangen, en verdere wedergeboortes ophouden. Dit gebeurde in Kusinagara nadat hij al zijn discipelen had bijeengeroepen om zijn ...voor meer bestel onze CDrom...

Mahapharata (มหาภารต)

Thaise benaming voor Mahabharata.

Maha Prajapati

De zuster van Maha Maya, die dienst deed als Siddhartha's voogdes toen zijn moeder zeven dagen na zijn geboorte stierf. Zij huwde nadien met Siddhartha's vader Suddhodana. Ze is ook gekend onder de naam Gautami.

mahapurusha

Sanskriet. Een groot man voorbestemd om een wereldleider of redder te worden, en herkenbaar aan de 32 lakshana's, de tekens van een toekomstig groot persoon.

maharadja

Sanskriet. Groot koning of vorst.

Maha Raj (มหาราช)

Thais. Grote koning of monarch. Komt gewoonlijk voor als achtervoegsel bij de namen van de belangrijke koningen uit de Thaise geschiedenis.

maharani

Sanskriet. Groot koningin, vrouw van een maharadja.

maharishi

Sanskriet. Groot meester, wijsgeer of ziener. Een eretitel.

Maha Sarakham (มหาสารคาม)

Thais. 'Groot zelfstandig dorp'. Hoofdstad van een gelijknamige jangwat (kaart) in centraal-Isaan op zo'n 475 km noordoostelijk van Bangkok, tussen Khon Khaen en Roi Et. De stad werd gesticht aan de oever van de Koet Nang Yai-rivier door thao Maha Chai en thao Bua Thong, twee broers afkomstig uit Roi Et, en in 1865 AD werd de stad Meuang Maha Sarakham gedoopt door koning Phra Chom Klao. De provincie telt elf amphur en twee king amphur.

mahat

Sanskriet. Groot intellect geproduceerd bij de schepping. Het is verwant aan het woord 'manas', dat 'verstand, intellect, begrip' betekent.

Mahathat (มหาธาตุ)

Thais. 'Groot relekwie'. Term in Thailand gebruikt in de naamgeving van de meest belangrijke relikwieënschrijnen die gewoonlijk een relikwie van de Boeddha bevatten.

mahatma

Sanskriet. 'Grote ziel'. Eretitel voor wijzen en leraars.

Mahavairochana

Sanskriet. 'Grote verlichting' of 'zon'. De Adi-Boeddha. Eén van de vijf jina's of transcendente boeddha's uit het Vajrayana boeddhisme. Hij heeft een positie in het midden van een mandala en maakt het gebaar van opperste wijsheid door de rechterwijsvinger in de linkervuist te houden terwijl de linkerduim naar boven wijst. Zijn symbolen zijn het wiel en de zon. Ook Vairochana.

Mahavamsa

Kronieken in het Pali die de geschiedenis van het boeddhisme in Sri Lanka volgen, van haar begin in de 3de eeuw VC tot de vroege 4de eeuw AD. In het Thais Mahawong.

Mahavir (มหาวีร)

Thais voor Mahavira.

Mahavira

Sanskriet. 'Grote held'. Titel voor de laatste van de vierentwintig alwetende grote leraars, tirthankara's genaamd,  en de stichter van het jainisme. Hij was een tijdgenoot van de Boeddha. In het Thais Mahavir. Zie ook Vardhamana.

Mahawong (มหาวงศ์)

Thaise benaming voor de Mahavamsa, de Singalese kronieken die de geschiedenis van het boeddhisme bevatten.

Mahayaan (มหายาน)

Thaise benaming voor Mahayana.

Mahayana

Sanskriet. 'Groot voertuig'. De tak van het boeddhisme waarbij de gelovigen het vertrouwen voor hun verlossing van de eindeloze cirkel van wedergeboortes teneinde het boeddha-schap te bekomen, stellen in de bodhissatva's. Deze sekte van het boeddhisme verspreidde zich in de 2de eeuw AD vanuit Noord-India en wordt voornamelijk gepraktiseerd in de landen van noordelijk Azië, waaronder Tibet, Nepal, China, Mongolië, Korea en Japan, maar ook in Vietnam en op gegeven ogenblik ook in Maleisië, Indonesië, Birma, Thailand en Cambodja. Deze laatste drie belijden nu echter het Theravada of Hinayana boeddhisme, een andere belangrijke tak van het ...voor meer bestel onze CDrom...

Mahayogi

Sanskriet. 'Groot asceet'. Een benaming van Shiwa.

Mahendraparvata

Sanskriet. Eén van de zeven bergketens  van de Himalaya en de vroegere naam voor Phnom Kulen in Cambodja.

Mahesvara

Sanskriet. 'De grote heer'. Een benaming voor Shiwa.

mahingsa (มหิงสา)

Thaise uitspraak voor mahisha, buffel.

mahisha

Sanskriet. 'Buffel'. Het voertuig van de god Yama. In het Thais mahingsa uitgesproken.

Mahishasura

Sanskriet. 'Buffel-demoon'. Een asura of demoon van de duisternis met enorme krachten die, na zich aanhoudelijk van gedaante te hebben veranderd, zich uiteindelijk transformeerde in een buffel (mahisha) en alzo door Durga werd afgeslacht. In de Mahabharata werd hij afgemaakt door Skanda.

Mahishasuramardini

Sanskriet. 'Slachter van de buffeldemoon'. De naam van Durga wanneer ze Mahishasura bevecht, de buffeldemoon die de kwade en boze machten symboliseert.

mahk (หมาก)

Thaise benaming voor de betelpalm en haar vrucht de betelnoot.

mahk daeng (หมากแดง)

Thais. 'Rode betelpalm'. Een palmachtige boom met een roodachtige stam tot ongeveer 6 meter hoog, met de Latijnse benaming cyrtostachys renda, én cyrtostachys lakka, een boom van dezelfde soort en die iets korter is. Vaak gezien in tuinen als sierboom.

mahorateuk (มโหระทึก)

Zie klong mahorateuk.

mahorie (มโหรี)

Thais. Orkest, grotendeels samengesteld uit snaarinstrumenten.

mahout

Hoeder, verzorger of oppasser van een olifant. Ook kornak. In Thailand behoren de mahouts vaak tot het bergvolk van de Karen (fig.).

mai (ไหม)

1. Thaise benaming voor zijde.

2. Thaise benaming voor zijderups.

mai jan (ไม้จันทน์)

Thaise benaming voor sandelhout. Ook mai chan.

mai kaan haab (ไม้คานหาบ)

Thais. Buigzame stevige bamboe houten (mai) stok gebruikt om pakkingen of manden te dragen (kaan) balancerend over de schouder (haab), zoals vaak gezien op het platteland en bij rondtrekkende voedselverkoopsters. Ook kaan. Vergelijk kaanhaam.

mai kham (ไม้ค้ำ)

Houten balken die tegen een bodhiboom worden geplaatst, Deze houten steunen worden gezien als gunstige balken, die ontbering moeten voorkomen en de levensduur verlengen. Soms uitgevoerd als onderdeel van de seubchatah-ceremonie.

mai phai (ไม้ไผ่)

Thaise benaming voor bamboe. Ook kortweg phai.

mai sak (ไม้สัก)

Thaise benaming voor teak.

Mai Thai (ไหมไทย)

Thaise benaming voor handgewoven Thaise zijde.

maithuna

Sanskriet. 'Koppelen' of 'paren'. Copulerende figuurtjes of beeldhouwerken zoals gezien in de iconografie of gebruikt als amulet (fig.). Ook mithuna en  in het Thais methun. Zie ook yabyam.

Maitreya

Sanskriet. Een bodhissatva die nu in de Tushita hemel verblijft en in de toekomst wedergeboren zal worden als Boeddha om het geloof te vernieuwen. Hij wordt zowel in het Mahayana als het Theravada boeddhisme aanbeden, en wordt soms voorgesteld als een bodhissatva gekleed in vorstelijke ornaat die heerst vanop zijn troon in de hemel. Hij draagt een stoepa in zijn hoofdtooi en onder zijn attributen zijn vaak een vaas en ...voor meer bestel onze CDrom...

maiyaraab (ไมยราบ)

Thais. Naam van een alomtegenwoordig onkruid dat goed gedijt en voorkomt over heel Thailand. Deze struikachtige, erg gevoelige plant heeft de wetenschappelijke naam mimosa pudica. Zijn blaadjes sluiten zich bij de minste aanraking en wanneer hij in contact komt met regen. Dit is een zelfverdedigingssysteem dat moet voorkomen dat de relatief zware regendruppels deze zeer kwetsbare plant zouden beschadigen. De plant beschermdt zich tevens tegen natuurlijke vijanden door kleine stekeltjes aan de onderkant van zijn stengels en bladeren. Dit onkruid kan makkelijk tot een hoogte van twee meter groeien en brengt bolvormige, violetkleurige bloemen voort. Door zijn overgevoeligheid wordt de plant in het Thai mae ai (verlegen moeder) bijgenaamd en ...voor meer bestel onze CDrom...

mak (มรรค)

Thais. 'Weg, pad'. Eén van de Vier Edele Waarheden van het boeddhisme.

makaak

Naam van een apensoort van het geslacht macaca. Ze worden vaak ingezet op kokosplantages om de noten te plukken (fig.). Er bestaan verschillende soorten, waaonder de crab-etende makaak, de kort-staart makaak, etc. In het Thais worden ze kang genoemd, ofwel ling hang san indien ze een kort varkensstaartje hebben.

makanayok (มัคนายก)

Thais. 'Tempelvoogd'. Een leek die instaat voor de regeling of organisatie van allerhande praktische zaken in en i.v.m. een tempel. Ook maknayok.

makara

Sanskriet. Een mythisch zee-schepsel dat 'water' en 'overvloed' symboliseert. In de architectuur, vnl. in Khmer-bouwwerken, komt het vaak voor als decoratie bij deuropeningen en in lateiën, soms in kombinatie met kala. In Thailand komt het vnl. voor als balustrade van tempels, voorgesteld terwijl het een naga (fig.), uit zijn open muil spuwt (fig.). In India heeft het het lichaam en de staart van een vis, maar in Zuidoost-Azië gewoonlijk dat van een reptiel. In Java is de kop dan weer als die van een krokodil, met een grote kaak en verlengde snuit, als een slurf. In Champa heeft het de kop van een leeuw met slagtanden en een slurf, of de kop van een antilope met voorpoten. Het is het symbool van Kama en het rijdier van ...voor meer bestel onze CDrom...

Makha (มาฆ)

Thais. De derde maanmaand met de Steenbok als teken van de zodiak.

makhaam (มะขาม)

Thaise naam voor tamarinde (fig.). Daarnaast is tamarinde eveneens gekend onder een aantal lokale benamingen, die verschillen volgens de streek: in Kanchanaburi is hij gekend bij zijn Karen benaming meuang klohng, in Korat wordt hij taloob genoemd, in het Zuiden is hij gekend als khaam en in de provincie Surin gebruikt men de Khmer-naam ampial. Zie ook makhaampom en makhaamthet.

makhaampom (มะขามป้อม)

Thaise benaming voor een vrucht en boom met de wetenschappelijke naam phyllanthus emblica. De vruchten zijn zoetzuur van smaak.

makhaamthet (มะขามเทศ)

Thaise benaming voor de camachile, een boom met de wetenschappelijke naam pithecolobium dulce. De vruchten gelijken op tamarinde maar hebben een zachtere schil en een andere smaak. Haar zachte gekrulde schil is rood-groen en het wit-roze vruchtvlees zit rond glanzend bruine zaden.

Makha Bucha (มาฆบูชา)

Thais. Boeddhistische feestdag die alle heiligen gedenkt en gehouden wordt tijdens de volle maan van de derde maanmaand (Makha), gewoonlijk midden-februari. Men gedenkt de 1.250 verlichte monniken die allen tegelijkertijd naar de Boeddha kwamen om hem te horen preken, zonder voorafgaande oproep. Deze Thaise publieke feestdag, bereikt haar hoogtepunt in een wandeling met kaarsen rond het belangrijkste tempelgebouw of chedi doorheen het land. Ook Wan Makha Bucha.

Makkawaan (มัฆวาน)

Een Thaise benaming voor Indra.

maknayok (มัคนายก)

Zie makanayok.

makoet (มกุฎ)

Thaise benaming voor 'kroon'. Ook mongkoet.

makoetrajakoemaan (มกุฎราชกุมาร)

Thaise benaming voor 'kroonprins'.

makok (มะกอก)

Een pruimenboom van het geslacht spondias.

Makot (มคธ)

1. Het koninkrijk Magadha in oud-India, tegenwoordig Bihar genaamd.

2. Het Magadhi, de Prakrit-taal van Magadha, gelijkend op het Pali.

malaeng phi (แมลงผี)

Thais. 'Spook-insect'. Populaire benaming voor een spooksprinkhaan, een insekt dat zich camoufleert als een dorre tak (fig.), twijg of verdord blad. Het komt voor in vele afmetingen en vormen, voornamelijk als wandelende tak.

malaeng (แมลง)

Thais voor insect, zoals een wants, een kever, etc. Hoewel niet volledig onderling verwisselbaar kunnen sommige insecten ook maeng worden genoemd, gewoonlijk dezen met 8 poten. Verscheidene insectensoorten worden door de lokale bevolking ook gegeten, zoals schorpioenen (malaeng/maengpong), krekels (jingrihd), waterwantsen of degenkrabben (maengdah), zijdepoppen (dakdae), sprinkhanen (takkataen), bamboewormen (rotduan - fig.), etc.

malai (มาลัย)

Zie puang malai.

malai khlong meua (มาลัยคล้องมือ)

Thais. Een rondvormige guirlande om rond te pols te dragen. Zie ook puang malai.

malai piya (มาลัยเปีย)

Thais. Een ovaalvormige guirlande  met onderaan een kwastje van bloemen en bovenaan een lus om het geheel op te hangen. Zie ook puang malai.

malai song chai (มาลัยสองชาย)

Thais. Een dubbele guirlande met twee uiteinden en verbonden door een lint om rond de hals te dragen. Zie ook puang malai.

malai toem (มาลัยตุ้ม)

Thais. Een ietwat bolvormige guirlande met onderaan een kwastje van bloemen en bovenaan een lintje om aan opgehangen te worden. Zie ook puang malai.

malako (มะละกอ)

Thaise benaming voor papaja. Een kleine boomsoort met de Latijnse benaming carica papaja die tot 7,5 meter hoog kan worden. De nog groene vruchten (fig.) worden o.a. gebruikt als voornaamste ingrediënt in het populaire Thaise gerecht somtam. Indien rijp gelijken de vruchten op meloen. De Hawaïaanse papaja is kleiner dan de Thaise soort (fig.). Ook meloenboom genoemd.

malaria

Ziekte die gepaard gaat met een terugkerende koorts en veroorzaakt wordt door een parasiet die overgedragen wordt door de beet van de anophelese-mug, de drager van deze parasiet. Deze muggensoort is enkel aktief ná valavond en vóór zonsopgang. In het Thais khai pah (junglekoorts) en khai jab san (beefkoorts) ...voor meer bestel onze CDrom...

malay loekkaew ok kai (มาลัยลูกแก้วอกไก่)

Thais. Ingedeukte chedi met een centraal gedeelte van een aantal opeenvolgende ringen (malay) met drie hoeken, waarbij de uiterste hoekrand bij elke ring, in profiel gelijkt op de vorm van een kippenborst (ok kai). Dit gedeelte van de chedi gelijkt op een decoratieve buffer en was populair op het einde van de Ayutthaya-periode.

Maleise beer

Naam van een kleine beersoort die van nature voorkomt in zuidelijk Thailand, het Maleise schiereiland en de Indonesische archipel. Hij draagt de wetenschappelijke naam helarctos malayanus maar is tevens gekend onder de naam zonnebeer, dankzij een roomkleurige sikkelvormige curve bovenaan zijn borst. In het Thais wordt hij mih mah genoemd.

Maleisië

Buurland van Thailand in het Zuiden. Het omvat het zuidelijke schiereiland en het noordelijke één-derde-deel van het eiland Borneo, grenzend aan Indonesië en de Zuid China Zee, ten zuiden van Vietnam. De totale oppervlakte bedraagt 329.750 km² en het heeft 2.669 km aan grenzen, waarvan het er 381 km deelt met Brunei, 1.782 km met Indonesië, en 506 km met Thailand. De totale kustlijn is 4.675 km (2.068 km op het Schiereiland en 2.607 km op Oost-Maleisië) en het hoogste punt is Gunung Kinabalu met 4.100 meter. De hoofdstad is Kuala Lumpur. Maleisië ontstond in 1963 door het vormen van een federatie bestaande uit de voormalige Britse kolonies Malaya en Singapore, alsook de Oost-Maleisische staten Sabah en Sarawak op de noordkust van Borneo. De eerste jaren van het bestaan van de federatie werden verstoord door Indonesische pogingen om Maleisië te beheersen, de Filippijnen die aanspraak maakten op Sabah, en Singapore's afscheiding van de federatie in 1965. De bevolkings bestaat uit ongeveer 23 miljoen inwoners, waarvan 58% Malays en andere inheemse volkeren, 24% Chinezen, 8% Indiërs, en 10% anderen. Bahasa Melayu is de officiële taal, maar daarnaast wordt er een verscheidenheid aan andere talen gesproken, zoals het Engels, allerlei Chinese dialecten (Kantonees, Mandarijns, Hokkien, Hakka, Hainan, Foochow), het Tamil, Telugu, Malayalam, Panjabi, en het Thais. Bovendien worden er in Oost-Maleisië nog verschillende inheemse talen gesproken, de meest voorkomenden het Iban en Kadazan. Bestaande religies zijn de islam, het boeddhisme, taoïsme, hindoeïsme, christendom en de sikh-religie. In Oost-Maleisië wordt verder eveneens het sjamanisme beoefend. De munteenheid is de 'ringgit' en ...voor meer bestel onze CDrom...

ma-li (มะลิ)

Thais voor Arabische jasmijn, een struik van het geslacht jasminum sambac, waarvan er verschillende soorten bestaan. De Thaise variëteit heeft witte welriekende bloemen waarvan de knoppen het voornaamste onderdeel zijn in de meeste puang malai-bloemenslingers (fig.).

ma muang (มะม่วง)

Thaise benaming voor mango. Een boom en vrucht van het geslacht mangifera indica, met een grote variëteit aan soorten. De meest populaire in Thailand alleszins die met de Thaise benaming ma muang ok rong.

ma muang fah lan (มะม่วงฟ้าลั่น)

Thais. 'Donderende mango'. Een mango met een groene schil, en lichtjes gespikkeld met gele stipjes. Groeit vnl. in de maand april. Ze maakt een licht geluid (lan) wanneer men ze schilt, wat ze de naam 'fah lan' (donder) opleverde. Het vruchtvlees is geel en erg zoet.

ma muang himaphan (มะม่วงหิมพานต์)

Thais voor 'cashewnoot'.

ma muang man (มะม่วงมัน)

Thaise verzamelnaam voor alle mango-soorten die gegeten worden wanneer ze nog groen zijn, en dus hard en zuur van smaak.

ma muang naam dok mai (มะม่วงน้ำดอกไม้)

Thais. 'Barracuda mango'. Benaming voor een zoete en zachte mango-soort met geel vruchtvlees.

ma muang ok rong (มะม่วงอกร่อง)

Thaise benaming voor een populaire mango-soort.

ma muang raed (มะม่วงแรด)

Thais. 'Neushoorn mango'. Een harde soort mango met een groene schil die groeit van april tot mei, vnl. in de provincie Chachengsao. Ze heeft boveneen een typerend haakje gelijkend op een hoorn, wat haar de naam 'raed' (neushoorn) opleverde.

mandala

Een mystiek diagram dat het universum symboliseert en wordt gebruikt als voorwerp ter meditatie in het Vajrayana boeddhisme. Het bestaat gewoonlijk uit één of meer gesloten cirkels (fig.) die geometrisch verdeeld zijn, en met afbeeldingen van goden en boeddha's met hun eretempels.

mandapa

In India een open hal vooraan de ingang van een heiligdom van het jainisme of hindoeïsme. Bij Khmer-tempels is het het vooruitspringend portaal en toegang tot het voornaamste schrijn. In Thailand wordt het mondop genoemd en is het een -meestal open- vierkant gebouw met een pyramidaal of kruisvormig dak, gebruikt om voorname religieuze voorwerpen of teksten te huisvesten. Ook mondap.

Mandara

Sanskriet. De berg die de goden gebruikten om samen met de demonen en d.m.v. Ananta, de Oceaan van Melk om te roeren.

mandir

Sanskriet voor tempel.

maneki-neko

Japans. 'Lonkende kat'. Beeldje van een wenkende kat die met één poot een verwelkomend gebaar maakt en met de andere poot soms een oude munt vasthoudt. Ze wordt in verband gebracht met het uitnodigen van verschillende gelukstoestanden, afhankelijk van haar kleur. Zo nodigt een witte kat geluk uit en een gouden kat rijkdom. Indien de linkerpoot opgeheven is nodigt ze voorspoed uit. Vaak uitgestald ...voor meer