A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

LEXICON

 R          

 

raat (राज्, -ราช)

Sanskriet-Thais. Een achtervoegsel dat 'groot, koninklijk, regaal' en 'vorstelijk' betekent, als in nagaraat. Vaak ook als raj getranscribeerd.

rachaphreuk (ราชพฤกษ์)

Thais. 'Koninklijke flora'. Naam voor de cassia fistula of Indische laburnum, een middelgrote loofboom die tot zo'n 9 meter hoog kan worden. Hij is beter gekend bij zijn meer populaire naam gouden regen, een naam die hij dankt aan zijn vele opvallende gele bloemen. In het Engels wordt de boom ook wel 'drumstick tree' (trommelstokboom) genoemd, naar de langwerpige zaadhulzen.

racharot

Zie rajarot.

Radha (राधा)

1. De favoriete liefde van Krishna. Zij vertegenwoordigt de menselijke ziel, en Krishna de universele levenskracht. Ze wordt soms aanbeden als een avatar van de godin Lakshmi.

2. Naam van de pleegmoeder van Karna, de eerstgeboren zoon van Kunti en dus een half-broer van de Pandava in het epos Mahabharata.

radjakaan (รัชกาล)

Thais. 'Heerschappij' of 'bewind' van een vorst, zoals bv. 'radjakaan tie ha', de heerschappij van koning Rama V.

radjakaan patjoeban (รัชกาลปัจจุบัน)

Thais. De heerschappij of het bewind van de huidige vorst.

radjasamay (รัชสมัย)

Thais. Het bewind of de jaren van heerschappij van een vorst.

radjataayaat (รัชทายาท)

Thais. De erfgenaam tot de troon. Ook mongkoet rachakoemaan.

radklao (รัดเกล้า)

Thais. Een met juwelen versierde, diadeemachtige kroon, zoals gedragen door sommige Thaise dansers. Enigszins gelijkend op een adellijk kroontje.

radsamie (รัศมี)

1. Thais. 'Aureool, nimbus, halo' of 'stralenkrans'. Ook chappannarangsie.

2. Thais. 'Lichtstraal, schittering, glans, gloed'.

3. Thais. 'Macht' en 'prestige'.

raeknakwan (แรกนาขวัญ)

Thais. 'Het eerste ploegen'. De ploegceremonie, een oud brahmaans gebruik dat het begin van het rijst-seizoen aangeeft. In Thailand een jaarlijks in de tweede week van de maand mei uitgevoerd ritueel op Sanam Luang in aanwezigheid van de koning, en gekend als de koninklijke ploegceremonie (fig.). Het verwijst eveneens naar een scene die zich afspeelt in het leven van de historische Boeddha, toen hij zich op zevenjarige leeftijd tijdens de ploegceremonie afzonderde om te mediteren onder een boom.

rafflesia

Naam van de grootste 'bloem' ter wereld met een diameter tot één meter. Deze zeldzame plant komt enkel voor in het Sundaïsche gebied van Zuidoost-Azië en wordt regelmatig gevonden in Khao Sok Nationaal Park in Zuid-Thailand, en verder nog in Sarawak (Borneo) en Sumatra (Indonesië). Deze parasiterende plant schiet geen wortel maar hecht zich vast aan het voedingsstelsel van houtige lianen van het geslacht tetvastigma. De knoppen, die opzwellen tot de grootte van een voetbal, verschijnen vanaf oktober tot december, en de bloem bloeit maar enkele dagen per jaar in januari of februari, waarna ze volledig afsterft en wegrot, en er bestaat geen manier om te voorspellen waar er opnieuw één zal opschieten. Door zijn penetrante stank die op rottende kadavers gelijkt worden vliegen aangetrokken die voor de bestuiving zorgen. De plant is genoemd naar Sir Stamford Raffles, de stichter van Singapore, die de bloem in het begin van de 19de eeuw in het Westen introduceerde. In het Thais bua phut genoemd.

Rahu (राहु, ราหู)

1. Sanskriet-Thais. De god der duisternis, een demoon zonder benen en het hoofd van een monster, die de verduistering van de zon en de maan veroorzaakt. Na het schudden van de Oceaan van Melk sloop deze demoon heimelijk in de rij van goden en ontving een portie van de amrita. Surya de god van de zon, en Chandra de god van de maan ontdekten dit bedrog en meldden het aan Vishnoe, die de demoon onmiddellijk in tweeën hakte met zijn discus -in sommige teksten is het Indra die Rahu tweeëndeelt met zijn bliksemschicht- maar de amrita had reeds effect en beide delen leefden onafhankelijk voort. Als onsterfelijke wezens namen zij hun plaats in tussen de sterren, waar Ketu, het onderste gedeelte van Rahu dat de staart voorstelt, aanzien wordt als de personificatie van kometen en meteoren, terwijl het bovenste gedeelte van Rahu door het heelal reist in een strijdwagen getrokken door acht zwarte paarden. Omdat hij het verraad door de zon en de maan nooit heeft vergeten jaagt hij hen afwisselend achterna met open mond. Wanneer hij de één of de ander opslokt, veroorzaakt hij de eclipsen, doch doordat hij geen onderkant meer heeft slippen zij er telkens weer uit, waardoor de verduistering ophoudt. Rahu is tevens één van de negen goden die vereerd worden in het phra prajam wan-systeem van de hindoes (fig.). Hij staat opgesteld op de hoek in het zuidwesten met het gezicht zuidwaarts gericht. De personificatie van zijn staart (Ketu), staat achter hem opgesteld (fig.). Rahu creëert tevens de zwarte duisternis van donkere, onheilspellende wolken waarin Ramasoen, de dondergod (fig.), zichzelf verbergt om de nimf Mekala (fig.) te kunnen vangen. Soms Rahoe getranscribeerd.

2. Sanskriet-Thais. Een andere benaming voor de paang pah leh laai-positie van de Boeddha, die overeenkomt met woensdagavond in het boeddhistische Phra prajam wan geut-systeem.

3. Sanskriet-Thais. Naam voor de planeet Aarde. Vergelijk met de demoon Rahu die net als de Aarde de verduistering van de zon en de maan veroorzaakt.

4. Thais. De god die de menselijke affaires beïnvloed.

Rahula (राहुल)

Sanskriet. 'Vereniging, band'. Naam van de zoon van prins Siddhartha en Yasodhara. Toen deze geboren werd had de prins zijn beslissing, om de wereld te verzaken en een religieus leven na te streven, reeds genomen. Hij zag het vaderschap hierdoor enkel als een nieuwe bron van gehechtheid. In het Thais Phra Rahul genoemd. MEER HIEROVER.

rai (ไร่)

Thais. Een landmaat equivalent aan ca. 1.600 vierkante meter.

raj (राज्, -ราช)

Zie raat.

raja (राज्, ราช-)

Sanskriet-Thais. Een vorm van raat gebruikt als voorvoegsel, met de betekenis groot, koninklijk, koning-, kroon-, regaal, en vorstelijk, zoals in rajarot.

rajakoemaan (าชกุมาร)

Sanskriet-Thais. 'Prins'. In het Sanskriet rajakoemaar uitgesproken.

rajakoemari (राजकुमारी, ราชกุมารี)

Sanskriet-Thais. 'Prinses'.

rajanikoen (ราชนิกุล)

Thais. Een lid van de koninklijke familie.

rajapisek (ราชาภิเษก)

Thais. 'Kroning'. In religieuze context de term die verwijst naar de scene uit het leven van prins Siddhartha toen hij zijn vader Suddhodana opvolgde als koning van de Sakya's, na zijn huwelijk met prinses Bimba.

rajarot (ราชรถ)

 Thais. Koninklijke triomf-, strijd- of lijkwagen, meestal in de vorm van een koets.

rajasap (ราชาศัพท์)

Thais. Speciale woordenschat van eerbiedige termen die moeten gebruikt worden wanneer men spreekt tegen of over leden van de koninklijke familie, de Boeddha, monniken en religieuze zaken. Zie ook song.

rajasie (ราชสีห์)

Thais. Een legendarische, wapenkundige leeuw die o.a. voorkomt in het wapenschild van het Thaise Ministerie van Binnenlandse Zaken.

rajatinanaam (ราชทินนาม)

Thais. Een titel verleend door de koning. Vergelijk met bandasak.

rajatiraat (ราชาธิราช)

Thais. 'Koning der koningen'. Een historisch drama dat de oorlogen tussen Thailand, Birma en het Mon-rijk verhaalt.

Rajavora Maha Vihaan (ราชวรมหาวิหาร)

Thais. De allerhoogste titel gegeven aan een tempel onder koninklijke auspici๋ën. Er zijn maar een paar van zulke tempels in Thailand waaraan deze titel werd verleend. Dit zijn o.a. Wat Suthat Thepwarahrahm Rajavora Maha Vihaan, Wat Saket Rajavora Maha Vihaan, Wat Mahathat Yuwaraja Rangsit Rajavora Maha Vihaan, Wat Phra Chetuphon Wimon Mang Khalahrahm Rajavora Maha Vihaan en Wat Arun Rajawarahrahm Rajavora Maha Vihaan, allen in Bangkok, en Wat Phra Phutthabaat Rajavora Maha Vihaan in Saraburi.

ra-kam (ระกำ)

Thais. Palm met een hoogte tot zeven meter die het hele jaar door vrucht draagt. Het patroon van de schil van het fruit doet denken aan een slangenhuid wat het de bijnaam slangenvrucht opleverde. Het erg voedzame fruit zit in grote dichte trossen bij elkaar aan top van de stam, en smaakt zowel wat naar banaan als naar ananas, maar heeft een wat wrange nasmaak. Er bestaat een variant met de Thaise naam sa-la, maar die zijn een beetje lager en slanker van vorm dan de ra-kam. Het fruit draagt de wetenschappelijke namen zalacca en salacca, en in Indonesië en Maleisië zijn beide vormen gekend onder de naam salak.

Rakshasa (राक्षस)

Sanskriet. Een demoon van de duisternis met een kwaadaardige natuur die ronddwaalt op kerkhoven, doden opwekt, en algemeen op allerlei verschillende manieren het menselijke geslacht treitert. In de Ramayana is Ravana de aanvoerder van de Rakshasa's; in de Thaise versie, de Ramakien, is deze gekend als Totsakan. MEER HIEROVER.

Rama (रम, ราม)

1. Sanskriet. 'Hij die charmeert' of 'de geliefde'. De held uit het Indische epos Ramayana en de Thaise Ramakien, de zevende avatar van de hindoegod Vishnoe. Hij is de zoon van koning Totsarot en koningin Kao Suriya. MEER HIEROVER.

2. Sanskriet-Thai. Kroontitel in Thailand voor de koningen van de Chakri-dynastie.

Rama I

Kroontitel van Phra Phoetta Yotfa Chulalok (fig.), de eerste koning van de Chakri-dynastie in Thailand. Deze titel werd postuum gegeven door koning Phra Nang Klao, de derde monarch van de dynastie die het systeem van deze kroontitels introduceerde. In het Westen gekend als koning Yotfa, die in 1782 als generaal Chao Phya Chakri (fig.) de gelijknamige dynastie stichtte, nadat hij de macht van koning Taksin had overgenomen. Hij verplaatste de hoofdstad van Siam van Thonburi naar Rattanakosin en is auteur van de meest volledige Thaise versie van het Indische epos Ramayana, Ramakien genaamd en in 1785 bewerkt en geschreven. Hij regeerde tot 1809.

Rama II

Kroontitel van Phra Phoetta Leut La, de tweede koning (fig.) van de Chakri-dynastie (fig.). De titel werd postuum gegeven door koning Phra Nang Klao, de derde monarch van de dynastie die het systeem van deze kroontitels invoerde. Hij was de zoon van koning Phra Phoetta Yotfa Chulalok en regeerde van 1809 tot 1824.

Rama III

Kroontitel van Phra Nang Klao, de derde koning van de Chakri-dynastie (fig.). Hij besteeg de troon in 1824 en regeerde tot 1851. Hij introduceerde het gebruik van de kroontitels voor de koningen van de Chakri-dynastie en gaf zichzelf de kroontitel Rama III, terwijl hij de titels Rama I en Rama II postuum aan zijn voorgangers verleende.

Rama IV

Kroontitel van Phra Chom Klao (fig.) de vierde koning van de Chakri-dynastie en een halfbroer van Rama III. In het Westen gekend als koning Mongkut (fig.). Hij leefde 27 jaar als boeddhistisch monnik voordat hij in 1851 de troon besteeg. Tijdens zijn monnikenschap studeerde hij Sanskriet, Pali, Latijn en Engels, en verschillende westerse wetenschappen waaronder astronomie en geschiedenis. Bepaald door westerse ideeën moderniseerde hij zijn rijk en knoopte diplomatieke betrekkingen aan met de grote mogendheden. Om kolonisatie te voorkomen werden handelsverdragen ondertekend, telkens echter met ongunstige voorwaarden voor Siam. Door zichzelf niet als vijand maar als vriend te profileren, en de grootmachten tegemoet te treden met giften in plaats van met wapens slaagde koning Mongkut erin een dreigende kolonisatie af te wenden, althans tijdelijk. Door de gecreëerde vriendschappen durfde namelijk geen van de grote mogendheden Siam nog aan te vallen uit angst voor een conflict met elkaar. Hij schafte de wet af die bepaalde dat een onderdaan de koning niet in het gezicht mocht zien, en het systeem van gedwongen arbeid voor de staat. In 1868 stierf hij aan malaria. Hij had 82 kinderen en 35 vrouwen.

Rama V

Kroontitel van Chulachomklao, de vijfde koning van de Chakri-dynastie (fig.). Geboren op 20 september 1853 als oudste zoon van koning Mongkut en koningin Debsirindra. In het Westen is hij gekend onder de naam Chulalongkorn (fig.). Hij werd op 10 november 1868 op 15-jarige leeftijd gekroond en regeerde tot 1873 onder het regentschap van Chao Phraya Borom Maha Sri Suriyawong. Geschoold door Europese privé-leraren introduceerde hij hervormingen naar westers model. Hij zette het beleid van zijn vader voort en voerde vergaande moderniseringen door, waaronder de aanleg van een spoorwegnet, de oprichting van openbare scholen, en de afschaffing van de slavernij. Onder zijn bewind kwam ook een modernisering van het gerecht en het gevangeniswezen tot stand. Tijdens de expantie van de koloniale grootmachten werd Chulalongkorn onder druk van een eventuele militaire interventie gedwongen om steeds meer concessies te doen en aanzienlijke delen van Siamees grondgebied aan de imperialistische grootmachten af te staan. Door de koloniale dreiging werd Rama V genoopt de grenzen van zijn rijk nauwkeurig vast te leggen. Hierdoor werd hij gedwongen het bestuur te centraliseren en de resterende vazalstaatjes onder Siamese controle te brengen. Hij stierf op 23 oktober 1910 en had 77 kinderen.

Rama VI

Kroontitel van Wachirawut, de zesde koning van de Chakri-dynastie (fig.) en oudste zoon van koning Chulalongkorn bij koningin Saowapha. Hij werd koning in 1910 nadat zijn halfbroer Wajirunhit (fig.), de eerdere kroonprins als troonopvolger van Rama V in 1895 voortijdig op zeventienjarige leeftijd stierf. Hij voerde hervormingen door, voornamelijk op het gebied van onderwijs en administratie. Uitgebreid geschoold in het Westen introduceerde hij het gebruik van achternamen bij zijn onderdanen en spoorde hen aan om meer westerse gewoonten, zoals kleding en haardracht, over te nemen. Hij wakkerde gevoelens van vaderlandsliefde aan en begon het nationalisme op grote schaal te bevorderen. In 1917 veranderde hij de Siamese vlag  (een witte olifant op een rood veld) door het huidige rood-wit-blauw-wit-rood, horizontaal gestreepte vaandel, kleuren die symbool zouden staan voor de natie (rood), de monarchie (blauw) en de religie (wit). Zijn regime was echter nogal spilzuchtig en toen hij in 1925 bijna kinderloos stierf -hij kreeg op de valreep een dochtertje- was de schatkist leeg. In het Thais Mongkutklao genoemd.

Rama VII

Kroontitel van Prajadhipok (fig.), de zevende koning van de Chakri-dynastie (fig.), die in 1925 wijlen koning Wachirawut opvolgde. Tijdens zijn bewind kwam een einde aan de absolute monarchie. Door de enorme bres die zijn voorganger in de schatkist had geslagen raakte de economie steeds verder in het slop. Deze impasse in combinatie met het bestaan van een oligarchisch systeem leidde uiteindelijk tot de staatsgreep van 1932 waarna de constitutionele monarchie werd ingevoerd. Ten tijde van de coup d'état was Rama VII (fig.) ijverig in de weer geweest met de voorbereiding van een constitutie maar hij ondertekende ondanks op 10 december 1932 de grondwet die een einde maakte aan meer dan zevenhonderd jaar van absolute monarchie. Hij abdiceerde in 1935. In Thailand gekend onder de naam Pokklao.

Rama VIII

Kroontitel van Ananda Mahidol (Anantha Mahidon), de achtste koning van de Chakri-dynastie (fig.). Zoon van de broer van de kinderloze koning Prajadhipok, die in 1935 de abdicerende Rama VII opvolgde. Hij zat echter nog als tienjarige jongen op school in Zwitserland en zou pas na de Tweede Wereldoorlog definitief als Rama VIII naar Siam terugkeren. In 1946, enkele maanden na zijn terugkeer, werd de jonge koning evenwel doodgeschoten in zijn bed aangetroffen, een mysterie dat nooit officieel werd opgehelderd. Ter nagedachtenis werd de Rama VIII-brug in Bangkok (fig.) naar deze koning vernoemd. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer Bhumipon Adunyadet. Ananda Mahidol werd nooit officieel tot koning gekroond maar zijn broer verleende hem postuum de volledige koninklijke titel van de chat, de parasol met negen lagen.

Rama IX

Kroontitel van Bhumipon Adunyadet, de negende koning van de Chakri-dynastie en tot dusver de langst regerende vorst van Thailand. Hij volgde zijn oudere broer Ananda op, nadat deze doodgeschoten in zijn bed werd aangetroffen, maar werd niettemin pas formeel tot koning gekroond op 5 mei 1950, na zijn huwelijk met Sirikit Kitthiyagon.

Ramachandra (रामचन्द्र)

1. Sanskriet. Een andere benaming voor Phra Ram of Rama, de zevende avatar van de god Vishnoe, en de held uit het Indische epos Ramayana, de Ramakien in Thailand.

2. Sanskriet. Andere benaming voor de kroontitel Rama.

Ramakien (รามเกียรติ์)

Thais. 'De eer van Rama'. Thaise versie van het Indische epos Ramayana, in 1785 herschreven door Rama I, de eerste koning van de huidige Chakri-dynastie. Afbeeldingen van personages en scenes uit de Ramakien vindt men over heel Thailand terug, uitgebeeld in de kunst, muziek en nomenclatuur. Het verhaal vertelt de geboorte van prins Rama in het koninkrijk van Ayutthaya en diens latere huwelijk met Sida, de dochter van koning Janaka. Sida wordt ontvoerd door de demonenkoning Totsakan (fig.) die haar wegvoert naar Longka, het huidige Sri Lanka. Vervolgens wordt de langdurige strijd tussen Rama en de tienkoppige Totsakan beschreven, waarin Rama wordt bijgestaan door mythische half-mens-half-dier personages, waaronder de heldhaftige aap-god Hanuman, altijd voorgesteld in het wit. De strijd leidt tot de nederlaag van Totsakan en de redding van Sida, waarna Rama als koning terugkeert. Uitspraak Ramakiën. MEER HIEROVER.

Ramasoen (รามสูร)

Thais. De dondergod. Hij draagt een bijl als wapen en wordt in de dans gewoonlijk voorgesteld als een metgezel van Mekala, de godin van de bliksem (fig.). Hij werd geboren in de onweerswolken en draagt de regen als zijn dekmantel. Hij vroeg Rahu, de god der duisternis (fig.), om een zwarte duisternis van donkere, onheilspellende wolken te creëren, waarin hij zichzelf verbergt om de nimf Mekala, zijn opponent, te kunnen vangen.

Ramathibodi (รามาธิบดี)

1. Naam van koning U-Thong van Ayuthhaya, ook Ramathibodi I.

2. Thais. Een titel voorgesteld voor de koningen van de Chakri-dynastie, door koning Vajiravudh, (Phra Mongkutklao), de zesde monarch van de Chakri-dynastie met als kroontitel Rama VI, die zichzelf Ramathibodi VI noemde.

Ramathibodi I (รามาธิบดีที่ ๑)

Eerste koning van de Ayuthhaya-periode, tevens koning U-Thong genaamd.

Ramayana (रामायण)

Sanskriet. 'Verhaal van Rama'. Indisch episch drama geschreven rond 400-200 VC, dat het verhaal vertelt van Rama en de ontvoering van zijn vrouw Sita door de demonenkoning Ravana van Lanka, en de strijd om haar te verlossen. In Thailand Ramakien genaamd. MEER HIEROVER.

ramboetan

Een zoete vrucht met een behaarde bolster, gelijkend op die van een tamme kastanje, maar rood van kleur (fig.). Het zoete vruchtvlees is wit, erg sappig en heeft een grote pit. Ze zijn eigen in alle Zuidoost-Aziatische landen, en de Thaise ramboetans worden voornamelijk gekweekt in het Oosten en Zuiden. Het seizoen is april tot september. In het Thais worden ze ngo genoemd, wat 'haar' betekent, en de populairste soorten zijn 'ngo rong rien' en 'ngo si chompoo'.

Ramkamhaeng (รามคำแหง)

Thais. 'Rama de dappere'. Koning van Sukhothai van 1279 tot 1298 en ontwerper van het Thaise schrift (fig.). Tijdens zijn bewind nam de absolute monarchie een aanvang en werd het Theravada boeddhisme dat door Indiase missionarissen uit Sri Lanka werd geïntroduceerd, als officiële godsdienst aangenomen. MEER HIEROVER.

ram muay (รำมวย)

Thais. Een ceremoniële dans die elke officiële wedstrijd voorafgaat en een eerbetoon is aan de trainers en de beschermgeest van de Thaise boks. De boksers dragen hierbij een lusvormige hoofdband (mongkon) en een gekleurde armband (pah prachiad) om de biceps, vaak met een beschermend amulet of boeddhabeeldje.

ram peung (รำพึง)

Zie paang ram peung.

ram wong (รำวง)

Thais. 'Rondedans'. Een volksdans waarbij men op een sierlijke manier met de handen in de lucht draait.

ranaat ek (ระนาดเอก)

Thais. Xylofoonachtig instrument voor de hoge tonen in een traditioneel orkest of mahorie. Tegenhanger van de ranaat thum, een xylofoon die de bastonen aangeeft.

ranaat thum (ระนาดทุ้ม)

Thais. Een xylofoon die de bastonen aangeeft, in tegenstelling tot een ranaat ek, die hoge tonen heeft.

rangbuab (รังบวบ)

Thais. 'Nest-pompoen'. Een benaming voor de luffa.

rang mai dip (รังไหมดิบ)

Thais. Cocon van de zijderups waaruit zijde wordt gewonnen. Nadat de cocons enkele dagen in de zon hebben gedroogd en de larven gestorven zijn wordt het spinsel van de cocons gehaald terwijl deze aan de kook worden gebracht. Gele cocons zijn van de Thaise zijderups, witte van de Chinese. Op één cocon zit ongeveer 600 meter zijdedraad.

rang nok (รังนก)

Thaise benaming voor een vogelnest. Zie tevens zwaluwnest.

Ranong (ระนอง)

Naam van een zuidelijke jangwat (kaart) en van haar hoofdstad (fig.), in het westen van het Thaise schiereiland aan de Andamese Zee, gelegen op zo'n 568 km zuidelijk van Bangkok op een smalle landengte gekend als Kokod Kra, de Istmus van Kra (fig.). De stad heeft ongeveer 18.000 inwoners en grenst aan Birma, enkel gescheiden door de Kraburi-rivier. De naam de is afgeleid van het gezegde 'Raenong' dat enerzijds verwijst naar de natuurlijke rijkdom aan mineralen (rae), met name tin, en anderzijds naar de naam van de eerste heerser van de stad, een zekere Nai Nong. Deze was eerst hoofd en een kundig bestuurder van de mu ban Ponrang in de hedendaagse tambon Bang Rin. Dit leverde hem aan het einde van de Ayutthaya-periode de bandasak op van Luang Ranong. De provincie heeft vier amphur en één king amphur.

Raphanasoon (ราพณาสูร)

Een andere benaming voor Totsakan of Ravana.

rasie (ราศี)

Thais voor zodiak.

rasmie (रश्मि)

Sanskriet voor 'lichtstraal'. Duidt op zowel de stralenkrans rond boeddhabeelden (fig.), als op de vlam (fig.) die ontspringt uit zijn ushnisha (fig.). Het symboliseert de superieuriteit van de Boeddha. Zie ook het Thaise radsamie.

rat

Het rijdier van de hindoegod Ganesha en het eerste dier in de Chinese zodiak. Ratten worden door sommige Thais tevens genuttigd als voedsel (fig.).

rat (รัตน์)

Zie rattana.

Ratchaburi (ราชบุรี)

Thais. 'Koninklijke stad'. Naam van een provincie (kaart) en haar hoofdstad in West-Thailand, op 100 km van Bangkok en met ca. 46.000 inwoners. Net als Samut Songkhram gelegen aan de oevers van de Mae Khlong-rivier. Onder de bezienswaardigheden is de beroemde drijvende markt van Damnoen Saduak (fig.), terwijl de streek gekend is vanwege de produktie van grote aarden waterpotten met draak-motieven die ohng mangkon worden genoemd (fig.). De provincie heeft negen amphur en één king amphur.

ratha (रथ)

Sanskriet voor 'strijdwagen'. Het woord is verwant aan het Thaise woord rot.

Ratnasambhava (रत्नसंभव)

Sanskriet. 'Geboren juweel'.  De transcendale boeddha van het zuidelijke universum in het Mahayana boeddhisme. Hij beeldt een varada-moedra (fig.) uit, een teken van barmhartigheid. Zijn rijdier is een paard of een paar leeuwen.

rattana (रत्न,รัตนะ)

Sanskriet-Thais. Een halfedelsteen, waardevolle steen of edelsteen. Ook wel vertaald als 'juweel'. Eveneens rattanaa en rat.

rattanaa (रत्ना, รัตนา)

Zie rattana.

Rattanakosin (รัตนโกสินทร์)

1. Bangkok, onderscheiden van Thonburi. Het verwijst naar het gebied op de rechteroever van de Chao Phrya-rivier, waar ook het Phra Rachawang is gebouwd.

2. Periode van de Chakri-dynastie. Ook Rattanakosinsok.

Rattanakosinsok (รัตนโกสินทรศก)

Periode van de Chakri-dynastie. In 1889 werd officieel door koning Chulalongkorn verklaard dat deze periode begint in 1782. Ook Rattanakosin en Rattankosinthorasok genoemd.

Rattanatrai (รัตนตรัย)

Thais. 'Drie Edelstenen' of 'Drie Juwelen'. Term voor de Boeddha, zijn leer, en de Sangha.

Ravana (रावण)

Sanskriet. 'Hij die doet huilen'. De demonenkoning van Lanka en leider van de Rakshasa's. Hij is de vijand van koning Rama in de Ramayana en wordt gewoonlijk voorgesteld met tien hoofden en soms met twintig armen. In de Ramakien gekend als Totsakan. MEER HIEROVER.

Rayong (ระยอง)

Naam van een jangwat (kaart) en haar hoofdstad in Oost-Thailand, noordelijk van de Golf van Thailand. De stad heeft ca. 45.000 inwoners en is gelegen op zo'n 179 km ten zuidoosten van Bangkok. Populair bij de Thais is Had Suan Son, een wit strand met pijnbomen nabij Ban Pe, en het eiland Ko Samet waar een gedeelte van het epische verhaal Phra Aphaimanie zich afspeelde en waarop nog steeds een vuurtoren staat als richtpunt voor de lokale scheepvaart. De provincie is tevens bekend vanwege de vele fruitboomgaarden met o.a. ramboetan, durian en ananas. De provincie heeft zes amhur en twee king amphur.

reflexologie

Een meer dan 5.000 jaar geleden in China ontstane geneeswijze waarbij de therapie bestaat uit druk en massage van bepaalde punten van de voetzool, waarin meer dan 7.000 zenuwen samenkomen. Bepaalde plekken in de voetzool corresponderen met andere lichaamsdelen en druk of een massage uitgeoefend op deze exact bepaalde punten zou meer dan 100 lichaamskwalen kunnen genezen.

reïncarnatie

Wedergeboorte. Geloof dat de ziel na de dood naar een andere lichamelijke vorm verhuist en voortleeft.

Reis naar het Westen

Zie Xiyouji.

relikwie๋ënschrijn

Houder waarin men een heilig relikwie bewaard zoals een doos, kist, tombe of heiligdom.

reua ganya (เรือกัญญา)

Thais. Een platboomd koninklijke sloep gebruikt tijdens staatsceremonieën in Thailand. Zie ook ganya.

reua haang yaaw (เรือหางยาว)

Thai. 'Langstaartboot'. Een lange boot met een vrachtwagenmotor die een schroef op het einde van een lange staaf aandrijft.

reua jaew (เรือแจว)

Thais. Een kleine platboomd roeiboot, een sloep. Ook sampan.

reua khem (เรือเข็ม)

Thais. 'Naald-boot'. Benaming voor een puntvormige boot, slank als een naald. Roeiers dienen met hun benen vóór zich uitgestrekt, te zitten. Gebruikt door monniken op hun ochtend-bedelronde of bintabaat langs waterwegen.

reua khoet (เรือขุด)

1. Thais. Benaming voor een dregger of baggeraar. Dreggers worden vaak gezien op rivieren baggerend voor erts (fig.) of om de rivieren vrij te houden van zandbanken. Op belangrijke riviermonden, zoals deze van de Chao Phrya-rivier, houdt een vloot van grote dreggers met zwaar materiaal voortdurend de rivierbedding open voor de scheepvaart. Zie ook sandon.

2. Thais. Benaming voor een kano uit één stuk gekapt van een boomstam.

reua ko lae (เรือกอและ)

Thais. Benaming voor kleine bootjes die gekenmerkt zijn door een lang uitstekende boegspriet en kleurrijke beschilderingen. Ze komen vaak voor in het uiterste Zuiden van Thailand, voornamelijk in de provincie Narathiwat.

reua mekala (เรือเมขลา)

Thais. 'Bliksem-boot', genaamd naar de godin van de bliksem, Mekala. Houten vrachtboot uit het begin van de Ayutthaya-periode. Tegenwoordig zijn velen omgebouwd tot restaurant om accommodatie te bieden aan toeristen tijdens banket-cruises op de Chao Phraya-rivier. Zie ook rijst-aak.

reuan kaew (เรือนแก้ว)

Thais. 'Kristallen beschutting'. Een versierende kader die soms achter een boeddhabeeld wordt geplaatst en het beeld omringt. Het eindigt onderaan aan iedere zijde in een naga-figuur bewaakt door een yak (fig.). Gewoonlijk vertaald als 'kristallen paleis'.

reua rap song khaam faak (เรือรับส่งข้ามฟาก)

Thais voor 'veerboot'.

reua yohng (เรือโยง)

Thais voor 'sleepboot'.

reusi (ฤาษี)

Thais. 'Hermiet' of 'heremiet'. Een wijs figuur in de Ramakien en andere Thaise volksverhalen die beschikt over speciale magische krachten. Hij leeft gewoonlijk als een kluizenaar in een grot en wordt voorgesteld met een witte baard en in een tijgervel. Hij wordt occasioneel in verband gebracht met de hindoegod Vishnoe en idem voorgesteld met meerdere armen en hoofden en met sommige van diens attributen (fig.), alsook als reusi nah seua, met het lichaam van een man en de kop van een tijger (fig.), verwijzend naar Vishnoe's vierde avatara Narasingha. Uitzonderlijk kan men ook nu nog wel eens een reusi ontmoeten (fig.).

reusi nah seua (ฤาษีหน้าเสือ)

Thais. 'Hermiet met een tijgergezicht'. Een kluizenaar met de kop van een tijger. Deze wijze figuur wordt voorgesteld met de kop van een tijger i.p.v. met het gebruikelijke tijgervel. Vergelijk met Narasingha.

reuzenschommel

Een reusachtige schommel in Bangkok, op het plein voor Wat Suthat. Werd eertijds gebruikt tijdens een jaarlijks brahmaans feest ter ere van de hindoegod Shiwa, waarbij deelnemers naar een zak met goud schommelden, die aan een vijftien meters hoge bamboepaal was gebonden. Dit feest werd gehouden in de tweede maanmaand, van de ochtend van de derde dag tot de avond van de negende dag van nieuwemaan. Door het grote aantal slachtoffers dat hierbij viel werd het feest gedurende het bewind van Rama VII uiteindelijk verboden. In 2007 werd de oude reuzenschommel vervangen door een nieuwe. In het Thais sao chingcha. Zie ook trihyampawaai en lohchingchah.

Rig (ऋग्)

Sanskriet. Eén van de vier Veda's. Ook Rigveda.

Rigveda (ऋग्वेद)

Sanskriet. Zie Rig.

rijst

Eetbaar gewas dat voornamelijk in Aziatische landen wordt geteelt en genuttigd. Er bestaan meerdere soorten, waaronder ook zwarte rijst (fig.) en kleefrijst (fig.). Eén bepaalde soort, de geurige jasmijnrijst, is zó gewild dat Thailand er een patent heeft op genomen om te voorkomen dat andere landen de naam ervan zouden gebruiken. Rijst wordt, met uitzondering van plantage- en bergrijst, gekweekt in met water gevulde bekkens (fig.). De rijstbouw begint in een speciaal daartoe voorbereidde hoek van het veld waar in het begin van het regenseizoen de rijstzaadjes worden uitgezaaid. Na ongeveer 45 dagen, wanneer de eerste oogst van rijstspruiten of 'ton klah' een hoogte van ongeveer 20 à 30 centimeter heeft bereikt, worden ze uitgetrokken en in bundels gebonden om te worden vervoerd. Vervolgens worden ze herplant in kleine groepjes van 3 à 5 zaailingen, verder uit elkaar, in meer open rijen en verdeeld over de rest van het veld. Niet alle rijst rijpt gelijktijdig en, afhankelijk van de soort en externe factoren, kan twee tot drie maal per jaar worden geoogst, met uitzondering van de plantage- en bergrijst die gewoonlijk slechts éénmaal per jaar opbrengst geeft. De kwaliteit van de rijst wordt bepaald volgens de soort en het moment waarop de rijst geoogst werd, met onderscheid in vroeg-, midden- en laatgerijpte rijst, en buiten-seizoensrijst of 'khao nah prang', wanneer die geproduceerd werd ná het regenseizoen of op land van mindere kwaliteit met te veel water. Goede kwaliteitsrijst wordt 'khao nah suan' genoemd en komt van velden die 'nah dam' worden genoemd, velden waarop aan herplanting van rijstspruiten wordt gedaan, in tegenstelling tot velden die men 'nah wahn' noemt en waarop rijst wordt gezaaid zonder dat men deze overplant. Gedurende de groeitijd worden de rijstvelden gedurig onder water gehouden. In de bergen of in heuvelachtig gebied wordt rijst ofwel geplant in tot terrassen gevormde waterbekkens (fig.), of wordt zogenaamde bergrijst gekweekt, een rijstsoort die groeit op de minder vochtige grond van berghellingen. Tegen de oogsttijd zal de rijst goudgeel van kleur zijn geworden en worden de rijstaren met de hand geoogst d.m.v. een kort sikkelvormig mes. De rijst wordt vervolgens gedorst, een aktivteit die oorspronkelijk gebeurde door de rijstaren te vertrappelen onder de hoeven van een waterbuffel die men in rondjes deed lopen, maar tegenwoordig eerder door de aren tussen twee aan elkaar gebonden stokken te houden en de rijst uit de aren te slaan, hetzij op de grond  (fig.), een dorsbord (fig.), een dorsbank (fig.) of in een enorme mand (fig.), piyad genaamd (fig.). Wanneer men geen piyad gebruikt vangt men de korrels gewoonlijk op in een zeil. Vervolgens worden deze losse korrels gestampt in een krok tam khao (fig.) en dan gewand in platte, ronde manden die kradong (fig.) worden genoemd, om hen van het kaf te ontdoen. Een dorsmachine (fig.) combineert deze handelingen door zowel het graan van de stengels te scheiden alsook van hun omhulsel. Voor grotere kwantiteiten gebeurd dit in een rijstpellerij (fig.) waar de rijst eveneens en gelijktijdig volgens kwaliteit wordt gesorteerd. Thailand produceert gemiddeld zo'n 15 miljoen ton rijst per jaar, wat het tot de belangrijkste exporteur ter wereld maakt, terwijl het reeds van oudsher gekend staat als de rijstschuur van Zuidoost-Azië. In oude geschriften in het Sanskriet wordt naar het gebied van Thailand verwezen als Suvarnabhumi, het Land van Goud, zo genoemd naar de vele rijstvelden die, wanneer ze oogstklaar zijn, goudgeel van kleur zijn. In het Thais khaw (khao).

rijst-aak

Boot die vroeger voornamelijk gebruikt werd om rijst te vervoeren, gewoonlijk met een typerend gebogen dak. Gelijkaardige versies bestonden reeds aan het begin van de Ayutthaya-periode en werden 'reua mekala' (fig.) genoemd. Tegenwoordig zijn velen omgebouwd tot restaurant om accommodatie te bieden aan toeristen tijdens banket-cruises op de Chao Phraya-rivier, terwijl het transport van rijst nu voornamelijk door grote metalen sleepboten gebeurd.

rijstpapier

Flexibel en stevig papier vervaardigd van rijststro.

rijstpellerij

Bedrijf waar rijst van de peul wordt ontdaan. In het Thais rohng sie khaw.

rishi (ऋषि)

Sanskriet. Hindoeïstische wijsgeer, asceet, hermiet of kluizenaar, gewoonlijk met woonst in het Himalaya-gebergte. In het hindoeïsme gewoonlijk een heilig persoon die de openbaring van de Vedische hymnen heeft ontvangen, en meestal uitgebeeld als een gezeten figuur met een baard en een hoofdtooi gemaakt van schors. Zie ook reusi.

robijn

Zie thabthim.

Rochana (รจนา)

Dochter van koning Samon die huwde met Phra Sang in het Thaise verhaal Sangthong.

rode gember

Altijdgroen kruid tot één meter hoog, bestaande uit lange spitse bladeren die uit de oneetbare wortel voortkomen en met een heldere rode bloem. De Latijnse benaming is alpinia purpurata, en ze is verwant aan de familie van de eetbare gembers. In het Thais khing daeng.

Rode Lahu

Subgroep van het Lahu-volk. Eveneens gekend onder de naam Lahu Nyi, en door de Thais Mussur Daeng genoemd.

rod naam mon (รดน้ำมนต์)

Thais. 'Gieten, besprenkelen of ontvangen (fig.) van water als een zegen of incantatie (mon)'. Vergelijk met het Sanskriet woord abhisheka.

roekamoen (รุกขมูล)

Thais-Rajasap. 'Zich in de jungle terugtrekken of verblijven'. Het wordt gezegd van monniken wanneer ze zich terugtrekken in de wildernis of het woud om er te mediteren of te verblijven. Ze slapen en mediteren dan onder een klot. Zie ook wat pah en thudong.

rohng sie khaw (โรงสีข้าว)

Thais voor rijstpellerij. Zie ook sie.

Roi Et (ร้อยเอ็ด)

Thais. 'Honderd-en-één'. Naam van een provincie (kaart) in Isaan en van haar gelijknamige hoofdstad, gelegen op zo'n 512 km noordoostelijk van Bangkok, en met ca. 34.000 inwoners. De naam van de stad (101) is mogelijk afgeleid van het feit dat de oude stad 11 (in het Thais tien-één, 10-1) stadspoorten had en omringd was door 11 (10-1) vazalstaten. In het centrum van de stad is een groot kunstmatig aangelegd meer met een eilandje. De stad is o.a. gekend vanwege haar zijde- en katoennijverheid die hier goedkoop en van uitstekende kwaliteit is. In het district Suwannaphoem zijn de ruïnes van een 11de eeuwse Khmer-tempel, Ku Phra Khona. De provincie heeft zeventien amphur en drie king amphur.

roosappel

Zie chom phu.

roselle

Een andere benaming voor de hibiscus sabdariffa, in het Thais gekend als krajiab daeng of kortweg krajiab.

rot (รถ)

Thais. Algemene term voor een voertuig met wielen waarvan het type kan worden bepaald door er een achtervoegsel aan toe te voegen, bijv. rot bantuk (vrachtwagen), rot mah (paardenkoets), etc. Het is verwant aan het Sanskriet woord ratha, dat 'strijdwagen' betekent.

rot bantuk (รถบรรทุก)

Thais voor vrachtwagen. Indien het een vrachtwagen betreft die tevens een oplegger of aanhangwagen trekt kan deze ook rot puang worden genoemd.

rot duan (รถด่วน)

1. Thais. 'Exprestrein'. Benaming voor een sneltrein.

2. Thais. 'Exprestrein'. Bijnaam voor de bamboeworm.

roti (โรตี)

1. Thais. Een zoete pannenkoek gevuld met verschillende soorten zoetigheden, afhankelijk van afkomst en lokale gewoonten. In Ayutthaya wordt het roti sai mai genoemd (zijden draad-roti) en bestaat uit een dunne pannenkoek gevuld met suikerspin-achtige vezels die in de pannenkoek worden gerold. Deze bestaan in verschillende kleuren maar hebben dezelfde smaak. In Phitsanulok wordt pannenkoek gevuld met  banaan en wordt roti kluay tahk ob nahm peung genoemd (roti met gedroogde banaan gebakken in honing) en in Nakhon Sawan heeft men roti moh-ji (roti met zoetigheden gemaakt van rijstebloem).

2. Maleis-Indonesisch. Een hartige pannenkoek of plat brood gevuld of overgoten met een -gewoonlijk Indische- kerrie. Er bestaan verschillende soorten, afhankelijk van afkomst en lokale gewoonten. Onder de vele soorten zijn de meest voorkomende roti mataba en roti kaeng.

3. Surinaams. Een hartig gerecht van ongerezen brood met vlees en groenten.

rot keng (รถเก๋ง)

Thais voor een gesloten (twee- of vierdeurs) personenwagen.

rot kraba (รถกระบะ)

Thais voor een pick-up truck, een kleine open goederenwagen. Pick-up trucks komen algemeen voor over geheel Thailand, vooral op het platteland. Indien een pick-up truck omgebouwd werd met achteraan twee banken dan wordt deze songthaew (twee banken) genoemd, een voertuig dat gewoonlijk dienst doet als taxi of openbaar vervoer (fig.).

rot mah (รถม้า)

Thais voor paardenkoets of paardenkar. Ze zijn een typisch straatbeeld in Lampang (fig.).

rot puang (รถพ่วง)

Thais voor trailer, een voertuig dat door een ander wordt voortgetrokken.

rot saamloh (รถสามล้อ)

Thais voor enig soort fiets of motorfiets met drie wielen. Zie ook saamloh.

rot saamloh tieb (รถสามล้อถีบ)

Thaise algemene benaming voor elk model van een op mankracht, pedaal-aangedreven rijwiel met drie wielen. Dit kan een riksjafiets of saamloh zijn, een bakfiets, een fietstaxi, etc. Het zadel voor de bestuurder zit hierbij ofwel vóór ofwel achter de laadbak of de passagierszetel.

rot yon (รถยนต์)

Thais voor een wagen met een motor, een auto. Indien het een gesloten personenwagen betreft met vier of meer plaatsen wordt deze tevens rot keng genoemd. Indien het een pick-up betreft spreekt men van een rot kraba en indien het een pick-up truck met twee banken betreft van rot songthaew.

roze cassia

Een andere benaming voor de roze regen, een loofboom die tot 12 meter hoog kan worden met de Latijnse naam cassia bakeriana.  In het Thais kalapa phreuk genoemd.

roze kwastbloem

Zie calliandra surinamensis.

rubber

Gom. Veerkrachtige substantie die verkregen wordt uit het melksap van de rubberboom. De naam voor deze substantie werd bedacht door de Britse wetenschapper Joseph Priestley nadat deze de mogelijkheid ervan ontdekte om er potloodlijnen mee weg te vagen of uit te 'gommen' ('rub out'). Rubber wordt verzameld door in de stam van de boom te kerven waardoor het sap naar beneden vloeit en via een metalen geultje in een klein kopje sijpelt, een proces gekend als rubbertappen (fig.). In Zuid-Amerika waar de boom inheems is, wordt de boom door de indianen 'cachuchu' genoemd, letterlijk het 'hout dat huilt'. De inkervingen moeten perfect zijn, want indien de snede te diep of niet diep genoeg is daalt de opbrengst aanzienlijk. Elke boom wordt om de 2-3 nachten opnieuw gekerfd, steeds vóór zonsopgang en wanneer het niet regent. Nadien wordt de inhoud van de kleine kommetjes leeggemaakt in emmers, een proces dat snel moet gebeuren, vóórdat de rubber hard begint te worden. Eens de zon opkomt is het te laat: de rubber wordt dan hard, bederft en is onbruikbaar. Na de inzameling van de ruwe rubber wordt deze overgegoten in een grote ton, gezeefd, aangelengd met water en behandeld met een zuur om het te doen stremmen (stollen). Vervolgens wordt de rubber in metalen pannen gegoten om te harden, waarna ze tot witte plooibare matten worden gemangeld, die beige kleuren wanneer ze drogen in de zon (fig.). Zuid-Amerikaanse indianen gebruikten reeds rubber lang voordat de substantie in de Westerse beschaving geïntroduceerd werd. Het duurde nog tot 1736 voordat wetenschappers pas geleidelijk aan interesse begonnen te tonen, nadat de ontdekkingsreiziger Charles Condamine verschillende rollen ruwe rubber die door Zuid-Amerikaanse indianen geproduceerd werd van wilde bomen in de Amazone Vallei, naar zijn moederland stuurde. Nog lang voor enige commerciële toepassingen bekend waren ontdekte de Britse industriëel Samual Peal dat stoffen waterdicht gemaakt konden worden door deze met een oplossing van rubber en terpentijn te besmeren. In 1839 ontdekte de Amerikaanse uitvinder Charles Goodyear dat wanneer men rubber vulcanizeerde door deze te koken met zwavel, deze niet langer stijf zou worden in koud weer, of kleverig en stinkend in de hitte. Zuid-Amerika zou nog tot 1876 de voornaamste bron van ruwe rubber blijven, tot de Brit Sir Henry Wickham zo'n 70.000 hevea braziliensis-zaadjes, die hij van Brazilië had meegesmokkeld, liet ontkiemen en vervolgens in Ceylon plantte. Niet lang daarna werden ook in Malaysië rubberbomen aangeplant. Toen in het begin van de 20ste eeuw de tinvoorraden op het eiland Phuket afnamen startte in 1903 ook Thailand met het planten van rubberbomen. Koning Rama V benoemde zelfs een nieuwe gouverneur voor de provincie Trang om de lokale rubberproduktie op te starten, en tegen het jaar 1936 produceerde Thailand zo'n 4% van de globale rubbermarkt. Het einde van deze opleving begon met het uitbreken van WO II toen een rendabele manier werd bedacht om synthetische rubber te produceren, hoewel Thailand nog steeds 2 miljoen ton rubber per jaar produceert, die met een waarde van zo'n 60 miljard baht Thailand tot de grootste producent van ruwe rubber ter wereld maakt. In een goed jaar kan de opbrengst oplopen tot zo'n 500 kilogram ruwe rubber per hectare. Naast zijn toepassingen in de chirurgie en luchtvaart wordt rubber gebruikt in een verscheidenheid aan produkten, van elastiekjes tot auto-onderdelen, etc.

rubberboom

Rubber-producerende boom. Ruwe rubber is één van de voornaamste exportprodukten van Thailand. De ruwe rubber wordt verkregen door schuine inkervingen (fig.) in de stam van de rubberboom te maken, waarna deze langzaam gaat bloeden (fig.). Dit proces noemt men rubbertappen. In Thailand ton yang genoemd.

Rudra (रुद्र)

Sanskriet. Vedische godheid wiens vele aspecten zowel goedaardig als vernietigend zijn. Hij is leider van de Maruts en een eerdere gedaante van Shiwa.

Rui Shi (瑞狮)

Chinees. 'Gunstige leeuwen'. Decoratieve standbeelden van twee leeuwen, altijd in paar uitgebeeld, die de toegang tot gebouwen bewaken, met het wijfje steeds links en het mannetje rechts. Oorspronkelijk stonden ze voor Chinese keizerlijke gebouwen zoals paleizen en tempels, en werden traditioneel gehouwen uit dure materialen zoals marmer en graniet of gegoten in brons of ijzer. Hoewel er vele varianten bestaan, houdt de mannelijke leeuw over het algemeen zijn rechterpoot op een bal met een bloemachtig motief, terwijl de leeuwin meestal in het gezelschap is van een welp (fig.), die ze soms onder haar linkerpoot vasthoudt. In sommige stijlen heeft elk van de leeuwen een bal in zijn/haar half-geopende muil die klein genoeg is om van de ene naar de andere kant van de muil over en weer bewogen te worden, toch te groot om eruit gehaald te worden. Rui Shi worden ook wel Fu Shi en Keizerlijke Beschermleeuwen genoemd. Zie ook Bi Xie (fig.).

ruiter-iconografie

De leer van de betekenis der voorstelling van paarden en hun berijder, zoals uitgebeeld in de kunst, en het illustreren van een paard en zijn ruiter volgens die leer. Iconografie komt van het Grieks en betekent 'beeldbeschrijving'. Het bestaat uit een aantal regels waarin de voorstelling van de houding van het paard en zijn ruiter belangrijk zijn. Dit geldt vooral bij ruiterstandbeelden van historische figuren. Een steigerend of onrustig paard (fig.) duidt zo bijvoorbeeld op een dynamische berijder geneigd tot actie en avontuur, terwijl een paard met alle vier hoeven op de grond (fig.) eerder de standvastige autoriteit en macht van de ruiter laat zien. Deze regels vertakten echter in een volksgeloof waarin het aantal opgeheven poten van het paard bij een ruiterstandbeeld de status van de berijder weergeven. Een eerste zulks geloof suggereert dat als het paard één voor- of achterpoot in de lucht heeft, zijn berijder reeds gestorven is; indien het paard twee poten in de lucht heeft, hetzij steigerend met beide voorpten in de lucht of in draf met één voor- en één achterpoot opgeheven, zijn berijder een onnatuurlijke dood gestorven is; indien het paard drie poten van de grond af heeft, zijn berijder op het slagveld sneuvelde; en indien het paard met alle vier hoeven op de grond staat, de ruiter nog leefde toen het standbeeld werd gemaakt. Dit geloof spreekt een tweede populaire opvatting tegen die stelt dat indien het paard één voorpoot in de lucht heeft, zijn berijder op het slagveld gewond werd of stierf aan verwondingen opgelopen op het slagveld; indien het paard steigert, dat is met de twee voorpoten in de lucht, de ruiter sneuvelde in een oorlog; en indien het paard met alle vier poten op de grond staat, de ruiter op een andere manier is gestorven dan gesneuveld in actie. Beide ovetuigingen zijn tegenstrijdig met elkaar en toepassing van vooral de laatste opvatting lijkt vaker niet dan wel te kloppen.

Rukmini (रुक्मिणी)

De voornaamste vrouw van Krishna. Zie ook Lakshmi.

ruyi (如意)

Chinees. 'Als u wenst'. Benaming voor een oud, scepterachtig voorwerp, dat ontstaan is uit een huishoudelijke ruggenkrabber en een symbool van macht werd. In het verleden werd het enkel gebruikt door keizers en hoge staatsambtenaren, maar het komt eveneens voor bij beelden van verschillende Chinese goden, zoals Budai (fig.), de goden Hok Lok Siw, etc. Men gelooft dat het in zowat elk veld fortuin en succes kan brengen uit geleverde inspanningen. Het is gewoonlijk vervaardigd uit kostbare materialen zoals jade of koper, etc. en is soms versierd met gunstige voorwerpen of dieren uit de Chinese mythologie, waaronder de Perzikken der Onsterfelijkheid (fig.), vleermuizen, trigrams, etc. Het wordt aanzien als een lokkend voorwerp voor zakenlui en mensen die hoge posities bekleden en het bevel voeren over meerdere ondergeschikten.