raat (राज्, -ราช)
Sanskriet-Thais. Een achtervoegsel dat 'groot, koninklijk, regaal' en 'vorstelijk'
betekent, als in
nagaraat. Vaak ook als
raj getranscribeerd.
rachaphreuk (ราชพฤกษ์)
Thais.
'Koninklijke flora'. Naam voor de cassia fistula of Indische laburnum,
een middelgrote loofboom
die tot zo'n 9 meter hoog kan worden. Hij is
beter gekend bij zijn meer populaire naam gouden regen, een naam die hij
dankt aan zijn vele opvallende gele bloemen. In het Engels wordt de boom
ook wel 'drumstick tree' (trommelstokboom) genoemd, naar de langwerpige
zaadhulzen.
racharot
Zie
rajarot.
Radha (राधा)
1. De favoriete liefde van
Krishna. Zij vertegenwoordigt de menselijke ziel, en Krishna de universele
levenskracht. Ze wordt soms aanbeden als een
avatar van de godin
Lakshmi.
2.
Naam van de pleegmoeder van Karna, de eerstgeboren zoon van
Kunti en dus
een half-broer van de
Pandava
in het epos
Mahabharata.
radjakaan (รัชกาล)
Thais.
'Heerschappij' of 'bewind' van een vorst, zoals bv. 'radjakaan tie
ha', de heerschappij van koning
Rama V.
radjakaan patjoeban (รัชกาลปัจจุบัน)
Thais.
De heerschappij of het bewind van de huidige vorst.
radjasamay (รัชสมัย)
Thais.
Het bewind of de jaren van heerschappij van een vorst.
radjataayaat (รัชทายาท)
Thais.
De erfgenaam tot de troon. Ook
mongkoet rachakoemaan.
radklao (รัดเกล้า)
Thais. Een met juwelen versierde, diadeemachtige kroon, zoals
gedragen door sommige Thaise dansers. Enigszins gelijkend op een
adellijk kroontje.
radsamie (รัศมี)
1.
Thais. 'Aureool, nimbus, halo' of 'stralenkrans'. Ook
chappannarangsie.

2.
Thais. 'Lichtstraal, schittering, glans, gloed'.
3.
Thais. 'Macht' en 'prestige'.
raeknakwan (แรกนาขวัญ)
Thais. 'Het eerste ploegen'. De
ploegceremonie, een oud
brahmaans gebruik dat het begin van het
rijst-seizoen aangeeft. In Thailand een jaarlijks
in de tweede week van de maand mei uitgevoerd ritueel op
Sanam Luang in aanwezigheid van de koning, en
gekend als de
koninklijke ploegceremonie (fig.).
Het verwijst eveneens naar een scene die zich afspeelt in het leven
van de historische
Boeddha, toen hij zich op zevenjarige
leeftijd tijdens de ploegceremonie afzonderde om te mediteren onder
een boom.
rafflesia
Naam
van de grootste 'bloem' ter wereld met een diameter tot één meter.
Deze zeldzame plant komt enkel voor in het Sundaïsche gebied van
Zuidoost-Azië en wordt regelmatig gevonden in Khao Sok Nationaal
Park in Zuid-Thailand, en verder nog in Sarawak (Borneo) en Sumatra
(Indonesië). Deze parasiterende plant schiet geen wortel maar hecht
zich vast aan het voedingsstelsel van houtige lianen van het
geslacht tetvastigma. De knoppen, die opzwellen tot de grootte van
een voetbal, verschijnen vanaf oktober tot december, en de bloem
bloeit maar enkele dagen per jaar in januari of februari, waarna ze
volledig afsterft en wegrot, en er bestaat geen manier om te
voorspellen waar er opnieuw één zal opschieten. Door zijn penetrante
stank die op rottende kadavers gelijkt worden vliegen aangetrokken
die voor de bestuiving zorgen. De plant is genoemd naar Sir Stamford
Raffles, de stichter van Singapore, die de bloem in het begin van de
19de eeuw in het Westen introduceerde. In het Thais
bua phut genoemd.
Rahu (राहु,
ราหู)
1.
Sanskriet-Thais. De god der duisternis, een demoon zonder benen en het hoofd van een
monster, die de verduistering van de zon en de maan veroorzaakt. Na
het schudden van de
Oceaan van Melk sloop deze demoon heimelijk in de
rij van goden en ontving een portie van de
amrita.
Surya de god van de zon, en
Chandra de god van de maan ontdekten dit bedrog en
meldden het aan
Vishnoe, die de demoon onmiddellijk in tweeën
hakte met zijn discus -in sommige teksten is het
Indra die Rahu tweeëndeelt met zijn
bliksemschicht- maar de amrita had reeds effect en beide delen
leefden onafhankelijk voort. Als onsterfelijke wezens namen zij hun
plaats in tussen de sterren, waar
Ketu, het onderste gedeelte van Rahu dat de staart
voorstelt, aanzien wordt als de personificatie van kometen en
meteoren, terwijl het bovenste gedeelte van Rahu door het heelal
reist in een strijdwagen getrokken door acht zwarte paarden. Omdat
hij het verraad door de zon en de maan nooit heeft vergeten jaagt
hij hen afwisselend achterna met open mond. Wanneer hij de één of de
ander opslokt, veroorzaakt hij de eclipsen, doch doordat hij geen
onderkant meer heeft slippen zij er telkens weer uit, waardoor de
verduistering ophoudt. Rahu is tevens één van de negen goden die
vereerd worden in het
phra prajam wan-systeem van de hindoes (fig.).
Hij staat opgesteld op de hoek in het zuidwesten met het gezicht
zuidwaarts gericht. De personificatie van zijn staart (Ketu), staat
achter hem opgesteld (fig.).
Rahu
creëert tevens de zwarte
duisternis van donkere, onheilspellende wolken waarin
Ramasoen, de dondergod (fig.),
zichzelf verbergt om de nimf
Mekala
(fig.)
te kunnen vangen. Soms Rahoe
getranscribeerd.

2.
Sanskriet-Thais. Een andere
benaming voor de
paang pah leh laai-positie
van de Boeddha, die overeenkomt met woensdagavond in het
boeddhistische
Phra prajam wan geut-systeem.
3.
Sanskriet-Thais. Naam voor de planeet
Aarde. Vergelijk met de demoon
Rahu die net als de Aarde de verduistering van de zon en de maan
veroorzaakt.
4.
Thais. De god die de menselijke affaires beïnvloed.
Rahula (राहुल)
Sanskriet. 'Vereniging, band'. Naam van de zoon van prins
Siddhartha en
Yasodhara. Toen deze geboren werd had de
prins zijn beslissing, om de wereld te verzaken en een religieus
leven na te streven, reeds genomen. Hij zag het vaderschap hierdoor
enkel als een nieuwe bron van gehechtheid. In het Thais Phra Rahul
genoemd.
MEER HIEROVER.
rai (ไร่)
Thais. Een landmaat equivalent aan ca. 1.600 vierkante meter.
raj (राज्, -ราช)
Zie
raat.
raja (राज्, ราช-)
Sanskriet-Thais. Een vorm van
raat gebruikt als voorvoegsel, met de
betekenis groot, koninklijk, koning-, kroon-, regaal, en vorstelijk,
zoals in
rajarot.
rajakoemaan (ราชกุมาร)
Sanskriet-Thais. 'Prins'. In het Sanskriet rajakoemaar uitgesproken.
rajakoemari (राजकुमारी, ราชกุมารี)
Sanskriet-Thais. 'Prinses'.
rajanikoen (ราชนิกุล)
Thais. Een lid van de koninklijke familie.
rajapisek (ราชาภิเษก)
Thais.
'Kroning'. In religieuze context de term die verwijst naar de scene
uit het leven van prins
Siddhartha toen hij zijn vader
Suddhodana opvolgde als koning van
de
Sakya's, na
zijn huwelijk met prinses
Bimba.
rajarot (ราชรถ)
Thais. Koninklijke triomf-, strijd- of lijkwagen, meestal in de
vorm van een koets.

rajasap (ราชาศัพท์)
Thais.
Speciale woordenschat van eerbiedige termen die moeten gebruikt
worden wanneer men spreekt tegen of over leden van de koninklijke
familie, de
Boeddha,
monniken en religieuze zaken. Zie ook
song.
rajasie (ราชสีห์)
Thais.
Een legendarische, wapenkundige
leeuw die o.a. voorkomt in het wapenschild van het
Thaise Ministerie van Binnenlandse Zaken.
rajatinanaam (ราชทินนาม)
Thais.
Een titel verleend door de koning. Vergelijk met
bandasak.
rajatiraat (ราชาธิราช)
Thais. 'Koning der koningen'. Een historisch drama dat de oorlogen
tussen Thailand, Birma en het
Mon-rijk verhaalt.
Rajavora Maha Vihaan (ราชวรมหาวิหาร)
Thais. De allerhoogste titel gegeven aan een
tempel onder koninklijke auspici๋ën. Er zijn maar
een paar van zulke tempels in Thailand waaraan deze titel werd
verleend. Dit zijn o.a.
Wat Suthat Thepwarahrahm
Rajavora Maha Vihaan,
Wat Saket Rajavora Maha Vihaan,
Wat Mahathat Yuwaraja Rangsit Rajavora Maha
Vihaan,
Wat Phra Chetuphon Wimon Mang Khalahrahm
Rajavora Maha Vihaan
en
Wat Arun Rajawarahrahm
Rajavora Maha Vihaan,
allen in Bangkok, en
Wat Phra Phutthabaat
Rajavora Maha Vihaan
in
Saraburi.
ra-kam (ระกำ)
Thais. Palm met een hoogte tot zeven meter die het hele jaar door
vrucht draagt. Het patroon van de schil van het fruit doet denken
aan een slangenhuid wat het de bijnaam slangenvrucht opleverde. Het
erg voedzame fruit zit in grote dichte trossen bij elkaar aan top
van de stam, en smaakt zowel wat naar
banaan als naar
ananas, maar heeft een wat wrange nasmaak. Er
bestaat een variant met de Thaise naam
sa-la, maar die zijn een beetje lager en slanker
van vorm dan de ra-kam. Het fruit draagt de wetenschappelijke namen
zalacca en salacca, en in Indonesië en Maleisië zijn beide vormen
gekend onder de naam salak.

Rakshasa (राक्षस)
Sanskriet. Een
demoon van de duisternis met een kwaadaardige natuur die ronddwaalt
op kerkhoven, doden opwekt, en algemeen op allerlei verschillende
manieren het menselijke geslacht treitert. In de
Ramayana is
Ravana de aanvoerder van de Rakshasa's; in
de Thaise versie, de
Ramakien, is deze gekend als
Totsakan.
MEER HIEROVER.
Rama (रम, ราม)
1.
Sanskriet. 'Hij die charmeert' of 'de geliefde'. De held uit het Indische epos
Ramayana en de Thaise
Ramakien, de zevende
avatar van de hindoegod
Vishnoe. Hij is de zoon van koning
Totsarot en koningin
Kao Suriya.
MEER HIEROVER.

2.
Sanskriet-Thai. Kroontitel in Thailand voor de koningen van de
Chakri-dynastie.
Rama I
Kroontitel van
Phra Phoetta Yotfa Chulalok
(fig.), de eerste koning van
de
Chakri-dynastie in Thailand. Deze titel
werd postuum gegeven door koning
Phra Nang Klao, de derde monarch van de dynastie
die het systeem van deze kroontitels introduceerde. In het Westen
gekend als koning Yotfa, die in 1782 als generaal
Chao Phya Chakri (fig.) de gelijknamige dynastie
stichtte, nadat hij de macht van koning
Taksin had overgenomen. Hij verplaatste de
hoofdstad van
Siam van Thonburi naar
Rattanakosin en is auteur van de meest volledige
Thaise versie van het Indische epos
Ramayana,
Ramakien genaamd
en
in 1785 bewerkt
en geschreven. Hij regeerde tot 1809.

Rama II
Kroontitel van
Phra Phoetta Leut La, de tweede koning (fig.) van de
Chakri-dynastie (fig.). De titel werd
postuum gegeven door koning
Phra Nang Klao, de derde monarch van de dynastie
die het systeem van deze kroontitels invoerde. Hij was de zoon van
koning
Phra Phoetta Yotfa Chulalok en regeerde van 1809
tot 1824.

Rama III
Kroontitel van
Phra Nang Klao, de derde koning van de
Chakri-dynastie (fig.). Hij besteeg de troon
in 1824
en regeerde tot 1851. Hij introduceerde het gebruik van de
kroontitels voor de koningen van de Chakri-dynastie en
gaf zichzelf de kroontitel Rama III, terwijl hij de titels
Rama I en
Rama II postuum aan zijn voorgangers verleende.

Rama IV
Kroontitel van
Phra Chom Klao (fig.)
de vierde koning van de
Chakri-dynastie en
een
halfbroer van
Rama III. In het Westen gekend als koning
Mongkut
(fig.).
Hij leefde
27 jaar als boeddhistisch
monnik
voordat hij in 1851
de troon besteeg. Tijdens zijn monnikenschap studeerde hij
Sanskriet,
Pali, Latijn en Engels,
en verschillende westerse wetenschappen waaronder astronomie en
geschiedenis. Bepaald door westerse ideeën moderniseerde hij zijn
rijk en knoopte diplomatieke betrekkingen aan met de grote
mogendheden. Om kolonisatie te voorkomen werden handelsverdragen
ondertekend, telkens
echter met
ongunstige
voorwaarden voor
Siam.
Door zichzelf niet als vijand maar als vriend te profileren, en de
grootmachten tegemoet te treden met giften in plaats van met wapens
slaagde
koning Mongkut erin een dreigende kolonisatie af te wenden, althans
tijdelijk. Door de gecreëerde vriendschappen durfde namelijk geen
van de grote mogendheden Siam nog aan te vallen uit angst voor een
conflict met elkaar.
Hij schafte
de wet af
die bepaalde dat een onderdaan de koning niet in het gezicht mocht
zien,
en het systeem van gedwongen arbeid voor de staat. In 1868 stierf
hij
aan malaria.
Hij had 82 kinderen en 35 vrouwen.

Rama V
Kroontitel van
Chulachomklao,
de vijfde koning van de
Chakri-dynastie (fig.). Geboren op 20 september 1853 als
oudste
zoon van koning
Mongkut
en koningin Debsirindra. In
het Westen is hij
gekend
onder de naam
Chulalongkorn
(fig.).
Hij werd op 10 november 1868 op 15-jarige leeftijd gekroond en
regeerde tot 1873 onder het regentschap van
Chao Phraya
Borom
Maha
Sri Suriyawong.
Geschoold door Europese privé-leraren
introduceerde
hij
hervormingen naar westers model.
Hij zette
het beleid van zijn vader voort
en voerde
vergaande moderniseringen
door,
waaronder de aanleg van een spoorwegnet,
de oprichting van openbare
scholen, en de
afschaffing van de slavernij.
Onder zijn bewind kwam ook
een modernisering van het gerecht en het gevangeniswezen tot stand.
Tijdens de expantie van de koloniale grootmachten werd Chulalongkorn
onder druk van een eventuele militaire interventie gedwongen om
steeds meer concessies te doen en aanzienlijke delen van Siamees
grondgebied aan de
imperialistische
grootmachten
af te staan.
Door de
koloniale dreiging werd
Rama V genoopt de grenzen van zijn rijk nauwkeurig vast te leggen.
Hierdoor werd hij gedwongen het bestuur te centraliseren en de
resterende vazalstaatjes onder Siamese controle te brengen.
Hij stierf op 23 oktober 1910 en had 77 kinderen.

Rama VI
Kroontitel van
Wachirawut,
de zesde koning van de
Chakri-dynastie (fig.) en oudste
zoon van
koning
Chulalongkorn
bij koningin Saowapha. Hij werd koning in 1910 nadat zijn halfbroer
Wajirunhit (fig.),
de eerdere kroonprins als troonopvolger van
Rama V in 1895 voortijdig op zeventienjarige
leeftijd stierf.
Hij
voerde
hervormingen door, voornamelijk op het gebied van onderwijs en
administratie. Uitgebreid geschoold in het
Westen
introduceerde hij het gebruik van achternamen bij zijn onderdanen en
spoorde hen aan om meer westerse gewoonten, zoals kleding en
haardracht, over te nemen. Hij wakkerde gevoelens van
vaderlandsliefde aan en begon het nationalisme op grote schaal te
bevorderen. In 1917 veranderde hij de Siamese vlag
(een witte olifant op een rood veld) door het huidige
rood-wit-blauw-wit-rood, horizontaal gestreepte vaandel,
kleuren
die
symbool
zouden staan
voor de natie (rood), de monarchie (blauw) en de religie (wit). Zijn
regime was echter nogal spilzuchtig en toen hij in 1925 bijna
kinderloos stierf
-hij kreeg op de valreep een dochtertje-
was de schatkist leeg.
In het Thais
Mongkutklao genoemd.

Rama VII
Kroontitel van
Prajadhipok
(fig.),
de zevende koning van de
Chakri-dynastie (fig.), die in 1925 wijlen koning
Wachirawut
opvolgde.
Tijdens
zijn
bewind kwam een einde aan de absolute monarchie.
Door de enorme bres die zijn voorganger in de schatkist had geslagen
raakte de economie steeds verder in het slop. Deze impasse in
combinatie met het bestaan van een oligarchisch systeem leidde
uiteindelijk tot de staatsgreep van 1932
waarna
de constitutionele monarchie
werd ingevoerd.
Ten tijde van de coup d'état was Rama VII (fig.) ijverig in de weer geweest
met de voorbereiding van een constitutie
maar
hij
ondertekende ondanks op
10 december 1932 de grondwet die een einde
maakte aan meer dan zevenhonderd jaar van absolute monarchie.
Hij abdiceerde in 1935. In Thailand gekend onder de naam
Pokklao.

Rama VIII
Kroontitel van
Ananda Mahidol (Anantha
Mahidon), de achtste koning van de
Chakri-dynastie (fig.).
Zoon
van de broer van de kinderloze koning
Prajadhipok,
die in 1935
de abdicerende
Rama VII
opvolgde. Hij zat echter nog als tienjarige jongen op school in
Zwitserland en zou pas na de Tweede Wereldoorlog definitief als Rama
VIII naar
Siam
terugkeren.
In 1946, enkele maanden na zijn terugkeer, werd de jonge koning
evenwel doodgeschoten in zijn bed aangetroffen, een mysterie dat
nooit officieel werd opgehelderd. Ter nagedachtenis werd de
Rama VIII-brug in Bangkok (fig.)
naar deze koning vernoemd.
Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer
Bhumipon Adunyadet. Ananda Mahidol werd nooit
officieel tot koning gekroond maar zijn broer verleende hem postuum
de volledige koninklijke titel van de
chat, de parasol met negen lagen.

Rama IX
Kroontitel van
Bhumipon Adunyadet, de negende koning van de
Chakri-dynastie en tot dusver de langst regerende
vorst van Thailand.
Hij
volgde
zijn
oudere
broer
Ananda
op,
nadat deze
doodgeschoten in zijn bed
werd
aangetroffen,
maar
werd niettemin pas
formeel
tot koning gekroond
op 5 mei 1950,
na zijn huwelijk met
Sirikit Kitthiyagon.

Ramachandra (रामचन्द्र)
1.
Sanskriet. Een andere benaming voor
Phra Ram of
Rama, de zevende
avatar van de god
Vishnoe, en de held uit het Indische epos
Ramayana, de
Ramakien in Thailand.
2.
Sanskriet. Andere benaming voor de kroontitel
Rama.
Ramakien (รามเกียรติ์)
Thais. 'De eer van Rama'. Thaise versie van het Indische epos
Ramayana,
in 1785 herschreven door
Rama I,
de eerste koning van de huidige
Chakri-dynastie.
Afbeeldingen van personages en scenes uit de Ramakien
vindt men over heel Thailand terug, uitgebeeld in de kunst,
muziek en
nomenclatuur.
Het verhaal vertelt de geboorte van prins
Rama
in het koninkrijk van
Ayutthaya
en diens latere huwelijk met
Sida,
de dochter van koning
Janaka.
Sida wordt ontvoerd door de demonenkoning
Totsakan
(fig.)
die haar wegvoert naar
Longka,
het huidige Sri Lanka. Vervolgens wordt de langdurige strijd tussen
Rama en de tienkoppige Totsakan beschreven, waarin Rama wordt
bijgestaan door mythische half-mens-half-dier personages, waaronder
de heldhaftige aap-god
Hanuman,
altijd voorgesteld in
het wit. De
strijd leidt tot de nederlaag van Totsakan en de redding van Sida,
waarna Rama als koning terugkeert. Uitspraak Ramakiën.
MEER HIEROVER.
_small.jpg)
Ramasoen (รามสูร)
Thais. De dondergod. Hij draagt een bijl als wapen en wordt in de
dans gewoonlijk voorgesteld als een metgezel van
Mekala, de godin van de bliksem (fig.).
Hij
werd geboren in de onweerswolken en draagt de regen als zijn
dekmantel. Hij vroeg
Rahu,
de god der duisternis
(fig.),
om een zwarte duisternis van donkere, onheilspellende wolken te creëren,
waarin hij zichzelf verbergt om de nimf
Mekala,
zijn opponent, te kunnen vangen.

Ramathibodi (รามาธิบดี)
1.
Naam van koning
U-Thong van
Ayuthhaya, ook
Ramathibodi I.
2.
Thais. Een titel voorgesteld voor de koningen van de
Chakri-dynastie, door koning
Vajiravudh, (Phra
Mongkutklao), de zesde monarch van de
Chakri-dynastie met als kroontitel
Rama VI, die zichzelf Ramathibodi VI noemde.
Ramathibodi I (รามาธิบดีที่ ๑)
Eerste koning van de
Ayuthhaya-periode, tevens koning
U-Thong genaamd.

Ramayana (रामायण)
Sanskriet.
'Verhaal van Rama'. Indisch episch drama geschreven rond
400-200 VC, dat het verhaal vertelt van
Rama en de ontvoering van zijn vrouw
Sita door de demonenkoning
Ravana van
Lanka, en de strijd om haar te verlossen.
In Thailand
Ramakien genaamd.
MEER HIEROVER.
ramboetan
Een
zoete vrucht met een behaarde bolster, gelijkend op die van een
tamme kastanje, maar rood van kleur (fig.).
Het zoete vruchtvlees is wit, erg sappig en heeft een grote pit. Ze
zijn eigen in alle Zuidoost-Aziatische landen, en de Thaise
ramboetans worden voornamelijk gekweekt in het Oosten en Zuiden. Het
seizoen is april tot september. In het Thais worden ze
ngo genoemd, wat 'haar' betekent, en de
populairste soorten zijn 'ngo rong rien' en 'ngo si chompoo'.

Ramkamhaeng (รามคำแหง)
Thais. 'Rama
de dappere'. Koning van
Sukhothai van 1279 tot 1298 en
ontwerper van het Thaise schrift (fig.).
Tijdens zijn bewind
nam de absolute monarchie een aanvang en werd het
Theravada
boeddhisme dat door Indiase missionarissen uit Sri Lanka werd
geïntroduceerd,
als officiële godsdienst aangenomen.
MEER HIEROVER.

ram muay
(รำมวย)
Thais. Een
ceremoniële dans
die elke officiële wedstrijd voorafgaat en een
eerbetoon
is
aan de trainers en de beschermgeest van de Thaise boks.
De
boksers dragen
hierbij een lusvormige hoofdband (mongkon) en een
gekleurde armband (pah prachiad) om de biceps,
vaak
met een beschermend
amulet
of
boeddhabeeldje.

ram peung (รำพึง)
Zie
paang ram peung.
ram wong (รำวง)
Thais. 'Rondedans'. Een volksdans waarbij men op een sierlijke
manier met de handen in de lucht draait.

ranaat ek (ระนาดเอก)
Thais. Xylofoonachtig instrument voor de hoge tonen in een
traditioneel orkest of
mahorie.
Tegenhanger van de
ranaat thum, een xylofoon die de bastonen
aangeeft.

ranaat thum (ระนาดทุ้ม)
Thais. Een xylofoon die de bastonen aangeeft, in tegenstelling tot
een
ranaat ek, die hoge tonen heeft.

rangbuab (รังบวบ)
Thais. 'Nest-pompoen'.
Een benaming voor de
luffa.
rang mai dip (รังไหมดิบ)
Thais. Cocon van de
zijderups
waaruit
zijde
wordt gewonnen. Nadat de cocons enkele dagen in de zon hebben
gedroogd en de larven gestorven zijn wordt het spinsel van de cocons
gehaald terwijl deze aan de kook worden gebracht. Gele cocons zijn
van de Thaise zijderups, witte van de Chinese. Op één cocon zit
ongeveer 600 meter zijdedraad.

Ranong (ระนอง)
Naam van een zuidelijke
jangwat (kaart)
en van haar hoofdstad (fig.),
in het westen van het Thaise schiereiland aan de Andamese Zee,
gelegen op zo'n 568 km zuidelijk van
Bangkok op een smalle landengte gekend als Kokod Kra, de Istmus
van Kra (fig.).
De stad heeft ongeveer 18.000 inwoners en grenst aan
Birma, enkel gescheiden
door de Kraburi-rivier. De naam de is afgeleid van het gezegde
'Raenong' dat enerzijds verwijst naar de natuurlijke rijkdom aan
mineralen (rae), met name tin, en anderzijds naar de naam van de
eerste heerser van de stad, een zekere Nai Nong. Deze was eerst
hoofd en een kundig bestuurder van de
mu ban Ponrang in de
hedendaagse
tambon Bang Rin. Dit
leverde hem aan het einde van de
Ayutthaya-periode de
bandasak op van
Luang Ranong. De provincie heeft vier
amphur en één
king amphur.

Raphanasoon (ราพณาสูร)
Een andere benaming voor
Totsakan of
Ravana.
rasie (ราศี)
Thais voor
zodiak.
rasmie
(रश्मि)
Sanskriet voor 'lichtstraal'. Duidt op
zowel de stralenkrans rond boeddhabeelden (fig.),
als op de vlam (fig.)
die ontspringt uit zijn
ushnisha (fig.).
Het symboliseert de superieuriteit van de
Boeddha. Zie
ook het Thaise
radsamie.

rat
Het
rijdier van de hindoegod
Ganesha en het eerste dier in de
Chinese zodiak.
Ratten worden door sommige Thais tevens genuttigd als voedsel (fig.).
rat (รัตน์)
Zie
rattana.
Ratchaburi (ราชบุรี)
Thais. 'Koninklijke stad'. Naam van een provincie (kaart)
en haar hoofdstad in West-Thailand, op 100 km van
Bangkok en met ca. 46.000 inwoners. Net als
Samut Songkhram gelegen aan de oevers van de Mae
Khlong-rivier. Onder de bezienswaardigheden is de beroemde
drijvende markt van
Damnoen Saduak (fig.),
terwijl de streek gekend is vanwege de produktie van grote aarden
waterpotten met
draak-motieven die
ohng mangkon
worden genoemd (fig.). De provincie heeft negen
amphur en één
king amphur.

ratha (रथ)
Sanskriet voor 'strijdwagen'. Het woord is verwant aan het Thaise woord
rot.
Ratnasambhava (रत्नसंभव)
Sanskriet.
'Geboren juweel'. De transcendale
boeddha van het zuidelijke
universum in het
Mahayana boeddhisme. Hij beeldt een
varada-moedra
(fig.)
uit, een teken van barmhartigheid. Zijn rijdier is een paard of een
paar leeuwen.
rattana (रत्न,รัตนะ)
Sanskriet-Thais. Een halfedelsteen, waardevolle steen of edelsteen. Ook wel
vertaald als 'juweel'. Eveneens
rattanaa en
rat.
rattanaa (रत्ना, รัตนา)
Zie
rattana.
Rattanakosin (รัตนโกสินทร์)
1.
Bangkok, onderscheiden van Thonburi. Het verwijst naar het gebied op
de rechteroever van de
Chao Phrya-rivier, waar ook het
Phra Rachawang is gebouwd.
2.
Periode van de
Chakri-dynastie. Ook
Rattanakosinsok.
Rattanakosinsok (รัตนโกสินทรศก)
Periode van de
Chakri-dynastie. In 1889 werd officieel
door koning
Chulalongkorn
verklaard dat deze periode begint in 1782. Ook
Rattanakosin
en Rattankosinthorasok genoemd.
Rattanatrai (รัตนตรัย)
Thais. 'Drie Edelstenen' of 'Drie Juwelen'. Term voor de
Boeddha, zijn leer, en de
Sangha.
Ravana
(रावण)
Sanskriet. 'Hij die doet huilen'. De demonenkoning van
Lanka en leider van de
Rakshasa's. Hij is de vijand van koning
Rama in de
Ramayana en wordt gewoonlijk voorgesteld met tien
hoofden en soms met twintig armen. In de
Ramakien gekend als
Totsakan.
MEER HIEROVER.

Rayong (ระยอง)
Naam van een
jangwat (kaart)
en haar hoofdstad in Oost-Thailand, noordelijk van de Golf van
Thailand. De stad heeft ca. 45.000 inwoners en is gelegen op zo'n
179 km ten zuidoosten van
Bangkok. Populair bij de Thais is Had Suan Son, een wit strand
met pijnbomen nabij Ban Pe, en het eiland Ko Samet waar een gedeelte
van het epische verhaal
Phra Aphaimanie zich afspeelde en waarop nog
steeds een vuurtoren staat als richtpunt voor de lokale scheepvaart.
De provincie is tevens bekend vanwege de vele fruitboomgaarden met
o.a.
ramboetan,
durian en
ananas.
De provincie heeft zes
amhur en twee
king amphur.

reflexologie
Een
meer dan 5.000 jaar geleden in
China ontstane geneeswijze waarbij de
therapie bestaat uit druk en massage van bepaalde punten van de
voetzool, waarin meer dan 7.000 zenuwen samenkomen. Bepaalde plekken
in de voetzool corresponderen met andere lichaamsdelen en druk of
een massage uitgeoefend op deze exact bepaalde punten zou meer dan
100 lichaamskwalen kunnen genezen.

reïncarnatie
Wedergeboorte. Geloof dat de ziel na de dood naar een andere
lichamelijke vorm verhuist en voortleeft.
Reis naar het Westen
Zie
Xiyouji.
relikwie๋ënschrijn
Houder waarin men een heilig relikwie bewaard zoals een doos, kist,
tombe of heiligdom.
reua ganya (เรือกัญญา)
Thais. Een platboomd koninklijke sloep gebruikt tijdens
staatsceremonieën in Thailand. Zie ook
ganya.
reua haang yaaw (เรือหางยาว)
Thai. 'Langstaartboot'. Een lange boot met een vrachtwagenmotor die
een schroef op het einde van een lange staaf aandrijft.

reua jaew (เรือแจว)
Thais. Een kleine platboomd roeiboot, een sloep. Ook
sampan.
reua khem (เรือเข็ม)
Thais.
'Naald-boot'. Benaming voor een puntvormige boot, slank als een naald.
Roeiers dienen met hun benen vóór zich uitgestrekt, te zitten. Gebruikt
door monniken op hun ochtend-bedelronde of
bintabaat
langs waterwegen.

reua khoet (เรือขุด)
1.
Thais. Benaming voor een dregger of baggeraar. Dreggers worden vaak
gezien op rivieren baggerend voor erts (fig.)
of om de rivieren vrij te houden van zandbanken. Op belangrijke
riviermonden, zoals deze van de
Chao Phrya-rivier, houdt een vloot
van grote dreggers met zwaar materiaal voortdurend de rivierbedding
open voor de scheepvaart. Zie ook
sandon.

2.
Thais. Benaming voor een kano uit één stuk gekapt van een boomstam.
reua ko lae (เรือกอและ)
Thais. Benaming voor
kleine bootjes die
gekenmerkt zijn door een lang uitstekende boegspriet en kleurrijke
beschilderingen. Ze komen vaak voor in het uiterste Zuiden van
Thailand, voornamelijk in de
provincie
Narathiwat.

reua mekala (เรือเมขลา)
Thais. 'Bliksem-boot', genaamd naar de godin van de bliksem,
Mekala. Houten vrachtboot uit het begin van de
Ayutthaya-periode. Tegenwoordig zijn velen omgebouwd tot
restaurant om accommodatie te bieden aan toeristen tijdens
banket-cruises op de
Chao Phraya-rivier. Zie ook
rijst-aak.

reuan kaew (เรือนแก้ว)
Thais. 'Kristallen beschutting'. Een versierende kader die soms
achter een boeddhabeeld wordt geplaatst en het beeld omringt. Het
eindigt onderaan aan iedere zijde in een
naga-figuur bewaakt
door een
yak (fig.).
Gewoonlijk vertaald als 'kristallen paleis'.

reua rap song khaam faak (เรือรับส่งข้ามฟาก)
Thais voor 'veerboot'.

reua yohng (เรือโยง)
Thais voor 'sleepboot'.
reusi (ฤาษี)
Thais. 'Hermiet' of 'heremiet'. Een wijs figuur in de
Ramakien en
andere Thaise volksverhalen die beschikt over speciale magische
krachten. Hij leeft gewoonlijk als een kluizenaar in een grot en
wordt voorgesteld met een witte baard en in een tijgervel.
Hij wordt occasioneel
in verband gebracht met de hindoegod
Vishnoe en
idem voorgesteld met
meerdere armen en hoofden en met sommige van diens attributen (fig.),
alsook als
reusi nah seua, met het lichaam van een man en de kop van een
tijger (fig.),
verwijzend naar
Vishnoe's vierde
avatara
Narasingha.
Uitzonderlijk kan men ook
nu nog wel eens een reusi ontmoeten (fig.).

reusi nah seua (ฤาษีหน้าเสือ)
Thais. 'Hermiet met een tijgergezicht'. Een kluizenaar met de kop
van een tijger. Deze wijze
figuur wordt voorgesteld met de kop van een tijger
i.p.v. met het gebruikelijke tijgervel. Vergelijk met
Narasingha.

reuzenschommel
Een
reusachtige schommel in Bangkok, op het plein voor
Wat Suthat. Werd eertijds gebruikt tijdens een
jaarlijks brahmaans feest ter ere van de hindoegod
Shiwa, waarbij deelnemers naar een zak met goud
schommelden, die aan een vijftien meters hoge bamboepaal was
gebonden. Dit feest werd gehouden
in de tweede maanmaand, van de ochtend van de derde dag
tot de avond van de negende dag van nieuwemaan. Door het
grote aantal slachtoffers dat hierbij viel werd het feest gedurende
het bewind van
Rama VII uiteindelijk verboden. In 2007 werd de oude
reuzenschommel vervangen door een nieuwe. In het Thais sao chingcha. Zie
ook
trihyampawaai en
lohchingchah.

Rig (ऋग्)
Sanskriet. Eén van de vier
Veda's. Ook
Rigveda.
Rigveda (ऋग्वेद)
Sanskriet. Zie
Rig.
rijst
Eetbaar gewas dat voornamelijk in Aziatische landen wordt geteelt en
genuttigd. Er bestaan meerdere soorten, waaronder ook zwarte rijst (fig.)
en kleefrijst (fig.).
Eén bepaalde soort, de geurige jasmijnrijst, is zó gewild dat
Thailand er een patent heeft op genomen om te voorkomen dat andere
landen de naam ervan zouden gebruiken. Rijst wordt, met uitzondering
van plantage- en bergrijst, gekweekt in met water gevulde bekkens (fig.).
De rijstbouw begint in een speciaal daartoe voorbereidde hoek van
het veld waar in het begin van het regenseizoen de rijstzaadjes
worden uitgezaaid. Na ongeveer 45 dagen, wanneer de eerste oogst van
rijstspruiten of 'ton klah' een hoogte van ongeveer 20 à 30
centimeter heeft bereikt, worden ze uitgetrokken en in bundels
gebonden om te worden vervoerd. Vervolgens worden ze herplant in
kleine groepjes van 3 à 5 zaailingen, verder uit elkaar, in meer
open rijen en verdeeld over de rest van het veld. Niet alle rijst
rijpt gelijktijdig en, afhankelijk van de soort en externe factoren,
kan twee tot drie maal per jaar worden geoogst, met uitzondering van
de plantage- en bergrijst die gewoonlijk slechts éénmaal per jaar
opbrengst geeft. De kwaliteit van de rijst wordt bepaald volgens de
soort en het moment waarop de rijst geoogst werd, met onderscheid in
vroeg-, midden- en laatgerijpte rijst, en buiten-seizoensrijst of
'khao nah prang', wanneer die geproduceerd werd ná het regenseizoen
of op land van mindere kwaliteit met te veel water. Goede
kwaliteitsrijst wordt 'khao nah suan' genoemd en komt van velden die
'nah dam' worden genoemd, velden waarop aan herplanting van
rijstspruiten wordt gedaan, in tegenstelling tot velden die men 'nah
wahn' noemt en waarop rijst wordt gezaaid zonder dat men deze
overplant. Gedurende de groeitijd worden de rijstvelden gedurig
onder water gehouden. In de bergen of in heuvelachtig gebied wordt
rijst ofwel geplant in tot terrassen gevormde waterbekkens (fig.),
of wordt zogenaamde bergrijst gekweekt, een rijstsoort die groeit op
de minder vochtige grond van berghellingen. Tegen de oogsttijd zal
de rijst goudgeel van kleur zijn geworden en worden de rijstaren met
de hand geoogst d.m.v. een kort sikkelvormig mes. De rijst wordt
vervolgens gedorst, een aktivteit die oorspronkelijk gebeurde door de
rijstaren te vertrappelen onder de hoeven van een waterbuffel die
men in rondjes deed lopen, maar
tegenwoordig eerder door de aren tussen twee aan elkaar
gebonden stokken te houden en de rijst uit de aren te slaan, hetzij
op de grond (fig.),
een dorsbord (fig.),
een dorsbank (fig.)
of in een enorme mand (fig.),
piyad genaamd (fig.).
Wanneer men geen piyad gebruikt vangt men de korrels gewoonlijk op in een zeil. Vervolgens worden deze losse korrels gestampt in een
krok tam khao (fig.)
en dan gewand in platte, ronde manden die
kradong (fig.)
worden genoemd, om hen van het kaf te ontdoen. Een dorsmachine (fig.)
combineert deze handelingen door zowel het graan van de stengels te
scheiden alsook van hun omhulsel. Voor grotere
kwantiteiten gebeurd dit in een
rijstpellerij (fig.)
waar de rijst eveneens en gelijktijdig volgens kwaliteit wordt
gesorteerd. Thailand produceert gemiddeld zo'n 15 miljoen ton rijst
per jaar, wat het tot de belangrijkste exporteur ter wereld maakt,
terwijl het reeds van oudsher gekend staat als de rijstschuur van
Zuidoost-Azië. In oude geschriften in het Sanskriet wordt naar het
gebied van Thailand verwezen als
Suvarnabhumi, het Land van Goud, zo genoemd naar
de vele rijstvelden die, wanneer ze oogstklaar zijn, goudgeel van
kleur zijn. In het Thais
khaw (khao).

rijst-aak
Boot die
vroeger voornamelijk gebruikt werd om
rijst te vervoeren, gewoonlijk met een typerend
gebogen dak. Gelijkaardige versies bestonden reeds aan het begin van
de
Ayutthaya-periode en werden 'reua
mekala' (fig.)
genoemd. Tegenwoordig zijn velen omgebouwd tot restaurant om
accommodatie te bieden aan toeristen tijdens banket-cruises op de
Chao Phraya-rivier, terwijl het
transport van rijst nu voornamelijk door grote metalen sleepboten
gebeurd.

rijstpapier
Flexibel en stevig papier vervaardigd van rijststro.

rijstpellerij
Bedrijf waar
rijst van de peul wordt ontdaan. In het Thais
rohng sie khaw.

rishi
(ऋषि)
Sanskriet. Hindoeïstische wijsgeer, asceet, hermiet of kluizenaar,
gewoonlijk met woonst in het
Himalaya-gebergte.
In het
hindoeïsme
gewoonlijk een heilig persoon die de openbaring van de Vedische
hymnen heeft ontvangen, en meestal uitgebeeld als een gezeten figuur
met een baard en een hoofdtooi gemaakt van schors. Zie ook
reusi.

robijn
Zie
thabthim.
Rochana (รจนา)
Dochter van koning
Samon die huwde met
Phra Sang in het Thaise verhaal
Sangthong.
rode gember
Altijdgroen kruid tot één meter hoog, bestaande uit lange spitse
bladeren die uit de oneetbare wortel voortkomen en met een heldere
rode bloem. De Latijnse benaming is alpinia purpurata, en ze is
verwant aan de familie van de eetbare
gembers. In het Thais
khing daeng.

Rode Lahu
Subgroep van het
Lahu-volk. Eveneens gekend onder de naam
Lahu Nyi,
en door de Thais
Mussur
Daeng genoemd.

rod naam mon (รดน้ำมนต์)
Thais. 'Gieten, besprenkelen of ontvangen (fig.)
van water als een zegen of incantatie (mon)'.
Vergelijk met het Sanskriet woord
abhisheka.

roekamoen (รุกขมูล)
Thais-Rajasap. 'Zich in de jungle terugtrekken of verblijven'. Het
wordt gezegd van monniken wanneer ze zich terugtrekken in de
wildernis of het woud om er te mediteren of te verblijven. Ze slapen
en mediteren dan onder een
klot. Zie ook
wat pah en
thudong.
rohng sie khaw (โรงสีข้าว)
Thais voor
rijstpellerij. Zie ook
sie.
Roi Et (ร้อยเอ็ด)
Thais. 'Honderd-en-één'. Naam van een provincie (kaart)
in
Isaan en van haar gelijknamige hoofdstad, gelegen op zo'n 512 km
noordoostelijk van
Bangkok, en met ca. 34.000 inwoners. De naam van de stad (101)
is mogelijk afgeleid van het feit dat de oude stad 11 (in het Thais tien-één, 10-1) stadspoorten had en omringd was door 11 (10-1)
vazalstaten. In het centrum van de stad is een groot kunstmatig
aangelegd meer met een eilandje. De stad is o.a. gekend vanwege haar
zijde- en katoennijverheid die hier goedkoop en van uitstekende
kwaliteit is. In het district
Suwannaphoem zijn de ruïnes van een 11de
eeuwse
Khmer-tempel, Ku Phra Khona. De provincie heeft zeventien
amphur en drie
king amphur.

roosappel
Zie
chom phu.
roselle
Een andere benaming voor de
hibiscus
sabdariffa, in het Thais gekend als
krajiab daeng of
kortweg
krajiab.
rot (รถ)
Thais. Algemene term voor een voertuig met wielen waarvan het type
kan worden bepaald door er een achtervoegsel aan toe te voegen,
bijv.
rot bantuk (vrachtwagen),
rot mah (paardenkoets), etc. Het is verwant aan het
Sanskriet woord ratha,
dat 'strijdwagen' betekent.
rot bantuk (รถบรรทุก)
Thais voor vrachtwagen. Indien het een vrachtwagen betreft die
tevens een oplegger of aanhangwagen trekt kan deze ook
rot puang worden genoemd.
rot duan (รถด่วน)
1. Thais. 'Exprestrein'.
Benaming voor een sneltrein.
2. Thais. 'Exprestrein'.
Bijnaam voor de
bamboeworm.
roti (โรตี)
1. Thais. Een zoete pannenkoek
gevuld met
verschillende
soorten zoetigheden, afhankelijk van afkomst en lokale gewoonten. In
Ayutthaya
wordt het roti
sai
mai
genoemd (zijden draad-roti) en bestaat uit een dunne
pannenkoek
gevuld met suikerspin-achtige
vezels
die in de pannenkoek worden gerold.
Deze bestaan in verschillende kleuren maar hebben dezelfde smaak.
In
Phitsanulok
wordt pannenkoek
gevuld met banaan en wordt roti
kluay tahk ob nahm peung genoemd (roti
met gedroogde banaan
gebakken in honing) en in
Nakhon Sawan
heeft men roti moh-ji (roti met zoetigheden gemaakt van
rijstebloem).

2. Maleis-Indonesisch. Een
hartige pannenkoek of plat brood gevuld of
overgoten met een -gewoonlijk Indische-
kerrie.
Er bestaan verschillende soorten, afhankelijk
van afkomst en lokale gewoonten. Onder de vele soorten zijn
de meest voorkomende roti mataba en roti kaeng.
3. Surinaams. Een hartig gerecht van ongerezen
brood met vlees en groenten.
rot keng (รถเก๋ง)
Thais voor een gesloten (twee- of vierdeurs) personenwagen.
rot kraba (รถกระบะ)
Thais voor een pick-up truck, een kleine open goederenwagen.
Pick-up trucks komen algemeen voor over geheel Thailand, vooral op
het platteland. Indien een pick-up truck omgebouwd werd met
achteraan twee banken dan wordt deze
songthaew (twee banken)
genoemd,
een voertuig dat gewoonlijk dienst doet als taxi of openbaar vervoer
(fig.).
rot mah (รถม้า)
Thais voor paardenkoets of paardenkar. Ze zijn een typisch
straatbeeld in
Lampang (fig.).
rot puang (รถพ่วง)
Thais voor trailer, een voertuig dat door een ander wordt
voortgetrokken.

rot saamloh (รถสามล้อ)
Thais voor enig soort fiets of motorfiets met drie
wielen. Zie
ook
saamloh.
rot saamloh tieb (รถสามล้อถีบ)
Thaise
algemene benaming voor elk model van een op mankracht, pedaal-aangedreven
rijwiel met drie wielen. Dit kan een
riksjafiets of
saamloh zijn, een bakfiets, een
fietstaxi, etc. Het zadel voor de
bestuurder zit
hierbij ofwel vóór ofwel achter de laadbak of de passagierszetel.

rot yon (รถยนต์)
Thais voor een wagen met een motor, een auto. Indien het een
gesloten personenwagen betreft met vier of meer plaatsen wordt deze
tevens
rot keng genoemd. Indien het een pick-up betreft spreekt
men van een
rot kraba en indien het een pick-up truck met twee banken
betreft van
rot
songthaew.
roze cassia
Een
andere benaming voor de roze regen, een loofboom die tot 12 meter
hoog kan worden met de Latijnse naam cassia bakeriana. In het
Thais kalapa phreuk genoemd.

roze kwastbloem
Zie
calliandra surinamensis.
rubber
Gom. Veerkrachtige substantie die verkregen wordt uit het melksap
van de
rubberboom. De naam voor deze substantie werd
bedacht door de Britse wetenschapper Joseph Priestley nadat deze de
mogelijkheid ervan ontdekte om er potloodlijnen mee weg te vagen of
uit te 'gommen' ('rub out'). Rubber wordt verzameld door in de stam
van de boom te kerven waardoor het sap naar beneden vloeit en via
een metalen geultje in een klein kopje sijpelt, een proces gekend
als rubbertappen (fig.).
In Zuid-Amerika waar de boom inheems is, wordt de boom door de
indianen 'cachuchu' genoemd, letterlijk het 'hout dat huilt'. De
inkervingen moeten perfect zijn, want indien de snede te diep of
niet diep genoeg is daalt de opbrengst aanzienlijk. Elke boom wordt
om de 2-3 nachten opnieuw gekerfd, steeds vóór zonsopgang en wanneer
het niet regent. Nadien wordt de inhoud van de kleine kommetjes
leeggemaakt in emmers, een proces dat snel moet gebeuren, vóórdat de
rubber hard begint te worden. Eens de zon opkomt is het te laat: de
rubber wordt dan hard, bederft en is onbruikbaar. Na de inzameling
van de ruwe rubber wordt deze overgegoten in een grote ton, gezeefd,
aangelengd met water en behandeld met een zuur om het te doen
stremmen (stollen). Vervolgens wordt de rubber in metalen pannen
gegoten om te harden, waarna ze tot witte plooibare matten worden
gemangeld, die beige kleuren wanneer ze drogen in de zon (fig.).
Zuid-Amerikaanse indianen gebruikten reeds rubber lang voordat de
substantie in de Westerse beschaving geïntroduceerd werd. Het duurde
nog tot 1736 voordat wetenschappers pas geleidelijk aan interesse
begonnen te tonen, nadat de ontdekkingsreiziger Charles Condamine
verschillende rollen ruwe rubber die door Zuid-Amerikaanse indianen
geproduceerd werd van wilde bomen in de Amazone Vallei, naar zijn
moederland stuurde. Nog lang voor enige commerciële toepassingen
bekend waren ontdekte de Britse industriëel Samual Peal dat stoffen
waterdicht gemaakt konden worden door deze met een oplossing van
rubber en terpentijn te besmeren. In 1839 ontdekte de Amerikaanse
uitvinder Charles Goodyear dat wanneer men rubber vulcanizeerde door
deze te koken met zwavel, deze niet langer stijf zou worden in koud
weer, of kleverig en stinkend in de hitte. Zuid-Amerika zou nog tot
1876 de voornaamste bron van ruwe rubber blijven, tot de Brit Sir
Henry Wickham zo'n 70.000 hevea braziliensis-zaadjes, die hij van
Brazilië had meegesmokkeld, liet ontkiemen en vervolgens in Ceylon
plantte. Niet lang daarna werden ook in Malaysië rubberbomen
aangeplant. Toen in het begin van de 20ste eeuw de tinvoorraden op
het eiland
Phuket afnamen startte in 1903
ook Thailand met het planten van rubberbomen. Koning
Rama V benoemde zelfs een nieuwe gouverneur voor
de provincie
Trang om de lokale
rubberproduktie op te starten, en tegen het jaar 1936 produceerde
Thailand zo'n 4% van de globale rubbermarkt. Het einde van deze
opleving begon met het uitbreken van WO II toen een rendabele manier
werd bedacht om synthetische rubber te produceren, hoewel Thailand
nog steeds 2 miljoen ton rubber per jaar produceert, die met een
waarde van zo'n 60 miljard baht Thailand tot de grootste producent
van ruwe rubber ter wereld maakt. In een goed jaar kan de opbrengst
oplopen tot zo'n 500 kilogram ruwe rubber per hectare. Naast zijn
toepassingen in de chirurgie en luchtvaart wordt rubber gebruikt in
een verscheidenheid aan produkten, van elastiekjes tot
auto-onderdelen, etc.

rubberboom
Rubber-producerende boom. Ruwe
rubber is één van de voornaamste exportprodukten van
Thailand. De ruwe rubber wordt verkregen door schuine inkervingen (fig.)
in de stam van de rubberboom te maken, waarna deze langzaam gaat
bloeden (fig.).
Dit proces noemt men rubbertappen. In Thailand ton yang genoemd.

Rudra (रुद्र)
Sanskriet.
Vedische godheid wiens vele aspecten zowel goedaardig als
vernietigend zijn. Hij is leider van de
Maruts en een eerdere gedaante van
Shiwa.
Rui Shi (瑞狮)
Chinees. 'Gunstige leeuwen'. Decoratieve standbeelden van twee leeuwen,
altijd in paar uitgebeeld, die de toegang tot gebouwen bewaken, met het
wijfje steeds links en het mannetje rechts. Oorspronkelijk stonden ze
voor
Chinese keizerlijke gebouwen zoals paleizen en tempels, en werden
traditioneel gehouwen uit dure materialen zoals marmer en graniet
of gegoten in brons of ijzer. Hoewel er vele varianten bestaan, houdt de
mannelijke leeuw over het algemeen zijn rechterpoot op een bal met een
bloemachtig motief, terwijl de leeuwin meestal in het gezelschap is van
een welp (fig.),
die ze soms onder haar linkerpoot vasthoudt. In sommige stijlen heeft
elk van de leeuwen een bal in zijn/haar half-geopende muil die klein
genoeg is om van de ene naar de andere kant van de muil over en weer
bewogen te worden, toch te groot om eruit gehaald te worden. Rui Shi
worden ook wel
Fu
Shi en Keizerlijke Beschermleeuwen genoemd. Zie ook
Bi Xie (fig.).

ruiter-iconografie
De leer
van de betekenis der
voorstelling van paarden en hun berijder, zoals uitgebeeld in
de kunst, en het illustreren van een paard en zijn ruiter volgens
die leer.
Iconografie
komt van het
Grieks en betekent 'beeldbeschrijving'.
Het bestaat uit een aantal regels
waarin de voorstelling van de houding van het paard
en zijn ruiter belangrijk zijn.
Dit geldt vooral bij ruiterstandbeelden van historische figuren. Een
steigerend of onrustig paard (fig.) duidt zo bijvoorbeeld op een dynamische berijder
geneigd tot actie en avontuur, terwijl een paard met alle vier hoeven op
de grond (fig.) eerder
de standvastige autoriteit en
macht van de ruiter laat zien. Deze regels vertakten echter in
een volksgeloof waarin het aantal opgeheven poten
van het paard bij een ruiterstandbeeld
de status van de berijder weergeven. Een eerste zulks geloof suggereert
dat als het paard één voor- of achterpoot in de lucht heeft, zijn
berijder reeds gestorven is;
indien het paard twee poten in de lucht heeft, hetzij steigerend met
beide voorpten in de lucht of in draf met
één voor-
en
één
achterpoot
opgeheven, zijn berijder een onnatuurlijke dood gestorven is; indien het
paard drie poten van de grond af heeft, zijn berijder op het slagveld
sneuvelde; en indien het paard met alle vier hoeven op de grond staat,
de ruiter nog leefde toen het standbeeld werd gemaakt. Dit geloof
spreekt een tweede populaire opvatting tegen die stelt dat indien
het
paard één voorpoot in de lucht heeft, zijn berijder op het slagveld
gewond werd of stierf aan verwondingen opgelopen op het slagveld;
indien het paard steigert, dat is met de twee voorpoten in de lucht, de
ruiter sneuvelde in een oorlog; en indien het paard met alle vier poten
op de grond staat, de ruiter op een andere manier is gestorven dan
gesneuveld in actie. Beide ovetuigingen zijn tegenstrijdig met elkaar en
toepassing van vooral de laatste opvatting lijkt vaker niet dan wel te
kloppen.

Rukmini
(रुक्मिणी)
De
voornaamste vrouw van
Krishna. Zie ook
Lakshmi.
ruyi (如意)
Chinees. 'Als u wenst'. Benaming voor een oud, scepterachtig voorwerp,
dat ontstaan is uit een huishoudelijke ruggenkrabber en een symbool van macht
werd. In het verleden werd het enkel gebruikt door
keizers en hoge staatsambtenaren, maar het komt eveneens voor bij
beelden van verschillende Chinese goden, zoals
Budai
(fig.),
de goden
Hok Lok
Siw,
etc. Men gelooft dat het
in zowat elk veld fortuin en
succes
kan brengen uit geleverde inspanningen. Het is gewoonlijk
vervaardigd uit kostbare materialen zoals
jade
of koper, etc. en is soms versierd met gunstige
voorwerpen of dieren uit de Chinese mythologie, waaronder de
Perzikken der Onsterfelijkheid
(fig.),
vleermuizen,
trigrams,
etc. Het wordt aanzien als een lokkend voorwerp
voor zakenlui en mensen die hoge posities bekleden en het bevel voeren
over meerdere ondergeschikten.
%20with%20bats_small.jpg) |