A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

LEXICON

 G          

 

gaan khaeng reua yao (การแข่งเรือยาว)

Thais voor langboot-wedstrijd.

gaan nuat paen boraan (การนวดแผนโบราณ)

Thais. 'Massage volgens oude stijl'. Thaise benaming voor traditionele massage. Ook kaan nuat paen boraan en nuat paen boraan.

gada (गदा)

Sanskriet. Een strijdknots of knuppel, één van Vishnoe's attributen en het voornaamste wapen van de meeste yaks.  In het Thais katha.

Gajagaranaka

Sanskriet-Pali. 'Iemand die op een olifant gelijkt'. Een benaming voor Ganesha.

Gajamuk

Pali. 'Met het gezicht van een olifant'. Een benaming voor Ganesha.

Gajanan

Een benaming voor Ganesha.

Gajanna

Een benaming voor Ganesha.

gajasingha

Pali. Een mytholgische leeuw met het hoofd van een olifant (fig.). Zie ook kodchasie (fig.).

galae (กาแล)

Zie kalae.

galangal

Zie kha.

galingale

Zie kha.

gancha (กัญชา)

Thais voor cannabis, marihuana,  hasjiesj of hennep.

gandhabbas

Zie gandharvas.

Gandhara (गन्धार)

Indische kunststijl die zich ontwikkelde gedurende Kushan-periode, van de 1ste tot 2de eeuw AD. Ze onderscheidt zich door afbeeldingen van de Boeddha met realistische karakteristieken en gehuld in gedrapeerde gewaden (fig.), die een Griekse invloed weergeven.

gandhararath

Zie gandharattha.

gandharath (คันธารราษฏร์)

Thais voor gandharattha.

gandharattha (गन्धरत्थ)

Sanskriet. Een moedra die met de rechterhand 'de regen oproept', en met de linkerhand tot een kom gevormd, ter hoogte van het middel, 'de regen opvangt'. Deze moedra wordt meestal gevonden bij beeldhouwwerken uit de Bangkok-periode. Ook gandhararath en in het Thais gandharath.

gandharva's (गन्धर्व)

Sanskriet. De mannelijke halfgoden en hemelse muzikanten die in de hindoeïstische mythologie vergezeld worden door de vrouwelijke apsara's. Ze zijn de bewakers van het soma. Algemeen beschouwd als luchtgeesten die zich ophouden in het firmament en de Goddelijke Waarheid openbaren in de vorm van een hemelse regen. Ook gandhabba's genoemd.

Gandiva (गांडीव)

Sanskriet. Magische boog die Arjuna kreeg als beloning voor zijn hulp aan Agni en Krishna om het Khandavabos plat te branden.

Ganesha (श्रीगणेश)

Sanskriet. 'Heerser van horden', een samengestelde naam bestaande uit het woord gana, dat 'horde' betekent en isha wat 'lord' of 'heerser' betekent. Zoon van Parvati, gemalin van Shiwa. Hij werd gemaakt door Parvati uit schilfers van haar huid vermengd met olie, en met water uit de Ganges tot leven gebracht.  Hij wordt voorgesteld met het lichaam van een mens en de kop van een olifant, met één slagtand afgebroken (fig.), wat hem de naam Ekatanta opleverde. Zijn rijdier is een rat. Volgens de legende werd hij onthoofd tijdens een woedebui van Shiwa, die hem een nieuw hoofd beloofde van het eerste wezen dat hij zou tegenkomen - dat bleek een baby olifant te zijn. Zijn afgebroken slagtand heeft hij te danken aan het voorval toen de rat, moe van hem te dragen, van zich afwierp. De maan die dit zag gebeuren lachte spottend met Ganesha, die van woede zijn slagtand afbrak en hem naar de maan slingerde. Later werd deze afgebroken tand één van zijn attributen die hij aanwendt als een goddelijk wapen om obstakels te vernietigen. Hij is de beshermer van de kunsten (fig.), verwijderaar van obstakels, en de god van kennis en intelligentie, én van overgang en nieuw begin. In zijn verschrikkelijke eigenschap vertegenwoordigt hij de onderwereld. In Thailand wordt hij eveneens Phra Kaneet of Phra Phikhanesawora genoemd, en wordt aanbeden als de godheid die in de zakenwereld voorspoed moet brengen. Derhalve wordt hij vereerd met Motaka, snoep en fruit als de zaken goed gaan, en bespot door bijvoorbeeld zijn beeltenis op zijn kop te zetten, indien de zaken niet goed gaan.

Ganga (गङ्गा)

Sanskriet. Godin die de rivier Ganga of Ganges in India personifiëerd. Haar symbool is de makara. De hindoes beschouwen de Ganges als een heilige rivier. Zie ook Ganga.

Ganga (गंगा)

Hindi voor Ganga.

Ganges

Rivier in India die door de hindoes als heilig wordt beschouwd. In de mythologie wordt ze gepersonificeerd door de godin Ganga, in het Thais Khongkha genaamd. Ook wel de hemelse rivier genoemd. Zie ook Ganga.

ganya (กัญญา)

Thais. Een gewoonlijk gedecoreerde dakgevelspits, zoals in Thailand op een draagstoel, draagkoets of het centrale gedeelte van een platboomd koninklijke staatssloep wordt geplaatst. Zulk'n praam wordt in het Thais reua ganya genoemd. Ook kanya.

garbhagrha

Sanskriet. 'Baarmoeder-gebouw'. De vierkante binnenkamer van een Khmer-heiligdom.

Garnboon (การบุญ)

Eén van de twee leiders die in het jaar 953 AD samen met Nokrong de stad Phitsanulok stichtte (fig.). Ook Kaanboen.

Garoeda (गरुड)

Sanskriet. Een grote mythologische en woeste vogel, rijdier van de hindoeïstische god Vishnoe. Hij is de koning der vogels, halfbroer én aartsvijand van de naga's en slangen. Hij wordt afgebeeld met het lichaam van een mens en de vleugels, poten en bek van een vogel, en in de kunst vaak afgebeeld in gevecht met een slang of naga (fig.). In Thailand wordt hij eveneens Kroet genaamd en is het nationaal en koninklijk symbool, wat een verband legt tussen de Thaise monarch als beschermer van de natie, en de machtige god Vishnoe als beschermer van het universum. Ook Garuda.

gaur

Zie krathing.

Garuda

Zie Garoeda.

Gautama (गौतम)

Sanskriet. 'De beste os'. Patronymicum of familienaam van de historische Boeddha, in teksten gebruikt vooraleer hij de verlichting bereikte waarna hij Boeddha werd genoemd. Hij is de vierde van de vijf grote leraar-boeddha's en werd geboren in de streek van het huidige India en Nepal. Zijn volledige naam als prins van de Shakya-clan is Siddhartha Gautama, zoon van Suddhodana Gautama. Ook Gotama.

Gautami

Sanskriet. De zuster van prins Siddhartha's moeder, die dienst deed als Siddhartha's voogdes toen zijn moeder zeven dagen na zijn geboorte stierf. Zij huwde nadien zijn vader Suddhodana. Ze is ook gekend onder de naam Maha Prajapati.

gedeukte chedi

Een verschijnsel in de Thaise tempelarchitectuur, waarbij de hoek van elke horizontale laag van een chedi telkens een beetje verzinkt of inspringt van de laag er net onder.

geestenhuis

Schrijn waar de beschermgeest van het land verblijft. Zodra men zijn intrek in een nieuwe woning heeft genomen worden deze vaak op poppenhuisjes of miniatuurtempeltjes gelijkende maquettes op een verhoging voor de woning of op het dak geplaatst, zodat de phra phoem chao tie, de geesten die voorheen op het land woonden, er hun intrek kunnen nemen. Vaak wordt een jawed, het beeldje van een beschermgeest in het geestenhuis geplaatst, en poppen van dansers en danseressen, de zgn. lakhon yok (fig.). In het Thais sahn phra phoem.

Geestmaand

Zie Gui Yue.

gekroonde Boeddha

Boeddhabeeld gekroond met één of ander hoofdtooi, vaak een chadah. Indien deze beelden eveneens versierd zijn met een praalgewaad of juwelen spreekt men van een getooide Boeddha.

geldboom

 

Klein boompje of tak, zonder bladeren, gebruikt bij boeddhistische ceremonieën als een originele manier om geld in te zamelen. Deze 'boom' wordt rondgedragen in de lokale gemeenschap en iedereen die een donatie wil geven (tamboen) kan een bankbriefje aan een tak van deze boom hangen. Wanneer de boom vol is, of op een vooraf bepaalde datum, wordt de boom naar de tempel gebracht en aan de monniken geschonken. Aanvankelijk gebruikt tijdens de thod kathin of kathin-ceremonie, maar tegenwoordig ook bij andere gelegenheden. Vaak wordt de boom ook bij een handelszaak of gewoonweg in de tempel gezet.

gember

De wortelstok van een tropische plant waarvan verschillende soorten bestaan en die dienst doet als specerij, bijgerecht en geneesmiddel. Van het geslacht zingiber en in het Thais khing genaamd. Zie ook rode gember, Thaise gember of kha, en krachai.

geomantie

1. De Chinese kunst van het verdelen door lijnen en figuren, gebruikt om de juiste plaasting van objecten en gebouwen te  bepalen. Zie ook feng shui.

2. Waarzeggerij door het trekken van lijnen in aarde of zand.

geplooide waaierpalm

Benaming voor een sierlijke waaierpalm die tot 2,5 meter hoog kan worden. Zijn wetenschappelijke naam is licuala grandis en in het Thais wordt hij palm jihb genoemd, 'geplooide palm' of 'gerimpelde palm'.

geschriften-kabinet

Een kabinet bewerkt met lakboomhars gebruikt in tempelbibliotheken om boeddhistische manuscripten vervaardigd uit palmbladeren (bai laan) in te bewaren en alzo te beschermen tegen aantasting door vochtigheid, insecten, etc. Deze wordt gewoonlijk in de ho trai of bibliotheek geplaatst, vaak een houten gebouw op palen in een waterbekken om kruipend ongedierte buiten te houden. In het Thais toe phra thamma genoemd.

getooide Boeddha

Een stijl van boeddhabeeld populair in de Rattanakosin-periode, waarbij het boeddhabeeld versierd of getooid is met juwelen of een praalgewaag, en een hoofdtooi. In het Thais phra song kreuang. Zie ook gekroonde Boeddha.

gevelbord

In Thaise architectuur het verzonken gedeelte van een driehoekig gevelveld of fronton, gesitueerd tussen de twee schuin aflopende dakranden en de horizontale dwarsbalk. Bij Thaise traditionele huizenbouw is het gevelbord gewoonlijk een versierd houtsnijwerk met mythologische figuren, en bij boeddhistische tempels is het meestal een kleurrijk bas-reliëf, met symbolen (fig.), figuren of goden uit de mythologie. Oude en antieken gevelborden worden regelmatig gebruikt als wandversiering bij de inrichting van moderne woningen in oosterse stijl (fig.). Ook tympaan.

geveldriehoek

Zie fronton.

ghanta

Sanskriet. Een bel, soms afgebeeld in de hand van een godheid. Haar klank staat symbool voor existentie. Als een attribuut bij de hindoeïstische god Shiwa staat het symbool voor creatie. In het boeddhisme kan het wijsheid vertegenwoordigen.

ghat

Een Indische architecturale eigenschap bestaande uit een platform of treden, bij de rand van een waterreservoir gebruikt als badplaats.

gibbon

Naam van een geslacht van apen zonder staart, met lange armen en een donker onbehaard gezicht. Er bestaan verschillende soorten, waaronder de withand-gibbon met ofwel een lichte pels en een donker gezicht (fig.), of met een bruine pels met een lichte rand rond het gezicht, beiden met witte pels op hun handen. Een andere soort is de gekroonde of gekuifde gibbon. Gibbons komen voor in geheel Zuidoost-Azië en verblijven het merendeel van hun leven hoog in de bomen, daar ze op de grond nogal onhandig zijn. Ze leven in kleine familiale groepjes, samengesteld uit een mannetje en wijfje met maximaal vier jong. Ze voeden zich zowel met fruit als insekten en soms zelfs met kleine eekhoorns en vogeltjes die ze naar verluidt, door hun snelheid, in volle vlucht uit de lucht kunnen pikken. Ze hebben een potentiële levensduur van zo'n 25 jaar. In het Thais chanie genoemd, een woord dat ook minachtend wordt gebruikt voor vrouwen, daar de roep van de gibbon gelijkt op 'phua', het Thaise woord voor echtgenoot, en dus klinkt als een vrouw die haar echtgenoot roept. Hun wetenschappelijke benaming is hylobates.

ginseng

De vlezige wortel van een klimopachtige plant die geneeskrachtige eigenschappen heeft en de botanische naam panax, waarvan er verschillende soorten bestaan, waaronder panax ginseng en panax pseudoginseng. Het woord ginseng komt van de Chinese term renshen, letterlijk 'man-wortel' en de wetenschappelijke benaming panax betekent 'algenezend' in het Grieks. In het Thais sohm jien.

glam (กล่ำ)

Zie sang. Ook klam getranscribeerd.

gluay (กล้วย)

Thais. 'Banaan'. Vrucht van de bananenplant (fig.), van het geslacht musa en waarvan verschillende soorten bestaan, zoals gluay glaay, gluay hom, gluay hom chan, gluay naam, gluay naam wah, gluay hak moek, gluay thanie, en gluay kai. Uitzonderlijk vindt men bananenplanten waarbij één enkele bloem een tros van meer dan duizend vruchten produceert (fig.), in Thailand gekend als gluay roy wie. Ook kluay.

gluay glaay (กล้วยกล้าย)

Thaise benaming voor de wilde banaan, een grote bananensoort. Zie ook gluay.

gluay hak moek (กล้วยหักมุก)

Thais. 'Hoekige parel-banaan'. Thaise benaming voor een bananensoort. Deze spits toelopende bananen hebben een ietwat hoekige vorm en een uiteinde dat versmalt in een korte tuit. Zie ook gluay.

gluay hom (กล้วยหอม)

Thais. 'Aromatische banaan'. Lange en zoete, gedomesticeerde bananensoort, zoals het best gekend in het Westen, en het meest geschikt voor menselijke consumptie. Zie ook gluay.

gluay hom chan (กล้วยหอมจันทน์)

Thais. 'Aromatische sandelhout-banaan'. Benaming voor een bananensoort met een ietwat hoekige vorm. Wanneer ze rijp is heeft de vrucht een groenachtig gele kleur. Zie ook gluay.

gluay khai (กล้วยไข่)

Thais. 'Ei-banaan'. Benaming voor een bananensoort vnl. voorkomend in de provincie Kamphaeng Phet en met de grootte van een ei (khai). Zie ook gluay.

gluay mai (กล้วยไม้)

Thaise benaming voor orchidee.

gluay naam (กล้วยน้ำ)

Thais. 'Water-banaan'. Benaming voor een bananensoort die gelijkt op de gluay hom chan maar waarvan de vrucht langer is en haar schil dikker. Zie ook gluay.

gluay naam wah (กล้วยน้ำว้า)

Thais. Wilde bananensoort van korte bananen die aan een bloeistengel groeien van ongeveer twaalf trossen met kammen van telkens ongeveer tien bananen. Binnenin zitten kleine oneetbare zwarte pitjes. Zie ook gluay.

gluay nguong chang (กล้วยงวงช้าง)

Thais. 'Olifantenslurf-bananenplant'. Bijnaam voor de gluay roy wie, een bananenplant waarvan de bloeiwijze bestaat uit een buitengewoon grote tros bananen, gelijkend op de slurf van een olifant.

gluay roy wie (กล้วยร้อยหวี)

Thais. 'Bananenplant met honderd kammen'.  Bananenplant (fig.) waarbij één enkele bloem een reuzentros van meer dan honderd kammen produceert, met aan elke kam ongeveer twaalf vruchten. Meestal hebben deze planten ondersteuning nodig om niet te bezwijken onder het gewicht van hun vruchten (fig.). Heeft de bijnaam gluay nguong chang, olifantenslurf-bananenplant. Zie ook gluay.

gluay thanie (กล้วยตานี)

Thais voor een bananensoort van dikke, korte bananen met vele grote oneetbare zwarte pitten en waarvan de schil die een roodachtige kleur kan hebben. De naam is afgeleid van de oude naam voor de stad Pattani in het Zuiden van Thailand. De sterke bladeren van deze plant worden gebruikt als verpakking en door hun stevigheid zijn ze beter geschikt om een krathong van te maken dan de bladeren van andere soorten bananenplanten. Zie ook gluay.

godin der aarde

In het hindoeïsme is de godin der aarde Bhumidevi, in het boeddhisme Thoranie. In het boeddhisme werd ze opgeroepen om voor de demoon Mara te getuigen van de verdiensten die de Boeddha in vorige levens verzamelde. Ze wordt in de Thaise en Cambodjaanse iconografie vaak uitgebeeld terwijl ze water uit haar lange haar wringt, waarin de legers van de demoon Mara vervolgens verdronken (fig.).

goeroe (गुरु)

Term uit het Sanskriet die 'spirituele leider' en 'leraar' betekent. Het Thaise woord kroe (leraar) is hiervan afgeleid. Ook guru.

gokhala

Sanskriet. Een nis in een jaïnistische tempel.

gong de (功德)

Chinees. 'Merites hart'. Term voor een rituele vorm van het verwerven van verdiensten (tamboen) waarin de nabestaanden papieren accessoires aan hun doden offeren. Het wordt gewoonlijk opgevoerd bij Thais-Chinese begrafenissen. De papieren accessoires kunnen bestaan uit papieren huizen, papieren wagens, papieren draagbare telefoons, papieren goudstaven (fig.), Chinese goudingots van papier (fig.) en andere materialistische goederen, alsook uit goudpapier (jin zhi) en papieren namaakgeld, gekend als hellegeld (ming bi). Deze worden allemaal verbrand (fig.) in speciaal daarvoor bestemde ovens (fig.) op de laatste avond voor de crematie of begrafenis van de kist, om door de overledene gebruikt te worden in het leven na de dood. Het ritueel kan ook nog een keer in acht worden genomen op de 7de of 21ste dag na het overlijden, tijdens Qing Ming, het Chinese Allerzielen en tijdens de Geestmaand, de zevende maand volgens de Chinese maankalender. Het ritueel is tevens bedoeld om het rouwproces te  verzachten. Voordat men papieren accessoires verbrand verricht men eerst een athitaan. Uit het Thais als kong teik getranscribeerd. Zie ook ngeun paak phi.

Gopa (गोपा)

Sanskriet. De vrouw van prins Siddhartha Gautama, ook Yashodhara genoemd.

gopis (गोपी)

Sanskriet. Melkmeiden, of vrouwelijke veehoedsters die met Krishna speelden in zijn kindertijd. Toen ze samenkwamen om te dansen en flirten op de oevers van de Yamuna-rivier, dacht elk van hen dat ze alleen was met Krishna, maar feitelijk had hij zichzelf vermenigvuldigd en danste met hen allemaal.

gopura (गोपुर)

Sanskriet. Een decoratief gekroonde poort of toegang tot een religieus heiligdom, soms overdekt door een toren. De gopura van hindoeïstische tempels in Zuid-Indische stijl hebben doorgaans een gedetailleerd versierde, distinctieve poort-toren (fig.).

Gosiya (โกศิยะ)

Naam van een tijdsgenoot van de Boeddha. Hij was een erg rijk maar gierig man die van kanom beuang-pannenkoeken hield. Om deze met niemand te hoeven delen draagde hij zijn vrouw op om ze op een bovenverdieping te bereiden, weg van nieuwsgierige blikken, zodat hij alles alleen voor zichzelf zou hebben. Toen de Boeddha over het gedrag van deze man hoorde, stuurde hij Mogallana tijdens diens bintabaat-bedelronde naar hem toe met de opdracht om van de man als offerande kanom beuang-pannenkoeken te vragen. Hoewel Gosiya terughoudend was, kon hij de monnik niet op een beleefde manier weigeren dus bedacht hij het idee om slechts een heel klein pannenkoekje te offeren. Doch, telkens toen zijn vrouw de deeg op de bakplaat deed, zwelde deze miraculeus op tot hij even groot was als de bakplaat zelf. Na verschillende pogingen om een kleine kanom beuang te maken, gaven ze het uiteindelijk op en later veranderde hun gezindheid en werden beiden erg vrijgevig.

Gotama

Zie Gautama.

Gouden Driehoek

In Sop Ruak nabij Chiang Saen, het drielandenpunt tussen Thailand, Myanmar en Laos. De naam slaat echter eveneens op het ruimere gebied rond deze streek, dat zich destijds verrijkte door de teelt en handel in opium. Sop Ruak ligt op de oever van de Mae Khong-rivier en is de thuisbasis van Wat Phrathat Doi Khao, een tempel op een heuvel die bereikt kan worden via een steile trap met een naga-leuning (fig.). De heuvel biedt een panoramisch uitzicht over de vallei en links van het hoofdgebouw van deze tempel bevinden zich de overblijfselen van het oude, met mos bedekte Luang Poh Singh Neung boeddhabeeld (fig.). Links onderaan de naga-trap is Ban Fin (Het Huis van Opium), een museum dat voorwerpen uit de regio's geschiedenis met opiumproduktie en de handel in deze drug tentoonstelt. In het verleden was dit gebied bekend vanwege de regelmatige machtstrijd voor kontrole van de regio's opiumvelden, uitgevochten tussen de verschillende mededingers, waaronder het Verenigde Shan Leger uit Birma. In 1967 vond een strijd plaats tussen de soldaten van de later afgezette opiumkoning Khun Sa en troepen van de Kuomintang, die van de Thaise overheid de bevoegdheid hadden gekregen om kontrole op deze illigale drughandel uit te oefenen. In 2005 werd op de oever van de Mae Khong-rivier in Sop Ruak een monument (fig.) én een groot boeddhabeeld (fig.) opgericht ter ere van de zesde levenscyclus van HM Koningin Sirikit. In het Thais Saam Liam Thong Kham.

gouden lotus

Lotus die groeit uit de navel van Vishnoe (fig.) tijdens zijn kosmische slaap, en waaruit Brahma (fig.) voortkomt. Tevens zinnebeeld van het boeddhisme en vaak uitgebeeld in de kunst en bij Thaise tempels.

Gouden Tempel

Gouden Tempel van de Sikhs te Amritsar in de Indische Punjab, die zijn naam ontleent aan de amrit, het heilige 'water der onsterfelijkheid' dat de tempel omringt. Het fundamant voor de tempel werd gelegd in de periode van de vijfde goeroe, Arjan Dev (1581-1606). Deze tempel is van het hoogste belang voor de Sikhs gelovigen, daar hij de Adi-Granth bevat, een heilig boek met meer dan vijfhonderd hymnen gecomposeerd door vijf goeroes en heiligen. Ook Har-Mandir Saheb genoemd.

Govardhana

Sanskriet. 'Toename van vee'. De berg die door de hindoeïstische god Krishna werd opgetild om de herders en hun veestapel te beschutten tegen de storm veroorzaakt door Indra, nadat deze geweigerd hadden om hem offers te brengen en in plaats daarvan volgelingen werden van Krishna.

Govinda (गोविन्‍द)

Sanskriet. 'Veehoeder', één van de benamingen voor Krishna.

grajab (กระจับ)

Thais. Waterkastanje van het geslacht trapa (fig.). Ook krajab.

gram (กร่ำ)

Zie sang. Ook kram getranscribeerd.

granaatappel

Zie thabthim.

groe

Zie kroe.

groentensculptuur

Het graveren op traditionele wijze van groente tot mooie sculpturen of reliëfs om banketten e.d. op te fleuren. In het Thais pak kae salak. Indien met fruit spreekt men van ponlamai kae salak, hoewel voor beiden vaak slechts één term wordt gebruikt terwijl beiden worden bedoeld. Zie ook fruitsculptuur.

groenwaren

Zie celadon.

grootmogol

Europese benaming voor de voormalige Mongoolse heersers van de Mughal-dynastie in vóór-Indië. Ook mogol.

Grote Vertrek

Het tijdstip waarop prins Siddhartha op negen-en-twintigjarige leeftijd zijn familie en vorstelijk leven verliet om als asceet de oorzaak van het menselijk lijden te gaan zoeken. In het Thais gekend als Nie Banpacha, letterlijk: 'weggaan of vertrekken om als geestelijke te gaan leven'.

Grote Zelfverloochening

Het stille en droeve afscheid van prins Siddhartha van zijn vrouw, baby-zoon en koninklijk erfgoed, teneinde een asceet te worden. In het Thais Aphinetsakrom.

gua (卦)

Chinees voor 'trigram'.

Guan Yu (关羽)

Chinese naam voor Kuan U (fig.).

guave

Vruchtdragende altijdgroene boom tot tien meter hoog met de Latijnse naam psidium guajava. Herkenbaar aan de wit tot gele bloesem (fig.) en de specifiek ruige vruchten met gelijke naam, die redelijk smaakloos zijn. De vrucht heeft wit vruchtvlees en een kern van kleine pitjes, hoewel er tevens een soort bestaat waarvan de kern rood-roze is, een variatie die in het Thais gekend is als farang sai daeng of farang khai daeng (fig.). Guave wordt in het Thais farang genoemd (fig.).

guay jab (ก๋วยจั้บ)

Thais. Een pasta gemaakt van rijstemeel, in de vorm van in stukken gesneden velletjes deeg, die in een soep worden gedaan en bedekt met schijfjes kip of varkensvlees.

guay tiyaw (ก๋วยเตี๋ยว)

Thais. Een populair gerecht dat gewoonlijk verkocht wordt aan eetstalletjes langs de kant van de weg en bestaat uit noedels gemaakt van fijn rijstemeel. Door pure rijstemeel te mengen met water wordt een deeg gevormd die vervolgens tot platte brede vellen wordt gemaakt. Deze vellen worden dan gevouwen, in de gewenste maat gesneden, of uitgerokken in lange spaghetti-achtige slierten (fig.) en gedroogd, of gekookt voor onmiddellijke consumptie. Guay tiyaw-noedels zijn onderdeel van een groot aantal verschillende gerechten en kunnen zowel droog (guay tiyaw haeng), dan als in een soep (guay tiyaw nahm) worden opgediend. Indien in soep wordt meestal vlees, vlees- of visballetjes toegevoegd. Droge noedels kunnen eventueel in een wok worden gebakken en worden dan guay tiyaw phat genoemd. Indien aan deze gebakken noedels gefrituurde tofoe, sojabonen, kleine garnalen, ei en specerijen worden toegevoegd, wordt het gerecht (guay tiyaw) phat thai genoemd. In het verleden werden guay tiyaw-noedels verkocht vanuit boten op kanalen en drijvende markten (fig.) en ook vandaag verkopen vele voedselstalletjes hen als guay tiyaw reua (boot-rijst-noedels). Bijgevolg versieren winkeliers hun noedelstalletje vaak met een schaalmodel van een sampan-boot (fig.) of soms zelf met een op ware grootte. Noedels worden doorgaans gegeten met eetstokjes en een lepel. Specerijen uit de kreuang prung, een aparte set van kommetjes met kruiden, kunnen naargelang persoonlijke smaak worden toegevoegd. Eveneens kuay tiyaw.

Gui Yue (鬼月)

Chinees. 'Geestmaand'. Naam van een Chinees festival dat samenvalt met de zevende maand volgens de Chinese maankalender en waarin de doden uit de lagere wereld komen om de levenden te bezoeken, terwijl op Qing Ming de levenden hulde aan hun voorouders brengen door hun graven te verzorgen. Tijdens deze maand en voornamelijk op de dertiende dag, die men Geestdag noemt, voeren Chinese boeddhisten rituelen op om het lijden van de overledenen te veminderen en hen te absolveren door voedsel te offeren en gong de papieren accessoires en/of hellegeld te verbranden. Andere festiviteiten kunnen het vrijzetten van lantaarns op water omvatten, gelijkaardig aan Loi Krathong. Eveneens gekend als Zhong Yuan Jie.

Guo Nian (过年)

Chinees. 'Het jaar voorbijgaan'. Benaming voor de eerste dag van het Chinese Nieuwjaar. Ook wel Xin Nian, letterlijk 'Nieuwjaar' en Chun Jie, 'Lentefeest'. In het Thais Troet Jien.

Gupta

1. Een machtige dynastie gesitueerd in de Ganges-vallei tussen 320 en 535 AD.

2. Een vroege kunststijl uit noordelijk India die beschouwd wordt als de klassieke periode van de Indische kunst. Deze zeer eminente kunststijl had o.a. invloed op 5de eeuwse kunstwerken gevonden in Selagri Hill (Myanmar), en die reliëfscenes vertoont van het leven van de Boeddha, alsook terracotta Dvaravati figuren uit de 8ste eeuw gevonden in Phetchaburi.

guru (गुरु)

Zie goeroe.

gurudwara (ਗੁਰਦੁਆਰਾ, गुरुद्वार)

Punjabi-Hindi. 'Deur tot de goeroe'. Een religieus complex van de Sikhs, gewoonlijk bestaande uit een tempelgebouw en een plaats om te rusten. Ook goeroedwara of gurudvara getranscribeerd.

Gustave Rolin-Jaequesmyns

Belgisch diplomaat en adviseur van koning Chulalongkorn (Rama V) die samen met andere Belgische juristen het Thaise rechtsstelsel hervormde en rechtbanken oprichtte. Als stichter van het International Law Institute bemiddelde hij tevens bij een staatsverdrag tussen Frankrijk, Engeland en Thailand waardoor de het land gevrijwaard bleef van een buitenlandse koloniale overheersing. Zijn verdienste leverde hem in 1898 de tittel van Chao Phraya Aphai Raja op, de hoogste adelijke tittel ooit aan een buitenlander toegekend. Dat gebeurde in de Thaise geschiedenis slechts twee maal, de eerste maal aan de Griek Phaulkon, een advisuer van koning Narai tijdens de Ayutthaya-periode. Gustave Rolin-Jaequesmyns kreeg een standbeeld op de rechtsfaculteit van de Thammasat Universiteit.