A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

LEXICON

 T          

 

taab (ตาบ)

Thais. Een decoratief nekstuk soms gedragen door Thaise dansers en -in het verleden- door sommige krijgers.

taak (ทาก)

1. Thais voor huisjesslak, een traag-bewegend buikpotig weekdier met een spiraalvormige schelp dat op het land leeft. Haar wetenschappelijke benaming is achatina fulica, en ze behoort tot het geslacht achatinidae. Men kan haar roze kaviaar-achtige eitjes regelmatig waarnemen in de nabijheid van zoet water, in kleine hoopjes aan elkaar geklit.

2. Thais voor naakte slak, een klein weekdier zonder schelp, met de wetenschappelijke naam limax en behorend tot de familie limacidae. Ze eten gebladerte waardoor ze echter vaak planten vernietigen.

3. Thais voor bloedzuiger, een bloedzuigend ongewerveld worm-achtig weekdier dat op het land leeft, met de wetenschappelike naam haemadipsa interrupta en behorend tot de familie hirudinae. Bloedzuigers worden doorgaans aangetroffen in de Thaise regenwouden en hechten zich vast aan voorbijgangers, zowel mensen als zoogdieren, waarvan ze het bloed opzuigen. Hun beet is niet pijnlijk maar bloedzuigers injecteren een anti-stollingsmiddel waardoor het boeld vloeiend blijft zodat ze het zonder moeite kunnen opzuigen. Ze blijven gewoonlijk aan hun gastheer gehecht totdat ze vol zijn en laten dan weer vanzelf los. Om hen eerder te verwijderen kan men hen besprenkelen met zout of met een sigaret wegbranden. Om aanvallen te voorkomen, smeert de lokale bevolking hun blootgestelde huid gewoonlijk in met een mengeling van speeksel en tabak, maar men kan ook een muggenstift op basis van diethyl-m-toluamide (DEET) of een insectenwerende-spray gebruiken. Bloedzuigers werden in het verleden ook vaak medisch gebruikt, voor aderlatingen. Naast de taak bestaat er ook nog een bloedzuiger die in zoet water leeft en de Latijnse naam hirudinaria manillensis heeft, in het Thais gekend als pling.

taan (ฐาน)

Zie tahn.

taanbat (ฐานบัทม์)

Zie tahnbat.

taanphrakon (ธารพระกร)

Thais. Koninklijke staf, een onderdeel van de Thaise koninklijke regalia of kakoettapan. Hij vertegenwoordigt de macht van de koning om zijn onderdanen in de juiste richting te leiden, doch onder de totsaphit rajatham of tien koninklijke deugden, d.i. rechtvaardig en ten voordele van het Thaise volk.

taanphraphoettaroep (ฐานพระพุทธรูป)

Zie tahnphraphoettaroep.

taban fai (ตะบันไฟ)

Een aansteker gemaakt volgens het princiepe van de vuurpiston of vuurpomp. Hij bestaat uit twee delen, t.t.z. een cilinder die krabok taban wordt genoemd en een zuiger (piston) of perser die men loek taban noemt. Dit primitief apparaat om vuur te maken werd door verschillende oeroude stammen wijd en zijd gebruikt in de oerwouden van Zuidoost-Azië, zoals reeds werd waargenomen in het midden van de jaren 1850 door Britse ontdekkingsreizigers. In tegenstelling tot andere primitieve methoden om vuur te maken, zoals de boog- of handboor,  de vuurzaag, vuursteentjes en staal, werkt de vuurpomp door middel van compressie, een princiepe dat later overgenomen werd door de dieselmotor, een uitvinding van Rudolf Diesel. Het wordt aangenomen dat de idee van de primitieve vuurpomp hem heeft geïnspireerd. Het apparaat kan vervaardigd zijn uit buffelhoorn, ivoor of hardhout, dat op een draaibank tot een holle en ronde, cilinderachtige staaf wordt gemaakt. Het toestel is ongeveer 8 tot 12 centimeter lang. Het uiteinde van de krabok taban is vaak tot een punt gemaakt om makkelijk met een puntig  stuk metaal de verbrande as te kunnen verwijderen. De perser is gewoonlijk vervaardigd uit hetzelfde materiaal als de cilinder maar langer en met een stevig handvat om het gebruik ervan te vergemakkelijken en pijn aan de handen te vermijden wanneer de perser met een harde klap door de cilinderschacht wordt gedreven om een vonk te doen ontbranden. Op het uiteinde van de piston is een concaaf geboord waarin makkelijk ontbrandbaar aanmaakmateriaal wordt gestoken, zoals kapok. De taban fai is een aansteker die een vonk doet ontstaan doordat de perser snel door de cilinder wordt gedreven. Dit veroorzaakt een ontploffing waardoor de lucht binnenin een vonk geeft en het aanmaakmateriaal in de holte op het uiteinde van de piston ontbrandt. Ook fai ad, fai yad, bok yad, lehk tob fai en fai tob genoemd.

taen (แตน)

Zie toh.

taeng (แตง)

Thais. Algemene benaming voor planten van de familie cucurbitaceae, waarvan er velen in Thailand worden gekweekt, zoals de taeng kwa (een kleine soort komkommer), de taeng raan (een grote soort komkommer), de taeng thai (een soort meloen), taeng moh (de watermeloen), etc. Vergelijk met makheua.

taeng moh (แตงโม)

Thais voor de watermeloen, van het geslacht citrullus en met de wetenschappelijke naam citrullus lanatus. Er bestaan talrijke soorten, verschillend in grootte, vorm, kleur van schil en vruchtvlees. De watermeloen behoort tot een grote en onderscheiden familie van kruipers, waartoe ook de kalebas en komkommerplant behoren, en waarvan velen hun naam in het Thais begint met het voorvoegsel taeng. Terwijl sommige van deze kruipers klimplanten zijn, verspreidt de watermeloen zich met zijn grote en zware vrucht langs de grond. Het zoete en sappige vruchtvlees is gewoonlijk rood, maar kan ook geel van kleur zijn. De zaadjes zijn eveneens eetbaar en geroosterd zijn dezen een populaire snack in geheel Zuidoost-Azië.

tabakssnijder

Een stuk gereedschap dat gebruikt wordt om tabaksbladeren samen te drukken en ze aan het uiteinde af te snijden.

tahn (ฐาน)

Thais. Basis, sokkel of voetstuk voor een standbeeld. Ook taan getranscribeerd. Zie ook thaen.

tahnbat (ฐานบัทม์)

Thais. Basis, sokkel of voetstuk voor een boeddhabeeld in de vorm van een omgekeerde lotus (fig.). Ook taanbat getranscribeerd.

tahn singh (ฐานสิงห์)

Thais. 'Leeuwensokkel'. De voet van een sokkel (tahn) in de vorm van de poot van een leeuw (singh).

tahnphraphoettaroep (ฐานพระพุทธรูป)

Thais. Sokkel of voetstuk voor een boeddhabeeld, vaak in de vorm van een lotus (fig.), maar ook bv. in de vorm van olifanten (fig.). Ook taanphraphoettaroep.

Tai

Een animistisch volk in Zuidwest-China (Sipsongpannah) dat niet tot het ras van Chinezen behoorde en vanaf de negende eeuw druppelsgewijs in zuidwaartse richting naar delen van Zuidoost-Azië en de vruchtbare Chao Phraya-vallei begon te migreren. Ze vestigden zich in een gebied dat tegenwoordig Birma, Laos en Thailand omvat. Ze zijn de voorouders van het huidige Thaise ras. MEER HIEROVER.

tai chi

Chinees. Krijgskunst en gymnastisch systeem met trage gecontoleerde bewegingen, voluit gekend als tai chi chuan. Elke ochtend beoefend in Bangkok's Lumphini Park, door zowel jongeren als -en voornamelijk- ouderen met een meestal Chinese achtergrond.

tai chi chuan

Chinees. 'Groots ultiem boksen'. Chinese krijgskunst die vele traditionele richtingen en verschillende stijlen kent, soms met het gebruik van wapens zoals gevechtswaaiers, etc. Het wordt beweerd dat één van haar eerste meesters de vermoedelijk 13de eeuwse grootmeester Chang Sanfeng was, een half-mythische Chinese taoïstische monnik (fig.), waarvan men meent dat hij een voormalig Shaolin-leerling was. In het Westen vaak kortweg tai chi genoemd.

Tak (ตาก)

Hoofdstad van een gelijknamige jangwat (kaart) op de oostelijke oever van de Ping-rivier in Noord-Thailand, op zo'n 426 km noordelijk van Bangkok en met een bevolkingsaantal van ca. 21.000 inwoners. In deze provincie bevond zich de eerste voorpost naarwaar koning Naresuan en zijn leger trokken bij hun terugkeer van het slagveld. Onder de bezienswaardigheden is de Bhumipol-waterdam (fig.) en de Thi Loh Suh waterval, één van Thailand's meest indrukwekkende watervallen. De provincie heeft acht amphur en één king amphur.

takaab (ตะขาบ)

Thais voor duizendpoot.

takan (ตะคัน)

Thais. 'Wierookvat'. Aarden kommetje voor het branden van wierook of gom-specerijen, alsook een antiek, schotelvormig phaang pha thied-achtig kommetje van klei, gebruikt als lamp (fig.).

tak baat (ตักบาตร)

Thais. Voedsel in de bedelkom (baat) doen van boeddhistische moniken in de ochtend. Vergelijk met bintabaat.

Ta Keo

Khmer. 'Toren van kristal'. Tempel in Angkor gewijd aan Shiwa en gebouwd onder auspiciën van Jayavarman V, in de late 10de tot vroege 11de eeuw AD.

takhob (ตะขบ)

Thaise benaming voor een boom van het geslacht flacourtier. Deze boom heeft gekartelde bladeren, kleine witte bloemen en brengt dadelachtige, eetbare kleine ronde bessen voort, die zurig zoet smaken en rood kleuren wanneer ze rijp zijn.

takiab (ตะเกียบ)

Thais voor 'eetstokjes', een paar van kleine, lichtjes spits toelopende stokjes van gelijke lengte, gewoonlijk hoekig aan één uiteinde en rond aan het andere, die samen in één hand worden vastgehouden als eetgerei in de Oosterse keuken. Ze zijn het traditionele eetgerei van de Chinezen, Japaners, Koreanen, Taiwanezen en Vietnamezen, elk met hun eigen onderscheiden variaties. In Thailand en andere landen van Zuidoost-Aziё worden ze enkel gebruikt bij noedel-gerechten. Gewone eetstokjes werden aanvankelijk gemaakt van hout of bamboe, maar eveneens van ivoor, jade en andere kostbare materialen, als een luxeartikel. In het oude China gebruikte de keizer zilveren eetstokjes om te testen of er vergif in zijn voedsel zat, aangezien werd geloofd dat indien het voedsel vergiftigd zou zijn de kleur van de eetstokjes van zilver naar zwart zou veranderen. Tegenwoordig worden ze vaker ook van kunststof gemaakt. Hoewel ze van plastic meer milieuvriendelijk zijn (de Chinezen alleen al gebruiken naar schatting zo'n 45 miljard paar wegwerpbare eetstokjes per jaar, wat neerkomt op zo'n 25 miljoen volgroeide bomen) en ze langer meegaan, zijn houten eetstokjes veel handiger in gebruik, daar zij een betere grip bieden om het voedsel op te pikken, daar waar bij kunststof-eetstokjes het eten nogal makkelijk wegglijdt. Houten eetstokjes, voornamelijk de grotere, worden eveneens gebruikt bij het bereiden van voedsel, terwijl dat bij kunststof-eetstokjes niet kan wegens de hoge temperaturen, die hen zou kunnen beschadigen of mogelijk zelfs giftige stoffen kan doen afgeven. Men gelooft dat eetstokjes oorspronkelijk uit het oude China komen, waar ze kuaizi worden genoemd. Japanse eetstokjes verschillen van die uit China doordat ze gemaakt zijn van met lak bedekt hout (fig.) en spits toelopen in een puntig uiteinde, terwijl Chinese eetstokjes eindigen in een stompe punt. Thailand gebruikt over het algemeen het Chinese model maar verkoopt de anderen ook, voornamelijk als souvenirs.

takkataen (ตั๊กกะแตน)

Thais. 'Sprinkhaan'. Rechtvleugelig insect van het geslacht mantis, met lange sterke achterpoten waarmee het ver kan springen. Er bestaan verschillende soorten van en ze komen voor in diverse groottes. Een bepaalde, grotere soort wordt door sommige Thais gegeten en vindt men op voedselmarkten over geheel Thailand. Ze smaken naar verluidt wat naar noten. Vaak gezien is de grote bidsprinkhaan (fig.), een roofinsect dat zijn voorpoten vouwt zoals men de handen vouwt in een gebed. In het Latijn wordt wordt deze soort mantis religiosa genoemd en in het Thais takkataen tam khao, wat vertaald 'rijst verpulverende bidsprinkhaan' betekent.

takkataen tam khao (ตั๊กแตนตำข้าว)

Thais. 'Rijst verpulverende bidsprinkhaan'. Naam voor de bidsprinkhaan, een roofinsect dat zijn voorpoten vouwt zoals men de handen vouwt in een gebed. Ze komen voor in het helder groen tot bruine kleur en kunnen tot zo'n 25-30 centimeter groot worden. Zie ook takkataen.

takoh (ตะโก)

Een andere Thaise naam voor phlab.

takong (ตะข้อง)

Thais. 'Vismand'. Benaming voor een bamboemandje dat gebruikt wordt om waterdieren, zoals krabben, vis, garnalen, scheldieren, etc. in te bewaren. Ze hebben gewoonlijk een nauwe flessenhals-achtige opening die kan afgesloten worden met een deksel in de vorm van trechtervormige pinnen. Er bestaan vele soorten in verschillende vormen, waarbij sommigen gemaakt zijn in de vorm van dieren en ook dienovereenkomstig worden genoemd, zoals bijvoorbeeld takong pet (eenden-vismand), takong mah (honden-vismand), takong gai (kippen-vismand), etc. Een takong pet is vismandje gevlochten in de vorm van een eend en heeft typisch drijvers aan beide zijden om als een eend op het water te kunnen blijven drijven (fig.). Ook kortweg kong genoemd.

takrai (ตะไคร้)

Thais voor elke van de planten of grassen die tot het geslacht cymbopogon behoren, waarvan vele soorten bestaan, waaronder ook citroengras. Takrai is een veel gebruikt kruid in de Zuidoost-Aziatische keuken. Hun stengels bevatten een olie met een citroenachtige smaak, maar zijn te hard om te eten, met uitzondering van het zachtere binnengedeelte. Wanneer ze vers gebruikt worden worden ze daarom meestal fijn gesneden of soms geplet en aan het voedsel toegevoegd en meegekookt, waar hun aromatische olieёn geabsorbeerd worden. Hoewel gewoonlijk opgediend met het citroengras voor de smaak nog in het gerecht aanwezig is het meestal niet de bedoeling dat het mee wordt opgegeten. Het wordt gebruikt in verschillende Thaise gerechten, zoals tom yam, tom kha, etc. Het bestaat ook in gedroogde vorm of als poeder. De meest gebruikelijke soorten die in Thailand voorkomen zijn cymbopogon flexuosus en cymbopogon citratus. Naast takrai heeft het kruid nog velerlei lokale benamingen, afhankelijk van de plaats. In Noord-Thailand wordt het jakrai genoemd, in het Zuiden krai, in Mae Hong Son ka hom, in Surin cheut kreuy of lo kreuy, en de Karen noemen het howo tapoh.

takra sai kai (ตะกร้าใส่ไก่)

1. Thais. 'Pluimvee-mand'. Benaming voor een soort mand die gebruikt wordt om pluimvee in te vervoeren (fig.). Eventueel takraa sai gai of takrah saai gai getranscribeerd.

2. Thai. 'Fowl basket'. Benaming voor een soort mand die gebruikt wordt om gevechtshanen in te vervoeren. Eventueel takraa sai gai of takrah saai gai getranscribeerd.

takraw (ตะกร้อ)

1. Thais. Traditioneel balspel met een net, gelijkend op volleybal, maar met een kleine rotan bal (fig.) en slechts drie spelers per team. De deelnemers moeten trachten te scoren door de bal op het veld van de tegenspelers, binnen de aangegeven grenzen, te doen landen. Men mag hierbij elk deel van het lichaam gebruiken, behalve de handen en onderarmen. Het wordt erkent als officiële sporttak op verschillende Aziatische spelen. Op straat treft men vaak jongeren aan, opgesteld in een cirkel, voor een oefenspelletje takraw (fig.). Officiëel wordt de sport echter gespeeld over een net. Ook takro gespeld.

2.  Thais. Een mand vervaardigd uit rotan en met een lange handgreep, gebruikt om fruit van een boom te plukken.

takro (ตะกร้อ)

Zie takraw.

takroet (ตะกรุด)

Thais. Een amulet van gerolde gouden of zilveren strookjes of een kogelhuls (fig.), gewoonlijk gevuld met 108 kruiden gezegend door een monnik, dat rond de hals of het middel wordt gebonden. Het biedt de drager immuniteit tegen fysiek geweld en is gewoonlijk een alternatief voor hen die bovennatuurlijke bescherming zoeken tegen kogels, maar geen gewijde tatoeage wensen. Ook trakroet.

Taksin (ทักษิณ)

Thais. 'Zuid' of 'zuiden'. De windstreek die beschermd wordt door de lokapala Phra Yom. Zie ook Udon, Isaan, Burapah, Ahkney, Horadih, Prajim en Phayap.

Taksin (ตากสิน)

Generaal die na de val van Ayutthaya in 1767 een leger op de been bracht in Chanthaburi, hiermee de binnengevallen Birmanen uit Thailand verdreef, en nadien koning werd van Siam met Thonburi als nieuwe hoofdstad. Hij werd in 1782 op last van generaal Chakri terechtgesteld wegens megalomanie, en volgens het gangbare protocol onder een rood fluwelen doek doodgeknuppeld met een sandelhouten knuppel. Zijn officiële titel is Koning Borom Racha IV. MEER HIEROVER.

takuad (ตะกวด)

Thaise benaming voor een varaan van de soort varanus bengalensis.

talaat nahm (ตลาดน้ำ)

Thais. Een drijvende markt waar men per boot naartoe gaat om handel te drijven. Men vindt deze doorheen het land, en op de kanalen rond Bangkok, maar de meest bezochte is alleszins die van Damnoen Saduak in de provincie Ratchaburi. Minder toeristisch zijn de drijvende markten in Samut Songkhram, waaronder de dagelijkse talaat nahm 'amphawaa', en de talaat nahm 'tha kha' en talaat nahm 'bang noi', die slechts enkele keren per maand opzetten, waarbij men voor het bepalen van de data de traditionele maankalender volgt. Ook talaat thong nahm.

talaat thong nahm (ตลาดท้องน้ำ)

Zie talaat nahm.

talaew (ตาแหลว)

Thais. Strookjes bamboe gevlochten tot een sterachtige vorm met vijf of zeven punten, die vnl. in Noord-Thailand en bij de bergvolkeren, bij de toegang van huizen of dorpen wordt geplaatst om de geesten van overledenen af te weren. Gelijkaardige vlechtwerken worden tijdens het groeiseizoen ook op de rijstvelden geplaatst (fig.) ter bescherming van de offerandes aan Po Sob. Het kan ook aangewend worden als een amulet op een pot die een medicijn bevat, of als teken om een grens aan te geven. Eveneens chalew genoemd.

talapat (ตาลปัตร)

Thais. Een waaier die oorspronkelijk vervaardigd werd uit veren of, net als de pad bai laan (fig.), uit het blad van een palm. De waaier heeft een lange hendel en wordt gebruikt door boeddhistische moninken om hun gezicht te verbergen wanneer ze prediken of op monotone toon gebeden 'zingen' voor een publiek. Tegenwoordig vaak vervaadigd uit andere materialen, zoals stof (fig.). Als een religieuze waaier heeft hij een ongeveer 70 cm lange steel maar voor gebruikk in koninklijke ceremonieën heeft hij een veel langere steel van ongeveer 2 meter. Zijn functie in koninklijk verband is ofwel decoratief of om meegedragen te worden bij een optocht, vaak samen met een chat (fig.). Zie eveneens pad yot.

talisman

Een object waarvan verondersteld wordt dat het de drager geluk brengt. De tegenhanger van een amulet.

tam (ธรรม)

Thaise benaming voor dhamma.

tamarinde

Altijdgroene boomsoort tot 25 meter hoog met de Latijnse benaming tamarindus indica. De gelijknamige vruchten hebben een langwerpige vorm gelijkend op de schil van doperwten, en het kleverige zoetzure vruchtvlees zit rond de pitten, terwijl het geheel redelijk los in de schil zit, samengehouden door een draadachtig netwerk van nerven. Kan zowel onrijp als rijp gegeten worden, als vers fruit of gedroogd. Het is lichtjes laxerend en wordt gebruikt als ingrediënt voor pad thai, chutney en in kerries, alsook in drankjes. In Thailand makhaam (fig.) genoemd en veel voorkomend in de streek van Phetchabun. Zie ook makhaampom en makhaamthet.

tamboen (ทำบุญ)

Thais. Het brengen van offers of het verrichten van goede daden voor religieuze doeleinden, waardoor men verdiensten wil verwerven, hetzij voor zichzelf of voor derden. Dit kunnen offerandes zijn in tempels (fig.), het voeden van bedelmonniken (sai baat), tijdelijk verblijf in een tempel, een gebed (fig.), enz. Soms ook -als in het Engels- tamboon getranscribeerd.

tamboen sai baat (ทำบุญใส่บาตร)

Thais. Een goede daad verrichten of verdienste verwerven (tamboen) door een offer te brengen in (sai) de bedelkom (baat) van een boeddhistische monnik. Soms vindt men bij tempels meerdere bedelkommen opgesteld in een lange rij, waarin men talrijke kleine muntstukjes van 25 satang (fig.) kan offeren. Deze vorm van tamboen kan voorkomen in combinatie met boeddhabeelden opgesteld volgens het systeem gebruikt bij phra prajamwan (fig.). Zie ook sai baat.

tambon (ตำบล)

Thais. 'District'. Een onderafdeling van een amphur, bestuurd door een kamnan en bestaande uit meerdere mu ban of dorpen. Thailand heeft in het totaal 7.255 tambon.

tamboon (ทำบุญ)

Engelse transcriptie voor tamboen, vaak voorkomend in vertaalde literatuur.

tamleung (ตำลึง)

1. Thais. Muntstuk met een waarde gelijk aan 4 ticals. Zie ook saleung en kon tamleung thong.

2. Thais. Gewichtseenheid gelijk aan 4 baht, ofwel 60 gram. Zie ook saleung en kon tamleung thong.

tammaht (ธรรมาสน์)

Thais. Een preekstoel in the vorm van een gedetailleerd gebeeldhouwde zetel.

tamnaay laksana (ทำนายลักษณะ)

Thais. 'Karaktervoorspelling'. Verwijst naar de scene uit het boeddhisme waarin de reusi Kaladevaila hulde bracht aan de pasgeboren prins Siddhartha en waarbij de niewgeborene toen zijn eertse mirakel vertoonde door zich op de tulband van de wijsgeer te plaatsen (fig.). Op de vijfde dag na de geboorte nodigde koning Suddhodana acht brahmaanse priesters uit om de toekomst van de prins te voorspellen. Zeven van hen verkondigden dat hij de gunstige tekenen van een monarch of een boeddha bezat, naargelang hij een wereldse of religieuze carriere zou nasterven. De achtste brahmaan bevestigde dat indien hij het wereldse leven de rug toekeerde, hij de Verlichting zou bereiken.

tandava (ताण्डव)

Sanskriet. De kosmische dans van de hindoegod Shiwa. Zie ook Nataraja en kalachakra.

tanka

Pali voor thangka.

Tan Khun Khun Luang (ท่านขุนขุนหลวง)

Thais. De eerstvolgende titel in opklimmende lijn ná een Khun of Khun Luang, nu in onbruik geraakt. Eveneens de populaire benaming voor een Khun.

tanta (दन्त)

Sanskriet. 'Tand' of 'slagtand'. Een attribuut van o.a. Ganesha (fig.) dat duidt op zijn afgebroken slagtand die hij aanwendt als een goddelijk wapen om obstakels te vernietigen. In het Thais nga tie hak genoemd, letterlijk 'slagtand die gebroken is'. Ook danta.

Tantima (ตันตีมา)

Thais. Mythologische vogel met een staf in de hand, gewoonlijk in paar als bewakers bij tempelpoorten.

tantra (तन्त्र)

Sanskriet. 'Weefsel', 'weefgetouw', 'schering', 'grondslag' of 'grondprincipes'. Een term gebruikt voor een verzameling heilige teksten en praktijken die geassociëerd worden met het Tibetaanse boeddhisme. Er zijn eveneens tantrische teksten in het hindoeïsme. Het centrale thema van de tantra is de goddelijke energie en scheppende kracht gesymboliseerd door de vrouwelijke eigenschappen (shakti) van een god, gepersonificeerd in een godin.

tantrisme

Een late vorm van het brahmanisme, een hindoeïstisch leerstelsel waarin de verering van demonen, inz. Devi, een belangrijke rol speelt, en tevens een mystieke vorm van het Vajrayana boeddhisme. Belangrijk in Noordoost-India na de 8ste eeuw AD, en nog steeds beleefd in Mongolië, Tibet en Nepal. Het breidde het boeddhistische pantheon uit, benadrukt de aanbidding van shakti, en hecht een groter belang aan de esotherische praktijken gebaseerd op de tantra.

tao (เต่า)

Thais voor schildpad.

tao (เท้า)

1. Thais voor 'voet', 'voetstuk', 'steunstuk' of 'sokkel'.

2. Thais voor 'steunen op'. In dit verband kan het ook gebruikt worden als een titel vóór de namen van goden, op wie men steunt in nood. Het kan dan in het Nederlands met een hoofdletter worden geschreven.

Tao (道)

Chinees. 'De rechte weg'. Het alomvattende, fundamentele, ultieme grondbeginsel van het taoïsme.

tao angloh (เตาอั้งโล่)

Zie tao tahn.

tao hoe (เต้าหู้)

Thais voor tofoe.

taoïsme

Een invloedrijke filosofie in China die waarschijnlijk in de 4de eeuw VC gesticht werd door Lao Tzu (fig.). De Tao-te Ching vormt de basis van het taoïsme, waarbij Tao het alomvattende, fundamentele, ultieme en oorspronkelijke element of grondbeginsel is. Het doel is om één te worden met de Tao door de realisatie van de universele wet dat alles terugkeert naar zijn oorsprong. Het is beschreven als een vierkante cirkel, een geluid zonder klank en een beeld zonder vorm. Het is alles en niets, en hoewel het nergens is kan het gezien worden zonder het te zoeken. Zie ook Yu Huang.

Tao Maliwaraat (ท้าวมาลีวราช)

De voorname oude man die van zijn verblijfplaats in de Himalaya afdaalde om als bemiddelaar op te treden in de geschillen tussen Ramachandra en de demonenkoning.

tao mangkon (เต่ามังกร)

Thais. 'Drakenschildpad'. Naam van een gunstig dier uit de Chinese mythologie. Het heeft de eigenschappen van twee voorspoedige dieren, namelijk de schildpad en de draak (fig.). Het wordt voorgesteld met de kop van een draak en het lichaam van een schildpad (fig.). Het is het symbool van een lang leven en kracht, omdat de schildpad een dier is dat erg oud wordt, terwijl de draak een dier is met een enorm vermogen. Het is dus een combinatie van de grote deugden van zowel de draak als de schildpad, twee van de vier dieren uit het Chinese paradijs. Deze vier dieren zijn de schildpad, de draak, de hongse en de tijger. De schildpad met drakenkop belichaamt de intelligentie en het vermogen dat komt met de moed, en de prestigieuze, invloedrijke macht van de draak, alsook de standvastigheid, het uithoudingsvermogen, het geluk en de blijvende lichamelijke kracht van de schildpad. Men gelooft dat een beeldje of afbeelding van de drakenschildpad de mogelijkheid heeft om vermogen te bevorderen of te veroorzaken, alsook vooruitgang, kracht, macht, fortuin, invloed, etc., afhankelijk van hoe het beeld geplaatst wordt ten opzichte van de windrichtingen. Het wordt soms uitgebeeld met de eigenschappen van alle vier de dieren uit het Chinese paradijs, t.t.z. de schildpad, de draak, de hongse én de tijger (fig.). Indien het een wijfje betreft wordt ze, evenals de Rui Shi-beschermleeuwin, meestal afgebeeld met een jong (fig.).

tao rahng (เต่าร้าง)

Thaise nam voor de visstaart-palm.

Tao Samon (ท้าวสามล)

De oude koning met zeven dochters in het verhaal van Santhong. Eveneens gekend als koning Benares.

tao taan (เตาถ่าน)

Thais voor een kolenvuur, een soort klein stoofje op steenkool dat vaak gebruikt wordt op markten, etc. Het is gemaakt van aarde, kaf, as, verzinkt ijzer en cement. Ook tao angloh genoemd.

tao tawaan (เตาตาหวาน)

Thais. Oven die gestookt wordt om de pannen te verwarmen in het proces om suiker uit de knop van de kokospalm (fig.) te winnen. 'Tao' betekent oven, 'ta' is de knop van een boom die de vruchten produceert, en 'waan' betekent suikerig of zoet.

Tao-te Ching (道德经)

Chinees. 'Het boek voor de weg'. Boek dat de basis vorm voor de filosofie van het taoïsme en toegeschreven wordt aan Lao Tzu, de stichter.

tao toeriang (เตาทุเรียง)

Thaise benaming voor het soort pottenbakkersovens zoals gebruikt in Sawankhalok.

tapioca

Zetmeel gewonnen uit de verdikte wortel van de maniok. Ook tapiocameel en cassave. In het Thais paengman.

tapiocameel

Zie tapioca.

tapoon (ตะโพน)

Thais. Een drum met een dubbel drumhoofd, horizontaal op een staander opgesteld en gezeten met de handen bespeeld.

Ta Pu Yie

Zie Anek Kusala Sala.

Tara (तर/तारा)

1. Sanskriet. 'Eén die het mogelijk maakt om over te steken', maar soms Tārā  geschreven, wat 'ster' betekent en verwant is aan dara, het Thaise woord voor ster. In het Vajrayana boeddhisme zijn er vijf godinnen met de naam Tara, corresponderend met de vijf jina's of transcendentale boeddha's. Ze zijn de gemalinnen van de vijf grote bodhisattva's die door de jina's werden geschapen en in de hiërarchie de rang van een bodhisattva hebben. In het Tibetaanse boeddhisme zijn er 21 vormen van Tara, elk met een verschillende kleur, gedaante, en attribuut, en kunnen zowel vreedzame als kwaadaardige verschijningen hebben. De meest frequent voorkomende gedaantes zijn de Groene Tara en Witte Tara.

2. Vrouw van de apenkoning Vali in het Thais-Indische epos Ramakien.

taro

Zie pheuak.

Taroet (ตรุษ)

Een andere uitspraak voor Troet.

Tatakot (ตถาคต)

Een Thaise benaming voor een boeddha of Boeddha. In het Sanskriet Tathagata.

tat molie (ตัดโมฬี)

Thais. 'De haarknot afknippen'. In religieuze context de term die verwijst naar prins Siddhartha die zijn haar afknipte na het Grote Vertrek, waarmee hij afscheid nam van zijn seculaire bestaan en een geestelijk leven ging leiden. Zie ook Pittih Koonjuk.

tatoeage

Zie sak.

Tavatimsa

De hemel van 33 goden onder leiding van Indra. Een plaats op de top van de mythologische berg Meru en één van de hemelen die bereikt kan worden door vergaarde verdiensten. De Boeddha vebleef er één regenseizoen om te prediken tegen zijn moeder die kort na zijn geboorte was gestorven. De Boeddha die terug afdaalt uit de Tavatimse hemel is een veel voorkomend gegeven in de ZuidoostAziatiache kunst, en was het thema dat aan de oorprong lag voor de wandelende Boeddha die ontstond in Sukhothai. In het Thais Dawadeung.

tawaai (ถวาย)

Thais-rajasap. 'Schenken, aanbieden' of 'toewijden'. Term gebruikt indien de ontvanger een prins of monnik is, zoals in tawaai phra traipidok. Indien de ontvanger een koning is, is de gepaste term toenklaw tawaai of nomklaw tawaai.

tawaai naet (ถวายเนตร)

Zie paang tawaai naet.

tawaai phra traipidok (ถวายพระไตรปิฎก)

Thais-rajasap. Het schenken (tawaai) van een boekdeel van de Tripitaka (traipidok) aan een monnik, als tamboen.

tawak (ตวัก)

Thais. Een lepel gemaakt van de schil van een kokosnoot en met een houten handvat dat aan de schep of bak bevestigd is met een stukje gevlochten rotan. Het heeft wat weg van een houten pollepel. Er bestaan in het algemeen drie soorten, t.t.z. eentje met een ondiepe bak of schep, eentje met een ietwat diepere schep en eentje met een heel diepe bak. Ook krajah of jah genoemd, in Zuid-Thailand jawak of wak genoemd, en in het Noorden phaak. Zie eveneens krabuay.

Taxila

Een tegenwoordig vernietigd, oud boeddhistisch studiecentrum in huidig Pakistan.

tazaung

Birmaans. Kleine paviljoentjes in boeddhistische tempels in Birma.

teak

Tropisch hardhout (fig.), ook wel djatihout genoemd. Wegens haar goede kwaliteit vaak gebruikt voor meubilair en in de kunst (fig.), vnl. voor het vervaardigen van zeer gedetailleerde reliëfs (fig.). Volgens sommige bronnen de boomsoort waaronder Siddhartha werd geboren (fig.), en waarvan Maha Maya al staande een tak vasthield tijdens de bevalling, een scene vaak uitgebeeld in de kunst (fig.). In het Thais mai sak.

teakboom

In het Thais ton mai sak. Zie teak.

teakhout

In het Thais mai sak. Zie teak.

tempel

Zie wat of araam.

tempelboom

Bijnaam voor de frangipani-boom, die vaak bij tempels staat.

tempeldrum

Grote drums bij tempels en kloosters, meestal bewaard in de drumtoren of ho klong (fig.). De meest typische wordt in het Thais klong aew genaamd.

termiet

Naam van een klein tropisch mierachtig sociaal insekt van het geslacht isoptera, macrotermes genaamd. Ze leven in grote kolonies in een termietenheuvel. In het Thais pluak genaamd.

termietenheuvel

Broei- en verblijfplaats van een klein tropisch mierachtig sociaal insekt van het geslacht isoptera, macrotermes of termiet (fig.) genaamd. Termieten leven in grote kolonies en voeden zich niet, zoals vaak wordt gedacht met hout, maar met schimmels, want in hun ingewanden mankeren ze de enzymen nodig om de celstoffen van hout af te breken. Binnenin een termietenheuvel zijn verschillende kamers, waaronder een nest- of broedkamer en een vochtige voedselkamer waar schimmels worden gekweekt. Deze zogenaamde schimmeltuinen worden bevoorraad met houtvezels, vandaar de verwarring inzake hun voedingsgewoonten. Op termieten wordt erg gejaagd door andere insekten, reptielen en vogels, alsook door grotere zoogdieren zoals de miereneter en sommige beren. Werker-termieten bouwen en onderhouden de verschillende kamers alsook een labyrint van tunnels en gangen die  daar naartoe leiden. Soldaat-termieten hebben de belangrijke taak om de termietenheuvel te verdedigen tegen vijanden en zijn om die reden voorzien van grotere kaken. In tegenstelling tot mieren kunnen de werker-termieten van eender welk geslacht zijn, hoewel slechts één mannetje en één wijfje in de gehele kolonie zich voortplanten: de koningin met haar gezwollen abdomen produceert eitjes en de koning heeft als taak om deze te bevruchten. Op sommige tijdstippen, vaak tijdens valavond gedurende het regenseizoen, zendt het nest grote zwermen gevleugelde nakomelingen uit om nieuwe kolonies te stichten. Hoewel de meerderheid daarvan zal sterven, is er slechts één mannetje en één wijfje nodig om de koning en koningin te worden van een nieuwe kolonie.

terracotta

Italiaans. 'Gebakken aarde'. Harde oranje-bruine kleisoort gebruikt in o.a. architecturale decoraties, bij beeldhouwwerken en in de pottenbakkerij.

tessen (鉄扇)

Japans. 'Ijzeren waaier'. Benaming voor een gevechtswaaier, een klapwaaier origineel van Japan, waarvan de buitenste spaken gemaakt zijn van ijzer en die gebruikt wordt in klassieke orientaalse oorlogsvoering. De waaier was ontworpen als een normale, onschuldig uitziende klapwaaier, zodat hij makkelijk kon meegenomen worden op plaatsen waar zwaarden en andere wapens verboden waren. De gevechtswaaier werd gebruikt als een werpwapen of om kungfu-sterren en pijlen af te weren, en zelfs als een hulp bij het zwemmen. Sommige tessen waren massieve knuppels zo gemaakt dat ze eruit zagen als een gesloten waaier. Een bepaalde vorm van tai chi chuan die gebruikt maakt van een waaier (fig.) is ontstaan uit het gebruik van gevechtswaaiers. In het Chinese wordt hij tie shan genoemd en in het Thais pad lek.

tetrahedron

Griekse term voor een gebouw met vier gevels. Zie ook jaturamuk.

thaan (ถ่าน)

Thais. 'Houtskool'. Verkoold hout dat gebruikt wordt als brandstof. Houtskool wordt verkregen door vloeistof uit hout te trekken, door dit te verhitten in de afwezigheid van zuurstof. Het procédé om het hout te carboniseren vindt daarom plaats in een oven onder de grond en duurt verscheidene uren. Houtskool wordt voornamelijk gebruikt door straatverkopers die een klein kacheltje gebruiken om eten op klaar te maken en in metaalgieterijen.

thaat (ธาตุ)

Zie that.

thablang (ทับหลัง)

Thais voor lateibalk.

thabthim (ทับทิม)

1. Thais voor granaatappel, de benaming voor een tropische boom en zijn vrucht, van het geslacht punica. Het fruit heeft een dikke en harde schil waarin vele kleine pitjes zitten met daar omheen vruchtvlees dat kan variëren in kleur van diep karmozijnrood tot lichtroze. De Engelse benaming voor deze vrucht, nl. pomegranate, die afgeleid van het Frans 'veel-zadige appel' betekent, verwijst hiernaar. Het rood-roze vruchtvlees dat de zaadjes bedekt is doorschijnend en sappig, en smaakt zoet tot zoetzuur. De boom draagt vrucht tijdens het regenseizoen.

2. Thais voor robijn, een zeldzame doorzichtige edelsteen die variëert in kleur van diep karmozijnrood tot lichtroze.

thaen (แท่น)

Thais. Basis, voetstuk, sokkel of altaar. Zie ook tahn.

Thahng Chang Pheuak (ทางช้างเผือก)

Thais. 'Pad van de Witte Olifant'. Thaise benaming voor de Melkweg.

Thahng Rot Fai Mareutayu (ทางรถไฟมฤตยู)

Thais voor Dodenspoorweg.

Thai Human Imagery Museum

Engels. 'Thais Menselijke Beeldspraak Museum'. Engelse benaming voor het panopticum (wassenbeeldenmuseum) in Nakhon Pathom met een permanente tentoonstelling van levensgrote wassenbeelden van bekende Thaise en buitenlandse persoonlijkheden, zowel uit het echte leven dan als uit de mythologie, alsook scenes uit de Thaise cultuur, zowel uit het verleden dan als uit het hedendaagse leven. De wassenbeelden zijn gemaakt door meester-kunstenaar Duangkaew Phityakonsilp en zijn sculptuur-team.

Thailand

Thailand is een verenigd koninkrijk, dat voordien gekend stond onder de naam Siam. Het werd officieel gesticht in 1238 AD, de traditionele oprichtingsdatum. Het koninkrijk is het enige land in Zuidoost-Azië dat nooit gekoloniseerd werd door een Europese grootmacht. Het is gesitueerd in Zuidoost-Azië, zuidoostelijk van Birma, grenzend aan de Andamese Zee en de Golf van Thailand. Het beslaat een grondgebied van 514.000 km², waarvan 511.770 km² bestaat uit land en 2.230 km² uit water. Van zo'n 4.000 km waterwegen is 3.701 km het ganse jaar door bevaarbaar door boten met een diepgang tot 0,9 meter. De totale landsgrens bedraagt 4.863 km, waarvan 1.800 km grenst aan Birma, 803 km aan Cambodja, 1.754 km aan Laos en 506 km aan Maleisië, terwijl de kustlijn 3.219 km lang is. Het klimaat is tropisch tot subtropisch, d.w.z. regenachtig, warm en bewolkt tijdens de zuidwestelijke moesson van midden-mei tot september, droog en koel tijdens de noordoostelijke moesson van november tot midden-maart, terwijl de zuidelijke istmus altijd heet en vochtig is. Met een hoogte van 2.565,33 meter is Doi Inthanon het hoogste punt. Het bevolkingsaantal ligt net onder de 65 miljoen, waarvan 75% Thais is, 14% Chinees, en 11% anderen. Hiervan zijn 33,4 miljoen mensen beroepsaktief, waarvan 49% in de landbouw, 14% in de nijverheid en 37% in de dienstensector. De belangrijkste industrieën zijn toerisme, textiel en kleding, landbouw, drank, tabak, cement, lichte produktie zoals het vervaardigen van sieraden, electrische toestellen en componenten, computers en onderdelen, meubilair en kunststoffen, terwijl men tevens 's werelds tweede-grootste producent is van wolfram, en de derde-grootste producent van tin. De voornaamste landbouwprodukten zijn rijst, cassave, rubber, maïs, suikerriet, kokosnoten en sojabonen. Onder de natuurlijke rijkdommen bevindt zich tin, rubber, aardgas, wolfram, hout, lood, vis, gips, bruinkool en landbouwgrond. Thailand heeft een vrije handelseconomie en juicht buitenlandse investeringen toe. De export bestaat uit textielproducten en schoeisel, visserijproducten, rijst, rubber, sieraden, auto's, computers en electrische benodigdheden. Met 95% praktiseert de meerderheid van de bevolking het boeddhisme, in het bijzonder de Theravada-richting; andere religies zijn onder meer 3.8% islam, 0.5% christendom, 0.1% hindoeïsme, en de overige 0.6% zijn andere religies. Er zijn 76 provincies en de Thaise munteenheid is de 'baht'.

Thailand-Birma Spoorwegmuseum

Het Thailand-Birma Spoorwegmuseum  in Kanchanaburi is een interactief museum, alsmede een research- en informatiecentrum gewijd aan de presentatie van het verhaal van de Thailand-Birma spoorlijn, die liep van Nong Pladuk in Thailand tot Thanbuyuzayat in Birma en die gebouwd werd door de keizerlijke troepen van het Japanse Leger tijdens WW II. Het museum omvat acht galerijen, met als onderwerpen: een inleiding aan de hand van een tijdkaart; de verschillende fasen van ontwerp, constructie en logistiek; de ligging van de spoorlijn; de levensomstandigheden in de kampen; medische aspecten; een samenvatting van de dodenkost; het einde van de oorlog en de na-oorlogse gebeurtenissen. Het museum heeft video- en diavoorstellingen en zestig panelen die de geschiedenis van de Dodenspoorweg beschrijven vanaf de aanvang tot aan het laatste couplet van de lijn in 1947, in zowel het Thais als het Engels. De tekst wordt ondersteund door illustraties, (elektronische) kaarten, schaalmodellen, grafieken, feitelijke oorlogsfoto's en kaarten. Het museum is gesitueerd juist naast de militaire begraafplaats Don Rak, waarop het een panoramisch uitzicht biedt vanuit haar cafetaria. Zie ook het Hellevuur Pas Herdenkingsmonument.

Thai Lu (ไทลื้อ)

Etnische minderheidsgroep die zo'n 200 jaar geleden uit China's Xishuangbanna naar Thailand migreerden en zich vnl. in de provincie Nan vestigden. Hun religie is evenals de Thais het Theravada boeddhisme, en zij drukten vnl. in Nan hun stempel op het vlak van boeddhistische architectuur. Een typische Thai Lu-stijl tempel is herkenbaar aan de dikke muren met kleine raampjes en trappen met brede leuningen, en dubbele of drievoudige daken met gekromde gevelborden. De Thai Lu staan ook bekend vanwege hun handgewoven stoffen, en ze bouwen hun  traditionele woningen van hout of bamboe op dikke houten palen, waaronder zij hun keuken hebben en een plaats om te weven. In Thailand worden zij ook Lawa of Lua genoemd. Zie ook Wa.

Thai Phuan (ไทยพวน)

Naam van een Tai Theravada boeddhistisch volk dat in kleine groepjes verspreid is over de Isaan, met andere groepen bezaaid over Centraal-Thailand en Laos. Ze zijn ongeveer 205.000 talrijk en hun bevolking is redelijk gelijk verdeeld over Laos en Thailand. Hun taal is nauw verwant aan de talen van andere Tai-stammen. In het begin van april houden de Thai Phuan van Sri Satchanalai hun jaarlijkse Buat Chang Had Siew-ceremonie waarin ze olifanten gebruiken om hun buatnaag novicen naar de tempel te paraderen. Eveneens Tai Phuan getranscribeerd en soms gewoon Phuan of Lao Phuan genoemd.

Thais Nationaal Volkslied

Zie Phleng Chaht Thai.

Thai Yai (ไทยใหญ่)

Thais. 'Grote Thai'. Andere benaming voor de Shan.

Thaksin (ทักษิณ)

Thaise benaming voor het Zuiden. Zie ook Isaan en Phayap.

thaksinahwat (ทักษิณาวรรต)

Thais. Het in een cirkel met de richting van de wijzers van een klok mee om een tempel of het voornaamste schrijn of stoepa van een tempel lopen zodat dit rechts blijft liggen, zoals gebruikelijk bij sommige boeddhistische feesten in Thailand, zoals Khao Pansa. Vergelijk met het Sanskriete pradakshina.

Thalang (ถลาง)

Oude benaming voor Phuket.

tham (ถ้ำ)

Thais voor 'grot'.

thamma (ธัมมะ)

Thaise uitspraak van het Pali-woord dhamma.

Tham Pah Acha Thong (ถ้ำป่าอาชาทอง)

Zie Wat Tham Pah Acha Thong.

thanaka

Traditionele gezichtsschilderingen bestaande uit schors die na verpulvering in poedervorm op het gezicht wordt aangebracht door vnl. Birmese minderheidsgroepen in delen van Thailand en in Birma, ter bescheming tegen de zon en als versiering. De thanaka wordt door schuring op een steenplaat tot poeder gemaakt (fig.) en vervolgens op het aangezicht aangebracht, vaak in versierende motieven. Men gelooft dat deze verpulverde schors beschermende krachten heeft.

thangka (टङ्क)

1. Een vaak uit zijde vervaardigd doek beschilderd met goden uit het Tibetaanse Mahayana boeddhisme. Ook tanka. Zie ook mandala.

2. Een voorwerp ter verering en een inspiratiebron bij meditatie. Ook tanka. Zie ook mandala.

Thani (ตานี)

1. Thais. Oude naam van de stad Pattani in het Zuiden van Thailand.

2. Thais. Naam van een bananensoort. Zie gluay thanie.

thao (ท้าว)

Thaise eretitel die 'heer', 'prins' of 'vorst' kan betekenen. Ook vrouwelijk gebruikt en vertaalbaar als 'dame', 'prinses' of 'vorstin'.

that (ธาตุ)

1. Thais. Eén van de vier  elementen uit de oudheid, namelijk aarde, water, lucht en vuur. Ook thaat.

2. Thais-Laotiaans. Een relikwie van de Boeddha of een schrijn met een relikwie van de Boeddha. Eigen in Laos en sommige delen van Thailand. Ook thaat.

3. Thais. Een begrafenistempel voor leden van de monarchie. Ook thaat.

thee

Zie cha.

theen (เถร)

Thais-Pali. 'Oudste' of 'oudere'. Een ouderejaars boeddhistische monnik die meer dan tien jaar in de geestelijkheid is. Ook thera, als in Theravada. Kan eveneens then worden getranscribeerd.

thein

De ordinatiehal bij boeddhistische tempels in Birma.

thep (เทพ)

Zie thevada.

thepaniyai (เทพนิยาย)

Thais. 'Mythologie'. Een verhaal of mythe.

thepanom (เทพนม)

Thais. Een samengesteld woord dat verwijst naar een beeld (fig.) of de afbeelding van een engel, thep, thevada, deva of devi in een eerbiedige houding met gevouwen handen als teken van respect, een gebaar algemeen gekend als phranom of phranommeua. Ook thephanom.

thepatida (เทพธิดา)

Thais. Een godin of engel.

thepchumnum (เทพชุมนุม)

Thais. 'Verzameling thevada's'. De rijen van deva's, garoeda's, yaksha's, etc. zoals vaak gezien als versiering in Thaise tempels, zowel in gebeeldhouwde vorm als in muurschilderingen.

thephanom (เทพนม)

Zie thepanom.

Thep Kasatri (เทพกษัตรี)

Thaise heldin en thao die in 1785 samen met haar zuster Sri Sunthon een Birmese invasie van Phuket-eiland wist te voorkomen. Ook gekend als Chan, Satri en Thep Krasatri. Zie ook heldinnen van Phuket.

Thep Krasatri (เทพกระษัตรี)

Zie Thep Kasatri.

Thepnorasi (เทพนรสีห์)

Thais. Wezen uit de Thaise mytholgie met een samengesteld lichaam, half-man en half-leeuw. Zie ook Apsonsi.

Theppaksi (เทพปักษี)

Thais. Een mythisch half-dier half-hemels wezen van het Himaphan Bos met het bovenlichaam van een mannelijk persoon en het onderlichaam van een vogel (fig.). Het is gelijkaardig aan een Kinnon maar heeft geen veren of gevleugeld gedeelte aan de onderarmen.

Thep Patchanna (เทพปัชชุนนะ)

De god van de regenwolken in de volkscultuur van Lan Na. Zijn rijdier is een mom. Eveneens gekend onder de naam Watsawalahok Thep.

thep prajam wan (เทพประจำวัน)

Systeem in Thailand waarbij elke dag van de week correspondeert met een bepaalde godheid. Dit zijn Phra Jan voor maandag (fig.), Phra Angkaan voor dinsdag (fig.), Phra Phoet voor woensdag (fig.), Phra Phareuhadsabodie voor donderdag (fig.), Phra Soek voor vrijdag (fig.), Phra Sao voor zaterdag (fig.) en Phra Ahtit voor zondag (fig.). In het Thais worden de dagen afgeleid van deze goden en hun namen komen er in voor, zo is bijv. dondedag wan phareuhad, zondag is wan ahtit, etc. Zie ook daaw prajam wan, sat prajam wan, phra prajam wan en sie prajam wan.

thera (เถระ)

Zie theen.

Theranuthera (เถรานุเถระ)

Thais-Pali. De boeddhistische hiërarchie, het bestuursorgaan van de boeddhistische geestelijkheid. Zie ook Sangha.

Therasapha (เถรสภา)

Thais-Pali. Boeddhistische synode. Zie ook Sangkayana.

Theravada (थेरवाद)

Sanskrit-Pali. 'Woorden van de ouderen' of 'onderricht van de ouderen'. De Hinayana-sekte van het boeddhisme die zich via Sri Lanka uit India verspreidde naar Zuidoost-Azië, waar het de dominante vorm van het boeddhisme is. Haar teksten zijn in het Pali.

Therawaht (เถรวาท)

Thais voor Theravada.

thet (เทศน์)

Thais. 'Preek'. Zoals in kanthet en kreuang kanthet.

thetsakaan (เทศกาล)

Thais. Festival, feestdag, seizoen van feest en festiviteiten.

thetsakaan kin jae (เทศกาลกินแจ)

Thais. Vastentijd volgens Chinees gebruik. In vertaling gewoonlijk het Vegetarisch Festival genoemd. Dit negen dagen durende feest wordt het uitbundigst gevierd in Phuket, maar is ook populair in andere streken, en over heel Thailand plaatsen restaurants gele vlaggetjes met rode Thaise en Chinese opschriften (fig.) om aan te geven dat ze vegetarisch voedsel serveren. Men gelooft dat de geest en ziel gezuiverd worden door zich te onthouden van het consumeren van vlees. Gelovigen komen samen om te helpen bij het schoonmaken van geestenschrijnen en branden kaarsen om de komst van negen engelen voor te bereiden. Om hun tegenwoordigheid te symbolizeren worden negen lantaarns aangestoken en op een paal geplaatst, die gekend staat onder de naam Ko Teng. Er wordt eveneens een ceremonie gehouden om Yok Ong Song Te te verwelkomen. Deelnemers aan het festival kleden zich in het wit, plaatsen geel-rode vaandels, terwijl handelaars kleine altaren oprichten vóór hun zaak (fig.). Op de zesde dag van het festival in Phuket gaat dit gebruik gepaard met optochten waarbij spiritistische media in trance zichzelf kastijden d.m.v. onder andere piercing van bepaalde lichaamsdelen en het lopen over hete houtskool. Andere deelnemers lopen gebogen over een aantal kaarsjes terwijl ze een stempel met rode Chinese tekens op hun rug ontvangen. Gedurende het festival worden massaal voetzoekers gebruikt om het feest met veel lawaai op te luisteren. Op de laatste dag van het festival wordt een godinnen-optocht gehouden. Dit festival vindt gewoonlijk plaats begin tot midden oktober. Zie ook jae.

thevada (เทวดา)

Thais. Een deva, god, godheid, engel, wonderdoener of iets goddelijk.

thevathut sie (เทวทูต )

Thais. 'Vier goddelijke gezanten'. De verschillende levensstadia, eindigend in de dood. Een term gebruikt om de observaties van Siddhartha uit te drukken, toen hij zich voor de eerste maal buiten de paleismuren begaf en het lijden van de gewone mensen zag. Zo ontmoette hij een asceet of kluizenaar (samana), een kreupele, een zieke en een stervende man. Respectievelijk staat de term voor ouderdom, ziekte, sterven en wedergeboorte. Zie ook Vier Ontmoetingen.

thiera (ธีร)

Thais. 'Geleerde, wijs man, genie'.

thieraraat (ธีรราช)

Thais. 'Geleerde koning' of 'wijze koning'. Een titel gegeven aan koning Vajiravudh voor zijn literair werk.

thod kathin (ทอดกฐิน)

Zie kathin.

thod phah (ทอดผ้า)

Thais. Het offeren van een gewaad aan boeddhistische monniken in Thailand. Ook thod phah pah.

thod phah pah (ทอดผ้าป่า)

Thais. Ceremonie waarbij leken gewaden en andere offers aanbieden aan boeddhistische monniken in Thailand. Ook thod phah.

thoerian (ทุเรียน)

Thaise benaming voor de durian.

thom

Cambodjaans of Khmer voor 'groot', zoals in Angkor Thom.

Thonburi (ธนบุรี)

Voor een korte periode de voormalige hoofdstad van Siam, gesticht na de val van Ayutthaya in 1767 en toen gelegen in een uitgestrekte moerassige delta met de bijnaam 'zee van modder'. De stad ligt nabij de monding en op de rechteroever van de Chao Phraya-rivier, tegenover Rattanakosin en is nu een khet (zone) van Bangkok. Gesticht door koning Taksin en thuis van Wat Arun.

Thonburi Treinstation

Gebouwd in 1900, gedurende het regentschap van koning Rama V, aan de monding van het Bangkok Noi Kanaal. De plaats was voorheen een eigendom van een moslim familie die verplaatst werd naar de andere oever van het kanaal, waar koning Rama V ter compensatie een moskee voor hen liet bouwen. Tijdens WO II gebruikte het Keizerlijke Japanese Leger de spoorweg om wapens en bevoorrading naar haar troepen in Kanchanaburi te transporteren, als onderdeel van de aanleg van de Thailand-Birma Spoorlijn. Gedurende de oorleg werd het station volledig vernietigd door bombardementen en werd na de oorlog hebouwd in opdracht van Phibun Songkram. Het station hervatte de dienst en tegenwoordig vertrekken van hieruit treinen naar het Zuiden en naar Kanchanaburi.

thong chaht (ธงชาติ)

Thais. 'Nationale vlag'. De vlag van een natie. De huidige Thais nationale vlag is horizontaal rood-wit-blauw-wit-rood gestreept, kleuren die de natie (rood), de monarchie (blauw) en religie (wit) symbolizeren. Ze werd in 1917 ingevoerd door koning Rama VI en verving de toenmalige thong chang, de Siamese vlag die bestond uit een witte olifant op een rode achtergrond. De huidige vlag is eveneens gekend onder de naam thong trai rong, wat driekleur betekent.

thong chang (ธงช้าง)

Thais. 'Olifantvlag'. De voormalige Siamese vlag bestaande uit een rood veld met een witte olifant in het midden. Vandaag kan men deze nog steeds zien als onderdeel van de vlag van de Koninklijke Thaise Marine (fig.), in een cirkel midden op de thong chaht, de huidige Thaise driekeur. Daarnaast heeft de zeemacht nog een blauwe vlag met een witte cirkel waarin een gele chadah-achtige kroon is afgebeeld boven een chakra rond een anker.

thongkhamplaew (ทองคำเปลว)

Thais voor bladgoud.

thong kwaaw (ทองกวาว)

Thaise benaming voor de tiigerklauw, een boom tevens gekend als vlam van het woud en bastaard-teak.

thong maha raj (ธงมหาราช)

Thais. 'Vlag van de Grote Koning'. Benaming voor het Koninklijk Vaandel of de Koninklijke Standaard, een geel veld met een rode Garuda. Daarnaast heeft de koning nog een personoonlijke vlag bestaande uit een gele achtergrond met de initialen van de koning onder de Phra Maha Phichai Mongkut, de koninklijke kroon in de vorm van een chadah.

thong trai rong (ธงไตรรงค์)

Thais voor driekleur. Benaming voor vlaggen die bestaan uit drie kleuren. In Thailand wordt de naam echter meestal algemeen gebruikt om naar de eigen nationale vlag te verwijzen, die horizontaal rood-wit-blauw-wit-rood gestreept is. Zie ook thong chaht.

Thoranee (ธรณี)

Zie Thoranie.

Thoranie (ธรณี)

Sanskriet-Thais. Moeder of godin der aarde. Ze verschijnt als getuige van de Boeddha's geaccumuleerde verdiensten uit vorige levens, net voor het moment van zijn verlichting. In de kunst gewoonlijk afgebeeld terwijl ze water uit haar haar wringt, waardoor  ze Mara en zijn legertje geesten wegwaste en de Boeddha werd gered van de verleiding van het verlangen. Ook Thoranee gespeld. In Thailand is ze gekend als Mae Phra Thoranie en is ze het symbool van de Democratische Partij. Zie ook bhumisparsa en maravijaya.

thua rae (ถั่วแระ)

Thaise benaming voor een soort erwten van het geslacht cajanus. Deze boonachtige zaden groeien aan een struik van 2,5 tot 3 meter hoog en zitten in een peulenschil. Dezen worden gekookt en nadien van hun peul ontdaan, vóór consumptie. De erwten hebben een bittere smaak en worden gegeten als een snack. Men vindt ze over heel Thailand waar ze op straat worden verkocht, gewoonlijk door rondtrekkende kuiers.

thua leuang (ถั่วเหลือง)

Thaise benaming voor de sojaboon.

thuay chaam (ถ้วยชาม)

Zie kreuang thuay chaam.

thudong (ธุดงค์)

Thais. Term gebruikt voor monniken die op pad gaan of rondreizen. Vaak is dit als een soort wandelende meditatie om verderfelijke gedachten die bedroeven te ontwortelen, een vorm van samaati alsook een methode om verdienste te verwerven. De monnik draagt dan soms een klot met zich mee, een parasol die gebruikt wordt om onder te mediteren in het bos en in tempeltuinen, of onder te slapen in het bos. Een bekende rondreizende monnik is Phra Siwalie.

tiab (เตียบ)

Thais. Een dienbladachtige, kegelvormige container voor voedsel, vaak gemodelleerd in de vorm van een lotus en meestal een laag van lakboomhars. In het verleden werden dezen gebruikt om voedsel te offeren aan boeddhistische monniken. Ze bestaan uit één compartiment dat soms verdeeld is door een schaal die dusdanig een dubbele ruimte creëert waarin het voedsel wordt geplaatst. Eeuwen geleden werden tiab vervaardigd in Chian Toong.

tical (ทีคัล)

Thais. Andere benaming voor de Thaise munteenheid, gewoonlijk baht genoemd. Eigenlijk tican uitgesproken.

tican (ทีคัล)

Thaise uitspraak voor tical.

tie shan (铁扇)

Chinees voor 'ijzeren waaier'. Zie tessen.

tijger

Zie seua.

tijgerklauw

Bijnaam voor een loofboom met de botanische naam butea monosperma, in het Engels eveneens gekend als 'flame of the forest' (vlam van het woud) en door zijn gelijkenis met teak, ook wel bastaard-teak genoemd. Hij kan tot 15 meter hoog worden en zijn vruchten leveren 'Bengaalse kino', een gomsoort. De boom bloeit in de maand februari en zijn bloemen gelijken op die van de kruiper mucuna bennetti. Ze zijn sikkelvormig, oranjekeurig en hun contour gelijkt op die van de Franse lelie of, volgens zijn naam, op de klauw van een tijger. In het Thais wordt deze boom thong kwaaw genoemd.

Tipitaka

Pali voor Tripitaka.

Tirthanka (तीर्थन्क)

Sanskriet. 'Maker van doorwaadbare plaatsen'. Zie Tirthankara.

Tirthankara (तीर्थन्कर)

Sanskriet. 'Makers van doorwaadbare plaatsen'. De vierentwintig wijzen of alwetende grote leraars, waarvan de laatste de stichter is van het jainisme.

toeb (ธูป)

Thais voor wierookstaaf of wierookstokje.

toebbaat (ธูปบาตร)

Thais voor wierookbrander. Zie ook kratahng toeb.

toei-toei (ตุ๋ยตุ่ย)

Thais. Een 'zingende' waw of vlieger, met een 'klankkast' in de vorm van een boog. Zie ook vliegergevechten.

toektoek (ตุ๊กตุ๊ก)

Zie tuktuk.

toem (ตุ้ม)

Thais. Een folkloristische vis-fuik gemaakt van gewoven bamboe-strookjes. Ze heeft een kegelachtige vorm gelijkend op die van een fles, met een vernauwde hals en een bolvormig midden. Ze is ongeveer 35-50 centimeters hoog en onderaan zit een opening om de vis in te laten. In deze opening zit een trechtervormig hekje met pennen zodat de vis niet kan terugkeren en uit de mand zwemmen. Op de mond zit een gelijkaardig maar verwijderbaar hekje met pennen, vergelijkbaar met het deksel van een takong-vismand (een soort viskaar).

toeng (ตุง)

Noord-Thais woord voor een lange ceremoniële banier vervaardigd uit stof, gewoonlijk opgedeeld in vertikale sporten gelijkend op een ladder die beschouwd wordt als een link tussen hemel en aarde. Zodoende zijn ze tevens een middel voor de gevallenen om uit de hel op te klauteren naar de hemel. Toeng zijn een typisch kenmerk van Lan Na en worden zowel gebruikt als versiering dan als tijdens Noord-Thaise festiviteiten en ceremonieën. Eventueel ook tung.

toeng kradahng (ตุงกระด้าง)

Naamvan een soort toeng die bestaat uit een lang bord gemaakt van een duurzaam materiaal zoals hout, gips, metaal, etc. Het is gewoonlijk versierd met heldere designs in bas-reliëf.

toenklaw tawaai (ทูนเกล้าฯ ถวาย)

Thais. Rajasap voor 'schenken' en 'toewijden', indien de geadresseerde een koning is. Ook nomklaw tawaai. Zie ook tawaai.

toe phra thamma (ตู้พระธรรม)

Thaise term voor een geschriften kabinet.

tofoe

Japanees. Gestremde sojamelk. Een stremsel gemaakt van tot blokken geperste sojabonen. Tofoe wordt vaak gebruikt in vegetarische gerechten ter vervanging van dierlijk proteïne en kan zowel vers (crèmekleurig en zacht) als gebakken of gefrituurd (goudbruin en hard aan de buitenkant) worden gegeten. Op vooral Chinese markten wordt het tevens verkocht in gedroogde kleine reepjes, gehard en in een knoop (fig.), gebruikt in soep. Kleine blokjes gefrituurde tofoe zijn een ingrediënt in pad thai (fig). Ook sojakaas of tahoe, en in het Thais tao hoe genoemd.

toh (ต่อ)

Thais voor wesp of horzel. Er bestaan vele verschillende soorten. Sommigen bijten, anderen steken met een angel onderaan hun abdomen. Hun nesten komen voor hoog in de bomen of bij huisdaken. Ook taen.

tok (ตอก)

Thais. Een dun reepje bamboe gebruikt om mee te binden of te weven.

toke (โตก)

Thais. Een schaal op een voetstuk, of een klein grondtafeltje. Zie ook khan en phaan. Eventueel ook took getranscribeerd.

tom (ถม)

Thaise term voor niëllo.

ton (ตน)

Thais. 'Lichaam', 'substantie', en 'zelf', als in ton eng, zichzelf. Term en classificerend woord gebruikt om het 'aantal' aan te duiden m.b.t. wezens van een lagere rangorde dan mensen, zoals in yak song (2) ton, twee reuzen, en pie saam (3) ton, drie geesten. De term voor  mensen is kon, en die voor heilige dingen of bovennatuurlijke wezens is ong.

ton (ต้น-)

Thais. 'Boom' of 'plant'. Bijna altijd gebruikt als voorvoegsel bij de naam van een boom of plant.

ton gluay (ต้นกล้วย)

Thaise benaming voor bananenplant. Ook ton kluay.

ton gohng gahng (ต้นโกงกาง)

Thaise benaming voor mangrove. Ook ton kohng kahng.

ton jan (ต้นจันทน์)

Thaise benaming voor een boom waarvan er veel verschillende soorten bestaan, zoals het geslacht pterocarpus (ton jan daeng) die in het Nederlands gekend is onder de naam sandelhout (fig.), het geslacht myristica (ton jan thet) in het Nederlands gekend als nootmuskaat (fig.), etc.

ton kanoen (ต้นขนุน)

Thaise benaming voor de artocarpus heterophyllus.

ton lanthom (ต้นลั่นทม)

Thaise benaming voor de plumeria acutifolia of frangipani-boom.

ton mahk (ต้นหมาก)

Thaise benaming voor betelpalm of arecapalm.

ton mai ngeun ton mai thong (ต้นไม้เงินต้นไม้ทอง)

Thais. 'Zilveren boom, gouden boom'. Benaming voor een twee kunstboompjes in miniatuur, ééntje in zilver de andere in goudkleur gemaakt. Ze worden gebruikt als offerande en men treft ze over geheel Thailand aan, meestal bij schrijnen, vooral dezen die gewijd zijn aan de koning of een ander lid van de koninklijke familie. Ze hebben vaak de bladeren van een bodhiboom (fig.) en worden geofferd om loyaliteit te betonen. Het offeren van zilveren en gouden boompjes komt voort uit de Ayutthaya- en Rattanakosin-periode toen vazalstaten de Siamese koningen zilveren en gouden miniatuurboompjes offerden om hun loyaliteit te bewijzen. Tegenwoordig worden de zilveren en gouden boompjes vaak vervangen door andere objecten van zilver en goud, zoals bloemen, phoem dokmai, chat, etc. De zilveren en gouden kleur verwijst algemeen ook naar geld en weelde, aangezien het Thaise woord ngeun zowel 'zilver' als 'geld' betekent, terwijl thong voor 'goud' staat.

ton mai sak (ต้นไม้สัก)

Thaise benaming voor teakboom. Zie teak.

ton mapraaw (ต้นมะพร้าว)

Thaise benaming voor kokospalm.

ton ohy (ต้นอ้อย)

Thaise benaming voor suikerriet.

ton palm naam man (ต้นปาล์มน้ำมัน)

Zie oliepalm.

ton poh (ต้นโพธิ์)

Thaise benaming voor ficus religiosa.

ton poh krasah (ต้นปอกระสา)

Zie ton sah.

ton poh sah (ต้นปอสา)

Zie ton sah.

ton sah (ต้นสา)

Thaise benaming voor de papiermoerbeiboom. Ook ton poh sah en ton poh krasah.

ton sai (ต้นไทร)

Thais voor banyanboom. Soms foutief ton trai getranscribeerd.

ton sala (ต้นสาละ)

Thaise benaming voor de salaboom.

ton sala langka (ต้นสาละลังกา)

Volledige Thaise benaming voor de salaboom, kortweg ook wel ton sala genoemd.

ton son (ต้นสน)

Thais. Algemene benaming voor for coniferen of naaldbomen waarvan er in Thailand verschillende soorten bestaan, waaronder de twee-naaldige pijnboom, de drie-naaldige pijnboom en de chat-pijnboom (fig.). Naaldbomen hebben verschillende nuttige eigenschappen. Het hars is bijvoorbeeld erg brandbaar en de noordelijk bergvolkeren gebruiken naaldhout als brandhout (fig.). Daarnaast wordt het hars ook nog gewonnen voor andere doeleinden. Dit gebeurt door een 12-15 centimeter diepe inkerving in de stam te maken die vervolgens in brand wordt gestoken, wat makkelijk kan door zijn hoge brandbaarheid.  De boom wordt vervolgens voor ongeveer een week met rust gelaten. Tijdens deze periode produceert de boom heel snel hars, waarbij de streek rond de gemaakte opening overvloedig wordt bedekt met het dikvloeibaar afscheidingsproduct. Vervolgens graaft de lokale bevolking de hars uit en verkoopt deze op de markt. De kleur van het hars verschilt naargelang de periode waarin het werd gewonnen. Wanneer dit gebeurt in het begin van de lente is het goud- tot amberkleurig en hard wanneer het is afgekoeld. Doch, wanneer het hars in het hete seizoen of in de herfst wordt gewonnen is de kleur donkerder en de materie veel zachter.  Naaldbomen nemen erg veel bodemwater op en zoals uit bevindingen uit de ecologische praktijk blijkt is de grond waarop ze groeien vaak erg droog en de aarde hard. Hun wortels zijn hard en spreiden zich ver uit onder de bodem, op zoek naar water. Indien naaldbomen vlakbij een beekje worden geplant kunnen zij dit makkelijk droogleggen. Naaldbomen hebben ook nog vaak verschillende lokale benamingen, bv. in de province Loei wordt de drie-naaldige pijnboom paek of paeklom genoemd terwijl hij in Chiang Mai chanyie (janyih) wordt genoemd, etc. In het Chinees worden naaldbomen song genoemd en zijn een symbool voor een lang leven. Ze worden derhalve vaak afgebeeld in de Chinese kunst.

ton taan (ต้นตาล)

Thais voor suikerpalm.

ton taroet jien (ต้นตรุษจีน)

Thais. 'Chinese Nieuwjaarsboom'. Benaming voor de bougainville. Ook ton troet jien uitgesproken. In het Thais eveneens feuang fah.

ton troet jien (ต้นตรุษจีน)

Zie ton taroet jien.

took (โตก)

Zie toke.

toortsgember

Zie etlingera elatior.

Torapa (ทรพา)

De reïncarnatie van Nonthakahn die door Shiwa veroordeeld werd om als een albino buffel herboren te worden, die later gedood werd door zijn eigen zoon Torapi.

Torapi (ทรพี)

Een zwarte buffel, zoon van Torapa en Nila. Toen hij opgroeide daagde hij zijn vader Torapa uit voor een gevecht waarin deze gedood werd.

Totsachat (ทศชาติ)

Thaise benaming voor de verhalen over de tien laatste levens van de Boeddha, vóór zijn laatste geboorte als prins Siddhartha, en een onderdeel van de Jataka's. Deze tien levensverhalen zijn Phra Temia, Chanok, Sawansaam, Nemiraj, Mahosot, Chantakumaan, Nahrot, Withurabanthit en Wessandon.

Totsakan (ทศกัณฐ์)

Sanskriet-Thaise naam die 'tien nekken' betekent. Een epitheton of benaming voor de demonenkoning van Langka met tien koppen op elkaar en in drie lagen die Sida ontvoerde, de vrouw van Rama in de Ramakien. Hij verwijderde zijn hart dat hij in bewaring gaf aan de hermiet Khobutra. Hij werd uiteindelijk gedood door Rama. Wordt soms voorgesteld met 20 armen. In zijn vorige incarnatie werd hij Nonthok genoemd. Ook gekend als Totsapan, en in de Ramayana gekend als Ravana of Raphanasoon. MEER HIEROVER.

Totsapan (ทศพันตร์)

Een andere Thaise benaming voor Totsakan.

totsaphit rajatham (ทศพิธราชธรรม)

Thais-Sanskriet. De koninklijke dhamma of tien koninklijke deugden voor koningen, dezen zijn: vrijgevigheid, het naleven van de godsdienstige geboden, bereidheid om offers te brengen, eerlijkheid, zachtaardigheid, hard werken, zelfcontrole, het kunnen bemoedigen, verdraagzaamheid en ethische onberispelijkheid.

Totsarot (ทศรถ)

Sanskriet-Thaise naam die 'tien voertuigen' betekent. Mythologische koning van Ayutthaya en vader van Rama, het hoofdpersonage van de Ramayana en de Thaise versie Ramakien. Hij verwekte Rama bij koningin Kao Suriya, Lakshmana en Satrud bij koningin Samut Thevi, en Phra Phrot bij koningin Kaiyakesi. In de Ramayana, de Indische en originele versie van het epos, heet Rama's vader Dasharatha maar hij is eveneens gekend onder de naam Suddhodana. MEER HIEROVER.

Tourism Authority of Thailand

Engelse benaming voor het Thaise overkoepelende overheidsorgaan dat instaat voor alles inzake toerisme, waaronder de toeristenpolitie, de opleiding van gidsen en het verstrekken van vergunningen, registratie van tour operators, signalisatie van toeristische lokaties, toeristeninformatie, promotie, etc. Het hoofdkantoor ervan is in Rachadamnoen Road in Bangkok terwijl er bijkantoren zijn in de meeste provincies, alsook in sommige landen van het buitenland. In Thailand is deze organistie gekend als 'Kaan Thong Thiaw haeng Prathet Thai'.

traditionele massage

Verfijnd systeem dat verschillende eigenschappen van de massage, chiropraktijk en acupressuur combineert om de functie van de vier lichaamselementen - din (aarde), nahm (water), fai (vuur) en lom (lucht) - in balans te houden. Traditionele massage is zo populair dat het samen met geneeskundige kruiden, acupunctuur en spirituele meditatie als een officiële wetenschap wordt erkend. Sinds de Ayutthaya-periode tot het begin van deze eeuw bestond er een officiële massageafdeling onder auspiciën van het Thaise Ministerie van Volksgezondheid, tegenwoordig ondergebracht in Wat Poh te Bangkok. In deze tempel werd massage in het verleden aangeleerd aan de hand van didactische beelden (fig.). In het Thais nuat paen boraan.

traijiewon (ไตรจีวร)

Thais. Het gewaad van boeddhistische monniken dat bestaat uit drie (trai) delen: de antarawasok of sabong (een sarongachtig onderkleed), de utarasong of jiewon (de buitenmantel) en de sangkaat of pah thaab (een dekmantel tegen de kou die opgevouwen over de schouder wordt gedragen wanner hij niet gebruikt wordt). Binnen de tempel draagt men tijdens werkzaamheden of rustperiodes i.p.v. de jiewon vaak een onderhemd dat over één schouder wordt gedragen, de zgn. angsa (fig.). De kleur van de gewaden kan verschillen van geel-oranje tot rood-bruin, naargelang de persoonlijke voorkeur. De oorsprong van de donkeroranje tot okergele kleur zou bij de inlandse makah (cfr. makhaam) liggen. Van deze tropische boom uit de familie van de 'vlinderbloemigen' (papilonaceae), bekend onder de naam 'ormosia', werden de helderrode zaden uit de dikke houtige peulvrucht eertijds gebruikt als basisprodukt bij het verven van monniksgewaden. De Boeddha gaf zijn eerste discipelen de opdracht om hun eigen gewaden te zoeken, eerder dan ze te kopen. Hij wees daarbij op de stukjes stof die aan de takken van bomen blijven hangen, afgescheurd van de kleding van voorbijgangers. Deze konden makkelijk verzameld worden en aan elkaar genaaid om een gewaad te maken, dat vervolgens kon worden geverfd. Om deze reden mag een monnik onder zijn weinige bezittingen wel een naald hebben en kan men bij sommige gewaden zien dat deze bestaan uit meerdere met een dikke naad aan elkaar genaaide lappen, als een symbool van deze traditie. Een andere optie was om de lijkwade van een gestorvene na diens crematie te gebruiken. De Boeddha nam ooit zelf de lijkwade van een meisje en maakte er een monniksgewaad van om zo de vergankelijkheid van het leven te symboliseren. Het is nog steeds een gewoonte om tijdens uitvaartplechtigheden, juist voordat een lijk gecremeerd wordt, een monniksgewaad over het lijk heen door te geven om deze handeling te gedenken. Indien monniken studeren (fig.) of karweien uitvoeren dragen ze gewoonlijk enkel de sabong en de angsa, maar als ze zich buiten de tempel begeven bedekken ze zich meestal volledig, en tijdens het bedelen gaan ze blootsvoets (fig.). Zie ook kahsahwapad en pah kahsahwapad.

Traipidok (ไตรปิฎก)

Thaise benaming voor Tripitaka. Ook Traipitok.

Traipitok (ไตรปิฎก)

Thaise benaming voor Tripitaka. Ook Traipidok.

Trairat (ไตรรัตน์)

Thais. 'Drie Edelstenen' of 'Drie Juwelen'. De drie voorwerpen van verering voor boeddhisten, nl. de Boeddha, de Dhamma, en de Sangha. In boeddhistische tempels voorgesteld als de drie tanden van een trisula. Zie ook Traisarana. Ook Triratana, en in het Sanskriet Triratna.

Traisarana (ไตรสรณ)

Thais. De drie toeverlaten van boeddhisten, namelijk de Trairat. Ook Saranatrai.

trakien

Vietnamees voor 'tijdsperiode'.

Tra Kieu

Kunststijl uit Champa die dateert van de tweede helft van de 9de eeuw AD tot het einde van de 10de eeuw, toen haar hoofdstad Indrapura was, in het Noorden van het koninkrijk.

Trang (ตรัง)

Naam van een provincie (kaart) en haar gelijknamige hoofdstad in het Zuiden van Thailand, zo'n 828 km van Bangkok en met een bevolking van ongeveer 50.000 inwoners. In het Maleisisch betekent Trang 'dageraad' wat mogelijk verwijst naar het feit dat de koopvaardijschepen uit Maleisië hier steeds tegen de ochtend aankwamen. Een andere bron vermeld echter dat deze provincie eertijds Thab Thiang werd genoemd maar door haar rol en ligging aan zee haar naam veranderde in Trangkhapura, Stad der Golven. De huidige naam is daar dan een afkorting van. De provincie telt negen amphur en één king amphur.

trat (ตรัส)

Rajasap voor 'zeggen' of 'opmerken'.

Trat (ตราด)

Hoofdstad van een homonieme jangwat (kaart) in Oost-Thailand op 315 km ten zuidoosten van Bangkok. De stad is net als Chanthaburi gekend vanwege de handel in halfedelstenen, dankzij de nabijheid van mijnen met saffieren en robijnen. De markten voor deze gem-handel, de 'talaat phloi', zijn dagelijks geopend en trekken kopers vanuit de hele wereld. De provincie grenst aan Cambodja, met Hat Lek als het meest zuidelijke punt. Vóór de kust ligt Koh Chang (kaart), een Nationaal Marienpark en het tweede grootste (492 km²) en hoogste eiland van Thailand, met pieken tot 744 meter. In deze wateren vond op 17 januari 1941 een kleine zeeslag plaats tussen de Franse en Thaise marine waarbij zevenëndertig Thais om het leven kwamen. Naast een groot monument (fig.) wordt dit gebeuren sinds 1986 jaarlijks herdacht (fig.). De provincie heeft twee amphur en twee king amphur.

tratsaroe (ตรัสรู้)

Thaise term gebruikt om het 'bereiken van de Verlichting' of het 'Verlicht zijn' van de Boeddha uit te drukken.

Treta (त्रेता)

Sanskriet. Tweede van de vier yuga's.

tribhanga (त्रिभङ्ग)

Sanskriet. Een houding uitgebeeld in de dans, bij het beeldhouwen en in de schilderkunst waarbij het lichaam gebogen is met de heup zijwaarts gedrongen zodat een S-vorm ontstaat.

trie (ตรี)

Thaise benaming voor een drietand of trisula. Ook trisoen.

triesoen (ตรีศูล)

Thaise benaming voor een drietand of trisula. Samen met een chakra is het het wapenschild van de Chakri-dynastie (fig.). Ook trie.

trigram

Symbool dat de acht punten weergeeft van het kompas gebruikt door geomantiërs. Elk trigram bestaat uit een verschillende kombinatie van drie lijnen. Deze lijnen kunnen in het midden onderbroken zijn. Een onderbroken lijn stelt yin voor, een ononderbroken lijn stelt yang voor. Wanneer gebruikt voor wichelarij of waarzeggerij worden trigrams gerangschikt in een cirkel met yin- en yang-tekens in het midden. Het komt vaak voor als decoratie op gebouwen, meubilair, textielwaren en keramische producten. In het Chinees gua (trigram) of bagua (acht trigrammen) genoemd. In het Thais yan paet thit genoemd, 'magisch teken van de acht windstreken'.

trihyampawaai (ตรียัมปวาย)

Thais. Brahmaanse riten geassociëerd met de schommelceremonie of lohchingchah.

trilok

Pali voor triphum.

triloka (त्रिलोक)

Zie triphum.

Trilokavijaya (त्रिलोकविजय)

Sanskriet-Pali. 'Veroveraar van de drie werelden'. De naam van een god uit het tantrisme met een angstaanjagende verschijning, afgebeeld met vier gezichten, acht handen en soms met een halssnoer van kleine boeddhabeeldjes. Het is eveneens een belangrijke bodhisattva in het Mahayana boeddhisme.

Trimurti (त्रिमूर्ति - ตรีมูรติ)

Sanskriet. 'Drie aspecten' of 'drie vormen'. Term in Vedische tijden eerst gebruikt voor Agni, Indra (of Vayu) en Surya; later gebruikt voor de hindoeïstische goddelijke triade Vishnoe, Brahma en Shiwa (fig.). Soms voorgesteld als één godheid met vijf gezichten, die in het Thais Phra Trimurti wordt genoemd.

Trineet (ตรีเนตร)

1. Thais-Pali. 'De drie-ogige'. Algemene benaming voor Indra, verwijzend naar zijn derde oog.

2. Thais-Pali. 'Drie ogen' of 'derde oog'. Term gebruikt voor goden, thevada's of boeddha's met een urna.

triphum

Pali. 'Drie werelden'. Verwijst naar de drie rijken in de boedddhistische kosmologie, t.t.z. hemel, aarde en hel, zoals uitgebeeld in muurschilderingen en in de symboliek van de stoepa. Ook trilok en triloka.

Tripitaka (त्रिपिटक)

1. Pali-Sanskriet. 'Drie manden'. In het Theravada boeddhisme de benaming voor manuscripten die gemaakt zijn van palmbladeren. Ze bevatten de leer van de Boeddha, zijn onderverdeeld in drie delen en opgesteld in het Pali. Het eerste deel van de Tripitaka is de Vinaya of Vinay, het tweede deel noemt men de Sutra of Soet, en het derde Aphitam. In het Thais Traipitok. Zie ook Boeddhistische voorschriften.

2. Equivalent voor de Chinese naam Sanzang wat een traditionele erenaam was voor boeddhistische monniken tijdens de Tang Dynastie. Hij wordt gewoonlijk gebruikt om Xuanzang aan te duiden, de monnik die een pelgrimstocht naar India maakte om er een afschrift van de sutra's te gaan halen, zoals beschreven staat in Xiyouji, de kronieken van 'De Reis naar het Westen'.

Triratana

Zie Trairat.

Triratna (त्रिरत्न)

Sanskriet voor Trairat.

trisula (त्रिशूल)

Sanskriet. 'Drietand'. Symbool voor de Trairat in boeddhistische tempels, en in het hindoeïsme het wapen en symbool van o.a. de god Shiwa, en in Thailand van Phra Narai (fig.). Afgebeeld samen met een chakra is het tevens het logo van de Chakri-dynastie. In het Thais trie of triesoen genaamd. Zie ook noppasoen (fig.).

tritsadie mai (ทฤษฎีใหม่)

Thais. 'Nieuwe Theorie'. Concept in 1992 geïntroduceerd door koning Bhumipon Adunyadet ter verbetering van de agricultuur voor kleine grondbezitters (10 tot 15 rai), met als doel om in de eigen behoefte te kunnen voorzien. Door de grond te verdelen in vier stukken volgens de verhoudingen 30-30-30-10 wordt maximale opbrengst van de landbouwgrond beoogd. Tien procent van het land dient als woonst (evt. met een kleine veestapel of pluimvee), de overige delen van elk 30%, om rijst te planten voor eigen gebruik (evt. met een overschot die op de markt kan worden gebracht), een waterreservoir van vier meter diep voor de watervoorziening (evt. met de mogelijkheid om vis te kweken), en het laaste stuk grond om andere gewassen te verbouwen, zoals groenten, fruit of bloemen.

Troet (ตรุษ)

Thais. 'Nieuwjaar'. In Thailand viert men nieuwjaar op verschillende momenten, zo zijn er het Chinese Nieuwjaar of Troet Jien (een weeklang festival beginnende rond eind januari, in februari of begin maart), het Thaise Nieuwjaar of Troet Thai (midden april), en het Westerse Nieuwjaar of Troet Farang. Daarnaast zijn er nog talloze andere data bij minderheidsgroepen, zoals de verschillende bergvolkeren, elk met hun eigen feest en op verschillende tijden. Soms ook Taroet uitgesproken.

Troet Farang (ตรุษฝรั่ง)

Thais. Nieuwjaar volgens de huidige Gregoriaanse of westerse (Farang) kalender, d.i. op één januari.

Troet Jien (ตรุษจีน)

Thaise naam voor het Chinese Nieuwjaar of Lentefestival, dat jaarlijks gedurende ongeveer een week plaatsvindt en aanvangt rond eind januari, in februari of zelfs begin maart. Doordat het gevierd wordt volgens de maankalender verschilt de datum van jaar tot jaar. De Chinese bevolking van Thailand begint dit feest met het schoonmaken van het huis, waarna uitbundig verder gefeest wordt buitenhuis door het aansteken van voetzoekers en vuurwerk, terwijl dansers verkleed als leeuw (fig.) of draak (fig.) kleurrijke spektakels opvoeren in de drukke straten. Aangezien rood de kleur van goed fortuin en een lang leven symboliseert worden de straten, tempels en huizen verfraaid met rode linten en lantaarns (fig.), terwijl feestvierders in het rood gekleed gaan en de jongeren goud kopen om aan oudere familieleden te schenken (fig.). Daarnaast schenkt men ook rode geldenveloppen of hong bao aan elkaar en gaan velen naar de tempel om voedsel te offeren en wierookstokjes te branden (fig.). Tijdens de festiviteiten verandert Bangkok's Chinatown in één grote marktplaats die een grote menigte bezoekers aantrekt, terwijl her en der tijdelijke offerschrijnen worden opgericht (fig.). Elk jaar staat in het teken van een dier uit de Chinese zodiak. In het Chinees Xin Nian, Guo Nian en Chun Jie genoemd. Zie ook foe en Chinese Kalender en Chronologie.

Troet Thai (ตรุษไทย)

Thais Nieuwjaar. Zie Songkraan.

Troonhal

Zie Phra tienang.

Trouw aan de Vlag

Een westerse benaming voor de jaarlijkse Militaire Parade van de Koninklijke Troepen op het Royal Plaza in Bangkok, op 4 December. in het Westen gewoonlijk Trouw aan de Vlag genoemd (wat in het Thais Phittih Sabaan Tong is), maar door de Thais zelf eerder Phittih Suansanam Thahaan Rachawanlop wordt genoemd.

Tsai Shen (财神)

Zie Cai Shen.

Tsai Shen Yeh (财神爷)

Chinees. 'Grootvader der weeldegoden'. Een predikaat voor Zhao Gong Ming, de meest invloedrijke en populaire Chinese weeldegod.

tsunami (津波)

Japans. Letterlijk 'haven-golf', een term algemeen gebruikt om een 'vloedgolf' mee aan te duiden. Een tsunami is een plotseling optredende zeer hoge en snel voortlopende getijdegolf veroorzaakt door een onderzeese aardbeving. Op 26 december 2004 werd de westkust van Thailand aan de Andamese Zee getroffen door een tsunami die veroorzaakt werd door een onderzeese aardbeving vóór de kust van Sumatra en zo'n achtduizend dodelijke slachtoffers maakte en nog meer mensen verwondde, terwijl ze een enorme schade aanrichtte in vele van de vakantiebestemmingen gelegen aan de westkust van de zuidelijke provincies. De provincie Phang Nga werd het zwaarste getroffen met het hoogste aantal dodelijk slachtoffers, voornamelijk in de vakantiebestemming Khao Lak. Maar ook de Phi Phi-eilanden vóór de kust van de provincie Krabi en het eiland Phuket werden erg zwaar getroffen. Onder de dodelijke slachtoffers was Khun Poom, de enige zoon van prinses Ubon Rattana Rachaganya. Wereldwijd doodde deze vloedgolf meer dan 280.000 mensen terwijl meer dan vijf miljoen mensen dakloos raakten, vnl. in het Zuid-Aziatische gebied. Buiten Thailand werden Indonesië, Sri Lanka en India het zwaarste getroffen, maar ook in Maleisië, Birma en zelf tot in Somalië toe vielen er dodelijke slachtoffers. Sindsdien heeft de overheid hard gewerkt om het lokale waarschuwingsysteem te  verbeteren. Naast de aanlegging van verscheidene gemarkeerde tsunami-ontsnappiungsroutes, richtte zij tevens 62 sirenetorens op langs stranden in zes provincies, elk met de mogelijkheid om mensen te waarschuwen over afstanden tot zo'n twee kilometer landinwaarts. Deze waarschuwingen worden gegeven door het Waarschuwingscenter voor Nationale Rampen, de eerste zulke commandopost opgericht in het gebied na de tsunami van 2004. In het Thais kleun yak genoemd, letterlijk 'reuzengolf'.

tua ngun tua thong (ตัวเงินตัวทอง)

Thais. 'Zilver-goud-lijf'. Populaire benaming voor een varaan van de soort varanus salvator.

tukkae (ตุ๊กแก)

Thais. Een grote blauwgrijze gekko met een losse, flodderige huid en vage rood-witte stippen. Zijn wetenschappelijke naam is gekko gecko en hij behoort tot de familie gekkonidae waartoe ook de hemidactylus frenatus behoort, de vaak voorkomende kleinere huishagedis die in het Thais gekend is onder de naam jingjok. De grotere varianten zijn vaak langer dan 30 centimeter en kakkerlakken behoren grotendeels tot hun stadsdieet. Ze leven voornamelijk op muren en tussen plafonds en daken. Velen vinden dat deze gekko er afschuwelijk en beangstigend uitziet maar laten hen meestal met rust zolang ze buitendeurs blijven, aangezien ze helpen om de populaties van grotere insekten naar beneden te houden.

tuktuk (ตุ๊กตุ๊ก)

Thais. Driewielig gemotoriseerd karretje met een fietsstuur en een schakelingspook tussen de benen (fig.), gebruikt als taxi in Thailand. De naam is afgeleid van het geluid van de tweetaktmotor. In het Thais eveneens saamloh genoemd. Ook toektoek.

tumpal

Driehoekig motief op het uiteinde van een handgewoven weefsel, vaak te zien op kledij van zijde of batik. Het design komt vaak voor op de uiteinden van sarongs, gewoonlijk met twee rijen tumpals tegenover elkaar, wat een geruit contrast van kleuren in het midden creëert. Volgens sommigen vertegenwoordigen de tumpals bergen of heuvels, maar anderen beweren dat de typische rijen met langgerekte driehoeken bamboescheuten voorstellen en levenskracht symboliseren.

Tushita (तुषित)

Zie Tusita.

Tusita

Pali. 'Tevreden' of 'voldaan'. Verwijst naar de hemel boven de berg Meru, waar de bodhisattva's hun laatste bestaan op aarde afwachten. Het is één van de hoogste hemelen in de boeddhistische kosmologie, en de hemel waarin de bodhisattva die later de Boeddha zou worden werd herboren, nadat hij de voldoende verdiensten had vergaard in vorige levens. Het is dus de plaats waar hij vertoefde voordat hij als prins Siddhartha werd geboren, alsook de hemel waar de toekomstige Maitreya boeddha verblijft. In het hindoeïsme is het de vierde hemel. Ook Dusit en in Sanskriet Tushita.

tympaan

Zie gevelbord.